Uit tijdschrift "Ons Meetjesland",
1970, 3de jaargang, nr. 2

Oud Bellem 2

8. De stenen molen Goethals, nabij de brug van Bellem, onder de oorlog 1914-18.
Foto uit Kult. Jaarboek Oostvl., Wind- en Watermolens, 1961.

 Jacob-Lieven van Caneghem, reeds geciteerd in het eerste deel van onze bijdrage, was Gentenaar en eenvoudig wever van afkomst.  Dank aan het invoeren van de mechanische spinnerij, door Lieven Bauwens, werd hij zeer rijk.  Toen hij in 1808 het domein van Bellem kocht, besloeg dit goed een oppervlakte van 145 ha, waarvan ook een gedeelte op Aalter gelegen en verdeeld als volgt:
Kasteel en park van Bellem: 13 ha; bossen: 34 ha; veld en vijver: 76 ha; hofstede en landerijen: 18 ha; wegen: 4 ha.

«De heer van Caneghem herbouwde het kasteel van Bellem en liet al de heiden ontginnen en bebossen.  Hij deed de Kranepoel verdiepen en afdammen, zodat dit de enige vijver is van het Bulskampveld, die tot op de dag van heden bewaard bleef.  Hij verdubbelde nagenoeg de oppervlakte van het domein van Bellem, doch, getrouw aan zijn gewoonte, liet hij ook nagenoeg alles bebossen.  In 1821 kocht hij, van de erven van kanunnik van Hoenacker, het domein van Wildenburg op Wingene, alwaar hij dezelfde ontginningsprocédés als te Bellem toepaste.  Hij overleed te Gent in 1847, 83 jaar oud.  Op zijn grafmonument te Bellem leest men: «Door het werk dat hij gedurig aen ontelbare arbeyders vijftig jaeren lang wist te geven, om de omliggende heiden en boschgronden vruchtbaer te maken, mag hij de verlichte weldoener dezer landstreek genaemd worden.  Intelligens super egenum et pauperem.  Pertransiit benefaciendo».

J. L. van Caneghem had slechts één kind, een dochter Jeanne, die huwde met Eugeen-Jozef de Naeyer, die reeds in 1842 overleed.  Jeanne van Caneghem overleed in 1861; zij had met Eugeen-Jozef de Naeyer vier dochters, namelijk: Elisa-Maria, Georgine, Zoë-Isabella en Regina-Eugenie» (Arthur Verhoustraete : Het oostelijk deel van het Bulskampveld en de ontginning ervan, 1960, blz. 25).

Volgens de koopakte van het Bellemsgoed in 1808, bestonden de hogergenoemde circa 76 ha onontgonnen veld en vijver uit:

de Kranepoelvijver:

57

ha 66 a 11 ca
het Nereveld:

7

61 43
Wontergems : 10 33 0

 

9. De Kranepoel op de grens van Bellem, bij de weg op Lotenhulle.
    Foto genomen door Edm. Sacré, Gent, de 31 mei 1911.
Uit de verzameling van A. Ryserhove, Knesselare.

De Kranepoel zelf staat in 1811 aangegeven met een oppervlakte aan water van 23 ha 58 ca.  Deze oude vijver is vroeger ongetwijfeld veel groter geweest, zoals de omringende toponiemen het duidelijk aanwijzen: Livinusvijver, Vorenste Vijver, Stalinsvijvers, Kleine Plas, Grote Plas, Biscopvijver, Bellemvijver, Nieuwe Vijver van Marquette, Wulfsput, Wonterghemsvijver, enz.  Wat er nu bewaterd nog van overblijft ligt volledig op het grondgebied van Aalter, doch op de grens met Bellem.  Eertijds zou er minstens 14 ha op Bellem zelf gelegen hebben ...

Deze Kranepoel, nog circa 22 ha groot, is een heerlijk natuurreservaat, «enig mooi gelegen in een kader van naald- en loofbossen, omringd door prachtige bosdreven. Bij de bevolking heet deze vijver nog steeds de Krompoel.  Met zijn drie schilderachtige eilandjes biedt hij alle mogelijkheden die men wensen kan: baden, varen, beoefenen van watersport, vissen...  We zouden beter zeggen «bood», want het meer, - vroeger het geliefkoosde doel van de wandelingen der bewoners van Aalter, Bellem en omgeving, - is niet meer toegankelijk voor het publiek; enkel langs de weg naar Bellem mag men het bereiken !  De Kranepoel is verkocht aan twee verschillende eigenaars, die er een dam dwarsdoor legden, om hun eigendom af te palen !

