Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1970, 3de jaargang, nr. 4

Oud Bellem 4

In de vorige bijdrage hebben wij herhaaldelijk gesproken over het groot fort Sint-Filips, de duiventoren en de hoevewoning Spildoorn nr 241.  Een belangrijke aanwijzing van dhr. Arthur Verhoustraete noopt ons ertoe, daarop nogmaals terug te komen.

In 1613 werden hier de onteigeningen voor het verbreden van de vaart gedaan; het perceel Spildoorn 241 staat op naam van Joos Pattheet en is aangegeven als onbehuisd; voordien kwamen hier geen gebouwen voor.  Maar Joos Pattheet had juist ten oosten van de tegenwoordige duiventoren toen al een hofstede, bewoond in 1613.  En ook Spildoorn 238 was in 1635 een «behuysde hofstede», eigendom van dezelfde Joos Pattheet.  De percelen van Spildoorn 239 blijken daarentegen niet behuisd.

Het landboek van Bellem dateert van circa 1635.  Voor nr 241 vermeldt het, onder sektie X nr 90, Joos Pattheet met het Groot Fort.  Het kadaster van 1810 geeft hier als nummering D 136/139 en dat van 1835 D 160.  Popp duidt omstreeks 1860 de douairière Eug. Jos. de Naeyer als eigenares aan; dat was Jeanne van Caneghem, die overleed in 1861.  De hofstede D 160 of het «Groot Fort» was niet begrepen in de koop, in 1858 door Jeanne van Caneghem gedaan, van de goederen «dépendant de la succession de dame Marie Josèphe Félicité Evrard (t1844), épouse de feu Aimé de Buignet (de Tournaih waaronder wel «De Goedingen» en de hofsteden D 154/156 en D 168/170 ressorteerden.  Jeanne van Caneghem moet dus het Groot Fort gekocht hebben kort vóór of kort na 1858, vermits het bij Popp op haar naam staat.  Latere eigenaars waren: Elise de Naeyer, gehuwd met Frédéric de Kerchove d'Exaerde en Lucie de Kerchove d'Exaerde, gehuwd met Edgard de Kerchove d'Ousselghem (Landegem), waarvan één der vier zonen, alle geboren vóór 1871, het Groot Fort erfde.

Het landboek van 1635 vermeldt ten oosten van de duiventoren, onder sektie X nr 101, de hoeve van Joos Pattheet; het kadaster van 1810 geeft hier als nummering D 143/146 en vernoemt Dorothée Cardon als eigenares; volgens het kadaster van 1835 zijn dit de percelen nrs 168/170 geworden, aangekocht in 1858 door Jeanne van Caneghem, douairière Eug. Jos. de Naeyer: «une ferme amaisonnée hameau Speldoorn, longeant le talus du canal» (Archief van het Kasteel te Bellem).

Het huidige Spildoorn 239 staat in het landboek, onder sektie X nrs 93/95, als onbehuisd bezit van de erfgenamen Jacob Bruneau; de percelen heten in 1635 «Branderken, Brandt, in het Branderke».  Op de ingang van de woning lezen wij nu nog het jaartal 1711, als bouwjaar van de hoeve.  Het kadaster van 1810 geeft als nummering D 150/155, behuisd en eveneens in het bezit van Dorothée Cardon; volgens het kadaster van 1835 zijn dit de percelen nrs 154/156 geworden, mede aangekocht in 1858 door Jeanne van Caneghem, douairière de Naeyer: «une ferme avec grange etc. hameau Speldoorn et une habitation servant de maison de chasse» (Archief van het Kasteel te Bellem).

Het tegenwoordige Spildoorn 238, in het landboek van 1635 bekend onder sektie X nr 75 als een behuisde hofstede van Joos Pattheet, staat in 1810 kadastraal aangeduid onder de nrs 167/170 en in 1835 onder de nrs 136/138.  Popp vermeldt hier eveneens, omstreeks 1860, Jeanne van Caneghem, douairière de Naeyer, als eigenares.

