Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1971, 4de jaargang, nr. 1

Oud Bellem 5

Karel Rym, de eerste heer van Bellem en Schuurvelde, tevens heer van Ekenbeke, werd geboren de 11 september 1533.  Al de vroegere Ryms hebben niets te zien met Bellem, dat toen trouwens nog zeer woest en onbelangrijk moet geweest zijn; vóór 1577 behoorde het dorp tot het grafelijk domein.

Karel Rym was een der verdienstelijkste en geleerdste ridders van zijn tijd.  «Na in de Hoogeschool van Leuven, ten jare 1551, een schitterend examen te hebben afgelegd, en te Bologna, in Italië, den titel van doctor in de rechten te hebben bekomen, werd hij om zijn bijzondere bekwaamheid in den Raad van Luxemburg aangesteld, en later, als afgezant van keizer Maximiliaan, in vervanging van Busbeek, naar Constantinopel gezonden, alwaar hij gedurende vijf jaren in bediening bleef en er in 1567 met Soliman de achtjarige wapenschorsing sloot, zoo gunstig aan Oostenrijk.  Bij zijne terugkomst in Weenen, alwaar hij, zoo wij lezen, met grooten triomf ontvangen werd, verhief de keizer hem tot lid zijner ridderorde, «en was zoo vergenoegd van zijnen handel en gedrag, dat hij hem tot Aulieque Raedsheer aennam, en dikwils daernaer zeyde, dat geene andere gezanten het Duitsche Rijk zoo groot voordeel gedaen en hadden als hij» (P. De Jonghe, Gendsche Geschiedenissen, 1752, 11, blz. 343).

33. Kerk, kapel en kasteelwallingen te Bellem, vóór 1914.

Prentkaart uit de verzameling van A. Verbeke, Gent.

Op voorstel van Viglius werd hij ten jare 1573, om zijne ervarenheid, geleerdheid en kennis der talen, tot lid van den geheimen raad des konings benoemd.  Hij trad tweemaal in den echt: eerst met jonkvrouw Catharina de Bruxelles, die den 19 Mei 1567 ontsliep, en ten tweeden male met Isabella de Locquenghien.  Op het laatste zijns levens kwam hij naar zijn vaderland terug en overleed te Gent den 13 April 1584 (J. de Saint-Genois et de Schepper), achterlatende eenen zoon, Philibert, en eene dochter, die in huwelijk trad met Philips de Grutere, heer van Exaarde.  Philibert Rym, zoon van Karel en van Catharina de Bruxelles, zag het levenslicht te Brussel den 11 Mei 1567.  Hij voerde den titel van heer van Bellem, Schuurvelde, Eekenbeke en Sombeke, werd ridder geslagen in 1623 en overleed te Gent den 6 Januari 1634, na in den echt getreden te zijn met Anna de Hertoghe, dochter van Mark, voorzitter van den Raad van Vlaanderen, en van Lucia Taynagel, bij welke hij veertien kinderen verwekte.

34. Binnenzicht van de kerk te Bellem, vóór de brand van 1944.
Prentkaart uit de verzameling van R. De Backer, Sint-Amandsberg.

Na zijnen dood ging de heerlijkheid van Bellem aan zijnen zoon, Karel Rym, over, geboren in Juli 1601, en die zich in den echt verbond: 1) met Maria Rodriguez d'Evora y Vega, dochter van Simoen, baron van Rodes, en 2) met Livina de Vulder.  Hij ontving den ridderslag den 30 Mei 1642 en den titel van baron van Bellem, voor hem en zijne nakomelingen, bij brieven van Koning Philips IV, onder dagteekening van 25 Januari 1655 (Nobiliaire de Flandre).  Uit zijn huwelijk met Maria Rodriguez sproot onder anderen Jan-Frans Rym, baron van Bellem en Schuurvelde, geboren te Gent den 4 October 1641.  Deze trad den 24 April 1661 in huwelijk met Maria- Theresia d'Hane, dochter van Jan-Baptiste d'Hane, ridder, heer van Paridaan, Nieulant, enz., van welke twee kinderen geboren werden, Karel-Frans en Jan-Baptiste-Lieven Rym, in wier voordeel de baronnij van Bellem en Schuurvelde, na het overlijden van hun vader, verheven werd.

35. Het station te Bellem, vóór de eerste wereldoorlog.
Prentkaart uit de verzameling van A. Verbeke, Gent.

Genoemde Karel-Frans Rym, geboren te Gent den 26 October 1673, de baronnij van Bellem enSchuurvelde in bezit gekregen hebbende, verbond zich den 7 September 1695 in den echt met Anna-Maria-Ferdinandina van den Eechaute, gezegd van Grimbergen, die hem de heerlijkheden van Zomergem en Wannegem tot bruidschat meebracht. Uit deze vereeniging ontstond Maria-Anna-Theresia Rym, geboren den 1 Januari 1707, die huwelijk aanknoopte met Lodewijk-Frans, prins van Montmorency, waardoor Bellem... in het stamhuis van deze beroemde Fransche familie kwam» (De PotterjBroeckaert, Bellem, blz. 8-10).

