Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1969, 2de jaargang, nr. 4

colofon
 

SERAFIEN DE VLIEGHER
(1806-1848)

Geboren op 7 juni 1806 te Eeklo als zoon van Livinus (° 1776) en Marie Lucie Pieraerdt (° 1780).  Vader was timmerman van beroep en toen hij 41 jaar oud was en zijn vrouw 39 jaar, in het jaar 1818, woonde hij in het "Cocquytstraatje" volgens het bevolkingsregister uit dat jaar.  Volgens het bevolkingsregister van 1 januari 1830 woonde hij in het "Paterstraetje nr 281".

Serafien verbleef sedert het jaar 1822 te Gent waar hij kunstschilder was (1).

Het gebed van de ambachtsman
Seraphien De Vliegher
Het gebed van de ambachtsman
Museum voor Schone Kunsten Brussel

Tijdens mijn opzoekingen op het stadsarchief te Eeklo ontdekte ik bij het lezen van het stadsverslag uit 1865-1866 onder «letterkunde» de vermelding betreffende de schenking door een zekere heer K. Berte van een afdruk van een gedicht van Karel Lodewijk Ledeganck opgedragen aan Seraphin De Vliegher uit 1828 (2).  Dit werkje berust nu op het stadsarchief.  In volle «Romantiek» moet het werk van Serafien De Vliegher opzienbaarheid gewekt hebben.  Gans Eeklo was dan ook bij deze viering betrokken geweest, om haar stadsgenoot met luister te vieren.  Niemand minder dan de fijnbesnaarde dichter der «Drie Zustersteden» Karel Lodewijk Ledeganck zou de bekroonde kunstschilder toejubelen. Ik laat hier dan de tekst integraal volgen:

AAN DEN HEER SERAPHIN DE VLIEGHER
BIJ
ZIJNE INKOMST TE EECLOO
DEN 29 DECEMBER 1828
MET DEN
EERSTEN EEREPRIJS
IN DE SCHILDERKUNST (tableau de genre)

Door hem behaald te Groningen, bij den wedstrijd van 1828, nadat hij in vorige wedstrijden te Gent en te Brussel was bekroond geweest.

't Is schoon, 't is groot, ten strijd te gaan,
En zich op eigen kracht te wagen,
En vreemde hulpe te versmaan,
En dan de zege weg te dragen!
Maar dit, dit dorst gij reeds bestaan,
En keert ge alweér, met lauwerbladen
En roem en grootheid overladen,
Nog naauw in 's levens lentetijd,
Terug uit nieuwgewonnen strijd?

Reeds schonk u Gent eene eerekroon :
In Brussels vorstelijke zalen,
Werd u het eergoud reeds geboön ;
Daar mogt gij lof en roem gaan halen,
Uw grootschen zegepraal ten loon
Maar van waar weder die lauwrieren,
Die thans dp nieuw uw schedel sieren?
Waar wont gij die, in welk een oord?
In Gronings wal, aan Hunses boord!

Hoe ! 't is dan waar dat Nederland,
Niet, als voorheen, meer is gescheiden,
Dat zich een echte broederband
Gesloten heeft aan alle zijden,
Van Zuidergrens tot Noorderstrand ?
o Ja ! één volk woelt aan de zoomen
Van Yssel- en van Scheldestroomen ;
Eén volk, bij wien er eend ragt woont,
Dat kennis eert, verdiensten loont !

Getuig het, gij, die door den gloed
van uwe kunstige tafreelen,
Werkt op den geest en het gemoed;
Die, door de hulp van uw penseelen,
Een doffe verw schier spreken doet !
Getuig of uw verheven kunste,
Een g'rooten bijval, meerder gunste,
Te Brussel dan te Groning vond;
Sprak Zuid en Noord niet uit één mond ?

Ja, Neêrland is 't gelukkig rijk,
Waar 't licht der kunst in glans mag gloren:
Verheffen we ons! wij geven blijk
Dat wij tot Nederland behooren!
Schoon Gent thans met een' Paelinck prijk;
En Brugge een' Odevaer kan noemen
En andre steên niet minder roemen;
Wij ook zijn grootsch op onze faam,
Wij noemen Geirnaerts, Vlieghers naam!
Slechts vijf paar jaren zag men vliên
Sints de eerste zijne lauwerblaren
Aan zijne vaderstad kwam biên;
De tweede ging ook lauwren garen,
Dien wij thans driemaal winnaar zien !
Ja, Eecloo mag op glorie bogen;
Die glorie zal nog steeds verhoog en,
zoo lang zij haar' De Vliegher heeft,
zoo lang haa,r waarde Geirnaert leeft !

