Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1969, 2de jaargang, nr. 3

Nog de naam «Meetjesland»

In aansluiting op de vraag, hoe de naam Meetjesland zou zijn ontstaan, zijn er verschillende reactie's gekomen, zie «Ons Meetjesland» nr 3-1968 en nr 1-1969.

De heer Inspekteur Ryserhove trok mijn aandacht op de eerste vermelding van de naam Meetjesland in brieven genoteerd, hetgene eerst zou zijn gebeurd in 1767.  Deze brief bevindt zich in het Rijksarchief te Gent.
 

Fonds Waasland, nr 604, «Sortie du lin».

Dit nummer bevat een brief van 1767, geschreven door een inwoner van Waasmunster, om de toelating tot het uitvoeren van vlas te verzoeken.  Die uitvoer was een tijd lang verboden geweest en toen ontstond er werkloosheid in Waasland en Meetjesland.

De schrijver was zelf fabrikant en spreekt over zijn «manufacture van gehekelde vlassen» en over een andere «spinnerije van het soo genaempt Meetjesland, houdende van duysende arme hekelersen...» — arme spinsters dus, die met duizenden (? te Eeklo ?) zonder werk vielen of zouden vallen, indien de vrucht van hun handenarbeid niet mocht uitgevoerd worden.

Ook in het Fonds Oudburg steken er pakken zulke brieven, klachten en aanvragen, in betrekking tot dezelfde «Sortie du lin» (Rijksarchief te Gent, ongeveer dezelfde periode).

______________

Door de heer Lampaert L. werd mij, een weekblad in bruikleen gegeven «De Werkman» uitgegeven door Pieter Daens te Aalst in het jaar 1881 waarin het volgende staat vermeld:

'T MEETJESLAND,

beschreven door den wijdvermaarden en hooggeleerden Meester Lieven,
in zijnen almanak van 1862.

«Keizer Karel kwam eens naar SOMERGHEM, om in de Bauwerwane en in Ryvers te jagen: hij had hooren zeggen dat er daar veel wilde konijnen waren, zoo tam bijnaar als de menschen die daar ook, in konijnepijpen, hun verblijf hielden.  Goed ! zei keizer Karel, ik ga daar 'ne keer naar toe, meê mijn brakken.  Hij kwam van WAARSCHOOT af, (waar hij ook op de jacht geweest was,) langs Beke, en Meirelaere en Daelmen en de Kleyten, en hij trok, langs de Kloefkapperstrate, recht naar 't oud Schepenhuis, bij den ouden oom van de overoudoom van NAESKEN DE BRUYNE, die daar tons herberg hield.  Als nu keizer Karel wel gesmuld en gedronken had (en hij kende t'ambacht) dan liep hij, langs Necke en Hoetsel, naar den Gentweg en van daar naar de bosschen van de Bauwerwane en van Ryvers.  Hij had wel zijnen weg gemist, maar dat en trek ik mij niet aan, en 'k en moê niet ook.  Als Karel nu reeds 3 uren gejaagd had, en een tiental konijntjes geschoten, hij was gelijk gejaagd om te gaan rusten van zijne vermoeienis, en hij keerde langs de Kerkstrate weer naar het dorp, om bij den grootvaders grootvaders, grootvader te gaan slapen.  Ge moet weten: die was dan Balliu van SOMERGHEM en RONSELE, en den Balliu had keizer Karel overal vergezeld.  Maar 't is waar, 'k en zeg het niet al: ik moet hier nog iets bijvoegen.  Langs alle straten waar keizer Karel gegaan was, op alle wijken, in ieder huis, hoorde men het spinnewiel ronken, en hij zag met verwondering dat het meestal oude Meetjes waren, die daar zaten te spinnen, onder het zingen van 't gekende liedeken :

Draaie, draaie, wielken !
't Avond komt Michielken !
Komt Michielken 't avond niet,
't En komt van heel de weke niet.

