[an error occurred while processing this directive] [an error occurred while processing this directive] Antoine Demol, Brusselaar

Deze Week in Brussel  -  9 augustus 1989


Klap van de week
 

Antoine Demol,
Brusselaar

Brussel zit letterlijk in zijn binnenzak.  Als hij erover vertelt haalt hij er al dan niet verdwenen oude wijken uit te voorschijn, waar hij sappig over vertelt, maar nooit nostalgisch.  Het Brussel van nu boeit hem evenzeer als het Brussel van toen.  Als het maar Brussel is.  Hij is er geboren en getogen en ziet met plezier oude stadskernen terug tot leven komen, zoals het St. Goriks-, en het Vosseplein.  Beiden vindt hij prachtig gerestaureerd.  Samen met andere Brusselse liefhebbers tracht hij verdwenen folkloristische feesten terug in leven te roepen.  En de belangstelling groeit.  Nu zijn er al zo'n 21 folkloristische groeperingen, waar meer en meer beroep wordt op gedaan qua animatie, zelfs op internationaal vlak.


Antoine Demol, met pluimhoed en medaille,
als voorzitter van de orde der Vrienden van Manneken-Pis

A. Demol : Al deze groeperingen zijn zo'n 13-14 j. geleden gegroeid uit gewone handelsverenigingen.  Zij hebben een culturele groepering in het leven geroepen, omdat handelaars geen toelage kregen, of ze moesten cultuur brengen.  Zo heeft bijvoorbeeld de handelaarsvereniging van de Hoogstraat de Breughelwijk gesticht.  Die groepering houdt zich nu bezig met de bescherming van de Kapellekerk, de Hallepoort (die inmiddels nog altijd ongebruikt leegstaat, want alle wapens werden naar het legermuseum overgebracht), het Breughelhuis, dat een klein museum is; en ze promoten ook het museum van het OCMW in de Hoogstraat, een prachtig museum gelegen aan het St. Pieters­ziekenhuis.  Daardoor krijgen ze nu een jaarlijkse toelage.  Elke groepering heeft een specifieke attractie.  Zo heeft de Breughelgroepering reuzen als attractie.  Eerst was er "Dorothée", dan "Georges".  Maar pas op, deze personages hebben steeds een historische achtergrond.  Neem nu Dorothée.  Wel, er was in de Marollewijk een vroedvrouw Dorothée genaamd.  Daarbij is de heilige Dorothée, de beschermheilige van de bloemisten en wordt ze vereerd in de Kapellekerk.  Dus ge ziet, het personage werd niet zomaar uit de lucht gegrepen.  Dorothée kreeg een man, Georges met wie ze huwde in '79 op de Grote Markt.  De vereniging kreeg de reus "Rolle" van het NCC en "Kobe Kwibus" van de Franse Cultuur.  Ze hebben ook een tweeling "Marion en Isabelle".  De reus "Don Quichotte" kregen ze van de Spaanse regering, enz. enz..  De groep reuzen groeit dus goed aan.  Reuzen zijn nogal in de mode.  Bon, dat is één groepering.  Een andere groepering is bijvoorbeeld de "Riddersorde van St. Michiel" die gesticht werd door de handelaars van het Brouckèreplein.  Ikzelf ben al 13 jaren Voorzitter van de orde.  Deze bestond reeds in de jaren '50.  Wij hebben ons op die groepering gebaseerd.  Sint Michiel geen vreemde in Brussel en de beschermheilige van de schermers.  We vonden de eed van 1447 terug van Jan van Ruysbroeck (de bouwer van de toren van het stadhuis van Brussel), en, die eed wordt nu gebruikt bij het ridderslaan.  De groepering heen een onderafdeling, "De orde van de Draak", en die houdt zich bezig met de karnaval van Brussel.  "De Vrancke Burgers" is nog een andere groepering.  Zij hebben het tweejaarlijks bloementapijt bijge­bracht, dat nu een internationaal succes kent.
"De Vismarkt", weer een andere groepering.  Zij hebben het tweejaarlijks bloementapijt bijgebracht, dat nu een internationaal succes kent.  "De Vismarkt, weer een andere groepering.  Zij hernemen het feest van de Katerinette op 25 november, en de 1 april viering.  Dat was destijds een enorm feest in Brussel.  Een van die groeperingen waren de "Agathopeden" die grappen uithaalden zelfs op officiële inhuldigingen.  Een van de aprilgrappen is het ontstaan van het "Leeg Plafond".  Maar zo kan ik uren verder gaan en al de andere groeperingen uitpluizen.

