Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1970, 3de jaargang, nr. 4

Een kijkje in de ondergrond
van de kerk te Lembeke

Bij het aanleggen van de kanalen voor de verwarmings­installatie in de kerk, kregen wij gelegenheid voor een klein deel een kijkje te nemen op wat zich onder de kerkvloer kon bevinden.

In 1777 werd, buiten de toren, gans de oude kerk afgebroken en vervangen door een nieuwe met drie beuken en verlengd langs de oostzijde met het hoogkoor.  Van de oude kerk hebben wij nog het gedetailleerde grondplan (hierbij afgedrukt), opgemaakt in 1776.

Oude kerk te Lembeke.  Plan opgemaakt in 1776.

Een eerste vaststelling was, dat onder de vloer van het hedendaagse kerkgebouw (1777) nog funderingen zitten van de vroegere, afgebroken kerk.  Men heeft eenvoudig rondom de oude kerk de nieuwe opgebouwd, zodat de funderingen van de oude kerk allemaal nog ingesloten liggen in het nieuwe gebouw.  De zuilenrij van de heden­daagse midden­beuk is geplaatst op de door­lopende brede funderingen van de buiten­muren der oude kerk.

Voortgaande op de afmetingen der bakstenen, van die funde­ringen, mogen deze gedateerd worden circa 1250, dus van dezelfde tijd als de toren.  Niet het minste spoor van hard­steen of van over­blijfselen van een romaanse kerk werden gevonden.

Zoals men op het oude plan kan bemerken, was de primitieve kerk van circa 1250 een kruiskerk met één beuk en een vrijstaande west­toren.  Zulke kerken komen in Vlaanderen nog voor, al zijn ze niet bijzonder talrijk.

Langs de noordkant was een zijportaal­gebouwtje (lijkdeur) en benoorden het hoog­koor nog een klein gebouwtje, wellicht voor sacristie bestemd en waarschijnlijk later aangebouwd.  Langs de zuidzijde van het koor was een ruimer gebouw, doch dat werd eerst rond 1695 opgericht als «camer voor de sondaegse schole».

Bij de opbouw van de nieuwe kerk werd de vrijstaande toren in het nieuwe kerk­gebouw gevat.  De oude kerk kwam langs de oostkant maar ongeveer tot aan het huidige koor en was rechtlijnig afgesloten.

De kruis­armen behoren voorzeker tot de oudste kerk, want circa 1360 stichtten Eustaas en Ingelram Hauweel twee kapelanijen met eigen priester en altaar, zodat er hier samen met de pastoor drie priesters waren en dus drie altaren nood­zakelijk, welke onmogelijk konden geplaatst worden in een smalle, éénbeukige kerk.

Van een oudere kerk of waar zij eventueel stond is er, evenmin als van Lembeke zelf, vóór de 13e eeuw geen enkele aanwijzing.

Een tweede vast­stelling, of liever verrassende ontdekking, was het terugvinden van de grafkelder der heren van Lembeke.

Bij de graaf­werken vóór het O.L.Vrouw­altaar, stootten wij binnen de funderingen van de huidige kerk, eerst op een fundering van een vroeger gebouwen weerom meer naar binnen op een welfsel.  Na het maken van een opening in dat welfsel zagen wij een ruimte vol water, enkele zinken lijk­kisten en, langs de binnenkant van de kerk, een stenen trap met enkele schedels en, langs de buitenzijde, een door­steek naar buiten.

Wij stelden aldus vast dat er eertijds een toegang tot die grafkelder was geweest langs binnen de kerk en dat er later een toegang werd gemaakt langs buiten de kerk.  Nergens was enig spoor of aanduiding over de aldaar begraven personen.  Vermits het kisten waren in zink, konden zij niet zo heel oud zijn.

In de «Geschie­denis van Lembeke» van Neelemans lazen wij dat er in de 19e eeuw nog leden van de familie Van den Hecke in een familie­grafkelder te Lembeke waren bijgezet.  Een boekje ter nagedach­tenis van de heer Victor van den Hecke de Lembeke, in 1870 overleden, vermeldde zijn begra­fenis te Lembeke en wij hadden nog een doods­prentje van kanunnik Eduardus van den Hecke, overleden in 1866.  Sinds 1750 waren de naam­dragers van den Hecke heren van Lembeke.

