Het Meetjesland in het noorden van Oost-Vlaanderen This page in English

Maldegem

Middelburg St.-Laureins St.-Jan-in-Eremo St.-Margriete Waterland-Oudeman Kaprijke Adegem Eeklo Waarschoot Oostwinkel Knesselare Ursel Ronsele Klik hier voor een grotere copij van deze kaart.
Klik in de linker bovenhoek van de afbeelding hieronder voor een grotere versie van de hele foto.
Maldegem en zijn geburen op een landkaart van 1973

Uit een landkaart van 1973

Oppervlakte: 10631 ha; inwoners: 21882.

Deelgemeenten: Maldegem (15398 inw.), Adegem (5884 inw.), Middelburg (600 inw.).

Naam: Madlingem (930) is een Germaanse plaatsnaam, die verwijst naar de woonplaats van de lieden van Maplo.  Mallengehem (1063), Maldengem (1122).

Maldegem, dat vanuit zijn middeleeuws verleden de eretitel 'Het Getrouwe' met zich draagt, is nu een aantrekkelijke residentiële gemeente met veel groen en open landschappen.  Gelegen op een knooppunt van uitvalswegen, is het een geschikt uitgangspunt voor de recreant om het West-Vlaamse kustgebied, Zeeuws-Vlaanderen of het hinterland te verkennen.

Plan van Maldegem
1. Sint-Barbarakerk
2. Gemeentehuis
3. Sint-Anna (politie)
4. Gemeentelijk park
5. Zwembad
6. Schepenhuis en Oud-Stadhuis
7. Het Kasteeltje
8. Mevr. Courtmansschool
9. Instituut Zusters Maricolen
10. VVV.
11. Stoommuseum
12. Borstbeeld J. O. Andries
13. Standbeeld Mevr. Courtmans
14. Kasteel Reesinghe
15. Sporthal
16. Sportstadium De Waele
17. Jeugdherberg
 

Historische schets

Dankzij de luchtfotografie werden tijdens de laatste jaren talrijke sporen van prehistorische bewoning vastgelegd.  Ringvormige structuren, duidend op grafheuvels uit de Bronstijd, werden vooral ontdekt in het zuidwesten van Maldegem, aan de rand van de Burkelse bossen en aan de Holleweg, nabij het Prinseveld en op Butswerve.

Maldegem gaat prat op een heus bouwwerk van de Romeinen.  Onderzoek door de archeologen van de Rijksuniversiteit Gent in de jaren 1984 tot 1992, bracht een Romeins kamp aan het licht op de wijk Vake, op de noordelijke rand van de zandrug Eeklo-Maldegem-Brugge.  Het was een vierkantig bouwwerk met een zijde van 157,5 m, opgericht in 171-173 na Chr., waarin 500 à 1000 manschappen onderdak vonden.  De onderzoekers lokaliseerden er barakken, paardenstallen en een twintigtal waterputten.  Het is de belangrijkste vondst in het Meetjesland uit die periode.

In de Karolingische tijd lagen rond het dorpscentrum enkele gemeenschappelijke akkers: de ons nu nog bekende Akker (791, Westeria Accra), de Briel of dorpsweide, de Oostakker of Warme-akker en de Zuidakker of Eelveldse akker.  Volgens sommige toponymisten kan de Bogaerde (1300, Boengaarde) verwijzen naar een gemeenschappelijke boomgaard.
De kern van Maldegem ontwikkelde zich aan de noord rand van het 'Maldegemvelt', een zeer uitgestrekt heidegebied.  Het dorp lag op de zandige hoogterug die ook gevolgd wordt door de Antwerpse heerweg.  Die heerweg liep vanuit Eeklo over Raverschoot en de Verbranden Bos, dwarste het (vroegere) vliegveld, en bereikte over de Oude Gentweg het centrum van Maldegem, om dan via de Kleine Bogaarde over Donk (Heirweg) de richting Male te kiezen.  De laatste landduinen, nabij de Ede aan de Speyestraat, werden in 1958 afgegraven voor de aanleg van de Aalterbaan.  De dichtste bewonings­concentratie ontstond op de kruising van de Antwerpse heerweg met de Aardenburgse Harinkweg, die vanuit Aardenburg over Maldegem richting Kortrijk liep, en waarvan nog een gedeelte met deze naam te vinden is in Kleit.  Langs de weg Gent-Eeklo-Brugge, die pas bestraat werd tegen het eind van de 18de eeuw, ontstond de bewoning veel later.