Wat is de bedoeling van de groeperingen, toeristen naar Brussel brengen?
A. Demol :
Niet in de eerste plaats, het komt er natuurlijk bij kijken.  Maar de eerste bedoeling is leven te brengen in oude en vernieuwde wijken van Brussel.  De groeperingen werden steeds opgericht door een kern inwoners uit de buurt die voelden dat er behoefte was aan animatie.

Is er belangstelling voor deze feesten ?
A. Demol :
Ja, ja zeker.  De mensen komen echt uit hun huis.  De buurt herleeft tijdens de feesten.  Er is dus zeker belangstelling en ook behoefte naar deze feesten.  De mensen zitten veel te veel voor hun teevee, en afgesloten van de buitenwereld; van de buurt.

Hoe kwam u in het folkloristische animatieleven terecht ?
A. Demol :
Ik verzorgde gedurende 45 j het stads- en animatieleven van Brussel en de 19 randgemeenten, en ik verzorgde ook de rubriek .,Gouden Bruiloften" telkens voor het "Laatste Nieuws".  Het was de enige krant die de behoefte van de lezers naar dat nieuws had aangevoeld.  Door de krant gingen voor mij de deuren open, ik kon overal in, en ik ging ook altijd achter de façaden kijken.  De mensen begonnen me op die manier te kennen.  Ze vroegen om raad, en ik gaf hen die.  Ik werkte ook aktief mee aan het oprichten van de groeperingen en ja, daarna vroegen ze me om voorzitter te worden, en dat nam ik graag aan.  Zo ben ik voorzitter van verschillende groeperingen geworden.  Ook heb ik gedurende 44 jaar in de gemeenteraad van Brussel gezeteld, als verslaggever, altijd op dezelfde plaats.  Ik heb vele burgemeesters voorbij zien gaan, maar Demol bleef zitten.  Nooit heeft er een politicus iets voor mij moeten doen.  Ik heb nooit een dienst moeten vragen, dat is mijn geluk geweest.  Ik sta daardoor vrij, en hoef niemand iets.

Ik veronderstel dat u door de krant in milieus terecht kwam waar u anders nooit had gekomen ?
A. Demol :
Zeker, de krant was mijn passe-partout.  De rubriek "Gouden bruiloften" was voor mij een ongelooflijke bron van informatie.  Ik kon de mensen vragen naar de oude folklore en gewoonten van hun buurt.  En zij vertelden me dat graag.  Op 5 minuten kwam ik soms een heel leven te horen.  Op die manier kon ik verscheidene studies maken.  In 1950 begon ik met een; studie over poppen.  Telkens ik naar een gouden bruiloft ging, vroeg ik of er soms poppenspelers woonden, of gewoond hadden, in de buurt.  Zodoende kon ik een kaart opstellen met een veertigtal poppenspelers alleen al in het Brusselse.  Vergeet niet dat het poppenspel in 1900 "L'enseignement avant la lettre" was.  De radio bestond nog niet.  De poppenspelers waren vaak de enige in een in volksbuurt die lazen.  Ze kwamen dus in contact met de litratuur.  Ze speelden hele toneelstukken in feuilleton met hun poppen.  Ook qua politiek speelden ze een belangrijke rol.  Ze gaven commentaar op politieke gebeurtenissen en evenementen.  Terug naar "De Gouden Bruiloften": Soms had ik 5, 6 bruiloften te bezoeken op één zaterdag.  Dan' stelde ik een hele strategie op om ze allemaal te kunnen bezoeken, en er geen één te missen.  Waren er 20 dan deed ik er 20.  Ik vond het passionant werk en had er veel aan.  De ge­schie­denis van de verhalen die de mensen me vertelden boeide me.  Nu waren uiteraard niet altijd al die verhalen bruikbaar voor de krant, maar ik vond ze interessant als Brusselaar.

U maakte ook reportages voor de krant?
A. Demol :
Qok, ja.  Tijdens één van die mijn reportages heb ik ooit de weduwe van de Brusselse straatzanger, Jan de Baets bezocht.  Zij schonk mij al de uitgaven van de Brusselse liederen, en ik gaf ze aan Johan Verminnen.  Daaruit heeft hij "La Rue des Bouchers" gezongen.

Wat bedoelde u daarnet als u zei dat u ook "achter de façaden keek ?
A. Demol :
Wel; ik ging niet alleen naar de perconferentie van een gebeuren of niet alleen naar een receptie van een gouden bruiloft, en dan naar huis, neen ik bleef langer, om met de mensen zelf te praten.  Neem nu de foor van Brussel.  Ik ging als redacteur naar de opening van de foor en daarna" ging ik praten met de foormensen.  Zo kreeg ik kennis met hen.  Gedurende avonden, nachten zat ik met hen in de woonwagen.  Ze vertelden me hun leed en plezier.  Nu doe ik dat nog hoor.  Gisteren zijn we, mijn vrouw en ik, s'avonds om 11 u30 vertrokken en om 4 uur 's morgens thuis gekomen.  We hebben bij Titine gezeten waar de foormensen na het sluiten van hun tent dikwijls komen eten of drinken en natuurlijk, vertellen.  Bij Titine komen ze om raad.  Zij is de "Marraine" van de foor van Brussel.

