Uit tijdschrift "Ons Meetjesland",
1970, 3de jaargang, nr. 2

Zo ontstond
«HET HOSPICE» te Adegem

Tot voor 1863 werden de behoeftige zieken van de gemeente verpleegd in het hospitaal St. Jan te Brugge.  De kosten hieraan verbonden waren ten laste van de Burgerlijke Godshuizen van de stad Brugge.  Deze toestand bestond zo sinds vele jaren, ingevolge een recht, dat echter niemand kon staven met bewijzen.  Alleenlijk wist men dat de behoeftige zieken van de gemeenten Maldegem, Adegem en Sint-Laureins nog verzorgd geweest waren in een hospitaal te Maldegem, dat sinds vele jaren verdwenen was.

Deze toestand, met al de noodlottige gevolgen vandien, (denken we maar even aan de toenmalige vervoermiddelen), trok de aandacht van Kanunnik Andries.  Deze bezorgde geestelijke was in het bezit gekomen van een copy van een testament, gedagtekend op de donderdag na Sint-Vincentiusdag van het jaar 1295, waarbij Kanunnik Arnulphus van Maldeghem, overleden op 2 februari 1296, de voltrekking bevool van de bouw van een hospitaal te Maldegem, voor de behoeftige zieken van de gemeente Maldegem en deze uit de omtrek.  Dit waren de gemeenten Adegem en Sint-Laureins.  Elk van de besturen van weldadigheid dezer gemeenten had hij rijkelijk begiftigd met «vaste goederen», waarvan de opbrengst moest dienen om de zieken te verzorgen.  Het bestuur van het in opbouw zijnde hospitaal te Maldegem had hij toevertrouwd aan de Broeders van Sint Jan te Brugge.  Kanunnik Andries, bezorgd om de armen van de streek, maakte zijn vondst bekend aan de besturen van Weldadigheid en spoorde hen aan hun rechten op te eisen.

Hierop ingaande gingen de drie gemeenten Maldegem, Adegem en Sint-Laureins een geding aan tegen de Burgerlijke Godshuizen te Brugge, want zij waren de opvolgers van de Broeders van Sint Jan, voor wat betreft de hospitalisering van zieken.

Als eiser in het geding traden op voor de gemeente Adegem: Desiré De Weert, Burgemeester, G. Herrebaut en P.F. Willems, Schepenen.  Vanwege het bureel van weldadigheid van de gemeente Adegem: P. De Reu, F. Van Brabant, C. Hesters, C. Van den Bossche en P. Van Leeuwe.

De verweerders in dit proces waren: de Burgemeester van de stad Brugge, J. Boyaval, alsmede Ch. de Penaranda, Bern. Coppieters, Louis De Ridder, Eug. Vermeire en L. Van Nieuwenhuyse (leden van de commissie te Brugge). Het geding, waartegen geen beroep werd aangetekend omvatte volgende uitspraak: «De Burgerlijke Godshuizen te Brugge verplichten zich aan de drie gemeenten: Maldegem, Adegem en Sint-Laureins de globale som te betalen van vierhonderd vijftien duizend frank. Dit vonnis dateert van 18 mei 1857.  Bij evenredige verdeling onder de drie voormelde gemeenten werd een akkoord afgesloten, waarbij de gemeente Maldegem 270.000 fr. werd toegekend; de gemeente Sint-Laureins ontving 68.000 fr. en de gemeente Adegem mocht zich verheugen in de som van 77.000 fr.

Omgezet in onze tegenwoordige munt betekent dat geen peulschilletje meer...  Deze transactie werd goedgekeurd door het bureel van weldadigheid te Adegem in zitting van 21 juli 1863, door de gemeenteraad eveneens in zitting van 13 mei en 4 augustus 1863, en bij koninklijk besluit van 25 september 1863, verschenen in het Staatsblad van 30 september van hetzelfde jaar.

