Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1970, 3de jaargang, nr. 3

Oud Bellem 3

Op de wijk Spildoorn, nabij de Brugse Vaart, te midden van de boomgaard der hoevewoning Spildoorn, prijkt te Bellem een tweede duiventoren, vierkantig van vorm, met circa 3 meter zijde.  «Hij bevindt zich afgezonderd van de woonsten die perpendiculair met de rijweg of het trekpad staan.  Men kan het cijfer 1614 in een steen van de zijgevel ontwaren.

De duiventoren bij het Kasteel van Bellem
15. De duiventoren bij het Kasteel van
     Bellem, thans eigendom van het Bisdom
     Gent (Mariahove).  Foto R. Tondat, Eeklo.

De toren vertoont langs de noorder- en zuiderflank trapgeveltjes, waarboven een zadeldakje uitschiet. Langs de zuidkant bemerkt men onder een korfboog acht vlieggaten bovenaan en onderaan tien dergelijke...  De binnenruimte bevat een soort ondiepe kelder, van op de begane grond met een drietrap ingang bereikbaar.  Op twee meter hoogte bemerkt men een kloostergewelf.  Deze plaats diende vermoedelijk vroeger of later als «bakkot» of als bergplaats.

Daarboven krijgt men langs de oostzijde toegang tot de waarschijnlijke graanspijker van geringe afmetingen en van waaruit men met behulp van een ladder in de eigenlijke duivenwoning kan geraken.  De toren is onbewoond; een paar bosuilen komen er de winter doorbrengen.  De weled. heer baron de Kerchove d'Ousselghem is de eigenaar ... » (0. S. Depraet, in «Oostvlaamsche Zanten», 1966, nr 3/4, blz. 149; met afbeelding).

Deze duiventoren zal inderdaad wel van 1614 zijn, vermits vele stenen van de boerderijmuren dezelfde afmetingen en kleur hebben van die van de duiventoren. Van een andere kant vonden wij verschillende stenen van de hoeve, die een nog oudere constructie ervan niet uitsluiten. Maar dat zouden ook herbruikte materialen voor het groot fort Sint-Filips kunnen zijn, van elders aangebracht...

Het ondiep keldertje, drie treden diep, is nu vervallen.  Tegen de achterkant van de noordzijde van deze duiventoren was een bakoven aangebracht, die te gebruiken was van binnen de toren zelf; vermoedelijk gebeurde dit slechts omstreeks 1900, zoals de aangewende scheldesteen—met restanten van oude stenen—getuigt.

16. De duiventoren op Spildoorn 241.
     Foto R. Tondat, 1967.

De ramen in de duiventoren zijn alle dichtgemetseld; men ziet echter nog steeds de vensterverdeling in zandsteen (kruisvensters), evenals de zandstenen rond de luikhaken, telkens twee per ijzeren haak.  Langs de oostzijde zijn de onderscheiden verdiepingen van de toren te bereiken met een ladder, langs een deur.  Het eerste gewelf begint juist boven de vensters.  Het is een kloostergewelf, echter wat minder gebogen; de gewelfribben bestaan uit zandsteen, waarvan het lijnmotier moeilijk te volgen is, wegens vroegere overschildering en veelvuldige herstellingen van dit gewelf.

Het dak is van het type der zadeldaken en heeft juist onder de muurplaat van het gebouw een kroonlijst, die volledig doorloopt rondom de toren.  Vóór de achttien vlieggaten wordt een zware, arduinen loopplaat ondersteund door vijf kraagstenen.

De derde duiventoren te Bellem, ook een vierkante, treft men aan in het dorp, op een viertal meter afstand van de straatweg in de richting Aalter, genaamd de Kerkweg.&bnsp; Deze toren is niet zo hoog als de vorige.

17. De duiventoren aan de Kerkweg te Bellem.
      Foto R. Tondat, 1967.

«Het onderste gedeelte is in vier ruimten verdeeld met elk een laag deurtje als toegang.  Het dak in zadelvorm is tussen twee trapgevels ingesloten.  Langs de oostzijde vertonen zich zes vluchtgaten voor de bovenste en acht voor de onderste rij, elk trapsgewijze van een stenen val- of loopplaat voorzien.  Onder de laagste loopplaat is de ingangdeur met korfboogvormige strek, welke toegang geeft tot het duivenverblijf, thans onbewoond.

Deze eenvoudige toren zou uit de 18e eeuw dateren; de huidige eigenaar is Van de Velde 0.» (0. S. Depraet, Duiventorens in O.-VI., «Oostvlaamsche Zanten», 1966, nr 3/4, blz. 150; met foto).