Miss Esmeralda werd voor de 26ste keer verkozen.  Hoe is die traditie ontstaan ?
A. Demol :
Wel, de Brusselse kermis duurt zes weken.  Bij de opening praten alle kranten wel over de kermis, maar daarna niets meer.  Daarom dacht ik, 14 dagen na de opening terug van de kermis te doen spreken door "de Miss Esmeralda" verkiezing.

Is de Miss Esmeralda verkiezing ook historisch uit te leggen ?
A. Demol :
op de kermis van Parijs, "La Foire du Trône" is er al jaren een verkiezing van een oude foornijveraarster.  Ze kreeg de naam "Esmeralda" naar een personage van Victor Hugo, in "Notre-Dame de Paris".  Maar in het boek van Victor Hugo gaat het om een mooi jong meisje.  Wij hebben ons daarop geïnspireerd.  Het moet wel een echt foormeisje zijn.  Niet iemand die ge­du­rende zes weken komt helpen.  Dus een echte, en tussen de 16 en de 25 jaar zijn.  Ze moet representatief zijn voor de kermis, een persoonlijkheid hebben,en ze moet kunnen een woordeke plaatsen, want ze is gedurende één jaar de ambassadrice van de kermis.  Mijn idee was ook van Miss Esmeralda naar alle andere Brusselse feestelijkheden, zoals de Ommegang en de Mei­boom, mee te nemen maar dat is tot nu toe nog niet goed gelukt.

Iets anders.  Over "Madammeke Pis" bent u niet te spreken ?
A. Demol :
Neen, dat is waar.  Maar laat mij dat even uitleggen.  "Manneke Pis" maakt deel uit van ons nationaal Cultuurpatrimonium.  Reeds in 1377 wordt er in de archieven van St. Goedele melding gemaakt van het "St. Julianekesborre" op de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat.  Een stenen fontein met een Manneke Pis.  In 1619 werden alle fonteinen vernieuwd.  Men gaf de opdracht aan Hiëronymus Dusquesnoy één van de toenmalige beeldhouwers alle fonteinen te vernieuwen.  Hij heeft toen overal nieuwe beelden gemaakt, alleen dàt beeldje heeft hij behouden, tenminste hij hield het idee van een Manneke Pis en heeft het natuurlijk zijn vorm, zijn stijl gegeven.
Om nu terug te keren naar "Madammeke Pis", wel zij werd artificieel in leven geroepen.  Daarom zijn wij "De Vrienden van de orde van Manneke Pis" —waar ik ook al 5 jaar voorzitter van ben —er tegen, maar we doen er niets tegen.  We spreken er gewoon niet over, dat is de beste manier om iets in de doofpot te krijgen.  Het beeldje werd besteld door een handelaar, restaurateur in de Getrouwheidsgang.  Hij heeft gedacht te verbroederen met ons en van kostumekes te krijgen.
Tussen haakjes wij hebben er nu al 74 voor Mannneke Pis en zij heeft er nu 2.  Maar was die handelaar slim geweest dan had hij ons raad gevraagd, en wij hadden hem inlichtingen kunnen geven, we hadden hem geholpen.  Want er bestaat een equivalent van Manneke Pis in Brussel namelijk het "Spuwstertje".  Het bestaat nog wel in zijn wijk.  Namelijk, tussen de Bergstraat en de Kleine Beenhouwerstraat is een binnenkoer van een appartement.  Op die binnenkoer staat het "Spuwstertje".  Het is een magnifiek beeldje gemaakt door Yanchelevici, een Roemeen die hier aan de academie van Brussel studeerde en in België is gebleven.  Hij had zijn atelier in de Bergstraat.  Hij maakte dat beeldje in de jaren '45 en dacht toen aan Manneke Pis.  Het heeft daarom dezelfde grootte als Manneke Pis.  Verder bestaat er in Zelzate sinds min of meer tien jaar een "Mieke Stroel".  Het is ook een gehurkt zittend meisje, maar dat is een deftig beeldje.  Maar Madammeke Pis is voor mij pornografie.  Dat kan niet.  Het "Mieke Stroelcomité" hebben wij ontvangen.
Dat vinden we een goed beeldje, dat kan.

