Algemene familiegeschiedenis

A.  Situering in de tijd

 

a. De tijd van onze oudst bekende voorouders.

Wij beginnen onze speurtocht naar het verleden van de familie Gys(s)els in de tweede helft van de 16e eeuw.  Om de situatie van ons gewest te begrijpen moeten we voor onze reis in het verleden enkele decennia verder teruggaan.

In 1517 scheidde Luther zich af van de katholieke kerk.  Keizer Karel die onze streken met groot gezag bestuurde, was een groot tegenstander van het protestantisme en vaardigde zijn zogenaamde "plakkaten" uit om de verspreiding van dat 'ketters' geloof tegen te gaan.

In 1555 deed Keizer Karel troonsafstand ten voordele van zijn zoon Philips II.  Deze maakte van Spanje de grootste politieke macht van Europa, was een echte Spanjaard en bestuurde onze gebieden vanuit Madrid.  Philips II wilde dat protestantisme uitroeien; onze streken bleven hoofdzakelijk katholiek, maar hadden in augustus en september 1566 de beeldenstorm moeten verwerken.  De ketters, zoals de toenmalige protestanten genoemd werden, waren tegen de heiligenverering en wilden alle heiligenbeelden uit onze kerken verwijderen, een soort fanatieke reactie op de al erge fanatieke aanvallen voordien van de katholieken tegen de protestanten.

Philips II benoemde zijn halfzuster Margaretha Van Parma hier tot landvoogdes; wrevel draaide uit op tumult en onder de harde Alva brak de opstand echt los.  Alva zorgde niet alleen voor repressie, hij voegde er nog uitpersing aan toe.  Zo werden onder meer de honderdste, de twintigste en de tiende penning ingevoerd: een soort van permanente belasting waarbij resp. 1/100, 1/20 of 1/10 van de opbrengsten aan de Spaanse heerser moesten worden betaald om zijn krijgsverrichtingen te kunnen doorvoeren.  Er was daardoor uiteraard hevig verzet tegen de Spanjaarden ook door het gewone volk !

In 1572 vielen de geuzen onze streken binnen en hadden het opnieuw gemunt tegen al wat katholiek was. In 1576, bij de pacificatie van Gent, werd zelfs een calvinistische republiek uitgeroepen. Wij stonden onder protestants bewind tot 1583, toen landvoogd Farnese onze streken kon heroveren, maar het duurde nog vele jaren vooraleer alles hersteld was.

Rond 1580-1590 werd in Vlaanderen een echt schrikbewind gevoerd en kwamen veel oorlogvoerende troepen langs, zodat het platteland nagenoeg verlaten was. In 1568 was de Tachtigjarige Oorlog begonnen, die in 1648 werd beŽindigd met de Vrede van Munster, waarbij grosso modo het huidige Nederland, en BelgiŽ - de zogenaamde Zuidelijke Nederlanden - van elkaar werden gescheiden.

Alhoewel het concilie van Trente het 50 jaar vroeger reeds had voorgesteld, werden door het Eeuwig Edict van 1611 de familienamen vastgelegd en werden de pastoors verplicht doop-, huwelijks- en sterfteregisters aan te leggen. Helaas niet alle pastoors waren zo volgzaam; anderzijds gingen op vele plaatsen een deel van die oude registers ook verloren. Deze betekenen nochtans een hoofdbron voor de opzoekingen naar onze voorouders.

 

b. Vanaf de achttiende eeuw.

Waren onze streken in de tweede helft van de zestiende eeuw het slachtoffer van de godsdienstoorlogen, in de zeventiende eeuw werden ze onder Spaans bewind geleidelijk aan weer opgebouwd, maar op het einde ervan kwam er opnieuw ellende door de grootheidswaanzin van de Franse heersers. Frankrijk, onder het bewind van Lodewijk XIV wilde immers onze gebieden weer inlijven na het kinderloos overlijden van de koning van Spanje, Karel II. Daarenboven kwam er nog hongersnood door de rampspoedig-strenge winters van 1704 en 1709.