Er werd een aktie op touw gezet om de Kranepoel ambtelijk beschermd te krijgen.  Het Provinciaal Komitee van briefwisselende leden van de Kommissie voor Monumenten en Landschappen, stelde hem hoogdringend «in instantie van rangschikking», doch na zes maand verviel deze voorlopige maatregel, zonder dat een beschermingsbesluit getroffen werd.  Eerst na het aanleggen van de dam, in 1957, verscheen het Koninklijk Besluit dat de Kranepoel beschermde.  De Bestendige Deputatie bracht de zaak voor het gerecht: de dam moest verdwijnen ...  Het Hof van Cassatie verbrak het vonnis... en zo ging de lijdensweg tot vervelens toe verder.  Intussen verandert onze mooie vijver langzaam maar zeker in een onooglijk moeras, blijft hij ontoegankelijk voor de inwoners van de streek en ten prooi aan de verkavelaars, die voor natuurschoon geen oog hebben en zelfs spreken van uitdiepen van het middendeel, om de uitgedolven grond naar de oevers van het meer te brengen en zo nieuw verkavelbaar terrein te winnen !»  (Amedee Laroy: Aalter, toeristisch bekeken, Aalternummer van «De Autotoerist», 1965, nr 16, blz. 781).

10. De nog ongerepte Kranepoel, in zijn grootste lengte gezien, van het zuiden naar
het noorden.  Foto genomen door Edm. Sacré, Gent, de 31 mei 1911.
Uit de verzameling van A. Ryserhove, Knesselare.

Het Klooster van Marquette bezat hier eigendommen en tienden, doch geen eigen nederzetting.  Op de wijk Markette werd de oude hofstede «het Kloosterken», omtrent het midden van de 17e eeuw, van deze abdij gepacht door Joost Beghyn, baljuw van Ursel en Zomergem.

Van de oude hoeven het Pannegoed, het Kerkegoed, het Kasteelgoed en de Mostplas wordt melding gemaakt in de kerkrekeningen van de 16e eeuw.  Niet ver van de Brugse Vaart, langs de weg die naar het dorp van Bellem leidt, zag men honderd jaar geleden nog een oud, vervallen pachthof, Axenwalle genaamd, dat in de 18e eeuw aan een zekere heer De Coninck, uit Asper, toebehoorde en dat vroeger scheen versterkt geweest te zijn.  De eigenaar ervan had het recht, de bargie van Gent op Brugge te Bellem te doen aanleggen.

11. Het damhertenpark te Bellem, bij het kasteel van Graaf de Kerchove d'Exaerde,
     Gouverneur van Oost-Vlaanderen.
     Foto genomen door Edm. Sacré, Gent, de 31 mei 1911.
Uit de verzameling van A. Ryserhove, Knesselare. 23

Eertijds prijkte er op de dorpsplaats een fraaie, monumentale pomp, een gift van de heer De Kerchove-de Naeyer, gehuwd met Elisa-Maria, de oudste dochter van Eugeen-Jozef de Naeyer.  Deze pomp is thans sedert jaren verdwenen.

Er bestaan enkele aantekeningen over de vroegere kerkgebruiken, vóór de Geuzenberoerten.  Het Sinksenfeest werd te Bellem met een ongewone plechtigheid gevierd.  Onder de hoogmis liet men een witte duif in de kerk rondvliegen.  In 1507 gaf men 36 schellingen uit voor «de trompers die trompten soendaechs in de Sinxendaghen, in den ommeganc» en er werd dan telkens een maaltijd gehouden, waaraan zowel het magistraat van de gemeente, als de pastoor en zijn bedienden deel namen:
«Item betaelt et soendachs in de Sinxendaghen van den maltit, den priestere, den Heere ende de wet ende alle de dienaers, xvii scell. vi d. gr.» (Kerkrekening 1507).

12. Oude huizen te Bellem, Kerkstraat 102, in hun oorspronkelijke toestand.
     Pentekening van H. Levecque, in «Zondagsvriend».
Uit de verzameling van A. Ryserhove, Knesselare.

De prediking van de passie greep elk jaar plaats op Goede Vrijdag; om de pastoor daarover te belonen werd er telkens op die dag een geldomhaling in de kerk gedaan:
«Item betaelt den pristere, van den passye te prekenen, boven datter ghegaert was up den goeden vrindach, xii scell. gr.» (id.).

Ook werd er een stoop wijn geschonken, ieder jaar, «om denghenen die gaen te Paschen t' Onsen Heere» (id.).  Daaromtrent staat verder te lezen in de kerkrekening van 1594:
«Item ontfanghen van meester Pieter ... van eenen stoep wijne, die hij heeft beset up sijn goet ter kercken van Bellem, alle jaren te Paschen, om den ghenen die ten helighen sakermente gaen sullen».  Dit gebruik bleef te Bellem bestaan tot op het einde van de 18e eeuw.

Bij akte van 30 augustus 1663 gaf pastoor Jan Elincx aan de kerk van Bellem 24 gemet land, om die in kultuur te brengen en met de opbrengst daarvan een orgelist te onderhouden.  Er werd aangestipt dat, indien de gronden minder dan tien pond groot per jaar opbrachten, men een orgelist van Gent of van elders zou doen komen, om dan enkel op de hoogtijden, de Lieve Vrouwdag en de eerste zondag van elke maand onder de goddelijke diensten te spelen.

