Inleidend Hoofdstuk

GESCHIEDENIS MIJNER OVER-GROOT-OUDERS

M'n overgrootvader JOANNES BERNARDUS VAN HULSE was afkomstig van Bentille en huwde JOANNA MARIA BRUYNTJES uit Watervliet op 24 Mei 1813.

Het huwelijk werd gezegend met 13 kinderen waaronder twee tweelingen.  Doch alleen m'n grootvader Karel hield "aan het gras" terwijl Jantje en Franske en Leonard naar den hemel vlogen.  Toen het jongste kind amper drie jaar was stierf papa Van Hulse en liet 8 minderjarige kinders achter terwijl de oudste Maria Theresia pas 23 jaar was geworden.  Dat was een groot kruis voor de familie doch weduwe Bruyntjes liet de moed niet zakken.  Er werd een voogd aangesteld voor de kinders: Bernardus Benedictus D'halle die getrouwd was ge­weest met de zuster van Papa Van Hulse, Carolina Petronella, die het jaar voor haar broer was gestorven in 1836.  Die voogd, Bernardus was koster van Bentille en we moeten hem er dankbaar over zijn dat hij de jong­ste zoon van weduwe Van Hulse speciaal onder handen heeft genomen, hem het kosterschap heeft aan­ge­leerd en later over gemaakt.  Van toen af is het kostersambt in de familie gebleven.

Ik heb het document onder handen dat werd opgemaakt enkele dagen na de dood van Joannes Bernardus, een inventaris van al de roerende goederen van de familie: alles staat er in vermeld.  Van "de vuerplaet en staender en de blicken solferpriembak bevonden alvooren in de keuken van het huys" tot en met "de vijf melkkoejen en den zwarten ruyn en vossen ruyn, het veulen enz. in de schuer en stallen".  Het totaal van die goederen beliep de toen voortreffelijke som van 6416fr.64c.  Dat was wat men toen noemde "een deugdelyke inventaris en een waerdeering volgens ter regter waerde volgens den koers van den tyd."

Ook moest overgrootvader zijn hofstede huren aan den heer francies de Clercq, grondeygenaer te Brussel.  Bij de dood van overgrootvader toont dezelfde inventaris zelf een schuld van 746,63fr. "wegens verachterde hof­stede en landpacht, welke weduwe Vanhulse verschuldigd is aan den heer heer francies de Clercq.

Wellicht sleepte de ziekte van Vader Van Hulse maanden aan, zodat het werk niet meer vooruitging en de pacht niet kon betaald worden.  Zeker moeten die eerste maanden na Joannes Bernardus' dood, angstige maan­den zijn geweest voor de arme moeder met haar negen kleine kinders.  Doch stilaan kwam alles toch weer op zijn effen.  De twee oudste jongens, Pieter en Bernard gingen nu naar de twintig en zetten onder het waakzaam oog van hun voogd, het werk op de hofstede voort.

Beide bleven ongehuwd doch ijverden voor het welzijn van de parochie.  Petrus-Franciscus zou zelf 25 jaar gemeenteraadslid en 10 jaar lang schepen zijn van St. Jan.  Maria Theresia huwde drie jaar na haar vader's dood en de andere kinderen volgden haar in het uitbreiden der familie.

De moedige Joanna Maria, hun moeder leefde nog 27 jaar lang en na al hare zorgen en kruisen had ze toch nog dit grote geluk van rond haar sterfbed hare kinders te zien knielen en bidden en voor vele maanden na haar dood zouden meer dan 27 harer kleinkinders elken avond hunne onschuldige handjes vouwen en voor de zielerust van grootmoeder bidden.  En onder hen bevond zich de kleine Emil van De Wynckel toen twaalf jaar oud, die reeds door God was uitverkoren om eens priester en missionaris te worden en wiens kinderlijk gebed zeker als zoetriekende wierook opsteeg tot voor den troon van Hem wiens barmartigheid eindeloos is...

GEEF HAAR O HEER DE EEUWIGE RUSTE EN DAT HET EEUWIG LICHT HAAR VERLICHT

De originelen van deze bladzijde Deel 1 en Deel 2.

Stamtafels van
Het gezin Van Hulse - Bruyntjes
Pieter Bernardus Van De Wynckel & Maria-Theresia Van Hulse

Eerste Hoofdstuk :  Hoe de familie wordt gezegend met 'n priester-kloosterling en Missionaris !

Onze Van Hulse home page
Inhoudstafel
Zoek het op in onze Van Hulse webstek

MijnPlatteland homepage

Copyright Notice
Meest recente bijwerking :  13 October 2017.