Het wapen van de heren Rym was: d'or au léopard lionné de gueules, armé, lampassé et couronné d'azur; hun strijdkreet luidde: «Bijsterveld» !

«Maria-Anna-Theresia Rym, de laatste rechtstreeksche afstammelinge van deze familie, ontsliep den 17 Augusti 1739; haar echtgenoot den 25 Juli 1736. Uit hun huwelijk sproten twee zonen en drie dochters, waarvan als opvolger in de baronnij van Bellem, de heerlijkheid van Zomergem, enz., Lodewijk-Ernest-Gabriël, prins van Montmorency, burchtgraaf van Roeselare, baron van Houchin, enz., geboren te Gent in December 1735 en overleden te Parijs den 26 Maart 1768. De heerlijkheid van Bellem en Schuurvelde werd over hem, toen hij nog minderjarig was, den 6 Juli 1748, door zijne grootmoeder verheven (Wetachtige Kamer, IV, blz. 80, Archief Raad v. Vl.). Hij trouwde te Amsterdam, in 1760, met Margaretha-Elisabeth-Barbara de Wassenaar, die den 29 October 1775, na den dood van haar echtgenoot, eene tweede huwelijksverbintenis in de abdij van Drongen aanging met Jan-Frans-Philips, graaf van Assoy, en korts daarna, in 37-jarigen leeftijd, den 12 December 1776, overleed. Zij werd volgens haren laatsten wil in de vrouwenabdij van St-Steven, te Reims, ter aarde besteld.

Als opvolgster in de baronnij van Bellem en de andere genoemde bezittingen harer ouders, kwam vervolgens Louisa-Augusta-MariaColeta, prinses van Montmorency, geboren te Gent den 31 Mei 1762, door wier huwelijk met den prins van Vaudemont, Jozef-Maria van Lorreinen, kolonel-bevelhebber van het regiment van zijn naam, de baronnij van Bellem en Schuurveld eene tweede maal in een ander geslacht kwam ... » (De Potter/Broeckaert, blz. 10-11).  Zo bleef het tot op het einde van het ancien régime.

Op 5 augustus 1782 had Jonkheer Willem-Jozef van Diesvelt, te Gent, beslag laten leggen op de inkomsten van de heerlijkheid van Bellem en Schuurvelde, tot zekerstelling van zijn erop bezette hypotheek van 80.000 gulden; meer is er echter niet gebeurd.

De voormalige heerlijkheid van Bellem strekte zich uit in Bellem, Hansbeke, Lotenhulle, Nevele, Poeke, Ruiselede, Kanegem, Aalter, Ursel en omgeving, «met hooge, middele ende leege justicie, recht van beste hoofden, confiscatiën, marckghelt, heerlijcke renten, consisterende in graenrenten, pluymrenten en penninckrenten, maelderye en foncier daermede gaende, soo leen als erfve, in leene gheconvertisseert, soowel den gront daerop staet het casteel met hovingen, ende nederhof, als den polder ende winnende lande, boven het voorn. audt foncier van den voornoemden leene, groot ontrent de vijftich bunderen, voordesen in deel ofte geheele vijvers gheweest sijnde...»  (Raad v. VI., Reg. Wetachtige Kamer, blz. 273 en I, blz. 8).

36. De Dorpstraat te Bellem, vóór 1914.
Prentkaart uit de verzameling van A. Verbeke, Koggestraat 14, Gent.

Het oude wethuis der heerlijkheid van Bellem, waarop het wapen van de familie Rym was afgebeeld, stond nabij het dorpsplein en was «ghedistinghueert met eenen thooren, alwaer inhangt de publicatie-belle, tot het publiceren van Haere Majesteyts placcaeten».  Het wethuis bestond nog aldus bij het einde van de 18e eeuw.

Behalve de gewone bedienden van de vierschaar had men hier ook nog — zoals te Knesselare en dit in tegenstelling met vele andere plaatsen — een ammanie.  De kerkrekeningen vermelden in 1590 een zekere Joos Beliaert, als amman van Bellem.

Van de greffie der heerlijkheid van Schuurvelde zijn weinig archieven voorhanden gebleven.  In het Alg. Rijksarchief te Brussel berusten de rekeningen van de baljuws over de jaren 1469 tot 15 oktober 1541.  Enkel deze van 1484-86 en van 1488-89 zijn in het Nederlands, de overige in het Frans gesteld.  Dat die rekeningen in het archief van de Rekenkamer berusten is een bewijs dat Schuurveld tot het domein van de majesteit behoorde.  Baljuws van Schuurveld, benoemd van zijn majesteitswege, zijn bekend tot in 1577, jaar waarin deze heerlijkheid aan Karel Rym verkocht werd.

