De familie NOE afkomstig uit het Meetjesland

This page in English
 

B V b     Jacobus Bernardus NoŽ

zoon van Judocus NoŽ (B IV b) en Maria Catharina Van Zele

į Boekhoute 15-4-1782
x Boekhoute 11-4-1815 Apolonia Pauwels
Ü Boekhoute 21-2-1834
 

Jacobus Bernardus NoŽ werd in Boekhoute op 15-4-1782 geboren als tiende kind in het gezin van Judocus NoŽ - Van Zele Maria Catharina en als 15de kind van Judocus die toen 53 jaar oud was.  Hij zou ook de enige zijn om die stam verder te zetten.

Vier generaties lang was deze stam schaapherder, maar Jacobus Bernardus had liever een stiel te leren: hij werd ijzersmid.

Het rommelde opnieuw in onze contreien toen Jacobus Bernardus NoŽ het besef van leven kreeg.  Keizer Jozef II was geen vriend van het volk, en Frankrijk lag voortdurend op de loer.  Nadat ons land vanaf 1792 nu eens bij Frankrijk dan weer bij Oostenrijk was ingelijfd, kwam het na de Slag bij Fleurus op 26-6-1794 in Franse handen.

Napoleon vaardigde heel wat nieuwe wetten uit, was ontzettend allergisch aan al wat kerkelijk en clericaal was maar zorgde in het algemeen toch voor een zekere welstand, helaas niet voor de lagere klassen van de bevolking.

De Franse maatregelen gericht op de verbetering van de materiŽle en kulturele situatie van ons volk - uitbreiding van het lager onderwijs, betere ziekenzorg, strijd tegen het pauperisme - hadden weinig effekt op de amorfe volksmassa die niet precies openstond voor vernieuwing en zich vasthield aan gebruiken en rites die generaties lang waren doorgegeven. (114)

De hoofdbronnen van inkomen waren de landbouw en de textielnijverheid.  De bevolkingsaangroei in de Franse tijd was iets hoger dan 6% en bijna een vierde van de bevolking woonde in de steden.  Met de sterke bevolkingsstijging was ook het aantal zeer kleine uitbatingen sterk toegenomen doordat een opsplitsing van die uitbatingen had plaatsgevonden.  Vooral rond Eeklo was hun oppervlakte zeer dikwijls minder dan 1 ha.  Maar de Vlaamse boer bewerkte zijn grond intens!  Het grootste deel van het landbouwareaal werd voorbehouden voor graanteelt, vooral tarwe in de polders en rogge in de andere streken.  Peulvruchten hadden veel terrein verloren ten voordele van de aardappelkweek.  Klaver en rapen vormden de grondslag van een evenwichtige en doelmatige stalvoeding.  Koolzaad was zeer belangrijk voor de oliewinning en als industriŽel gewas was het Vlaamse vlas ondertussen zeer bekend voor zijn uitmuntende kwaliteit en de soepele fijnheid van zijn vezel.  Een vierde van de grond was ook ingenomen door weiden.  In de eerste helft van de 18de eeuw werkten de keuterboeren uitsluitend op het land.  In de tweede helft hadden ze veelal ook een weefgetouw of spinnewiel.  In de Franse tijd verdween dit weven en spinnen, vooral in de steden, waar de mechanische katoenindustrie geÔntroduceerd werd door Lieven Bauwens.

De adel en geestelijkheid verloren veel macht tijdens de Franse bezetting maar de grote fortuinen bleven toch bij de adel en de grootgrondbezitters.  Ook de grote boeren op het platteland waren zeer vermogend, alhoewel zelfs 1/10 van hen op enkele jaren tijd naar de laagste vermogensklasse afzakte.

De middelgrote boeren die 2 ŗ 5 ha bewerkten konden zich door intense arbeid opwerken.  Landarbeiders en thuiswevers daarentegen, die over geen grond beschikten, hadden het veel moeilijker.  Het grote aanbod van arbeidskrachten verhinderde het optrekken van de lonen, zodat bij stijgende landbouwprijzen hun koopkracht hoe langer hoe meer inkromp.

In 1815 werden de Zuidelijke Nederlanden met het Noorden verbonden als een bufferstaat tussen de grootmachten, onder de leiding van Koning Willem I.  Die periode duurde slechts 15 jaar tot BelgiŽ in 1830 onafhankelijk werd.  Maar ook de eerste 20 jaar zelfstandigheid waren voor de gewone mensen verre van rooskleurig: mislukte oogsten en besmettelijke ziekten brachten de armoede ten top.

Op 11-4-1815 huwde Jacobus Bernardus in Boekhoute met het hoogzwangere "dienstmeysen" Apolonia Pauwels, die in Oosteeklo op 11-7-1790 geboren was als dochter van Pieter en Isabella Van Gelderen.

Dat Jacobus Bernardus en Apolonia "moesten" trouwen, was zeker geen uitzondering.  Gemiddeld 1/3 van alle eerste geboorten in die periode waren voor het huwelijk geconcipiŽerd.  In de periode 1870-1880 was slechts de helft van de meisjes maagd bij hun huwelijk.

Strengere normen door een machtige Kerk opgelegd, verminderden het aantal voorhuwelijksbetrekkingen, maar toch heerste er bij de arbeiders en dagloners meer sexuele vrijheid dan bij de middelklassen. (18)

Rond 1820 woonden ze op het Hendeken, maar bij zijn overlijden op 21-2-1834 woonde Jacobus Bernardus op de Landdijk.  Zijn vrouwtje was pas 5 weken bevallen van hun tiende kind.  Met 6 kinderen in leven had Apolonia alle moeite van de wereld om de eindjes aan elkaar te knopen: ze was haar broodwinner verloren.