Hoeve Papinglo
Papinglo, eertijds ontginningshoeve in het Maldegemveld

Tijdens de Middeleeuwen werd er vanuit enkele abdijhoeven, met veel ups en downs, reuzenarbeid verricht voor de ontginning van het Maldegemveld: aan de oostzijde door de proosdij van Papinglo (1127), afhangend van de Gentse Sint-Baafsabdij, aan de zuidwestzijde vanuit Burkel (1230, Burchale), eerst door de abdij Ter Doest en vanaf 1624 door die van Ter Duinen, ten zuiden vanuit het Drongen­goed, door de abdij van Drongen.
In het noorden hadden de augustijnermonniken van Arrouaise in 1215 een abdij gesticht: Dulcis Vallis, Zoetendale, precies op het grenspunt van de ambachten Maldegem, Moerkerke en Aardenburg.  De abdij in het grensgebied van polder- en zandstreek was zowel actief met bedijkingen in de polder als met ontginning van de heide.  Het toponiem Eibey wijst erop dat hier ook heide en bossen lagen.
Over het vroegst vermelde toponiem Facum (800, kopie 941) rijst de vraag: is dit het Vake, waar de Romeinen zich vestigden, of het Goed te Vake in Moerhuize, in de 14de eeuw door het Vakeleed ver­:bon­:den met de moergronden van St.-Laureins ?  Moerhuize en Broekhuize, typische veen-toponiemen, waren ongetwijfeld bewoond door de dagloners-turfstekers, aan het werk in het 'moer van Aardenburg', dat zich over heel Sint-Laureins uitstrekte.
Andere middeleeuwse bewoningskernen zijn Warhem en het Hallingshof, in de 13de eeuw belangrijke lenen van de Burg van Brugge.

Maldegem was een zeer belangrijke heerlijkheid in het graafschap Vlaanderen, rijk door bezittingen en feodale rechten, maar ook door het aanzien van haar heren.  De heerlijkheid bezat niet minder dan 130 achterlenen.  Ze bezat de hogere rechtspraak, tot in de 16de eeuw werd recht gesproken op Reesinghe.  Veertien generaties 'van Maldeghem' volgden elkaar op vanaf ca. 1075.  Bekend zijn Salomon van Maldeghem, die zou hebben deelgenomen aan de kruistocht van 1096; Diederik, die de moordenaars van Karel de Goede hielp bestraffen; Franco die in 1232 een invloedrijke positie bekleedde als proost van Sint-Donaas.  De uitzonderlijke moed van Filip III aan de zijde van de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre in de strijd tegen de Fransen, bezorgde Maldegem de eretitel 'La Loyale': 'Het Getrouwe'.  Het alom bekende weekblad "t Getrouwe Maldeghem' van Victor De Lille zal later deze herinnering levendig houden.  Na de van Maldeghems kwam de heerlijkheid in handen van verschillende adellijke families.

Het Ambacht Maldegem omvatte Adegem, Maldegem en Sint-Laureins, het behoorde tot het Brugse Vrije, de grootste kasselrij in Vlaanderen.
Zoals de omringende gemeenten kreeg Maldegem in de loop der eeuwen zijn deel aan plunderingen, brandschattingen en verwoestingen.  Tijdens de geuzentijd, in 1577, werd het schip van de kerk verwoest en bleef twee eeuwen in puin liggen.

Een belangrijk feit in de Oostenrijkse Tijd was in 1785 het bestraten van de weg van Gent over Eeklo naar Brugge.  De rechte verbinding in 1808 met Breskens droeg bij tot goede nabuurschap met Nederland, belangrijk voor de drukke handel die op de Maldegemse markt gedreven werd in granen, boter en vee.