In het vorig nummer van «Ons Meetjesland» schreven wij dat er te Bellem nog drie duiventorens waren. Sindsdien ontdekten wij echter nog een vierde !  Inderdaad, op het buitenverblijf, waarvan de heer Herman De Groote thans eigenaar is, verrijst een vierde, achtkantige duiventoren, in 1859 gebouwd door J. B. Bultinck-Goethals.

18. Achthoekige duiventoren te Bellem.
     Gebouwd in 1859 en thans eigendom van 
     dhr. Herman De Groote.
     Foto R. Tondat, 1970.

Deze toren, opgetrokken in baksteen, werd langs onder gebruikt als hok voor jachthonden; twee openingen onderaan laten dit nog duidelijk zien.   Binnenin werd de grond drie treden diep uitgegraven.  Op het gelijkvloers is er een haard, waarvan de schoorsteen, een twintigtal jaren geleden, vernieuwd werd.

De bovenverdieping is langs buiten te bereiken, via een deurtje met spitsboog. Er zijn in totaal 14 vluchtgaten voor duiven.  Onder deze vlieggaten ziet men rondom het gebouw een doorlopende kroonlijst, die ook dienst doet als loopplaat.  De bovendelen van deur en vensters zijn ogivaal.

19. Hoevewoning Spildoorn 241.
      Foto R. Tondat, 1967.

Laten wij nu terugkeren naar de zeer interessante omgeving van Spildoorn.  De Brugse Vaart werd hier gegraven in de bedding van de voorhistorische «Dorma» (Durmen), die van Aalter afvloeit; die uitgraving in de jaren 1613-1623 gebeurde feitelijk om strategische redenen; op de zuidelijke oever van het kanaal stonden talrijke «forten» of versterkingen, o.m. op Oostmolen, aan ter Goten, aan het veer van Bellem, op Spildoorn, aan Hansbekeveer en op Schipdonk.  Het voornaamste van al die forten was dat op Spildoorn, dat het groot fort Sint-Filips geheten werd.  Op die plaats staat de hoeve Spildoorn.  Bemerk dat dit gebouw, daterend van 1614, verschillende keren veranderd en aangepast werd, uitgezonderd de zuidelijke zijgevel.  Over gans de lengte van de westelijke zijde, d.i. de achterkant van de hoeve, werd een ruimte van twee meter breedte bijgebouwd.  Verschillende aanpassingen zijn zeer ongelukkig uitgevoerd.  Daarenboven werd de oorspronkelijke, grote hoevewoning op een zeker ogenblik in een tweewoonst veranderd en door onderscheiden huisgezinnen bewoond.  Bij de verschillende bezoeken ter plaats, Spildoorn 241, stonden wij telkens vóór een gesloten deur, vermits het gebouw reeds gedurende drie jaar verlaten werd, zodat het nu grondige sporen van verval begint te vertonen.  Bij een laatste bezoek, in september 1970, vonden wij een raam volledig uitgebroken en langs daar konden wij even het binnenste van de woning gaan bekijken: de onderscheiden kamers waren ruim, de vloeren bestaan uit rode of blauwe aardetegels, de zoldering is nog samengesteld uit oude moer- en kinderbalken en grote planken wilgenhout.  De zogenaamde moer- of trekbalken zijn glad gedisteld en eenvoudig afgewerkt, zonder siermotieven.  De vroegere haarden werden aangepast in deze zin, dat de schouwmantels onveranderd zijn gebleven, maar een wijziging werd gebracht aan de haardmuur, om het plaatsen van een Leuvense stoof toe te laten.  Eén kelder hebben wij kunnen bezoeken en het zichtbare gedeelte daarvan wijst op een nog oudere constructie dan 1614.  De kruisvensters zijn alle in hout vervaardigd.

20. Hoevewoning Raymond De Vliegher, Spildoorn 239.
     Foto R. Tondat, 1970.

De schuur, die naast deze boerderij met de duiventoren staat, werd - na de brand van de voorgaande - omstreeks 1890 herbouwd; voor- en achterzijde, waarschijnlijk nog in hout, werden toen in baksteen opgetrokken.  In de wagendoorgang ligt nog altijd de oude kleemvloer.

In die schuur ontdekten wij nog een balk met de merktekens «I V K», die het getal 16 beduiden; wellicht dateert deze oude balk van 1614.  Onder gezegde merktekens was later volgend inschrift aangebracht: «Raymond Dhooge Bellem 1917».