Op het einde van de zogenaamde successieoorlog werden onze gebieden aan het bestuur van Oostenrijk toevertrouwd. Karel VI deed zijn uiterste best om onze streken weer nieuw leven in te blazen - vooral de vlasnijverheid kende een grote bloei - maar na zijn overlijden in 1740 dreigde het andermaal verkeerd te lopen. Zijn dochter keizerin Maria Theresia van Oostenrijk kon de gemoederen sussen door in 1748 haar zwager Karel van Lorreinen tot landvoogd te benoemen. Zij slaagde erin de landbouw sterk te bevorderen: het aantal bebouwde hectaren grond verhoogde aanzienlijk, maar ook het aantal bedrijven steeg fel. Het totaal aantal inwoners is in de achttiende eeuw in de meeste dorpen verdubbeld4. Gelukkig steeg ook de opbrengst door verbeterde technieken.

Maar schone liedjes duren niet lang... In 1780 stierven zowel Maria Theresia als haar zwager en de poppen gingen opnieuw aan het dansen. Keizer Jozef II regeerde met ijzeren hand en wilde heel wat misgroeide toestanden rechttrekken: zijn radicale hervormingen zoals het afschaffen van de oude bestuursinstellingen, het ontbinden van kloosters en seminaries en het verbieden van kermissen (hťt volksvermaak bij uitstek!) deed een vloed van misnoegdheid en protest ontstaan. Bovendien was de winter van 1788-1789 zeer streng en mislukte de oogst. Onze gebieden kwamen in een politiek zeer onstabiele toestand terecht.

De Zuidelijke Nederlanden werden in 1789 eerst enkele maanden onafhankelijk en daarna door de Oostenrijkers weer geannexeerd; de Fransen vielen ons land binnen in 1792 maar werden in 1793 na de slag bij Neerwinden opnieuw buitengegooid. Maar de Oostenrijkers werden weer verslagen bij Fleurus, waarna wij voor vele jaren bij Frankrijk werden ingelijfd.

Die Franse overheersing duurde tot 1814. Maar ze had vele gevolgen! Bij het begin van de bezetting werd onze bevolking gedwongen paarden en runderen te leveren, alsook graan en andere voedingswaren; de inkwartiering van ruiters en soldaten gebeurde op kosten van de bevolking. Daar waar de gemeenten de kosten op zich namen stegen de belastingen.

Einde 1794 werden kerken, kloosters en scholen gesloten, de ambachten en de gilden werden ontbonden en sommige kerken in de stad zelfs afgebroken. Priesters die geen eed van trouw aan het regime zweerden, werden verbannen en vermoord.

Onze gewesten werden in departementen verdeeld; de Franse taal werd ingevoerd in administratie en onderwijs; ook het gerecht werd hervormd tot een structuur die weinig verschilt van de hedendaagse.

In 1796 werd de burgerlijke stand boven de doopvont gehouden: de geboorten, huwelijken en overlijdens moesten nu op het gemeentehuis worden opgetekend. De gregoriaanse kalender werd afgeschaft en vervangen door de republikeinse. Zo werd 22.9.1792, de eerste dag van die nieuwe kalender, 1 vendťmiaire an I. De zondagen werden afgeschaft en er waren weken van 10 dagen met slechts 1 rustdag per week. Deze kalender raakte zo moeilijk ingeburgerd en vertoonde verschillende lacunes, zodat hij op 1.1.1806 ophield te bestaan.

De Franse periode was ook de start voor het tiendelig stelsel van maten en gewichten en de invoering van papieren assignaten in de plaats van munten als gangbaar betaalmiddel.

Anderzijds heeft het proletariaat onrechtstreeks veel te danken aan de Franse Revolutie. Doorheen een weg van miserie en ellende zal het zich verheffen, ook als gevolg van het ontstaan van de grootnijverheid. Over heel de provincie waren er rond het jaar 1820 bijna 200.000 thuisarbeiders betrokken bij het spinnen en weven van lijnwaad; in de loop van de negentiende eeuw ging die huisnijverheid echter volledig ten onder: zij was te eenzijdig gericht op de uitvoer naar Frankrijk.

In de zomer van 1803 deden Napoleon en zijn vrouw Josephine hun intrede in Gent. Het jaar daarop werd hij tot keizer van Frankrijk gekroond. Maar Napoleon had grootheidswaanzin en was ook tť krijgszuchtig opdat alles zou blijven duren. Na verschillende succesvolle en minder gunstige krijgsverrichtingen kreeg hij ook hier af te rekenen met hevige tegenstand. Na zijn nederlaag te Waterloo werden de Zuidelijke Nederlanden bij de Noordelijke gevoegd, onder het bestuur van Willem I.

 

c. En wat na Napoleon?