Tijdens de Franse Tijd, in 1794, werd Maldegem kantonhoofdplaats.  Het 'Fort van Strobrugge', gebouwd op de Lieve, was in 1831 het toneel van woelingen en verzet.  De Maldegemse Burgerwacht sloeg de 'Hollanders' terug; het zou nog duren tot 1839 vooraleer vrede in zicht kwam.

De hongerjaren 1846-47 sloegen fel toe: men trachtte de noden te lenigen door de oprichting van kantwerkscholen, waarin bijna vierhonderd meisjes en vrouwen een bijverdienste vonden.  De wevers waren zeer talrijk, maar van de 700 spinsters bleven er 650 werkloos.
Maldegem had van 1887 tot 1949 een tramverbinding met Breskens en vanaf 1862 een treinverbinding met Gent, later uitgebreid tot Brugge.  Brouwerijen, stokerijen, huidenvetterijen, maalderijen, bezem­binderijen, steenbakkerijen, klompenmakerijen waren eind 19de eeuw zeer talrijk.  De manden­makerij Van Oye (ook riet­meubelfabriek), zorgde voor verpakkingsmateriaal voor de koopwaar, want er werd levendig handel gedreven.  Omstreeks 1900 waren nog een vijftal molens in bedrijf, de laatste verdween in 1948, op de wijk het Molentje.
Ook in de 20ste eeuw was Maldegem gekend voor een aantal bloeiende familiebedrijven: sigaren Janssens, saucissen De Laere, Tytgadts Metatlunion, autobussen Van Hoorebeke, jeneverstokerij Van Hoorebeke, fietsenmakerij Ysebaert, voedingswaren De Meyere, Ford-tractoren, vIasbedrijven met o.m. 'De Vlaschaard', planten- en boomkwekerijen, rozenkweek en tal van drukkerijen-uitgeverijen maakten van Maldegem een nijverig centrum.
Het zich nog steeds uitbreidende industriepark komt tegemoet aan de nood aan plaatselijke werkgelegenheid.  Tijdens de laatste decennia kreeg elke deelgemeente haar sport- en/of ontmoetingscentrum.

Bezienswaardigheden

Markt en gemeentehuis
De maandagse markt, teruggaand op een privilegie uit 1350, vindt plaats voor het gemeentehuis en op de 'tweede markt', die ontstond door de overwelving van de Ede.  In 1867 moest de aloude herberg, Het Steen, tevens gevangenis, de plaats ruimen voor een marktplein.  Het was in de tuin van Het Steen dat de twee reusachtige linden stonden, die heel lang het dorpsbeeld van Maldegem bepaalden, en tot spijt van iedereen in 1962 voor de bijl gingen.  De zuidkant van de markt wordt afgesloten door het instituut vroeger 'pensionaat' - van de zusters Maricolen, opgericht in 1873-74.  Op de markt staat het gedenk­teken voor de gesneuvelden uit 1914-18 en de 'Koningsboom'.

Schepenhuis en Oud Stadhuis
Schepenhuis en Oud Stadhuis

Vanaf 1867 werden plannen gemaakt om een nieuw gemeentehuis te bouwen.  De voltooiing van het neogotische bouwwerk o.l.v. architect Henri Geirnaert, kwam er pas in 1909.  De firma De Meyere schonk in 1978 ter gelegenheid van haar 150-jarig jubileum een beiaard met 18 klokjes.  Op de hoek van de Edestraat met de Marktstraat staat het huis Wallyn, zo genoemd naar generaties notarissen die er verbleven (later opgevolgd door de notarissen Vermast).  Tegenwoordig is er het secretariaat van de burgemeester ondergebracht.  Ernaast staat een fraaie burgerswoning uit 1896, op een verantwoorde wijze aangepast aan de eisen van een moderne handelszaak.

