Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1970, 3de jaargang, nr. 4

Over het mirakuleus beeld
van O.L. Vrouw-ten-Doorn

Naar aanleiding van het artikel van E. De Smet over het mirakuleuze beeldje van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn, zou ik aan de hand van enkele citaten uit verschillende werken willen aantonen, dat de geschiedschrijvers rond dit bepaald feit, namelijk de vlucht van de kloosterlingen na de brand van 1578, min of meer grondig van mening kunnen verschillen.

«Deze Religieuzen zyn tot Eecloo in hun Klooster gebleven tot in de jaere 1578, alswanneer zy door de rampen des oorlogs nae de Stad Gend gevlugt zyn, mede nemende het voornoemde beeld van de heylige Moeder Gods Maria» (1).

Als voetnoot bij deze tekst vermeldt E. De Smet dan nog:

«Volgens het register van de religieuzen zijn ze te Eeklo ten getale van 28 gevlucht, waarvan er slechts 10 te Gent aankwamen; de overige zijn nooit meer komen opdagen. »

Biltris en F. Roegiers daarentegen menen dat het beeldje in 1578, ten gevolge van de baldadigheden van de Kalvinisten, naar Brugge werd overgebracht en dat het slechts later, in 1586, naar Gent kwam.

«Den 25 juli van hetzelfde jaar (1578) vierden zij (de Kalvinisten) hunne woede den teugel; de parochiekerk werd verwoest, de priester, die mis las, mishandeld, het klooster en de kapel van O.L.V. ten Doorn ten gronde toe neergebrand.

De zusters moesten ijlings de vlucht nemen; de moeder Joanna Dierckens, kon slechts het mirakuleus beeld redden en vluchtte ermede naar Brugge, waar zij kort nadien overleed.

Zoodra de troebele tijden wat gestild waren, kwamen de Grauwe Zusters te Brugge bijeen en kozen er eene nieuwe moeder, zuster Catharina Ronse.

Weldra, in 1586, gingen zij naar Gent wonen en huurden er eerst een huis in de Hoogstraat, daarna kochten zij er een aan de Zandpoort, waar zij hun klooster herinrichtten en nieuwe religieuzen aanvaardden» (2).

Kanunnik A. De Beer haalt in zijn werk de «Geschiedenis van de Stad Eecloo» van E. Neelemans aan.

E. Neelemans is niet zo zeker over het feit of de zusters naar Brugge gevlucht zijn, doch hij meent dat de zusters slechts in 1589 te Gent aankwamen.

Van de 36 zusters die Eeklo verlieten kwamen er slechts 11 te Gent aan.

«Dit klooster werd mettertijd een der schoonste van Vlaenderen, en de zusters woonden er in vrede gedurende meer dan eene eeuw. Doch tijdens de godsdienstoorlogen der XVle eeuw, en namelijk in 1578, werd dit klooster door de Kalvinisten verbrand, en de religieuzen ten getalle van 36 verjaegd en verstrooid in verschillige plaetsen, zonder iets anders te kunnen redden dan het wydevermaerde beeld van Maria ten Doorn.  Het schijnt dat eenige dezer religieuzen met dit mirakuleus beeld der Heilige Maegd gevlucht zijn van Eecloo naar Brugge, alwaer zij na de inlandsche beroerten eerst vergaderden ten einde er eene Moeder-Overste der gemeente te kiezen, in vervanging van zuster Joanna Dierckens, van Eecloo, die overleed in den tijd der troubelen.  Daer deze religieuzen zich in Brugge niet wel bevonden, en haer klooster te Eecloo vernield zijnde, zijn zij uit hun ballingschap en verstrooiing ten getalle van elf, in het jaer 1589, te Gent te samen gekomen, en hebben zich daer eerst gevestigd op de Hoogstraet.
Daarna kochten zij een huis aen de Santpoort, alwaer zij volgens haren regel leefden, en nieuwe religieuzen aenveerdden» (3).

P. Antonellus Verschuere is categoriek in zijn uitspraak: de zusters vluchtten naar Brugge.

«De Pacificatie van Gent, in 1576, bracht voor de bevolking van Eekloo geen godsdienstvrede mee.  Op 25 juli 1578 hielden er de protestanten een echten stormloop op de Katholieke bidplaatsen van de stad.  Het klooster en de kapel van de Grauwzusters werden verwoest en in brand gestoken.  De Zusters konden nog bijtijds vluchten naar Brugge» (4).

In de Revue Caritas tenslotte, stellen wij vast dat de schrijver de datum van de baldadigheden van de Kalvinisten hier in Eeklo een paar maanden vroeger plaatst.

Hij vermeldt ook het aantal kloosterlingen op dat moment (36) en verklaart dat ze niet onmiddellijk naar Brugge trokken, maar eerst onderdoken bij ouders en vrienden.  Na hun hereniging in Brugge, dachten zij eraan naar Gent te trekken.