Zelf bent u voorzitter van de "Vrienden van Manneke Pis".  Wat doen ze ?
A. Demol :
We zijn er om de buiten-, en binnenlandse groepen en vreem­delingen te tonen wat het Brusselse onthaal is, de hartelijkheid, de folklore, de Brusselse zwans, de liederen enz.  We ontvangen zowel de grote der aarde als de gewone man.  Sinds drie jaar doet de "Orde der Vrienden van Manneke Pis" ook aan feestelijkheden.

Hebt u een speciaal tenue aan bij de feestelijkheden ?
A. Demol :
Mijnen accoutrement? Ik draag de cape en de hoed met de pluim van de Orde van de Ridders van St. Michiel, en de pijp van de oude man.  Die pijp kreeg ik van de vrijwilligers van Corea.  Ze gaven aan Manneke Pis het kostuum van "Papa San", dat is de wijze boer van Corea, en mij gaven ze de pijp van Papa San.  Dus nu loop ik altijd met die pijp rond.

Titels heeft Manneke Pis ook al bij de vleet ?
A. Demol :
En onlangs kreeg hij nog van Charles Piquet de titel van "Ere­burger".  We kregen toen een prachtige zitting op het stadhuis.  Ik sprak toen in naam van Manneke Pis.  Op 2 september wordt hij gevierd als "Burger van Europa".  In het Europees parlement hebben ze daarover enkele maanden geleden gediscuteerd en het werd aanvaard.

Nog andere festiviteiten in het zicht rond Manneke Pis ?
A. Demol :
Op 2 september krijgt Manneke Pis weer een nieuw kostuum aangeboden door de "Gezellen van de Witloof".  De tweede week van september zijn er verschillende braderijen rond de fontein "De Water­draagster" , gelegen aan het Oude Afspanningsplein.  De Waterdraagster wordt de verloofde van Manneke Pis.

Uw werk was uw hobby geworden, of niet ?
A. Demol :
Ik deed mijn werk graag en het is mijn hobby geworden.  Dus nu dat ik pensioengerechtigde ben, zet ik mijn hobby gewoon verder.  Het volksleven, de animatie in Brussel blijft me boeien.  Ik heb ook het geluk gehad een vrouw te hebben die wou meegaan.  Anderen zouden zeggen ;"Ga maar alleen, ik heb nog te strijken ofzo", maar zij ging mee.  Zij is voorzitster van de Miss Esmeralda verkiezing.

U hebt als Brusselaar de stad zien veranderen, zijn er gebouwen veranderingen die u betreurt ?
A. Demol :
Neen, omdat ik enthousiast ben en meteen het goede zie.
Neem nu het Vosseplein of het St. Goriksplein.  Beiden vind ik zeer goed gerestaureerd.  "Nu vinden sommigen dat door de restauratie het Vosseplein zijn karakter heeft verloren.  Ik vind het niet.  Sedert drie maanden ben ik daar ook erevoorzitter van.  Maar wat ik wel betreur is de Ancienne Belgique.  Niet het gebouw, maar de music-hall.  Anderzijds vind ik zeer goed wat er nu gebeurt in de A.B.  Het is nu naar een jonger publiek toe gericht en dat vind ik goed.  Maar de vroegere Ancienne Belgique was dé Music-hall bij uitstek.  Op zaterdagnamiddag was er repetitie en een drink voor de redacteurs en dat was voor mij hét moment.  Daar heb ik kennis gemaakt met tientallen grote vedetten.  Ik zag er de repetitie van Charles Trenet, die wel tienmaal van micro veranderde.  Ik zag er ver­schil­lende malen Edith Piaf, telkens met een andere compagnon.
Joséphine Baker die ik meenam in '57 om te kijken naar de opbouw van de expo '58, enz. enz.  Maar, natuurlijk zijn er buurten verdwenen zoals de Duivelshoek, een volksbuurt aan de Rapestraat waar er de jaarlijkse feesten waren van O.-L.Vr.-ten Rode.  En had men niet uitgekeken werd de hele buurt, van de Beenhouwerstraat tot aan de Grote Markt, platgelegd.  Nu bleef er nog een deel recht, maar het was min tien.  We hebben ook nog Toone kunnen redden uit de Marollewijk en hem een vaste plaats gevonden in de Been­houwer­straat.
Maar ik ben geen vieux nostalgique die zegt dat Brussel niet meer is wat het vroeger was.  Voor mij is en blijft Brussel Brussel, en heeft de stad nog zoveel mogelijkheden in zich.

Yolande Poulin
 

[an error occurred while processing this directive] [an error occurred while processing this directive]


Meest recente bijwerking: 13 October 2017

[an error occurred while processing this directive]