Oud-Schepenhuis en Oud Stadhuis
Van de markt stappen we oostwaarts naar de kerk toe, voorbij de aloude Gouden Leeuw, en het huis De Drie Koningen (1533, Orie Cuenijnchen), met witstenen raamomlijsting, nu een bakkerszaak.  Rechts van de Deken Defonteynestraat, zo genoemd naar pastoor-deken Defonteyne, die van 1798 tot 1802 de Franse ballingschap verduurde, werpen we een blik op een mooi neogotisch gebouwtje, daterend van 1525: het vroegere schepenhuis van het Ambacht Maldegem.  Tot aan de afschaffing van het Ambacht in 1794 vergaderden hier de schepenen van Maldegem, St.-Laureins en Adegem.  Ooit was zijn sierlijk trapgeveltje bekroond met een klokje dat de markt inluidde en stond voor het gebouwtje de schandpaal.  Het kreeg zijn ranke gotische vormen bij de verbouwing in 1930.
Naast het schepenhuis staat de al even oude afspanning het Oud Stadhuis, met witstenen poort­om­lijsting.  Dit gebouw, vroeger eigendom van de gemeente, zorgt al sinds de 16de eeuw voor lafenis van mens en dier.  De drukke marktbedrijvigheid in de 19de eeuw met de handel in granen, boter, biggen en vee bracht welstand in Maldegem, die zich weerspiegelde in een aantal fraaie façades, waarvan vele in deze tijd plaats ruimden voor veeleer smakeloze gevels.
Sinds 1981 is de driehoek - volgens sommigen de oude Frankische driehoek, of dries - tussen Markt, Edestraat en Noordstraat beschermd dorpsgezicht.

Kruispunt en Schouwburgplein
Zetten we onze weg verder tot aan het kruispunt en het Schouwburgplein.  Het plein wordt zo genoemd naar de in 1938 door de familie De Lille opgetrokken Schouwburg, nu de Plaatselijke Openbare Bibliotheek.  Hun bekend weekblad, "t Getrouwe Maldeghem' bestond toen 50 jaar.  Op deze plaats van de kruising van de Aardenburgse Harinkweg met de weg van Gent naar Brugge en de oude Antwerpse heerweg, vinden we enkele imposante woningen: de witgeschilderde vroegere brouwerij Tytgadt, met fraai interieur (nu huis Verkindere), daartegenover het huis de Drie Koningen en vooraan in de Noordstraat een 16de-eeuwse woning (nu antiekzaak), die vooral aan de achterzijde erg authentiek aandoet.  Van 1860 tot 1949 lag hier de tramlijn die Maldegem met Breskens verbond.

Het Kasteeltje
Het Kasteeltje
 

Mevrouw Courtmans - Kanunnik Andries
Een honderdtal meter oostwaarts staat, met de rug tegen de 'Courtmansschool', het standbeeld van de schrijfster Johanna Desideria Courtmans-Berchmans (1810-1891), gebeeldhouwd door Frans Tinel.  Na het overlijden van haar man kwam zij in 1856 naar Maldegem, met het doel een pensionaat op te richten.  Haar liberale opvattingen brachten haar wel eens in conflict met de plaatselijke overheden, zowel burgerlijke als geestelijke.  De obser­vatie van het kleinsteedse Maldegem inspireerde haar tot het schrijven van vele romans en novellen.  Haar bekendste werk, 'Het Geschenk van de Jager', verwerkt de plaatselijke legende van de bezem­binders en de historie van het ziekenkarretje en werd in 1865 bekroond met de vijf­jaar­lijkse Staatsprijs voor Letterkunde.

Schuin daartegenover voor de residentie 'Andries', prijkt het borstbeeld van kanunnik Jozef Andries (1796-1886), lid van het eerste Nationaal Congres, promotor van de aanleg van het Leopoldskanaal (1846).  Dankzij zijn bemoeiingen werd in 1873 aan de overzijde het hospitaal Sint-Arnoldus gebouwd, nu Gemeentelijke Tekenacademie.