Op Spildoorn 239, uitgebaat door dhr Raymond De Vliegher, is er bij het binnentreden van de hoevewoning maar weinig meer te zien, dat ons aan de oude, vroegere toestand herinnert.  Eén moerbalk is nog zichtbaar, eenvoudig afgewerkt zonder siermotieven, doch de rest van de houten zoldering is weggestopt onder moderne lambrizering.  In de woonkamer is de haard nog aanwezig, weerom in deze zin dat de schouwmantel nog bestaat, maar de schouwmuur zelf aangepast is, door «een Frans schouwtje», voor een Leuvense plattebuisstoof.  De kelder is het oudste gedeelte van het gebouw en heeft een tongewelf.  Ook de achterzijde van dit huis werd over gans de lengte bijgebouwd, vermoedelijk circa 1900.

Langs buiten ziet men het best dat deze hoeve een voornaam boerenbedrijf geweest is en nog is.  De vensterverdeling is klassiek, de ingang heeft een mooie, zandstenen steekboog, waarin het jaartal 1711 gebeiteld staat.  De noordelijke zijde van het huis is versierd met een rondboog in klampsteentjes, die wel groots wil aandoen, maar toch niet kunstig of stijlvol kan genoemd worden.

De schuur en stallingen, afgebrand in 1938, werden daarna door de huidige bijgebouwen vervangen.

Spildoorn 238 is bewoond door dhr. Gerard Morthier.  De tegenwoordige woning vervangt een vroegere, die zeer waarschijnlijk het verblijf is geweest van een boswachter of schaapherder en die aldaar rond 1650 was opgetrokken; in de zijgevel van nu ziet men nog een overgebleven gedeelte van het vroegere gebouw.  Tijdens twee gebrachte bezoeken waren de bewoners telkens afwezig, zodat een kijkje binnen het huis niet mogelijk was.  De huidige woning is van 1861; de schuur dateert van dezelfde periode en heeft op de oostelijke zijgevel een roosvenster.

22.  Hoevewoning Gerard Morlhier, Spildoorn 238.
      Foto R. Tondat, 1970.

In de Lostraat, bij de kerk, trekken drie kleine huisjes de aandacht, nl. de nrs 83-84-85 (zie foto nr 23).  De bewoners blijven hardnekkig beweren dat deze drie naast elkaar staande huisjes zouden gebouwd zijn omstreeks 1650.  De stoel ervan is inderdaad wel zeer oud.  Nummer 83 wordt nu gebruikt als vergaderzaaltje voor de plaatselijke jeugdbewegingen.  Nummer 84, bewoond door Julie Lievens, heeft een oude, eiken moerbalk, zonder siermotieven en een zolder met zeer oude balken; dit huis is veel hoger, doch de bovenverdieping werd pas opgetrokken rond 1890; de oude, eenvoudige deuromlijsting werd overkalkt.  Nummer 85, met één enkel mooi raam, is langs binnen volledig omgevormd, veranderd en aangepast aan de tijd.

In 1779 waren er te Bellem acht herbergen: 1) Het Wethuys, op het dorp; 2) Den Grauwen Leeuw, aan Bellem-brug; 3) Den Hert, reeds bestaande van vóór 1368, eveneens aan Bellem-brug; 4) Den Dobbelen Arent, ongetwijfeld uit de Oostenrijkse Tijd; 5) Het Meuleken en verder nog drie andere, zonder benaming of uithangbord.  Gevolg gevend aan de door de Oudburg voorgeschreven herbergtelling van 1779, merkte de gemeentelijke overheid van Bellem daarbij op, dat drie tappers- of jeneverhuizen ruimschoots voldoende zouden zijn geweest voor de parochie en dat alle andere overbodig en ongewenst waren: «alle de anderen van geen de minste utiliteyt, als het groot getal der herbergen oorsaeck sijnde van de gemoederen der gemeynte te exciteren tot menigvuldige twisten, gevechten, en voor ons gemeynte, van circa 800 communicanten, meer als genoegsaem sijnde ...» (Rijksarch. Gent, Fonds Oudburg).  De bevolking dacht er echter blijkbaar anders over, want vijf jaar later, in 1784, was er nog een negende drankhuis bijgekomen, onder de benaming Het Keizerlijk Wapen !

23. Drie oude huisjes te Bellem, Lostraat 83-84-85.
     Foto R. Tondat, 1967.

In 1728 werd te Bellem nog een andere herberg vermeld, genaamd De Roskam, die vóór 1779 reeds omgedoopt was, ofwel opgehouden had te bestaan.

(Wordt voortgezet)
ALFONS RYSERHOVE
ROMANO TONDAT

Separator

Oud Bellem 1, 2, 3, 4, 5, 6

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018