Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1970, 3de jaargang, nr. 3

Alfons Van Loo
en zijn karrevrachten prijsboeken

1855 - 1898

Vóór de eerste wereldoorlog lazen wij op tal van prijsboeken voor uitmuntendheid, godsdienstleer, goed gedrag, enz., de naam van Alfons Van Loo. Gedurende de periode 1880-1920 was die man inderdaad de grote leverancier van deze devote, zedeprekende en romantische «literatuur», verpakt in zwaar kartonnen banden en versierd met overdadige bloemenranken, goud- en zilverdruk. Alfons Frederik Siffer, te Gent, was bijna altijd de uitgever ervan.

Te Zomergem kennen wij nu nog de Alfons Sifferstraat.  Alfons Frederik Siffer, die langs vaders zijde van Duitse afkomst was, werd immers te Zomergem geboren de 21 maart 1850. Hij is zeer oud geworden, had de Belgische nationaliteit verworven en overleed pas te Gent, onder de jongste oorlog, in maart 1941.  Hij deed studiën te Leuven en verder te Gent, voor kandidaat-notaris, doch vestigde zich spoedig als drukker-uitgever in laatstgenoemde stad.  Zelf publiceerde hij ook een paar biografische en letterkundige studiën, o.a. over Multatuli.

Alfons Van Loo is veel minder bekend, hoewel hij zoveel méér geschreven heeft.  Reeds vóór 1940 was zijn grafsteen, op het kerkhof van Knesselare, helemaal verdwenen en m.i. is er over hem nooit een biografische nota of bibliografie verschenen.

Wie was deze Alfons Van Loo, die eenmaal méér dan honderd kleinere en grotere boekdelen vulde ?...

In tegenstelling met zijn uitgever is hij zelf niet oud geworden, nauwelijks 42 jaar.

Bidprentje voor Alfons Van Loo Bidprentje voor Alfons Van Loo,
Gent, 1855 - Knesselare, 1898.

(Verzameling Alf. Ryserhove)
Knesselare.

Volgens zijn bidprentje werd Alfons Maria Antoon Van Loo geboren te Gent de 22 oktober 1855 en overleed plots te Knesselare de 5 maart 1898.  Hij was een verstandig, doch van jongsaf ziekelijk en gebrekkig man.  Als een echte sukkelaar heeft hij vele jaren van lijden en diepe ellende gekend.  Bijna totaal verlamd, moest hij meer dan twintig jaar lang uit het bed genomen en in een zetel of rolstoel geplaatst worden.  Met zijn rechterhand kon hij schrijven, doch hij was zelf niet bij machte het blad om te draaien; dat moest de huishoudster doen.

Alfons Van Loo woonde in bij zijn broer, Z.E.H. Petrus Van Loo, pastoor en bouwer van de nieuwe kerk te Knesselare.  De schrijver is dus pas toevallig, voor de laatste jaren van zijn leven, naar Knesselare gekomen.

Petrus Clemens Van Loo was ouder dan zijn broer: hij werd geboren te Gent de 19 oktober 1847 en reeds priester gewijd in 1869.  Hij fungeerde achtereenvolgens als subregent aan het St-Jozefsgesticht te St-Niklaas (1869), onderpastoor te Verrebroek (1871) en te Grembergen (1874), om daarna directeur te worden van het Wezenhuis te Maltebrugge, bij zijn geboortestad (14 november 1879).  Vermoedelijk woonde Alfons vanaf deze laatste datum, of althans spoedig daarna, bij hem in.  Van toen af, omstreeks 1879-1880, begon de ziekelijke jongeling ook te schrijven.  Wanneer Petrus Van Loo overgeplaatst werd als pastoor naar Knesselare, de 1 februari 1892, verhuisde Alfons mee naar deze gemeente.  Toen had hij reeds een 70-tal van zijn boeken geschreven, wat hem onmiddellijk een grote naam en aanzien gaf in zijn nieuw, landelijk dorp.  Zijn beklagenswaardige gezondheidstoestand en het feit dat hij de broer van de pastoor was, maakten hem nog eerbiedwaardiger.  Van de morgen tot de avond zat hij nu vóór het rechtse venster van de pastorij, waar hij schreef, las, of de werken meevolgde van de opbouw der nieuwe St-Willibrorduskerk.  Met zijn baard en bril werd hij daar, voor de dorpskinderen van toen, een echt legendarische figuur.  Nooit kwam hij op straat, ook niet per rolstoel; altijd zat hij daar vóór het raam, tenzij wanneer hij volledig het bed moest houden.  Hij beleefde nog de inwijding en bemeubeling van de kerk, maar kort na het plaatsen van het nieuwe orgel (26 juli 1898) nam zijn martelgang een einde.  Te Knesselare had hij minstens nog een 35-tal van zijn «prijsboeken» geschreven, die telkens in massa verspreid werden...