Om de Eerw. Kanunnik Andries te danken voor deze belangloze doch hoogst menslievende dienst, werd hij door de drie gemeenten Adegem, Maldegem en Sint-Laureins plechtig ontvangen te Maldegem en aldaar gehuldigd.  Deze feestelijkheid besloot met een banket waarop al de prominenten uit de omtrek uitgenodigd waren. Het aandeel in de kosten voor deze plechtigheid bedroeg voor de gemeente Adegem 192,50 fr.

Vanaf dat jaar, wij zijn in 1863, werden de behoeftige zieken niet meer toevertrouwd aan de Burgerlijke Godshuizen te Brugge. De kosteloosheid voor verzorging te Brugge was immers opgeheven na het proces, de vervoermogelijkheid was moeilijk, want we lezen dat er soms zieken onderweg stierven, enz.  Daarom werd er onderhandeld met de gemeente Sint-Laureins, en zo werden de Adegemse arme zieken verzorgd in het gesticht Sint-Joseph, gevestigd te Sint-Laureins. De onkosten bedroegen voor de verpleging, mondkost inbegrepen, 75 centiemen per dag.  De inwoning was kosteloos.  De eventuele doodschulden (kist en begraving) bedroeg 10 fr, doch de klederen die de zieken achterlieten bleven eigendom van het gesticht.  De 77.000 fr. die het bureel van weldadigheid had ontvangen werd geplaatst in «Belgische fondsen» tegen 4,72% en bracht 3465 fr op per jaar, ruim genoeg om de onkosten te dekken voor de verpleging van de behoeftige zieken te Sint-Laureins.  In 1864 werd vanwege de toenmalige pastoor van de parochie Adegem, Z.E.H. Christiaens, die als voorzitter van het bureel fungeerde, aangedrongen op het oprichten van een eigen hospice of «Godshuis».

Hij koopt op 5 maart 1867, bij een toewijs door het ambt van Notaris Wallijn te Maldegem, 3 oude huisjes van de familie Van de Velde-Dupont, met een totale oppervlakte van 64 are 50 ca.  Deze grond staat beschreven als volgt: «gelegen tussen het gemeentehuis en de kerk, met een tamelijk grote diepte vanaf het dorp».  De koopsom bedroeg 11.500 fr, de notariskosten met de registratiekosten daarbij beliepen 749,52 fr.

In 1870 worden er dan ruilingen gedaan met de gemeente, waarbij 15 are grond aan de gemeente komt, waar de meisjesschool werd opgericht, en door de gemeente 54 are 50 ca zaailand wordt ingelijfd bij de reeds aangekochte grond door pastoor Christiaens, zodat er voor de uitbating van een hospice, waarbij ook een boerderij moest komen, nu een betrekkelijk goed geheel werd gevormd.

Later zijn er nog verkopen geweest, o.a. aan de Familie De Lobel, waar zij nu nog wonen (Roza De Lobel).  Ook de familie Tuypens woont op oorspronkelijke grond die in dat complex van de aankoop door pastoor Christiaens werd gedaan.  De nodige voetstappen werden gedaan bij de hogere instanties om een plaatselijk Godshuis te kunnen bouwen.  De aanbestedingsprijs bedroeg 53.400 fr.  De plaatselijke commissie droeg bij voor 28.400 fr, het overige bestond in een toelage vanwege Staat en Provincie, elk voor 6500 fr, en de gemeente Adegem stemde 12.000 fr toelage.  Als opzichter voor de werken werd de Adegemnaar Petrus De Bruyckere benoemd, mits een «beloning» van 1 fr per dag volle aanwezigheid.