Het Kasteeltje De Lille in de Noordstraat
De Noordstraat was steeds een drukke uitvalsweg naar Nederland.  Tegenover de kerk zien we het stemmige 'Kasteeltje' van de familie De Lille.  Het gaat gedeeltelijk schuil achter een eeuwenoude Ginkgo biloba.  Het kasteeltje zou in 1525 gebouwd zijn door Jacob van Halewyn, heer van Maldegem.  Eind 19de eeuw woonde er burgemeester Jan De Smet.  Na zijn overlijden in 1904 was drukker-uitgever Victor De Lille er als de kippen bij om het Kasteeltje aan te kopen.  Hij verbouwde de sobere 'Brugse' gevel op een meer dan fantasierijke manier.  De Lille, Vlaams voorman, politicus, uitgever, werd zeer bekend met zijn weekblad, 't Getrouwe Maldeghem' (1888-1944) en zijn 'Duimpjesreeks' (1897-1926), een populaire uitgave waarin heel wat Vlaamse schrijvers, o.a. Stijn Streuvels (Lenteleven, 1889), hun debuut maakten.  Een bronzen plaket tegen de voorgevel herinnert aan het echtpaar De Lille-De Zutter.

Sint-Barbarakerk
Sint-Barbarakerk
 

Sint-Barbarakerk
Schuin tegenover het Kasteeltje bereikt men via een kerkpad de kerk.  De complexe kerkbouw­geschiedenis begint in de 13de eeuw.  De massieve toren dateert uit 1250-1300 en het laatgotische koor is 15de-eeuws.  Het kerkgebouw zou geëvolueerd zijn van een basilicaal model naar het type hallenkerk.
In 1579 verwoestten de geuzen het schip van de kerk.  Het zou twee eeuwen duren vooraleer het in classicistische stijl heropgebouwd werd (zie jaartal 1779 op deurlijst).  Al die tijd gebeurden de diensten onder de toren en in het transept.  In 1639 kreeg de toren zijn achtzijdige bovenbouw, waarbij stenen gebruikt werden van de afbraak van het hospitaal aan de Ede.  Hekpijlers herinneren aan het kerkhof, dat in 1870 ver­plaatst werd naar de Katsweg.  Onder de bewaarde zerken van verdienstelijke personen zien we die van Nicasius van Maldeghem (+ 1559) en van kunstschilder Romaan-Eugeen Van Maldeghem (1813 -1867).  Een paadje leidt langs de Sint-Antoniuskapelletjes tot aan de fraai gerestaureerde 18de-eeuwse dekenij.

Interieur
De Sint-Barbarakerk is een stemmige en goed onderhouden kerk.  Vanuit het heldere hallenschip betreed je de schemerige transept- en koorruimte.  Het hoogaltaar is van Jan van Hecke uit Brugge (1742).  In het hoogkoor zijn art deco beschilderingen uit 1927 te bewonderen en vooral het houtsnijwerk van De Preter uit Borgerhout (1859): een rijke lambrisering voorstellend de zeven blijdschappen en de zeven droefheden van Maria en een paar taferelen uit het leven van de H. Barbara, patrones van de kerk, die ook nog in beeld en glasraam aanwezig is.  Gedeelten van de classicistische communiebank uit de in 1878 gesloopte kerk van Eeklo staan verspreid in de kerk.
Het zijaltaar aan de noordzijde heeft een ongedateerd schilderij met als thema 'De schenking van de Rozenkrans'.  Boven het H. Barbara-altaar aan de zuidzijde de 'Verheerlijking van Sinte-Barbara', in 1860 aan de kerk geschonken door de Dentergemse schilder Romaan-Eugeen Van Maldeghem (1813-1867).  De zeer merkwaardige fundatiesteen van Jacob van Halewyn uit de 16de eeuw zit jammer genoeg achter de eiken lambrisering verborgen.
Het Sint-Anna-altaar in het zuidelijk transept, het vroegere hoofdaltaar, werd in 1653 gemaakt door Ryckaard Brouckman en is bekroond met een mooi beeld van Sint-Anna ten drieën.  Daartegenover staat aan de zuidkant het H. Kruisaltaar (vroeger Sint-Sebastiaansaltaar), eveneens uit de 17de eeuw.  Tal van glasramen werden door gegoede parochianen geschonken.  Het geklasseerde orgel (1865) is van Louis Benoit Hooghuys.