Hier volgt de lijst van zijn werken. Deze bibliografie is praktisch volledig, zeker tot in 1895, en daarna publiceerde hij maar weinig meer. Het is enkel mogelijk, dat er ons voor 1896-97 nog een paar titels ontgaan:

1  Nieuwe Maand van Maria, in voorbeelden 1880
2 Leven der HH. Germana Cousin en Philomena "
3 Frederik de Leerjongen "
4 Arvinus de Slaaf "
5 Legende der HH. Godelieva en Bathildis 1881
6 Legende der H. Katharina "
7 Verschijningen te Marpingen en Pontmain "
8 De aftocht van Moscou "
9 Roderik de Lijfeigene 1882
10 In Californië "
11 De Kleine Stomme "
12 De Paascheieren "
13 Het Kapelle1je ten Bosch "
14 De Vriend van 't Katholiek Huisgezin 1883
15 Het Duifje "
16 Clementia. of: God behoedt de weeze "
17 De Kreutzers "
18 Het Rampspoedig Heerenhuis 1884
19 De Overstrooming aan den Rijn "
20 De Brand 1885
21 O. H. Jezus-Christus en het H. Land 1886
22 De Kapel bij Wolfsbülh "
23 De Minnaar van den H. Jozef 1887
24 L'Amant de S. Joseph "
25 Geschiedenis der Kapel «het Putje» "
26 De Vriend der Jeugd "
27 Het Brood "
28 Het Bier "
29 Het Chocoladekoekje "
30 De Koffie "
31 De Bijen "
32 Het Weeskind "
33 Moedersmart "
34 De diamanten Ring "
35 Het hedendaagsch Afrika "
36 De Waterkruik 1888
37 Het slachtoffer eener rechterlijke dwaling "
38 Johan en Johanna "
39 De Vlaamsche Verteller "
40 De Wijn "
41 Nieuwe Maand der Geloovige Zielen "
42 Nouveau Mois des Ames "
43 Het Oud Testament 1889
44 De Kanarievogel "
45 Octavius of de twee Martelaars "
46 Verhalen uit het Schrikbewind "
47 Het verhaal der Grootmoeder "
48 De Vruchten en Bloemen "
49 Het vlas, de hennep en het katoen "
50 De ijzerenwegen "
51 De hoeve van Pachter Jaak "
52 De Kindervriend "
53 Verhalen "
54 De Vendeesche Krijg "
55 De Krijgsgevangene "
56 De Nachtelijke aanval "
57 Het Nieuw Testament 1890
58 Leven van den Gelukz. Perboyre "
59 Het Boek "
60 Het Glas "
61 De Lustige Verteller "
62 De Oude Balling "
63 De Kleine Robinson der Jeugd  "
64 O.L.Vrouw van Salette "
65 De Wonderheden van het H. Sacrament: Deel I. Mirakelen 1891
66 De Wonderheden van het H. Sacrament: Deel II. Wondere gebeurtenissen "
67 De Wonderheden van het H. Sacrament:  Deel III. Wonderbare gunsten "
68 Geschiedenis der Kapel en van het Wonderbeeld van O.L. Vrouw-Voorspraak
te Knesselare
1892
69 Carolina "
70 Een Reisje in Dahomey "
71 De Zondagrust "
72 De Werkmansvriend "
73 Frans de Meubelmaker "
74 De Moedige Mijnwerker "
75 Levensschets van den H. Willibrord, Patroon van Knesselare "
76 Leven van den H. Vincentius a Paulo "
77 Leven van den H. Antonius van Padua 1893
78 De Kinderen des Ridders "
79 De Veerman van Marmontiers "
80 De Lotgevallen van Neef Jaak "
81 De Provençaalsche Broeders "
82 Leven van den H. Petrus "
83 De Jonge Toonkunstenaar "
84 Levensschets van den H. Bavo 1894
85 Levensschets van den H. Livinus "
86 Levensschets van den H. Amandus "
87 Het Nieuwjaarsgeschenk "
88 Het Verhaal van den doctor "
89 Levensschets van den H. Eligius  "
90 Levensschets van den H. Eleutherius "
91 Levensschets van den H. Cornelis "
92  Levensschets van den H. Joannes-Baptista "
93 Het Ontvoerde Kind "
94 In Boothia "
95 Op het Kasteel van den Ouden Baron "
96 Au Château du Vieux Baron "
97 Verlofdagen "
98 Jours de vacances "
99 Leven van den H. Franciscus van Assisi "
100 Leven van den H. Alfonsus van Liguorio "
101 Leven der H. Barbara 1895
102 Leven van den H. Paulus "
103 Boma de Luiaard "
104 Het Gestolen Knaapje "
105  Jurriaan of: De Verzoening "
106 De Kerk van Knesselare (enkel verschenen in het weekblad «Recht voor Allen», te Eeklo, augustus 1895) "
107 Raoul van Mont-Saint-Jean 1896

