Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1970, 3de jaargang, nr. 1

Een gebed van
de H. Karel de Grote...
 

Einde 1969 vond ik op straat, vlak nabij de nieuwe feestzaal, in de Kloosterstraat te Knesselare, een onooglijk bruinlederen omslagje, ongeveer 4 cm. op 6 cm. en voorzien van een rond slotje.  Iemand moest het daar verloren hebben.  Ik dacht eerst nog aan een soort primitief geldbeugeltje, zelfgemaakt door een kind.  Maar neen, het mapje bleek enkel een volbeschreven blad quartopapier te bevatten, in 36 delen geplooid - eerst gewoon in vier en daarna nogmaals in negen gevouwen.

Het vrij stevig blad wit papier zag er beduimeld en gebruikt uit.  De tekst was vrij verzorgd door een vrouwenhand neergeschreven en vulde gans de voorpagina en circa drievierde van de keerzijde.  Het gebruik van een gewone, blauwe stylo wijst erop dat die tekst pas gedurende de jongste vijftien jaar zal overgepend zijn.  Ik herinnerde mij toen in 1940 ongeveer dezelfde gebedsformule gelezen te hebben.  Een Knesselaars soldaat, nu nog in leven, droeg die toen in een dergelijk lederen zakje op zijn borst, wanneer hij gemobiliseerd werd; hij had die gekregen van zijn vader, thans eveneens nog in leven en 86 jaar oud, oudstrijder van de oorlog 1914-18.  Ik weet nog, hoeveel vertrouwen zij daarin stelden.

De thans gevonden tekst valt uiteen in twee gedeelten van nagenoeg dezelfde lengte: 1) uitleg nopens het ontstaan en de kracht van het gebed; 2) het gebed zelf.  Wij geven alles hier onverkort en onverbeterd weer; het origineel houden wij ter beschikking van de belangstellenden...

        «Gebed van den H. Karel De Groote.

«Dit gebed als men een oude overlevering moet geloven is gevonden geweest in het graf zelf van onzen Heer Jezus Christus en gezonden in het jaar 802 door den Paus Leo III aan Keizer Karel de Groote, wanneer hij met zijn leger vertrok om zijn vijanden te verslaan.»

«Het was op perkament met gouden letters opgeschreven en langen tijd werd het zorgvuldig bewaard in de Abdij van den H. Michaël van Frankrijk, waar het misschien nog te vinden is.»

«Eenieder die dit gebed leest, het hoort lezen of het op zich draagt, zal niet schielijk sterven, zal zich niet versmoren, noch zich verbranden, geen enkel vernijn zal hem vergiftigen, hij zal in de handen zijner vijanden niet vallen.»

«Wanneer een vrouw zich in barensnood bevind, dat zij dit gebed leze of dat zij het op zich draagt, zij zal zich snel verlost bevinden, en zal immers een lieve moeder wezen.  Zodra het kind geboren is, plaatst dit gebed op zijnen rechterkant, het zal van vele smarten bevrijd blijven. Diegenen die dat gebed op zich draagt zal niet aangetast worden door de vallende ziekte.  Als gij in de straat een persoon ziet vallen, aangetast van die plaag, plaats dit gebed op zijne rechterkant en hij zal verheugd opstaan.  Dees gebed in huis geplaatst, zal het bevrijden van bliksem.  Diegene die dit gebed zal lezen of elke dag zal doen lezen, zal door een teken vermaand worden 3 dagen voor zijn dood; diegene die dit gebed voor hem of voor andere schrijft, zal Ik hem zegenen, zegt de Heer; degene die het bespot of misprijst zal gestraft worden».

        (Gebed :)

«Almachtige God, die de dood onderstaan hebt op het standhout (schandhout?) van het kruis, tot uitboeting mijner zonden, heb medelijden met mij.  O Heilig Kruis van Jezus Christus, zijt immer met mij.  O Heilig Kruis van Jezus Christus, zegt 'Verstoot ver van mij alle lichaamelijke ongelukken.'»

«O Heilig Kruis van Jezus Christus, verspreid in mij alle goed.  O Heilig Kruis van Jezus Christus, verwijderd in mij alle slecht, opdat ik mijne ziel kan verlossen.  O Heilig Kruis van Jezus Christus verwijderd alle benauwdheid der dood en verleend mij het eeuwig leven.  O Heilig Kruis van Jezus Christus, doet dat de boze geesten zo zichtbare als onzichtbare voor mij vluchten, van heden en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.»

«Zo waar dat Jezus geboren is den dag van Kerstdag.  Zowaar dat Jezus de geschenken der drie Wijzen ontvangen heeft.  Zowaar dat Jezus gekruisigt is geweest op goede Vrijdag.  Zowaar dat Jozef en Nicodemus Jezus van het kruis af gedaan en in het graf hebben gelegd. Zowaar dat Jezus verrezen en ten hemel is opgeklommen, daar het insgelijks zowaar is dat Jezus bewaard en zal bewaren van alle kwellingen des vijands, zo zichtbare en onzichtbare, van heden en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.»

«De Almachtige God, onder de bescherming van Jezus, Maria en Joachim, zij met U.  Amen.»

«Jezus, Maria, Jozef, ik beveel mij in uwe handen.  Amen.  O Heer, door de bitterheid die Gij voor mij op het kruis geleden hebt, bijzonder wanneer uwe ziel van uw lichaam gescheiden is, hebt medelijden met mijne ziel wanneer zij van deze wereld zal gescheiden worden. Amen».

— Waaruit weer eens blijkt dat, ook in 1970 en niettegenstaande de vroomste bedoelingen, het bijgeloof nog steeds taai blijft voortwoekeren.

A.R.

Separator

Vergelijk dit gebed met het oudere «Gebed van den Engel aan keyser Carel» uit het dagboek van Ferdinand Van Damme (1802-1845).

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018