Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1969, 2de jaargang, nr. 2

Van een vroeger streekkunstenaar:
«FIENTJE GOETHALS»
 

H. Apollonia «Ons Meetjesland» is niet enkel bezorgd om het «heemschut», ook personen die door hun aangeboren talent sporen hebben nagelaten waarvan in het Meetjesland er nog verscheidene te zien zijn mogen niet in de vergeethoek geraken.  De huidige en komende generaties moeten weten, dat er naast de gewone man in de straat, streekgenoten geweest zijn die door hun gepresteerd werk, het bewijs hebben geleverd dat ze iets meer waren.  En, alhoewel hun ster nooit heeft gefonkeld aan de kunstenaarshemel, omdat bepaalde levensfactoren dit hebben belet, toch staan we in stille bewondering en waardering voor wat ze hebben nagelaten.  Zij hebben door hun stille werkzaamheid uiting gegeven van wat hun kunstenaarstalent waard was, en zo het hunne bijgedragen tot eigen streekkarakter en streekcultuur.  Zij zijn het voorwerp geweest tot de groei naar eigen streekliefde en grondiger streekkennis.

Zo een van die rasechte Meetjeslandse figuren, behorend tot de niet-bekende kunstenaars was Fientje Goethals: een geboren Adegemnaar.  Wij gebruiken het woord «Fientje», omdat Serafien maar klein van gestalte was, karig, doch raak in zijn taaluitdrukkingen, met een open karakter en een gouden hart.  In 1862 werd hij geboren op de wijk, Zandakkers, toponimisch een zeer juiste naam, want een paar boogscheuten ten zuiden verheft zich de Campelheuvel met zijn kleilagen.  Het was daar vroeger een enig mooi natuurhoekje.  Dat milieu heeft op zijn later leven veel invloed gehad.

Tijdens zijn jeugdjaren groeide hij daar op, tussen het vee en de velden, met een rijke observatiegeest voor de dingen rondom hem, genietend van het wisselen van de seizoenen, met die telkens andere panorama's.

Op een zomerse dag toen hij vooraan in de twintig jaren telde overkwam hem een ongeval waardoor hij ruim twee jaar vastgekluisterd zat op een stoel.  Naast boeken lezen, want dat deed hij graag, en hij kon er dan over vertellen, jeukten ook zijn handen om «iets» te doen.  Stilaan rijpte in hem de geest tot «figuren» uitsnijden met een gewoon pennemes, en tafereeltjes maken in reliëf van klei.  Dat waren eerst stuntelige modellen, doch er stak «een ziel» in.  Na maanden was er heel wat vordering gemaakt en toen hij stilaan weer te been kwam, voelde hij meer de drang om snij- en boetseerwerk te maken, dan om de ploeg te leiden.  Vanwege dorpsgenoten, vooral van de toenmalige pastoor, werd zijn werk aangemoedigd.  «Fientje zou verder moeten gaan om zijn stiel te leren» aldus de pastoor, en vader en moeder, dat waren nog de echte zandboertjes uit die tijd, beaamden het woord van de dorpsherder.  Zo belandde Fientje te Gent, waar hij lessen in de beeldhouwkunst en het houtsnijwerk volgde.  Het duurde niet lang om zijn aangeboren talent te ontdekken, en weldra werd hij te werk gesteld in het huis Pauwels, dat vermaard was in het maken van heiligenbeelden.  Ondertussen had hij reeds verscheidene beelden en beeldconstructies ontworpen, waarvan er nu nog zijn.  Een van de mooiste is te zien bij Leo Cockuyt, op de wijk Kruisken te Adegem.  Het is een tafereel van de Calvarieberg uit hout gesneden, origineel van opvatting met nog de sporen van minder technische vaardigheid en onervarendheid in vakkundige opleiding, doch mooi in zijn geheel gezien.  Op het atelier ontpopte de amateur zich tot de man met talent, en weldra werd hem de leiding toevertrouwd om de «kunst» in het beeld vast te leggen.

Zijn aanleg groeide uit tot een persoonlijkheid.  Hij leefde zich uit in zijn werk.  Er openden zich horizonten waar hij met hart en ziel in opging.  Na zijn dagtaak maakte hij schetsen en ontwerpen.  Zo werd hem de opdracht toevertrouwd het beeld van de H. Godelieve te ontwerpen.  Na de goedkeuring kreeg hij de opdracht het beeld te maken dat nu te Gistel te zien is.