Vrij vlug moest ze hulp vragen aan de gemeente.  Na een gemeenteraadsbesluit van 11 november 1835 kon elk hulpbehoevend gezin door bemiddeling van de gemeente een zekere hoeveelheid garen bekomen, dat met de gezinsleden thuis kon gesponnen worden.  Voor elke kilogram gesponnen garen kon men ongeveer 70 centiemen vergoeding krijgen.  In 1837 heeft de weduwe van Jacobus met haar dochter Sophie en de 4 jongste zonen 81,19 kg verwerkt en dus een vergoeding van 54,75 frank bekomen.  In totaal hebben 55 gezinnen met 245 gezinsleden van die maatregel, bedoeld om de bedelarij uit te roeien, gebruik gemaakt.

En dat was dan nog maar 1/4 van de gezinnen die in die periode "hun voornaemste middel van bestaen vonden in de voorbereiding van het vlasch, of het spinnen of weven van linnen, gaeren, lijnwaden bestemd tot den verkoop op de markten".  In 1840 werkten ze met twee spinnewielen.  Er waren toen in gans Boekhoute 310 spinnewielen en 62 weefgetouwen in gebruik. (55)

Nog verschillende jaren bleven ze hulpbehoevenden van 1ste klas (56), als gevolg van werkloosheid (57), maar het totale aantal ingeschreven noodlijdenden was in Boekhoute opgelopen van 154 in 1834 en 193 in 1843 tot 894 in 1848.  Dat is ruim 1/3 van de bevolking.

Apolonia was "spinneres" toen ze op 11-1-1856 in Boekhoute haar laatste adem uitblies.

Ze hadden 10 kinderen:

  1. Sophia NoŽ
    į Boekhoute 19-7-1815
    Zij beviel op 18-3-1847 om 21 uur in de Bijloke te Gent van een dochter Lucia, die op 1 mei daaropvolgend in de woning van haar moeder op het Heuvelplein overleed.
    Zij beviel op 18 juni 1851 te Gent van een zoon Isidorius, die 2 dagen later in het vondelingenhuis in de Sint-Jansdreef te Gent overleed.  Bijna drie weken later, op 9 februari, stierf ook Sophia.  Zij was dagloonster, woonde in de Kalkstraat te Gent en overleed in de Bijloke.
     
  2. Carolus NoŽ
    į Boekhoute 13-8-1817.
    Hij was 1,57 groot en werd vrijgesteld van legerdienst op 20.3.1836 als "onderstand zijner moeder-weduwe".  Hij huwde met Francisca Pauwels, maar bleef kinderloos.  Hij woonde vooraan op het Meuleken in Boekhoute en overleed er op 7-1-1880.  Hij was "landwerker".
     
  3. Joannes Baptiste NoŽ
    į Boekhoute 28-1-1820
    Ü Boekhoute 12-2-1820
     
  4. Petrus Bernardus NoŽ (B VI b)
    į Boekhoute 14-2-1821
    x 1845 Sophia Taets
    Ü ?
     
  5. Jacobus Bernardus NoŽ
    į Boekhoute 7-10-1823
    Ü Boekhoute 26-1-1824
     
  6. Ferdinand NoŽ (B VI c)
    į Boekhoute 13-1-1825
    x Boekhoute 14-5-1850 Seraphina Francisca Verdeghem
    Ü Boekhoute 12-2-1878
     
  7. Maria Theresia NoŽ
    į Boekhoute 30-1-1828
    Ü Boekhoute 14-2-1828
     
  8. Engelbert NoŽ
    į Boekhoute 25-2-1829
    Huwde in Boekhoute op 28/12/1855 met Maria Sophia Ducamon
    Engelbert en Maria Sophia konden hun handtekening niet plaatsen, vermoedelijk in 1855 of 1856, dochter van Franciscus en Maria Serie, geboren in Philippine op 24-4-1825.  Engelbert was "journalier" en zijn echtgenote werkvrouw.  Zij hadden slechts 1 dochter, Virginie, die op 30 januari 1857 in Boekhoute geboren werd.
    Moeder stierf reeds op 19-2-1862 in Boekhoute.  Engelbert ging daarna werken naar Vilvoorde, waar hij amper enkele weken later op 25-4-1862 eveneens overleed.
    De 5-jarige Virginie werd door het armbestuur van Boekhoute op 23-2-1862 geplaatst bij Francies De Dobbelaere in Boekhoute en vanaf 7 mei 1862 (58) in het hospice van St.Laureins, waar ze later ook naar school ging.
    Op 13-4-1888 werd ze in Sint-Laureins uit het bevolkingsregister geschrapt na haar vertrek naar Oostburg waar ze op 17/3/1904, 47 jaar oud en ongehuwd overleed.
     
  9. Joannes Bernardus NoŽ
    į Boekhoute 6-4-1830
    Huwde in Oostwinkel op 11-9-1861 met Coleta Versluys, dochter van Jan Baptiste en Seraphina Sierens; Coleta werd in Oostwinkel op 8-11-1835 geboren.  Zij werkten op het land bij de boeren en hadden geen kinderen.  Jan overleed in Boekhoute op 16-12-1894 en Coleta eveneens in Boekhoute op 7-1-1907.
     
  10. Jacobus NoŽ
    į Boekhoute 17-1-1834
    Ü Boekhoute 27-1-1834.
     

Over Judocus NoŽ (B IV b) en Maria Catharina Van Zele

Naar de top van deze blz
Onze NoŽ Welkom-blz
Overzicht
Inhoudstafel
Deze NOE webstek doorzoeken

Meer stambomen
Het Meetjesland

MijnPlatteland homepage

Meest recente bijwerking :  29-05-2018