De Katholieke Maatschappij «De Vlaamsche Strijdbroeders» te Knesselare, hoewel pas één jaar gesticht (maart 1893), nam het initiatief om aan Alfons Van Loo een grootse hulde te brengen, bij het verschijnen van zijn honderdste boekdeel. Aanvankelijk gepland voor 25 juli 1894, ging die echter door op zondag 2 september van dat jaar. Men zou de onkosten bestrijden door inschrijvingslijsten aan te bieden, waarop iedereen kon intekenen, mits 10 centiem per persoon. Een album, met de namen van alle inschrijvers, zou dan aan de gevierde schrijver overhandigd worden. Deze intekening bracht 197,20 fr. op, waaruit wij kunnen afleiden dat er 1972 inschrijvers moeten geweest zijn, d.1. bijna gans de gemeente, wanneer wij de kinderen, jongelieden en ondersteunde behoeftigen niet in aanmerking nemen. (Er waren toen te Knesselare 4115 inwoners = ongeveer 850 gezinnen).

Volgende oproep werd op 1 juli 1894 door de "Vlaamsche Strijdbroeders» in alle huizen verspreid:

Vlaamsche Strijdbroeders,
Katholieke Maatschappij.
 

Knesselare, 1 juli 1894. 

 

FEESTELIJKE BETOOGING
ter ere van
den heer ALFONS VAN LOO.
 

 

      Geachte Medeburgers,

      Onze achtbare Vlaamsche schrijver, de heer ALFONS VAN LOO, heeft zijn honderdste boekwerk uitgegeven.  Knesselare is fier en gelukkig.

  Als een schrijver zijn honderdste boek in de wereld zendt, wat nog zeer zelden is gebeurd, hebben er te zijner eere groote feesten plaats.

  Wij doen eenen warmen oproep aan al 't volk van Knesselare om den gevierden man openlijk onze hulde te betoonen.  Op 25 Juli toekomende, zal ons dorp een feestelijk uitzicht hebben, op alle huizen zullen de vaandels wapperen.  Aan den weerden feesteling zal dan een gedenkstuk worden aangeboden.  Opdat alleman daar kunne in meewerken zal er eene algemeene inschrijving worden geopend; iedereen kan inteekenen voor 10 centiemen.  De lijsten zullen binnen kort in uw huis worden aangeboden.  Een album, met de namen van al de inschrijvers, zal den gevierd en heer VAN LOO worden gegeven.

  Geachte Medeburgers, wij twijfelen er niet aan dat elk zal meehelpen om den uitstekenden schrijver te vieren. Aan hem onze liefde en dank.

  Aanveerdt onze oprechte Vlaamsche groeten.

HET BESTIER DER VLAAMSCHE STRIJDBROEDERS

Schrijver,
A. Segers.

Ondervoorzitter,
A. Amaut.
LEDEN :  J. Arnaut en L. Spanhove.

Voorzitter,
V. Maeyens.


De feesten van 2 september 1894 kenden een zeer gunstig verloop.  In het daaropvolgend nummer van «'t Getrouwe Maldeghem» lezen wij daaromtrent een vrij opgeschroefd relaas:

LETTERKUNDIG FEEST TE KNESSELARE.

Iedereen kent den naam van ALFONS VAN LOO.  Hij staat op haast al de prijzen die de kinderen krijgen en in menig huisgezin worden zijne werken bewaard, gelezen en herlezen.  Ja iedereen kent den schrijver die nu reeds HONDERD BOEKDEELEN in het licht heeft gezonden, maar weinigen hebben hem persoonlijk gezien.

Want die schrijver, zoo vruchtbaar en onvermoeid, heeft, alhoewel maar 38 jaren oud, sedert twintig jaren geenen voet meer op straat gezet.

Groot was dan ook onze ontroering wanneer wij met de vrienden van Gent en Knesselare den dorpel der pastorij overschreedden, waar hij bij zijn broeder den pastoor inwoont, en weldra gingen staan vóór hem die, gelijk de heiligen, die hij beschreef, zoo lang reeds zonder gezien te worden, zijne weldaden over het volk van Vlaanderen uitstortte.