24. De profielen van de dakkonzolen of «hondekens», huizen Spildoorn 241, Bellem.
Foto R. Tondat.

Uit dit alles blijkt dat er geen eigenlijke landbouwgronden behoorden bij Spildoorn nr 241 en dat wij hier dus bezwaarlijk van een «hoevewoning» mogen spreken; de gebouwen bij het Groot Fort Sint-Filips moeten een soort kazerne geweest zijn !

Vergelijking met andere forten, te Aalter, brengt ons daarvan de bevestiging; voor wat het Fort te Woestijne betreft zegt het land boek enkel maar, onder nr 673, als bijgevoegd, «Aen het fort»; doch in het tiendeboek van de kerk, anno 1639, lezen wij: «Hierop staen de huysen van het fort ter Rostijne». Zo is het ook voor het fort te Oostmolen; het landboek van Aalter, nr 688, vermeldt niets bijzonders, maar weerom zegt het tiendeboek dat «daerop stonden de huysekens van het fort ten Meulewal» ! Er waren dus woningen, verblijfplaatsen voor troepen, naast de forten en dat gold zeker voor het groot fort Sint-Filips.

Opmerkenswaardig is verder dat de forten, of althans de huizen erbij, gebouwd waren op private eigendom. De huizingen van het Fort te Woestijne stonden op perceel nr 673, eigendom van Jonkheer Nieulant (thans villa Thienpont te Aalter) en deze van het groot fort Sint-Filips op private grond van Joos Pattheet. Voorzeker zal het zo geweest zijn dat de forten zelf op de barm van de vaart stonden, maar de kazernen daarachter, op private eigendom.

Hoe moeten wij dan het bestaan van de duiventoren uitleggen op Spildoorn nr 241, indien er hier nooit een eigenlijke hoeve was ?

Zeker, ook de officieren van het fort konden duiven houden, maar veel redelijker lijkt ons de veronderstelling dat er aanvankelijk een observatiepost hoorde bij het Groot Fort Sint-Filips.  Deze duiventoren zou dan oorspronkelijk een soort uitkijktoren geweest zijn...

Een laatste foto betreffend deze omgeving vertoont ons de konzooIprofielen of «hondekens» van de huizen Spildoorn 241 (1614). Dezelfde dakkonzolen treffen wij aan in de Kerkstraat, bij de eerste hoeve van De Goedingen.

25. Hoeve «De Goedingen» te Bellem, Kerkstraat.
Foto R. Tondat.

Beide hoeven van De Goedingen zijn voortgekomen uit het omwald pachtgoed van Jacques de Santa Crace, het «Groot Goed» genaamd, 55 gemet groot en waarvan de heer Jacques Bruneau eigenaar was in het midden van de 17e eeuw. In de schoorsteen van de eerste hoeve ziet men de datum 1561, doch dit jaartal werd pas onlangs aangebracht! Binnen in het huis bemerkt men nog de oude moerbalken, mooie voorbeelden van ruw gezaagde, niet gedistelde balken en zonder siermotieven tegen de muren. De kinderbalken zitten nu evenwel verdoken onder een later aangebracht plafond. De schouwmantels zijn er nog, maar werden aangepast.

De mooie hoeve aan de Wagebruggestraat nr 41 werd omstreeks 1740 gebouwd en, hoewel er enkele malen herstellingen aan uitgevoerd werden, hebben deze de vorm van het gebouw niet gewijzigd. In de laatste plaats rechts, nu de stookplaats of «fornuiskot» was vroeger ook één van de twee kook- en woonplaatsen van deze boerderij ondergebracht. De hoeve werd eertijds immers door twee huisgezinnen bewoond. Juist in deze stookplaats ziet men nog de oude moerbalken en de oorspronkelijke haard. Elders werd de zoldering volledig weggewerkt onder een nieuw aangebrachte houtbekleding. Al de vloeren zijn vernieuwd. De vroegere woningen hadden

26. Mooie hoeve, Wagebruggestraat 41.
align="right">Foto R. Tondat.

elk een voutekamer, boven de kelder gelegen en te bereiken langs de voutekeldertrap. Het bakhuis is enkele jaren geleden gesloopt geworden. Onder de jongste wereldoorlog werden er in de oven van dit bakhuis nog tweemaal per week ongeveer achttien broden gebakken.