Alhoewel hij te Gent verbleef, vergat hij zijn heimat niet, en op een goede dag toen hij naar Adegem kwam, en vooraleer naar de Zandakkers te gaan, waar zijn ouders nog woonden, eerst eens binnenliep in de nog bestaande dorpsherberg «Het Damberd» om een kapperken bied, waar jonge dochters de tapkast verzorgden verpandde hij zijn hart aan een der dochters van den huize: Julietje Boels.  Hij trouwde er mee en zij vestigden zich gedurende tien jaar te Gent, waar twee van zijn kinderen, Jozef en Achiel, geboren werden.  Julietje was modiste en Fientje trok elke dag blijgemoed naar het werkhuis Pauwels, dat wijd vermaard was in het maken van heiligenbeelden.

De drang om zijn eigen weg te gaan groeide met de dag.  Hij voelde zich man genoeg om op eigen benen een atelier op te richten en er volledig zijn eigen zin te doen.  Zo kwam hij in het begin van onze eeuw terug naar de gemeente en vestigde zich in de Kerkstraat alhier waar hij tussen de «zijnen» heeft geleefd zoals hij altijd had gedroomd.  Vol geestdrift werkte hij de opdrachten af en weldra had hij streekbekendheid om voor kerken en kloosters beelden te maken.  Met een authentiek bewaard schetsboek in de handen, konden wij op verkenning gaan, naar wat er in de streek van hem te vinden is.

Vooreerst te Adegem, het beeld van de H. Adrianus.  Dit beeld staat rechts in de kerk, op noordzijde van de muur, nabij het altaar van de H. Hubertus.  Er bestaat nog een beeld van dezelfde heilige in de dorpskerk van Adegem, aangezien hij de patroon is van Adegem, doch dit is niet van Fientje Goethals.  Bij het kritisch bekijken van beide beelden, met de voorstelling van dezelfde figuur, zal men het beeld gemaakt door Fientje als het meest kunstvolle beamen.

Een ander beeld in onze kerk is dit van O.L. Vrouw, vooraan links in de kerk.  Bij beide beelden ontdekt men goed de evolutie in zijn stijl en vorm.

Ook te Maldegem-Kleit is er heel wat te vinden van hem.  Vooreerst de ommegang van de H. Cornelis.  Hier bemerkt men zeer goed dat dit een van zijn tafereelwerk was waarin hij de geschiedenis van het leven van een heilige wilde uitbeelden, met de nodige fantasie er bij om de gelovigen in de goede «gebedsstemming» te brengen.  Trouwens wij moeten dat ook historisch bezien en de geest van die tijd voor ogen hebben om de kunstenaar in zijn scheppingswerk beter te begrijpen. Vooraan, rechts van de hoofdingang van de kerk van Kleit staat het beeld van de H. Appolonia, eveneens van de hand van Fientje Goethals.

Te Oostwinkel is uitbeelding van de ommegang ter ere van de H. Antonius met zijn varksken gemaakt door Fientje.  Hier zijn de figuren beter dan deze van Maldegem-Kleit.  Zij zijn ook van latere datum (1908).

Naast deze opgesomde beelden zouden er nog zijn te Lembeke, Sint Denijs Boekel, Balgerhoeke enz.

De beelden zijn van gips gemaakt en de beschildering was eveneens van de hand van Fientje.  In zijn vrije tijd, vooral 's avonds hield hij zich veel bezig met houtsnijwerk.  De kerkschaal met een miniatuurkerkje op, te Balgerhoeke, is avondwerk geweest.  En zo werkte hij hier in de streek, tot de oorlog 1914-1918 uitbrak, en alle activiteiten in zijn vak lamlegde.

Om zijn gezin in stand te houden moest naar renderend werk gezocht worden.  De fiets was toen aan het opkomen en de eerste jaren na de oorlog waren zeer pover voor de beeldhouwers.  Fientje begon fietsen te maken en ook hier slaagde hij.  Het zijn merk «Honora special» veroverde hij de buitengemeentelijke concurrentie en heden ten dage zijn nog specimen te vinden van de toen met de hand samengestelde fietsen.

Tijdens de tweede wereldoorlog, op 23-9-1942, werd zijn levensdraad doorgeknipt, na een rijk en welgevuld leven dat schoon was geweest.

Wij mogen dit kort artikeltje niet besluiten zonder onze oprechte dank te sturen aan zijn zoon, Alois Goethals, die nog in het ouderlijk huis woont, en van wie wij belangrijke nota's ontvingen, alsmede bepaalde details vernamen over het leven van zijn vader.

Pierre VAN CLEEMPUT.
 

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018