Onze stoet alleen, juist achter de Hoogmis, was reeds een roerend vertoon.

Geen muziek, noch trommel noch klaroen: dat had de nederige held niet gewild. Neen, maar de stoet werd geopend met de drie indrukwekkende vaandels van het Davidsfonds, den Snellaertskring en de Jonge Wacht van het Davidsfonds.  Een uitgelezene schaar van letterkundigen en bewonderaars, toebehoorende aan de drie genoemde maatschappijen en de moedige Vlaamsche Strijdbroeders met kartel van Knesselare, inrichters van het feest, volgden, en alles werd gesloten door de zang maatschappij Sinte Cecilia, met vaandel, wier gezang in de wijde natuur verdween.

Stil en ingetogen traden allen zoo goed het kon, de pastorij binnen en daar in eene kamer zat hij, de feesteling, bijna gansch in eenen grooten leunstoel gedoken, het aangezicht van het venster af, dat maar pas klaarte genoeg gaf om den glans zijner oogen te zien waarmede hij, onmachtig meer te doen, allen welkom heette.

Zijne broeders en zusters stonden hem ter zijde, edele fierheid op 't gelaat en ook eenige geestelijken hadden zich bij den beminnelijken feesteling aangesloten.

Na de eerste verwelkoming van den voorzitter, M. Vital Maeyens, die ook een telegram van kanonik Verschueren mededeelde, nam de secretaris M. Alfred Segers, het woord en bracht in een fijn doorwerkte rede, waarin hij den naam van eenige der honderd werken aanhaalde, de hulde en eerbied niet alleen der strijdbroeders, maar van eiken Vlaming, die nog aan eene schoone lezing voor den huiskring houdt. Als levenslange blijk dezer hulde, bood hij hem het schoone Sint Alfonsius beeld aan, dat men op zijn voetstuk vóór den feesteling had gebracht, en ook een gedenkalbum.

Na deze plechtigheid zegde dichter Bultynck, in bewoording die uit het harte kwam, een schoon lofgedicht op.

Des namiddags namen de aanwezige vlaamsche werkers de gelegenheid te baat om eene Meeting in het lokaal van het klooster te geven.

Spraken daar: eerst de hoofdopsteller van 't Getrouwe Maldeghem (= Victor De Lille), die trouwens in 't concert der Burgersgilde moest zijn denzelfden namiddag, dan de heer A. Bultynck, hoofdopsteller van het Fondsenblad, en zijne medewerkers: de heeren Lybaert en Millecam; de knappe vaandrig, M. De Munnynck, sloot de reeks. Met de meeste aandacht luisterde de toegestroomde menigte naar die uitboezemingen van Godsdienst, Taal en Vaderland en veel goeds zal deze meeting op Knesselare te weeg gebracht hebben.

Voor- en keerzijde van de «portretten Alfons Van Loo», uitgereikt in 1894,
met foto en tekst.
Uit de verzameling van A. Ryserhove, Knesselare.

's Avonds was de gemeente, die reeds van 's morgends vroeg feestelijk was opgetooid, luisterlijk verlicht en vele ingezetenen hadden transparenten aan hunne vensters. Liever dan iemand over te schrikkelen, beginnen wij er niet aan!

Dit feestje zal lang in het geheugen blijven. Eere aan de inrichters, lange en gelukkige jaren aan den feesteling!

Het Fondsenblad te Gent, waarvan de Knesselaarse August Victor Bultynck hoofdopsteller was, gaf een nog veel uitgebreider verslag hoofdopsteller was, de Knesselaarse August Victor Bultynck uitgebreider verslag over deze huldiging:

De feestelijke betooging door de wakkere Vlaamsche Strijd broeders van Knesselare ingericht, ter eere van den heer ALFONS VAN LOO, heeft zondag aldaar, onder eenen grooten volkstoeloop en met algemene, gestdriftige medewerking plaats gehad.

Het gold hier hulde te brengen aan den Vlaamschen letterkundige die, sedert ruim twintig jaren, door ziekelijkheid aan zijne kamer gekluisterd en nagenoeg geheel van het gebruik zijner lidmaten beroofd, nochtans door eene taaie volharding zonder weerga, erin gelukt is onze letterkunde met honderd boekdeelen te verrijken.