In het «Liber memorialis» schreef pastoor Wante dat er in 1863 een nieuwe kerkvloer was gelegd en dat de communiebank, welke het hoog­koor afsloot, een meter werd vooruit­geschoven.  Het werd ons dan duidelijk, hoe met het leggen van de nieuwe vloer de toegang binnen de kerk werd afgesloten en, daar men wist dat er nog personen in de grafkelder moesten bijgezet worden, hoe een nieuwe toegang langs buiten werd gemaakt, doorheen de fundering van de buiten­muur.

Bij nader toezien zag men op die buiten­muur in de baksteen de letters V en H met een rechtstaand streepje gegrift.  Daar, onder het voetpad, vond men een toegang met een zware, oude deksteen afge­sloten.  Deze deksteen in blauw-grijze hardsteen van slechte kwaliteit, met dubbel randschrift in gothische letters, werd door de heer Romano Tondat geschat te dateren van rond 1550.  De randschriften waren deels afgesleten en deels afgeschilferd.  In het midden waren de hechtings­puntjes van een koperen plaat nog zichtbaar.  Wij konden toch een klein gedeelte van de tekst ontcijferen: "Adriaen de vos die starf de 28e in juli 1543..... ende kathelijne danckaert...».  Het was dus een grafsteen van de familie de Vos (Adriaen was schepen van Lembeke in 1540).  Deze grafsteen staat nu bewaard in de doopvontkapel, in de kerk.

Beide toegangen werden dan vrij gemaakt en het water uitgepompt.  Deze kelder van ongeveer 2,50 x 2,50 m, met boogvormig welfsel, was gemaakt tussen de funderingen van het sacristie-gebouwtje en dagtekent naar de afmetingen der bakstenen, van ten vroegste het midden der 16e eeuw.  Of kelder en bovenbouw gelijktijdig werden gemaakt, of de kelder in het reeds bestaande gebouwtje werd aangebracht, is niet met zekerheid uit te maken.

Deze grafkelder, bestemd voor de heren van Lembeke, kan pas ten vroegste gemaakt zijn na 1626, wanneer Lembeke weer een vrije heerlijk­heid is geworden, afgescheiden van Eeklo, en ten laatste vóór 1658, wanneer Lodewijk van der Haeghen, de eerste heer van Lembeke, er werd bijgezet.

In deze bepleisterde graf­kelder stonden vier zinken lijkkisten en er waren ook nog een vijftal schedels.  De kisten waren door het water fel gehavend en dreigden bij verplaatsing totaal uiteen te vallen.  Alles werd dan ook ter plaatse gelaten.

Dit was dus wel de grafkelder van de heren van Lembeke.  Men kan nu echter de vraag stellen: Was er in de kerk geen tweede grafkelder, nl. deze van de familie Hauweel, heren van Bardelare-Aveschoot ? ...

Na onderzoek menen wij echter een ontkennend antwoord te moeten geven.  Op een vraag naar aanwezige grafkelders, in de kerk van Lembeke, in 1828 wordt geantwoord, dat er twee zijn: één met ingang langs binnen de kerk (deze van de heren van Lembeke) en een ander met ingang langs buiten de kerk (die der familie Schamp).

Het gebouw langs de zuidkant, waaronder men een grafkelder zou kunnen vermoeden, werd eerst in 1695 opgericht.  De familie­leden Hauweel werden begraven in het hoogkoor van de voormalige kerk.  Bij een betwisting in 1680 wordt aan de familie Hauweel wel een begraaf­plaats in het hoogkoor toegestaan, doch er is geen spraak van een bestaande, vaste begraafplaats.

Wij houden eraan de heer Romano Tondat te danken, voor zijn deskundige hulp ons bij dit onderzoek verleend.

Tot slot geven wij een lijst van de personen welke in de grafkelder der heren van Lembeke zouden begraven zijn:

J. De Wilde, Lembeke.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018