En een op het eerste zicht vrij natuurlijk samenpassend geheel was ook geen lang leven beschoren.  Vergeten we niet dat Vlaanderen en Nederland reeds 2 eeuwen volledig gescheiden waren, dat Vlaanderen grondig was verfranst en dat het Noorden vooral calvinistisch was en het Zuiden katholiek.  Anderzijds gaf koning Willem I een grote impuls aan het economisch leven in de Nederlanden: zo dateren de metaalbedrijven van Cockerill, de Generale Maatschappij en de glasblazerijen van Val-Saint-Lambert allemaal van zijn ambtsperiode.  Hij voerde een vruchtbare onderwijspolitiek en maakte van het Nederlands de voertaal, tot groot ongenoegen van de aristocratie en de ambtenaren.

Mede ten gevolge van de mechanisatie van de nijverheid waren er veel werklozen.  In 1830 was door een slechte oogst daarbij ook nog de broodprijs meer dan verdubbeld en was het sociaal klimaat nogal woelig.  Een kleine rel werd een opstand en na de onrustige septemberdagen van 1830 kwam er in BelgiŽ een voorlopig bewind.  Op 4 oktober 1830 werd BelgiŽ onafhankelijk verklaard en op 21 juli 1831 werd Leopold I als eerste koning der Belgen ingehuldigd.  Maar koning Willem I van Nederland erkende die onafhankelijkheid pas in 1839 !  Ondertussen had hij wel getracht met de wapens weer hereniging te bekomen.

Maar de eerste jaren van BelgiŽ's onafhankelijkheid waren ook niet zo rooskleurig !  Eerst en vooral was er de ellendige situatie van de Belgische arbeider.  Hij werkte twaalf en in de zomer tot vijftien uren per dag voor een hongerloon, dikwijls zelfs ook op zondag.  Hij kende geen kinderbijslag, geen ziekteverzekering, geen werklozensteun.  Het gevolg was dat de moeders verplicht waren eveneens naar de fabriek te gaan om enige povere centjes bij te verdienen en dat ook de kinderen zeer vroeg te werk gesteld werden.  Zo ontredderden de gezinnen en werd de opvoeding van de kinderen verwaarloosd.  En als dan bij gebrek aan hygiŽne en door ondervoeding in een periode van misoogsten en strenge winters tussen 1844 en 1847 ook nog besmettelijke ziekten uitbreken, dan verstaan we heel goed dat in sommige huisgezinnen zwarte armoede heerste.

In die eerste decennia waren er slechts twee politieke partijen, de katholieken en de liberalen; door de te geringe aandacht aan de kleine man ontstond in het laatste kwart van vorige eeuw het socialisme, die op de arbeidersmassa trachtte vat te krijgen: stakingen waren geboren !

Maar precies in de meest ellendige jaren lag Frankrijk steeds op de loer en wilde Napoleon III BelgiŽ annexeren.  Leopold I heeft ons uit het krijgsgewoel kunnen houden.  In de jaren zeventig van de 19de eeuw brak dan ook nog de schoolstrijd los tussen katholieken en liberalen: het godsdienstonderricht werd tijdens de schooluren verboden.  Na hevig verzet van de Kerk en vooral door het krachtige veldwerk van haar talrijke priesters kregen de liberalen bij de verkiezingen rake klappen, die zij nooit meer te boven zijn gekomen.  Op het einde van de negentiende eeuw werd onder druk van de opkomende socialisten de kieswetgeving herzien en verschillende keren aangepast; het enkelvoudig algemeen stemrecht werd pas na de eerste wereldoorlog ingevoerd.

Zo zijn we in de twintigste eeuw beland, waarvan de meesten toch wel in grote lijnen weten wat er allemaal gebeurd is, en hoe sterk alles is geŽvolueerd.  We laten het aan de inspiratie van de lezer over om over die periode even te mijmeren...


A. Situering in de tijd
B. Situering van het woongebied
C. Activiteiten van onze voorouders
D. Hoe woonden en aten onze voorouders?
E. Onze voorouders en de conscriptiewet
F. De familie Gys(s)els demografisch bekeken.

Naar de top van deze blz.

shopify visitor statistics
De Inleiding
De Inhoudstafel
Algemeen Overzicht
Tak A
Tak B
Doorzoek deze website

Meer stambomen

MijnPlatteland homepage

Contact     —     Copyright Notice