«Le 4 mai 1578, les calvinistes récidivèrent et cette fois avec la dernière violence.  Après avoir sacagé pour la seconde fois l'église d'Eekloo et maltraité à l'autel le prêtre qui célébrait, ils s'en prirent au monastère de Notre-Dame aux Epines. Tout devint la proie des flammes.  Les religieuses - il y en avait alors 36 - furent chassées et fuirent, emportant le trésor qu'elles gardaient depuis plus d'un siècle.  Il fallut abandonner tout le reste. Dispersées d'abord en divers lieux, réfugiées chez parents et amis, elles se regroupèrent assez rapidement à Bruges et tentèrent de reprendre la vie conventuelle.  Mais les ressources faisaient défaut... Elles songèrent alors à s'établir à Gand» (5).

Eén conclusie uit die verschillende bronnen:

In 1578, bij het uitbreken van de baldadigheden door de Kalvinisten hier in Eeklo, is het de kloosterlinqen van het Klooster O.L.Vrouw-ten-Doorn gelukt om het beeldje van O.L.Vrouw te redden en ermee te vluchten.

Vluchtten zij naar Gent? Of naar Brugge?...

- In hetzelfde blad «Revue Caritas» vinden wij meteen nog volgende interessante voetnoot: (6)
De periode waarover het hier gaat is die periode dat de kloosterlingen rond 1638 in Gent verbleven en zich «Penitenten Recollettinen van de H. Petrus» noemden.  «De Mariadevotie hier in onze gewesten was zeer vurig en er valt niet aan te twijfelen dat de H. Maagd door de kloosterlingen, maar ook door de gelovigen die toegelaten werden tot de kapel, werd vereerd.

In de loop van de 17e eeuw dacht men eraan het beeldje van Onze-lieve-Vrouw-ten-Doorn - het beeldje is slechts 26 cm. hoog - met weelderige en rijke klederen, naar de mode van de Vlaamse Renaissance, te bekleden.  Men deed dit zonder de minste twijfel om Onze-lieve-Vrouw nog meer te eren.

Dit veranderde het uitzicht van het beeldje aanzienlijk.

Het beeldje is uit hout gemaakt, misschien wel uit palmenhout, bedekt met een dikke laag van een bruine kleur.  Het lijkt erop dat dit beeldje uit een nis werd gerukt.  Vier nagels, waarrond zich nog een weinig grof lijnwaad bevindt, zijn nog zichtbaar.

Oorspronkelijk hield Onze-lieve-Vrouw-ten-Doorn, die de typische houding heeft van een Mariabeeld uit de 14e eeuw (lichtelijk in de heup gebogen), haar Kind in een moederlijk gebaar op de twee handen.  Maar om het beeld te kleden moest één arm vrijkomen.  Men gaf het beeld dus een «valse» voorarm met een veel te grote hand, waarin een gat werd geboord om de skepter te bevestigen.

Het kindje Jezus kreeg ook een nieuwe arm om de koninklijke bol te dragen.  De gezichten werden beschilderd met een vervlogen kleur die afschilfert.

Het gezicht van de Heilige Maagd is lang, heeft sterke trekken, is zacht, melancholisch met een naïeve pruilmond, vol van een geheimzinnige charme...».

Misschien zijn er lezers die meer weten omtrent de «valse» armen van de Heilige Maagd en het Kindje Jezus ?

Het is een punt dat ons intrigeert !!

ERIK D'HAVE.

__________________________

(1) E. De Smet: «Over het mirakuleus beeld van O.L.Vrouw-ten-Doorn», in Ons Meetjesland, Eeklo, 1970 - nr 3. blz. 35. Terug naar de tekst
(2) Biltris, F. Roegiers: «Geschiedkundige Schets» in Programma van den Historischen en Godsdienstigen Stoet ingericht ter gelegenheid der Plechtige Kroning van het Mirakuleus Beeld van O.L.V. ten Doorn vereerd in de Kapel der Zusters van liefde, te Eekloo, Eeklo, 1903, blz. 5. Terug naar de tekst
(3) Kan. A. De Beer:  «Uit de dagen van godsdienstig leven: het Klooster «O.L.Vrouw-ten-Doorn», de bakermat van het College», in Gedenkboek Eeuwfeest van het St-Vincentius College 1840-1940, Gent, 1946, blz. 26. Terug naar de tekst
(4) P. Antonellus Verschuere o.f.m.: De Minderbroeders te Eekloo 1649-1949; Mechelen, 1949, blz. 7. Terug naar de tekst
(5) «Notice Jubilaire sur la Dévotion à Notre-Dame aux Epines (1448-1948)» in Revue Caritas. 1948, n° 2 Mars-Avril, blz. 12. Terug naar de tekst
(6) Notice Jubilaire sur la Dévotion à Notre-Dame aux Epines (1448-1948) in Revue Caritas, N° 2 Mars-Avril, 1948, p. 15 (vertaling). Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018