Van in de 16e eeuw bestond er in de kerk een genootschap onder de benaming van «Onser Vrouwen gulden van Bethleëm», dat verscheidene goederen en inkomsten bezat.  Het broederschap van de H. Rozenkrans werd ingesteld in 1639; onder de leden daarvan noemt het register ook Celestijn Rijm, abt van St-Pieters, en verschillende andere, voorname personen; ten onder gegaan «door de troubelen van orloghe», werd dit genootschap door toedoen van pastoor Daniël Lieven Thysebaert, op 2 mei 1688 heropgericht.

In 1540 hingen er reeds twee klokken in de kerktoren van Bellem.  De Potter en Broeckaert vermelden een grote, blauwe grafsteen van 1484, die bij het binnentreden van de kerk, aan de lijkdeur, lag en waarop toen nog te lezen stond:

«Hier licht begraven Jacob van den Velde ... zone, die starf up den kersavond in tjaer XVe...   Philips, die staerf in tjaer M.CCCC.LXXXIIII, den XVIIsten Novembre».

Op de hoek van het kerkhof, langs de steenweg op Aalter, werd een kapel in ogivale stijl gebouwd, toegewijd aan O.L. Vrouw van Zeven Weeën, door de familie van burggraaf d'Hendecourt, naar het plan van bouwmeester Limbourg.

Het huis nummer 102 in de Kerkstraat is nog slechts een gedeelte dat overbleef van een veel groter gebouw.  Wij kennen de oude toestand dank zij een pentekening van H. Levecque, die vóór 1940 verscheen in het weekblad «Zondagsvriend» (zie afbeelding nr 12).  De prachtige, originele deuromlijsting bleef tot hiertoe ongeschonden bewaard; zij dateert wellicht uit de periode 1580-1600 en is stellig een der oudste van het Meetjesland.

Bellem bezit nog drie duiventorens.  De oudste ervan rijst op, afgescheiden van het bijgebouwencomplex van het kasteel voorheen bewoond door de burgemeester weled. heer Baron G. de Crombrugghe de Picquendaele, thans eigendom van het Bisdom Gent (Mariahove).  Deze toren heeft een ronde vorm, een buitenomtrek van ongeveer 18 meter en een binnendiameter van 5 meter.

13. Fragment van het huis nr 102, Kerkstraat te Bellem,
      met de oude, mooibewaarde deuromlijsting.

Foto R. Tondat, Eeklo, 1967. 

«Het is een stevig uit baksteen opgetrokken bouwwerk waarvan de ouderdom tot de XVIe eeuw kan teruggaan.  Een achtkantig, met schaliën belegd dak draagt in top een haansilhouet als windwijzer, een oeroud symbool der waakzaamheid en waarschuwing.  Een dakvenster met zadeldek prijkt er perpendiculair met een der patrijspoorten en beide ingangdeuren.  Onder de oversteek of het overhangend uitbouwsel van het dak bemerkt men rondom een ketting van een zestigtal vluchtgaten.

Vier patrijspoorten vertonen zich onder de vlieggaten, naar de vier hoofdwindstreken georiënteerd.  Een met ijzer beslagen deur geeft toegang van op de begane grond tot de benedenruimte.  Een paar traptreden diep krijgt men op manshoogte een gewelf in 't zicht. 

Deze ruimte zou vroeger als gevang hebben gediend. Een deur daarboven geeft toegang tot de eigenlijke duivenwoning, welke in haar geheel één verdiep uitmaakt.  Deze cylindervormige ruimte bevat een buitengewone binnenuitrusting.

14. De duiventoren en oude gevangenis
 bij het Kasteel van Bellem.
Pentekening van H. Levecque,
in «Zondagsvriend».

Uit de verzameling van A. Ryserhove
 

Van op kniehoogte tot ietwat onder de vlieggaten treft men in hoogtelijn TIEN en in cirkelomtrek DERTIG woonnissen aan, elk voorzien van een half vooruitspringende baksteen op zijn platte kant, die toegang geeft tot die holligheid in de muur van circa twintig centimeter diepte, breedte en hoogte.  Bij berekening bevat dit indrukwekkend ensemble een driehonderdtal wooncellen; men kan veronderstellen, dat in die nissengordel driehonderd koppels konden nesten.

In het center van die plaats staat een vertikale paal of mast, rustend langs onder in een soort pan of holte van het gewelf en langs boven gevat in een ronde opening van de kruisbalk die het dakgeraamte schraagt.  Deze paal heeft twee horizontale houten dwarsribben, waartegen zich in twee verschillende richtingen een lange schuinstaande ladder kan schragen en derwijze een cirkelende beweging uitvoeren, dat men van laag tot hoog al de kweekholen kan bereiken om de eieren en de duiven weg te nemen, zonder van de ladder te moeten komen» (O. S. Depraet, in «Oostvlaamsche Zanten», 41e jg., nr 3/4, 1966, blz. 151-152, geïllustr.).

De schrijver van deze merkwaardige reportage merkt verder nog op, dat men in de «Nouveau Larousse illustré», tome 6, op blz. 888 een afbeelding kan vinden van het binnenzicht van een FRANSE duiventoren, die in menig opzicht met deze van Bellem overeenstemt.

(Wordt voortgezet)
ALFONS RYSERHOVE
ROMANO TONDAT

Separator

Oud Bellem 1, 2, 3, 4, 5, 6

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018