Reeds vroeger, bij de verschijning van zijn honderdste boekdeel, hebben wij, in het Fondsenblad, de verdiensten van den heer Van Loo doen uitschijnen.  Huldigen wij in hem geenen man van genie, geenen letterkundigen hoofdman gelijk Conscience, die, na de verschijning van zijn honderdste boekwerk, geheel de Vlaamsche bevolking naar Brussel zag stroomen om hem te vereeren, wij hebben hem gevierd als het toonbeeld van den waren kristen schrijver, moedig en volhardend, zich in de kunst volmakende en het lezende volk stichtende, in eenen lichamelijken toestand, waarin aan elk ander het werken eene onmogelijkheid schijnen zou.

Het huldefeest werd, om 7 1/2 ure 's morgends, geopend met eene plechtige dankmis, verzocht door de Vlaamsche Strijdbroeders, doch welke de jubilaris, uit hoofde van zijnen ziekelijken toestand, zelf niet kon bijwonen.

Om 10 1/2 ure begaven de Strijdbroeders, voorafgegaan van hun kartel en vergezeld van de koormaatschappij St. Ceeilia, met haar prachtig vaandel, zich naar het uiteinde van het dorp (Westvoorde) om er de leden der Gentsche maatschappijen af te halen, die afgevaardigd waren om deel te nemen aan het feest.

Het waren de Gentsche afdeeling van het Davidsfonds, de Jonge Waeht van hetzelfde Davidsfonds en de Sneliaertskring, welke met hunne kostelijke, wapperende leeuwenvlaggen, den feeststoet kwamen opluisteren.

Deze laatste gevormd zijnde, trok men, onder het zingen eener marsch, door de koormaatschappij, langs de feestelijk getooide straten, naar de pastorij, alwaar de gevierde schrijver, bij zijnen broeder, den eerw. heer pastoor Van Loo, inwoont.

Op al de huizen van het schoone dorp wapperde de vaderlandsche driekleurvlag, aan elke deur of venster prijkte een treffend jaarschrift of gelegenheidsgedicht.  Het meeste deel dezer opschriften waren vervaardigd door de heeren Alfons en Julius Arnaut, katholieke onderwijzers.

In de pastorij gekomen, werden de deelnemers aan de betooging in de ruime ontvangstzaal gebracht, alwaar de feesteling, ten koste van pijn en vermoeinis, zich van zijne kamer had laten brengen, om de gelukwenschen en huldeblijken der feestvierenden te ontvangen.

De eerw. heeren pastoor en onderpastoors, de achtbare zusters en liefdevolie verpleegsters van den heer Van Loo, de eerw. heer De Jaeger en eenige andere vrienden omringden den feesteling.

Onder eene plechtige stilte hieven de koorzangers van St. Cecilia het schoone feestkoor aan, gedicht van den heer A. V. Bultynck, toegepast op de zeer treffende, reeds bestaande muziek van wijlen Raymond De Hovre. Dat koor, hetwelk, onder de kundige leiding van den heer Ad. Rodts, meesterlijk werd uitgevoerd, maakte eenen diepen en aangenamen indruk.

Daarop trad de heer Alfred Segers, sekretaris der Vlaamsche Strijdbroeders, vooruit en las een flink opgesteld adres aan den gevierde, waarin op gevoelvolie wijze de verdiensten van den heer Van Loo zijn afgeschetst.  Na die lezing, bood hij den jubelaris, namens de Vlaamsehe Strijdbroeders en namens geheel de Knesselaarsche bevolking, als feestgeschenken aan: vooreerst een kunstig bewerkt beeld van den H. Alfonsus Liguori, patroon van den gevierde en aan wiens levensbeschrijving zijn honderdste boekdeel is gewijd en vervolgens een prachtige verbonden album, bevattende: den tekst van het adres, de namen der in schrijvers op het feest, het gedicht van het feestkoor, alsook al de opschriften en gedichten, welke aan de huizen prijkten, met aanduiding der bewoners van die huizen. De overhandiging dezer geschenken werd door de omstanders warm toegejuicht.

Daarna gaf de heer advokaat Vital Maeyens, voorzitter der Vlaamsche Strijdbroeders, aan den gevierde en aan de vergadering kennis van eenen telegram van den zeer eerw. heer Kanunnik Verschueren, meldende dat deze zich van harte aansloot bij de hulde door de Vlamingen aan zijnen goeden vriend Alfons gebracht.

De heer Siffer, uitgever van het grootste deel der werken van den heer Van Loo, had zich, bij brieve, verontschuldigd het feest, uit hoofde van ongesteldheid, niet te kunnen bijwonen.