In 1874 zijn de werken voltooid en om het Gods-, Wezen- en ziekenhuis, zo werd het genoemd, van huispersoneel te voorzien, onderhandelde de commissie met de abt de Veirman, Directeur van de Zusters van Maria en Jozef te Geraardsbergen.  Er wordt beroep gedaan op vier zusters, die naar Adegem komen op 7 september 1874. Zij ontvangen als jaarwedde: de zuster-overste 400 fr, elke andere zuster 365 fr—dus een frank per dag—  Zij verkrijgen vanwege de commissie nog een gunst, nl. dat zij op kosten van het bestuur elk jaar éénmaal naar Geraardsbergen mogen gaan, voor een «geestelijke retraite».  Of dat nu nog zo is, weet ik niet bepaald.  Om de nodige fondsen te verzamelen voor de aankoop van meubilair, alsmede voor de investering van de boerderij, wordt een aanvraag gericht tot zijn Majesteit de Koning om een «loterij» in te richten, in twee provincies van het rijk (Oost- en West-Vlaanderen).  De commissie beroept zich op art. 7 van de wet van 31 october 1851.  Deze actie heeft de nettosom van 1003 fr opgebracht.

Godshuis te Adegem
Het «Godshuis» te Adegem in 1925.
Prentkaart uit de verzameling van P. Van Cleemput.

De behoeftige kostgangers duiken van alle kanten op.  Niet alleen Adegemse zieken worden ter verpleging opgenomen, ook sukkelaars die niet meer weten van welk hout pijlen maken, vragen om inwoon in het hospice.  Ze worden er in de mate van het mogelijke ingelijfd in de dagelijkse karweien op de boerderij, onder de leiding van «de boer uit 't hospice».  Dat er al eens bekvechterij mee gemoeid was, spreekt vanzelf, want het waren niet altijd gemakkelijke mannekens.  Namen als Tieste Baert, Lange Sies, Pierke Nathierens leven nog in het geheugen.  Wanneer het er al te bar aan toeging, werd hen de schrik op het lijf gejaagd door «het ijzeren kot».  Dat was een kamer binnenhuis, waar men bij grove overtredingen tegenover het reglement tot kalmte kon komen.

In 1877 wordt een verdrag aangegaan met Serafien De Laere, barbier, voor het scheren van oude en gebrekkelijke manspersonen, tegen de prijs van 40 fr per jaar.  In 1882 wordt dat 50 fr per jaar en in 1885 neemt August Buysse dit werk over, eveneens voor een jaarwedde van 50 fr.

Ondertussen wordt de eerste secretaris van de commissie, Francis Stoens, vervangen door Louis De Weert, gemeente-geheimschrijver, mits een jaarwedde van 180 fr. Er zijn regelmatig dotaties geweest door mensen die hier hun oude dag kwamen slijten of ter verpleging werden opgenomen.

In veel van die gevallen werd op voorhand het bezit van die mensen ter beschikking van de commissie gesteld.  Zo vinden wij regelmatig dat er «ten titel van gift ter warme hand» schenkingen werden gedaan.  Om deze giften te kunnen aanvaarden moest er koninklijke machtiging zijn.  Bij die eerste schenkers vinden wij de naam van Bernard Van Overtvelde (500 fr).  Hij kwam uit Eeklo.  Verder ook nog: Jan Baptist Van de Keere (1600 fr) en Leonardus Hessens (1800 fr).  Telkens staat erbij vermeld dat zij, in ruil voor deze gift, hun leven lang in het hospice mochten blijven, «zoo ziek als gezond zijnde... ».

Dank zij deze dotaties en de uitgeplaatste gelden beschikte de commissie over een jaarlijks batig saldo.  Het gemeentebestuur gaat zelfs een lening aan bij de commissie, om de openbare werken, waaronder het kasseien van het Dorp, te kunnen betalen.

Vanaf de oprichting van het hospice fungeerde Eerw. Heer Christiaens, pastoor, alhier als voorzitter.  Op 20 september 1884 wordt hij opgevolgd door pastoor Muyshondt, die maar tot 1888 voorzitter is geweest.  In zitting van 6 januari 1888 volgt pastoor Verhaegen hem op.

De naam «Bureel van Weldadigheid» evolueerde tot commissie van Openbare Onderstand. Een kleine twintig jaar geleden werd een hele verbouwing gedaan aan het «hospice», de klassieke naam «Godshuis» werd geschrapt en vervangen door de huidige benaming «Rustoord».

Pierre Van Cleemput.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018