Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1969, 2de jaargang, nr. 3

JACOB LODEWIJK GODINAU

1811 - 1873
 

Jacques Louis GODINAU als zoon van Jacobus Joannes en Bernardina Francisca Colleman, op 1 januari 1811 te Eeklo geboren.  Zijn vader Jacobus Joannes een geboren Gentenaar van St-Baafsparochie, doch woonachtig te Eeklo, was aldaar deurwaarder bij de rechtbank van eerste aanleg.

Bij de geboorte van zijn zoon Jacques Louis was hij 36 jaar oud.  De moeder van de kunstenaar Bernardina Francisca Colleman was 35 jaar oud en afkomstig uit Watervliet.

De getuigen bij de geboorteaangifte waren Jean Baptiste Van Loo, 38 jaar oud, griffier op het vredegerecht en Nicolas Joseph Monteau onderwijzer, 55 jaar oud, beiden te Eeklo wonende(1).

De invloed van zijn beroemde stadsgenoot Jozef Geirnaert was het, die de jonge Jacob Godinau naar de kunst en vooral naar de Gentse Academie van Schone Kunsten dreef.  Jozef Geirnaert was aldaar zijn leermeester.  In 1822 reeds was hij als leerling ingeschreven in de klas der grondbeginselen.  En van dan af kunnen we hem van jaar tot jaar en van klas tot klas volgen.

Jacques Godinau

In 1832 doorliep hij de klas naar het levend model en bekwam er een vijfde plaats.  In 1834 wordt hij primus in de zelfde leergang.  In 1835 wordt er een wedstrijd voor schilderkunst uitgeschreven bij het «Salon» door de «Maatschappij der Schone Kunsten» alwaar hij de tweede plaats bekomt.

Hij verlaat vervolgens de Arteveldestad om zich naar Parijs te begeven waar hij leerling wordt bij Paul Delaroche(2).

Ondertussen heeft hij zich reeds aan het eksposeren gewaagd.  Zo onder meer te Gent bij zijn terugkomst uit Parijs in 1838 met «De thuiskomst van den jager» en «Het Poppenspel».  Het zijn echte huiselijke taferelen fijn geschilderd en in een prachtig koloriet.

In 1839 volgt dan voor een tentoonstelling te Keulen «Lodewijk XI en de koksjongen».  Dit werk vertoont reeds meer en meer neiging naar genrestukken met een historische achtergrond, onder invloed van zijn leermeester te Parijs Paul Delaroche.  In 1840 voor een tentoonstelling te Brugge krijgen we dan van zijn hand «De hertog van Winchester aan de voeten van zijn voorzaat».  Terug een historisch doek dus.

Doch hij blijft in dit genre niet volharden.  Voortaan schilderde hij niks anders meer dan eenvoudige genre-taferelen en potrtretten zoals: «De schoenmaker», «De Voorlezing» , «De jonge schilder-muzikant», «De waarzegster», «De vriendelijke ouderling», «Bange verwachting», «De zeepbellen».  Laatste werk is zelfs als plaat in de «Vlaamsche school» van 1862 aan blz. 65 gereproduceerd.  De titels dezer werken laten vermoeden dat zij volledig aan de geest uit die tijd beantwoorden.  Zij vertonen wel kwaliteiten van koloriet of groepering, doch waren toch spoedig aan veroudering blootgesteld.  Zijn portretten echter blijken een grotere kunsthistorische waarde te bezitten.  Zo denken we hier dan vooral aan «Het atelier van een schilder» (Museum te Kortrijk) uit 1841.  In 1853 schilderde hij de portretten van de voorzitter en ondervoorzitter der «Société des Choeurs» en van de hoogleraar-historicus Moke, in 1846 het portret van de voorzitter der hoofdgilde van Sint-Joris en zijn zelfportret dat heden in de schilderijverzameling der Gentse Academie wordt bewaard.

Sedert 1839 vinden we Jacob Lodewijk Godinau in de «Wegwijzer der stad Gent» vermeld aan blz. 361: «Konstschilder Godinau, Huyslijke Tafereelen, gewat 12».  In 1847 vinden we hem vermeld als «adjoint-professor teekenkunst 2de klasse teekening na het stelsel van Dupuis Jacq. Godinau, gewat 10».  Zijn atelier was gevestigd aan de «drapstraet 28».  Vanaf 1853 vinden we hem in de «Wegwijzer» vermeld als «Godinau Jacq. Huisselijke Tafereelen en Portretten, burgstraat 15, zijn atelier is «drapstraet 28».

Op 2 februari 1840 werd er te Gent een wintertentoonstelling ingericht door de «maatschappij der kunstvrienden» en door de «Koninklijke Maatschappij voor Schoone Kunsten en Letteren».  Onder de tentoonstellers vinden we ook de naam van «Godinau» (3).

In september 1850 vraagt hij aan de bestuurders der Gentse Academie, toelating en verlof om zich naar Rome te begeven, om zich aldaar in de schilderkunst te vervolmaken, doch jammer genoeg mag hij zijn afwezigheid niet verlengen zoals hij het zelf verlangde.  In 1867 wordt hij door zijn kollega's gevierd om zijn 25 jaar leraarschap.  De gezondheidstoestand van Jacob Godinau is er de laatste maanden niet op verbeterd, en hij moet gedwongen rust nemen.  Op 10 november 1870 vraagt hij dan ook zijn ontslag als leraar.  Hij mag de ere-titel van zijn ambt behouden.

Zijn rust is echter niet van lange duur.  Hij overlijdt op 7 april 1873 te Gent «ten acht uren 's morgens ten zijne woonst Burgstraat».  Hij was ongehuwd.  De overlijdensaangifte werd gedaan door: «Emilius Steyaert, oud een en twintig jaren, student, wonende Ledeberg en Petrus Boone, oud negen en vijftig jaren, dagloner wonende Palingstraat, kozijn en geen bloedverwant van den overledenen»(4).

BIBLIOGRAFIE Dict. des Peintres - p. 262.

WILFRIED STEEGHERS.
 

__________________________
(1) Geboorteregister 1809-1812. B.S. Eeklo.  Terug naar de tekst
(2) Paul DELAROCHE, Frans schilder (° Parijs 17 juli 1797 - † 4 november 1856).  Was een gevierd portretschilder (Henriette Sontag, Guizot, Gregorius XVI, Carle Vernet, Thiers e.a.).  In zijn tijd is deze historieschilder zeer overschat.  Heine in zijn «Salon van 1831» noemde hem de «koorleider van een historische school».  Terug naar de tekst
(3) O. DESTANBERG, Gent sedert 1831 - Voornaamste Gebeurtenissen Eerste reeks 1831-1840 - 1903.  GENT. blz. 253.  Terug naar de tekst
(4) Overlijdensakte nr 1037. B.S. Gent.  Terug naar de tekst
 

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018