Gij, jonge kunstenaar, door natuur
Ten echten lieveling verkoren,
Nooit moet ge't onwaardeerbaar vuur,
Dat ze in uw boezem kweekte, smoren,
Dan blijft gij roemrijk op den duur!
't Was Rafel, die natuur steeds eerde,
't Was Rubbens, dien zij wond ren leerde,
't Was Rembrandt, die haa'r 'raad steeds vroeg;
Volg slechts hare inspraak, en - genoeg !
Snel, Vlieg her ! op uw loopbaan voort,
En toover met uw kunstpenseelen,
Door roem en eerzucht aangespoord;
Waar ge immer in den strijd mogt deelen,
Toon dat de zege aan u behoort !
En zoo gij ooit, in vreemde rijken,
Met versche lauwerblaän mogt p'rijken,
Zeg aan het volk, dat u bekroont,
Dat gij in Neêrland, te Eecloo, woont !
Eeclo, December 1828 LEDEGANCK(3).

Serafien De Vliegher zou niet alleen de oprichter zijn geweest van de Stedelijke Academie van teken- en schilderkunst te Eeklo, doch ook die te Aalst zou hij opgericht hebben.  In het jaar 1847 komen we aldaar zijn naam tegen als hij fungeert als professor in teken- en schilderkunst (4).

In 1830 schilderde hij het portret van dichter Karel Lodewijk Ledeganck (eigendom van We Alfred Bogaert, Brussel). Er zijn nog mooie tekeningen en schetsen bewaard gebleven bij de heer Frans De Vliegher te Eeklo, een nazaat dezer kunstenaarsfamilie.

Van zijn hand kennen we verder de volgende werken: "Portret van Vrombaut - Van Damme Ferd.»; "Eekloosche typen»; "Zelfportret»; "Conversatie»; "Portret van de dichter Karel Lodewijk Ledeganck»; "Portret van de vader van de dichter Joannes Ledeganck» ; "Portret van Romanus Van Wassenhove, burgemeester van Eeklo».  Er zijn tevens portretten door hem geschilderd bewaard te Eeklo, Gent en Ronse waaronder twee zelfportretten.  Te Aalst moet men de beste werken van de meester zoeken.  Toen hij te Parijs verbleef in 1836 schilderde hij aldaar de portretten van de graven de Perochet en Choiseuil.

Of onze kunstschilder gehuwd is geweest weten we niet.  Hij overleed te Aalst op 14 februari 1848 alwaar hij professor aan de Stedelijke Academie was.

Wilfried STEEGHERS.

BIBLIOGRAFIE
 
1. STEEGHERS W. De Familie De Vliegher «Appeltjes van het Meetjesland» Nr 17-1966 blz. 8-14.
2. Katalogus der Terugschouwende Tentoonstelling van Honderd jaar Kunstleven te Eekloo van 31 augustus tot 14 september 1930 - blz. 10.
3. Programma Ledeganckherdenking, Stad Eeklo 1847-1947, blz. 7 Portret door De Vlieger (Eeklo).
4. LAMPAERT L. De Geschiedenis van Eeklo.  Aflevering nr 171 «De Eecloonaar» Vrijdag 7 november 1969.
 
__________________________
(1 «De Vliegher, Geschiedenis, Portretten en Huyselijke tafereelen». S. Marguerite, 10 — Konstschilders f° 360 — Wegwijzer 1839.  Terug naar de tekst
(2 «Een ander geschenk der melding weerdig en onder de Handvesten nedergelegd, is datgene daeraen gedaen door den heer K. Berte van een afdruksel des gedichts uitgegeven door onzen beroemden inboorling K. Ledeganck, getiteld: Aan den heer Seraphin De Vliegher bij zijne inkomst te Eecloo den 29 december 1828 met den Eersten Eereprijs in de Schilderkunst (tableau de genre) door hem behaald te Groningen bij den wedstrijd van 1828, na dat hij in vorige wedstrijden te Gent en te Brussel was bekroond geweest.  Dit stuk heeft des te meer weerde, daer het twee eecloosche beroemdheden geldt; Ledeganck en De Vliegher.
Blz. 24, stadsverslag 1865-1866 — Stadsarchief Eeklo.  Terug naar de tekst
(3 "Eecloo, drukkerij van A.B. van Han en zoon».
Op de eerste bladzijde staat volgende tekst geschreven: "Geschonken aen het archief der stad Eecloo door den heer Karel Berte. Voorzitter van den Werkrechtersraad Eecloo. den 12 mei 1865.
R. Van Wassenhove».
Oud nummer losse stukken - Stadsarchief Eeklo.  Terug naar de tekst
(4 [1847] Aelst — Akademie van teeken- en Bouwkunst —
Professoren - Teekenkunst, Seraphin de Vliegher, kunstschilder
Schilderkunst, Seraphin de Vliegher.
Wegwijzer 1847 blz. 302. Ook in 1848: blz. 303.  Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018