Dat is nu recht liefhebberij, zei keizer Karel.  En hoe heet dat land hier, vroeg hij aan den Balliu ?  Genadigen heer, antwoordde den man, ik zou waarachtig nog moeten peizen: 'k ben van hier niet; mijn geboor­teplaats is Zeeverghem. — Zoo, zoo ! ge moet nog peizen, hernam de keizer.  Allo, allo ! 't is om te lachen.  'k Wil ik dit land 'ne naam geven: dat is hier 't MEETJESLAND.  En schrijft dat zoo voortaan, in al uw'akten en kontrakten.

Daar zie !  'k hoor u weeral iets vragen.  Gij zijt toch 'ne vraagsteert ! Gij wilt nu weten hoe ver het MEETJESLAND zich wel uitstrekt.  Hebde gij geen oude kaarten dan ?  Het MEETJESLAND is hetzelfde land als het oude BURGGRAAFSCHAP VAN GENT.  Wilt ge mij niet gelooven, ziet de kaarte na, die Jan Walsch, te Augsburg, in Duitschland, ten jare 1824 heeft uitgegeven.  Begeert gij nog meer te weten ?...  Dan zal ik u al de gemeenten noemen, die langs de grenzen van 't MEETJESLAND gestaan en gelegen zijn.  Luistert wel !  Knesselare, (Ursel niet), Oostwinkel (Eecloo niet), Waarschoot, Doorseeldries, Mendonck, Saffelaere, Seveneecken, Destelberghe, Heusden, Zwijnaerde, Zeeverghem, Eecke, Maria-Leerne, Bachte, Zeveren, Vynckt, Lootenhulle en Aelter. — Al de dorpen en vlekken die binnen die grenzen van 't MEETJESLAND liggen, en zijn er van zelfs niet buiten, 'k wil zeggen buiten 't MEETJESLAND.

En nu, tot slot een liedje nog
 
    Op 't Land der oude Meetjes !
Ik ben wel moê, zeer moê, maar toch,
    Dat vragen mij de Peetjes;
Ik hoor ze roepen t'allen kant:
Toe, fraai ! toe ! zing nu eens Constant
    Laat uwe stem maar klinken;
Verheft uw moeders vaderland:
    Wij zullen dan eens drinken.
                    ___

    Dat staat al lang geschreven:
Ja, 'k wil, maar wat ik zingen kan
Den dichter Struiveld, meester Jan,
En uwe twee De Neven,
En Ledeganck, en nog al meer,
Bezongen uwen lof weleer,
    Dus kom ik veel te late:
Wat kan ik zingen t'uwer eer,
    Dat gij niet hoort op strate ?
                    ___

Ik zing dan maar met iedereen;
    "Dat land is recht een Eden,
Maar ook, 't en is geen wonder, neen !
    Men stort daar veel gebeden.
God zegent deze lieve streek:
Daar vloeit den honing in de beek,
Daar hangt het geld aan d'auwen,
Daar vindt men noch moeras, noch kreek
Geen rots kan ons benauwen.
                    ___

De baan ligt effen, 't land is plat,
    Elk roemt die schoone velden;
En ieder dorp gelijkt een stad…,»
    Wat hoef ik meer te melden?
O Meetjesland, o Somerghem !
Ik zeg het hier met kracht en klem:
    Ik zal u nooit vergeten.
Maar peist dan ook al eens op hem
    Dien gij hebt kind geweten.
                    ___

Braaf Somerghem ! al wat ik schrijf
    Is tot uw eer en glorie.
Heeft mijn gedicht niet veel om 't lijf
    Het geldt toch in d'historie,
D'historie van het MEETJESLAND. —
Genoeg ! ik staak nu schuit van kant
    Ik moet nog verder varen.
kom Peet- en Meetjes geef mij d'hand
    En God will' u bewaren.

R.T.

Separator

F. Van Es heeft een heel mooi artikel geschreven over Pastoor Constant Duvillers, alias Meester Lieven.  Het werd gepubliceerd in 1949 door de Bond der Oostvlaamse Folkloristen van Gent.  Hier kan u dat artikel lezen.

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018