Thans trad onze hoofd-opsteller de heer Bultynck op om, door het voordragen van een gedicht, hulde te brengen aan den man, dien hij, sinds langen tijd, door zijne verhalen in het Fondsenblad verschenen, heeft leeren kennen en hoogschatten, doch met wien hij slechts sedert eenige jaren, te weten sedert het verblijf van den heer Van Loo te Knesselare, persoonlijk kennis heeft gemaakt.

Wij laten dit gedicht hier volgen:

AAN MIJNEN KUNSTVRIEND
den Heer
ALFONS VAN LOO
ter gelegenheid der uitgave van
ZIJN HONDERDSTE BOEKDEEL
feestelijk herdacht te Knesselare
den 2 September 1894.
 
        WAARDE KUNSTVRIEND,
«Hij deed den Volke goed !»  Dat is de grootste hulde
Die ooit een kunstenaar, een dichter werd gebracht,
En die valt U ten deel, U die de taak vervulde
U door den Schepper, in Zijn Wijsheid, toegedacht,
Hij, die de helden schiep, die, straks zes honderd jaren
Geleden, zwaar geharnast, in den Sporenslag,
Trotseerden de overmacht der Fransche krijgersscharen
En Vlaanderen redden, dat in wee verzonken lag;
Hij die dit koen geslacht als echte reuzen bouwde,
Hun moed en sterkte schonk, omdat Hij aan hun zwaard
't Bestaan van Vlaanderland, zijn toekomst toevertrouwde;
Hij schiep U teer en zwak toch met den Vlaamschen aard
Van liefde voor het Volk, die wondren doet verrichten
Zoowel in de eenzaamheid der stille studiezaal,
Als op het oorlogsveld, waar vreemde drommen zwichtten
Voor Vlaandrens Leeuwenkroost en zijn verplettrend staal.
Hij schiep U teer en zwak en riep U toch ten strijde
Gewapend met de pen, die licht maar scherp en fel,
Alleen den vijand kwetst, die strijdt aan Satans zijde
Alleen de macht trotseert, die opdoemt uit de Hel;
Hij schiep in U een ziel, als die der Vlaamsche helden
Tot offer steeds bereid, voor 't goed van 't algemeen
Als die der martelaars, die Godens lof vermeldden
Wen 't machtig foltertuig hun leden trok vaneen.
Gij dacht: ik zal het spoor van mijne broeders drukken.
'k Word priester, levenslang gewijd aan God en 't volk;
Ik zal hun trooster zijn, wen ze onder hartwee bukken,
Hun leeraar in de Wet, hun middlaar en hun tolk.
Zoo dacht Gij — Maar, de Heer stelde, in Zijn welbehagen
U eene pen ter hand — Wat scheen dat lot U droef ! —
En sprak: Ik wil dees staf zien bloeien, vruchten dragen;
Daarom vertrouw ik hem U toe: Aan 't werk !  Beproef !
— Hard was de taak, doch moedig hebt Gij ze ondernomen,
Met al den iever dien de goede God U gaf.
Na 't eerste boek zag men, alras, een tweede komen;
Uw pen ne werd weldra een echte tooverstaf.
En al dat werken kwam het Vlaamsche Volk ten goede,
Het leerde hem zijn plicht, het schetste deugd en eer,
Met zulk een kleurenschat, dat, nimmer 't lezen moede,
Men, aan den Vlaamschen haard, nog immer vroeg naar meer.
Bevredigd werd die vraag, met immer klimmend streven
Naar zelfvolmaking en naar hooger, reiner goed;
In honderd boeken bracht Gij zoo uw innig leven
Ten offer aan het Volk, dat U thans hulde doet.
— Heb dank, o vriend Alfons, heb dank in naam van allen,
Die heden, gansch verrukt, hier juichen, bij dit feest.
Heb dank ook, innig dank, in naam der duizendtallen,
Die, door Uw werk gesticht, U vieren in den geest.
Ga voort, ga immer voort, al schijnen U de krachten
Te falen bij dit vroom en edel reuzenwerk;
Gij trotst, met Uwe pen gewapend, al de machten
Van 't kwade en zijt in Hem, die U begeestert, sterk.
Hoe harder de arbeid wordt, hoe rijker wordt de krone
Die Uwen schedel eens, ginds hoog, omkransen zal
Den dag — hij toeve lang — waarop Gij 't Eeuwig Schoone
Genieten zult in 't Rijk des Scheppers van 't Heelal !