De Ede - kasteel Sint-Anna en Sint-Annapark
Een kerkpad brengt ons in de Edestraat, in de 16de eeuw 'Vuldersstraat' genoemd, omdat het water van de nabijgelegen Ede, die met een grote bocht tot hier reikte, geschikt was voor het wassen van de wol.  In dit straatje bevindt zich de voormalige leerlooierij Soenen, een beschermd monument, nu een notariswoning.
Vlakbij de Edebrug staat het Sint-Annakasteel.  Op deze plaats stond vanaf de 13de eeuw het hospitaal van Maldegem.  Het werd in 1273 gesticht door kanunnik Arnold van Maldeghem, de mede-eigenaar van het Hof van Warhem.  Hij schonk een groot aantal eigendommen aan het Sint-Janshospitaal in Brugge, op voorwaarde dat deze instelling in Maldegem voor een hospitaal zorgde, met plaats voor dertien arme zieken.  Reeds in de 15de eeuw was dit hospitaal sterk in verval, en werden zieken met een karretje naar Brugge gevoerd, wat hen vaak noodlottig werd.  Kanunnik Andries, pastoor in Middelburg van 1827 tot 1836, won in 1865 het proces tegen Sint-Jan, waardoor de burgerlijke godshuizen van Maldegem, Adegem en St.-Laureins een aanzienlijke schadeloosstelling kregen, en meteen de mogelijkheid hadden om een nieuw hospitaal te bouwen.
In de 18de eeuw kwamen de Pecsteens in het bezit van het goed Sint-Anna.  Het gebouw kreeg hoogstwaarschijnlijk zijn huidige uitzicht in 1866, toen de toenmalige bewoner Théodore Paterson-Dhont een ingrijpende verbouwing deed.  De aankoop door het gemeentebestuur in 1956 van het gehele domein van de erven van Frederik Dhont, is één van de beste investeringen die de gemeente ooit deed.

Reesinghe, Westeindestraat
Het 'hof van Reesinghe' bestond al in de 11de eeuw, ten tijde van Robrecht de Fries, die het in 1071 met muren omringde.  De atlas van Sanderus (1641) vertoont een omvangrijk gebouwencomplex.  Vanaf de 17de eeuw verbleven de heren meestal in Brugge.  Het was Camille Rotsart de Hertaing-Pecsteen die in 1858, naar de plannen van architect Carpentier, en ongeveer op de puinen van het 17de-eeuwse kasteel, het zogenaamde jachtpaviljoen in de toentertijd heersende gotische stijl liet optrekken.  De Warande rond het kasteel, een overblijfsel van het jachtgebied, is nog slechts enkele hectaren groot.  Aan het einde van de toegangsdreef, juist voor het brugje, kan men mijmeren bij d gehavende, maar levenskrachtige eeuwenoude linden, waarvan sprake in de ballade van het 'Heerken van Maldeghem'.

Hoeve De Roo
Hoeve De Roo

In de landelijke straten van Maldegem is nog menig mooie boerenwoning te vinden, zoals hoeve De Roo in de Warmestraat.  Deze hoeve bezit een zeer goed bewaarde bijbel- of historiënschouw met 120 tegels.

Bron: de uitstekende «Streekgids Meetjesland» gepubliceerd in 1998 door Natuur en Landschap Meetjesland vzw.

De top van deze blz
Meer foto's van Maldegem
Onze Meetjesland homepage
Tijdschrift «Ons Meetjesland»
Doorzoek onze Meetjesland webstek !
The Meetjesland (in English)

MijnPlatteland homepage

Meest recente bijwerking :  20/04/2016


Aalter
Adegem
Assenede
Balgerhoeke
Bassevelde
Bellem
Belzele
Bentille
Boekhoute
Donk
Doornzele
Eeklo
Ertvelde
Evergem
Hansbeke
Kaprijke
Kerkbrugge-Langerbrugge
Kleit
Kluizen
Knesselare
Landegem
Lembeke
Lotenhulle
Lovendegem
Maldegem
Merendree
Middelburg
Nevele
Oosteeklo
Oostwinkel
Overslag
Poeke
Poesele
Rieme
Ronsele
Sleidinge
St.-Jan-in-Eremo
St.-Kruis-Winkel
St.-Laureins
St.-Margriete
St.-Maria-Aalter
Ursel
Vinderhoute
Vosselare
Waarschoot
Wachtebeke
Waterland-Oudeman
Watervliet
Wippelgem
Zelzate
Zomergem