Bellem had veel te lijden onder de periode van de godsdiensttroebeien en onder de vele, latere invallen van de Fransen.  Wij weten reeds dat de kerk in 1600 totaal verwoest lag en omstreeks 1620 herbouwd werd.

37. De zeildoekweverij bij de Brugse Vaart te Bellem, vóór 1912.
Prentkaart uit de verzameling van A. Verbeke, Gent.

Vroeger, op 5 april 1581, is er al spraak in de resolutieboeken van de Oudburg te Gent over het versterken van de Hoge Kale (= Vaart) tegen de vijand, op het grondgebied van Bellem.  Op 18 mei 1582 schrijft men aan Knesselare, Ursel, Bellem, Hansbeke, Nevele en Aalter, dat deze dorpen zich ondereen dienen te verstaan en dat zij elkaar moeten helpen en bijstaan in de «bescransing».  De 17 oktober 1582 vraagt Aalter, onder meer aan Bellem, dat men zou helpen "bescransen ende bedelven de passaige ende weghen daerdeure de viant presumeert zijn invasie te doene».  De aanval kwam in mei 1583.  De verwoestingen waren enorm groot en de meeste mensen konden met moeite het naakte leven redden; de velden werden tot woestenijen; sommige dorpen liepen totaal leeg, bv. Ursel en Knesselare.  Wat niet geleverd, meegesleept of geplunderd werd, stond van lieverlede te vergaan of te overwoekeren.  Wèl trokken de Spanjaarden vrij spoedig verder, maar zij werden op de voet gevolgd door de Staatse Vrijbuiters, die zich niet waagden de steden te naderen, maar gretig en regelmatig het platteland afstroopten.  Sommige plaatsen waren jarenlang niet bewoonbaar, zonder blijvende militaire bescherming !

Op 19 juni 1587 legt men 50 soldaten in de streek, ter verdediging tegen de Vrijbuiters.  Zij worden als volgt verdeeld: 15 te Bellem; 8 te Nevele; 8 te Waarschoot; 8 te Oostwinkel en 11 te Sleidinge.  Hieruit blijkt weerom hoe vooral Bellem bedreigd werd, waarschijnlijk wegens zijn ligging op het kanaal.

38. Het Kasteel Stuivenberge dat omstreeks 1935 volledig gesloopt werd.
Prentkaart uit de verzameling van A. Verbeke, Gent.

Nog in 1604 moet het dorp zeer verarmden weinig bewoond geweest zijn, vermits het toen slechts 2 manschappen als keurlingen moest leveren, tegenover 12 in het kleine Ronsele !  Pas met het Twaalfjarig Bestand begon de toestand vlug te verbeteren.

39. Pastorij en Dorpsplein te Bellem, omstreeks 1925.
Prentkaart uit de verzameling van R. De Backer, Sint-Amandsberg.

Gedurende de jaren van de troebelen waren de Vrijbuiters er in geslaagd op het Schuurveld te Bellem, in de bossen, een echt weerstandsnest op te bouwen; daar werden zij op 31 augustus 1588 onverhoeds aangevallen en moesten er twee doden achterlaten, waarna de lijken door de kasselrijsoldaten naar Gent overgebracht werden.  Toch was het vrijbuitersnest op het Schuurveld daarmee niet volledig uitgeroeid; de rovers en brandschatters hadden het vooral gemunt op kapitein van Ooteghem, bevelhebber van de kasselrijsoldaten, te Bellem gestationneerd.  Op 15 maart 1589 slaagden zij in hun opzet; de kapitein viel in hun handen en werd «doot ghesmeten ende moordadelick ghebrant», samen met twee van zijn militairen.  Het lijk van de moedige kapitein werd op kosten van de kasselrij naar Gent overgebracht en begraven in het klooster der Predikheren, in aanwezigheid van de baljuw en de mannen van het College van de Oudburg.  (A. De Vos, De Strijd tegen de Vrijbuiters binnen de Oudburg, 1584-1609, blz. 9/11).

Was Bellem een zeer bedreigde parochie gedurende de religietroebelen, zij bleef dit niet minder tijdens de daarop volgende rooftochten van de Fransen, die meermaals juist daar het kanaal overstaken.  Het dorp lag toen werkelijk telkens in de frontlinie en had niet enkel van brandstichting en plundering, maar ook steeds van zware, vreemde bezettingslegers te lijden.

(Wordt voortgezet)
ALFONS RYSERHOVE.
ROMANO TONDAT.

Separator

Oud Bellem 1, 2, 3, 4, 5, 6

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018