Daarna sprak de heer Karel Lybaert jongste in naam der aanwezige Vlamingen, en bracht in naam van het Davidsfonds van Gent, den Snellaertskrlng en de Jonge Wacht van het Davidsfonds, insgelijks van Gent, en van de Letterkundige vrienden van Maldegem die, elk door eene afvaardiging op het feest vertegenwoordigd waren, hulde aan den heer Alfons Van Loo, die, alhoewel zwak en gebrekelijk, ja, lichamelijk uitgeput, meer werklust aan den dag legt dan den gezondsten en lichamelijk kloeksten onzer Vlaamsche schrijvers.

Hij wees er op, dat gemelde vereenigingen zich met geestdrift bij de huldebetooging hadden aangesloten, en zij de werkzaamste harer leden herwaarts hadden afgestuurd, wel wetende dat deze aan den heer Van Loo een voorbeeld zouden nemen, en het zicht van dien voorbeeldigen, taaien geesteswerker hen aanmoedigen zou in den strijd dien zij voeren voor het goede, Vlaamsche boek.

Na een hernieuwd optreden van het zangkoor, nam eerw. heer pastoor Van Loo het woord, om allen te bedanken in naam van zijn broer. Daverend handgeklap bekrachtigde deze uit het hart gevloeide en meteene. ontroerde stem. yitgesproken woorden. Na den heer Van Loo de hand te hebben gedrukt, verli'eten de vereerdE;rs van den nederigen, zedigen Schrijver de pastorij, gesticht en ontroerd door het schouwspel van dien braven kristen, die, in vergelijking met zijnen gezondheidstoestand, een echt reuzenwerk heeft volbracht.

* * *

Te één ure begaven de Gentsche en Maldegemsche Vlamingen zich naar de herberg van den heer Henri Gijselbrecht, alwaar een smakelijk en goed bereid middagmaal werd opgediend.

Bij het nagerecht werden er, zooals gewoonlijk gebeurt op alle Vlaamsche feesten, een aantal heildronken ingesteld en krachtige Vlaamsche opwekkende liederen aangeheven.

Vlaamsche Meeting

Een weinig vóór 3 ure, werd in de ruime zaal der kantwerkschool van het klooster de groote Vlaamsche meeting geopend die was aangekondigd bij middel van een plakkaat op de dorpplaats.

Deze zaal, die omtrent vierhonderd personen kan bevatten, was stampvol. Op de eereplaats bemerkte men den eerw. heer Van Loo, pastoor der parochie en broeder van den gevierde, alsook de eerw. heeren onderpastoors en de voornaamste ingezetenen der gemeente.

De heer advokaat Vital Maeyens, voorzitter der jonge en wakkere maatschappij: De Vlaamsche Strijdbroeders opende de meeting, stuurde een woord van welkom en dank tot allen in de zaal aanwezig en voornamelijk tot de heeren sprekers en strijders, die uit Gent en Maldegem waren gekomen om eenen verdienstelijken inwoner van Knesselare te vereeren.

De heer Viktor De Lille, hoofdopsteller van 't Getrouwe Maldegem, handelde daarna in goed doordachte, pittige bewoordingen over de plichten der Vlamingen op kristelijk, vlaamsch en maatschappelijk gebied.

De heer A. V. Bultynck, hoofdopsteller van het Fondsenblad maakte, in de afwezigheid des heeren Alfons Siffer, eene korte lofspraak op den heer Alfons Van Loo. Na, in bondige woorden, gewezen te hebben op zijn werken en dezer godsdienstige, zedelijke, dus heilzame strekking, deed hij ten slotte, op verzoek van eenige vrienden, lezing van het prachtig dichtstuk dat hij 's morgends met zooveel gevoel ten huize van den gevierde had voorgedragen.

De heer R. Millecam, voorzitter der Jonge Wacht van het Davidsfonds, hekelde daarna op duchtige wijze het franskiljonism, die plaag van onzen tijd, welke de ergste vijand is der Vlamingen. Hij vergeleek den huidigen toestand onzer taal met dien der middeneeuwen en zette de toehoorders aan, steeds te strijden gelijk onze voorvaderen het deden, 't is te zeggen voor het behoud onzer eigendommelijkheid, waarvan onze taal de beste waarborg is. Hij trok te velde tegen het verfranschend onderwijS, tegen de Fransche uithangborden en tegen de Vlamingen die niets dan Fransche gazetten en boeken lezen. Hij eindigde, de vaste hoop uitdrukkende, dat er onder de nieuwe kandidaten, voor de aanstaande wetgevende Kamers, mannen zullen gevonden worden, die onze moedertaal zullen doen weerklinken in het Belgische Parlement.