27. Merkwaardige woning, Zwagerhulle 136.
Foto R. Tondat.
 
28. Deuromlijsting, ingang van "Café Casino», 
     Voetballokaal, Brug Noord 72, Bellem.
Foto R. Tondat.
 

29. Huis te Bellem, Brug Noord, met ietwat gelijkaardig geïnspireerde
     deuromlijsting als deze van de voorgaande herberg.
Foto R. Tondat.

Een ander schoon en merkwaardig huis bevindt zich te Bellem, Zwagerhulle 136; het dateert vermoedelijk van omstreeks 1750.  Jammer genoeg was de huidige bewoner niet te vinden voor een gesprek.  Uit de hogere plaatsing van het linkerraam kunnen wij gemakkelijk de opkamer raden.

De deuromlijsting van de herberg «Casino», Voetballokaal, Brug Noord 72, vormt een zeldzaam verschijnsel. Wellicht is ze van circa 1830, doch ze valt moeilijk te dateren, juist omdat deze voem zo weinig voorkomt.

Ietwat gelijkaardig geïnspireerd en vermoedelijk van dezelfde periode is de deuromlijsting van een ander huis te Bellem, Brug Noord.  Deze ingang werd blijkbaar verbouwd, want deze woning moet van een veel oudere datum zijn; naar de vorm te oordelen zouden wij haar plaatsen in het eerste kwart van de 18e eeuw.  Ook het raam rechts werd later veranderd, toen het vertrek waarin het voorkomt tot weefkamer ingericht werd. Bij onze verschillende bezoeken waren de bewoners telkens afwezig, zodat wij niets kunnen meedelen over de binnenhuisinrichting.

30. Neo-gotische kapel in de Lostraat te Bellem.
Foto R. Tondat.

De neo-gotische kapel in de Lostraat, nabij de kerk, is een vrij mooi gebouwtje dat echter dringend een herstelbeurt nodig heeft. Wij zouden het spijtig vinden indien het volledig in verval moest geraken. De ervaring leert immers dat - wanneer te lang met de herstelling wordt gewacht - de onkosten uiteindelijk zo groot worden, dat gewoonlijk de totale afbraak daarop volgt !

Deze kapel, toegewijd aan O.L.Vrouw van Zeven Weeën, werd omstreeks 1860 door graaf D'Hendecourt opgericht, naar een tekening van de bouwmeester Limbourg.

31. Versierde rolluikkast, huis Lostraat 99 te Bellem. Foto R. Tondat.

De versierde rolluikkast van het woonhuis Lostraat 99 getuigt van de vakman­schap en de goede smaak van een vroegere dorps­timmerman.  Ook deze uitingen van volkskunst worden met de dag zeldzamer in onze streek.  Enkel te Kaprijke telt men nog wel een twintigtal dergelijke specimen, waaronder enkele zeer mooie.

32. Het Schepenhuis of wethuis te Bellem-dorp, op de «Swarterick».
Foto R. Tondat.

Op het dorp te Bellem, nabij de kerk, bij het begin van de weg naar Hansbeke, prijkt nog het oude wethuis, dat reeds vóór 1779 bestond en de herberg was waarin de wethouders vergaderden.  Het werd genoemd: Schepenhuis, Negher, de Mooriaen, het Moorken ... en stond op een stuk grond, «De Swarterick» geheten.

(Wordt voortgezet)

ALFONS RYSERHOVE.
ROMANO TONDAT.

Separator

Oud Bellem 1, 2, 3, 4, 5, 6

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018