De heer Filiep De Munnynck, vaandrig der Jonge Wacht van het Davidsfonds, sprak over de werken des heeren Alfons Van Loo, die, onder maatschappelijk opzicht, groote diensten hebben bewezen aan het Vlaamsch lezende volk. Door zijne stichtende verhalen houdt hij de minderen, de weinig geleerden, de kinderen, mannen en vrouwen uit het volk op de goede baan en zoo werkt hij samen met priesters en leeken, die met 't woord, dagelijks met weelderige grepen het geestesvoedsel onder de massa verspreiden.

De heer K. Lybaert, jongste, ondervoorzitter van den Snellaertskring en bestuurslid van het Gentsche Davidsfonds, ontleedde de spreuk dezer machtige vereeniging : Godsdienst, Taal en Vaderland ! In eene kernachtige taal, doorspekt met luimige zetten, die meer dan eens de toehoorders in vroolijke stemming brachten, wees hij op de plichten der Vlamingen die door den band, noodzakelijker wijze, onscheidbaar, den Godsdienst, hunne Taal en hun Vaderland moeten liefhebben en beminnen. Hij drukte er op, dat zij, in alle omstandigheden, staatkundige en andere, die plichten moeten indachtig zijn en altijd zijde aan zijde moeten gaan met die mannen welke de leus van het Davidsfonds voor strijdkreet aannemen.

Al deze redevoeringen werden luid en lang toegejuicht en brachten de toehoorders letterlijk in vervoering.

De eerw. heer onderpastoor De Croo bedankte ten slotte de heeren redenaars, waarmede de feestvergadering, na een paar liederen, besloten werd.

In den avond kende het dorp eene luisterrijke verlichting. Zij muntte uit door eene eigenaardige oorspronkelijkheid met hare talrijke transparanten, ballonnekens en gekleurde glaasjes.

Het aantal transparanten was vooreerst overgroot: er was bijna geen huis of het had den zijne; het mag gezegd worden dat men er in stad nooit zou in gelukken zulke verlichting met transparanten' in te richten.

Waarlijk 't was tooverachtig en prachtvol !

Onder de huizen welke het meest uitmuntten noemen wij eerst en vooral het lokaal der Vlaamsche Strijdbroeders («In de Bonte Koe», op de Plaats, bij Rozeken De Waele), met drie prachtige transparanten welke van waren kunstsmaak getuigden. Verders de huizen van den heer Charles Arnaut, Hippoliet Buysse, deze een schone zinnebeeldige teekening, welke van veel vinding getuigt. Bernard Hooft een gothieke transparent waarop het oog met welbehagen rustte; Jules Arnaut, Henri Gyselbrecht, Angela De Baets, August Cooreman, hier een fijnopgewerkte transparent, welke zoowel van kunstsmaak als van geduld getuigt, enz…, enz.

Alle ingezetenen hebben, door samenwerking en inspanning, eene verlichting tot stand gebracht van welke wij nimmer de weerga hebben gezien.
Vóór den avond was een luchtbal opgelaten, en binst de verlichting werd een vuurwerk afgestoken, dat terecht welgelukt en prachtig mag heeten.  Kortom, Knesselare heeft op de waardigste wijze zijnen achtbaren en geleerden ingezetene gehuldigd en op alle wijze en in alle uitdrukkingen gezegd en herhaald: LEVE DE HEER ALFONS VAN LOO !»
 

Tenslotte de afrekening...  Wij weten dat de ontvangsten van alle inschrijvingen 197,20 fr beliepen.  In de nota's van wijlen Meester Segers betreffend de "Vlaamsche Strijdbroeders», vinden wij ook nauwkeurig alle uitgaven over dit feest aangeduid:

«Betooging ter ere van den den heer Alfons Van Loo :
Uitgaven:
1. Beeld H. Alfonsus 100,00 fr.
2. 1.000 portretten M. Alfons 65,00
3. port  0,80
4. vuurwerk  16,80
5. halen, reis voor vuurwerk 1,00
6. Misse, voor de Misse zelf

6,00

fr
luiders 2,50
baljuw 0,50 8,50
7. Album 3,00
8. drukkosten 1e en 2e aankondiging der feest en ander
plak- en schrijfpapier
10,00
9. briefwisseling, uitdragen der programma's door leerl.,
zijdepapier voor transparanten in toren
2,00
10. Barrièren, gebroken ruit, aan Gussé betaald 0,50
11.   Schilderen der plank voor de meeting; spiritus voor de ballon; gratis   0
12. koord voor telegraaf (vuurwerk) aan K. De Spiegelaere 0,25
Totaal : 207,85 fr.

Er was dus een klein tekort.  Het deficit van 10,65 fr werd door de «Vlaamsche Strijdbroeders» bijgepast.

ALF. RYSERHOVE.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018