Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1971, 4de jaargang, nr. 2

De Bevende Hazelaar

Wie van de Sint-Jozefskerk op de Bellebargie te Waarschoot naar Oostmoer gaat ziet links, halfweg de twee wijken, het Meistraatje kaarsrecht de akkers inschieten.  Op het einde van de veldweg, Meistraatje, waar de wegen van Sleidinge en Lembeke samenkomen staat «De Bevende Hazelaar».

De boom staat op een terp geplant met een houten bank ervoor.

Een boomkapelleke "O.L.Vrouw van de Bevende Hazelaar» is aan de stam opgehangen.  Vóór vijftig jaar hing daar ook een busje.  Kooplieden die te voet van Lembeke of Sleidinge voorbijtrokken. offerden een penning om een winstgevende dag te hebben.  Nog nooit is de «Bevende Hazelaar» door de bliksem getroffen, zeggen de bewoners van Oostmoer.  Hij is dan ook een toevluchtsoord bij onweer voor de wiedsters en landlieden van de omliggende akkers.  In de schaduw van de boom komen de boeren het vieruurtje gebruiken, als het te heet is op de akker.  In de meimaand werd, tot vóór enkele jaren, het kapelleke met veldbloemen versierd.  In 1953 lazen wij in het dagblad «Het Volk» : «Het geheim van de Bevende Hazelaar.  — Verleden week werd er rond de Bevende Hazelaar een lichtend vuur waargenomen.  Het geldbusje van de plank met de woorden: Een goede hand plaatste mij, een kwade hand ontvreemdde mij, waren verdwenen.  Vragen de nachtbranders weer aandacht voor De Bevende Hazelaar ?».  In alle geval de wandelaars naderen de boom met een zekere schroom.  Onder de berm waarop de boom staat geplant, ligt een edelman begraven, menen zij.  Een keldergedommel wordt ge gewaar als ge op de berm stampt.  Uit eerbiedige vrees hebben de Oostmoernaren het Mariakapelleke opgehangen.  Daarbij, de Bevende Hazelaar heeft nog nooit droog hout gedragen en de bliksem laat hem al eeuwenlang met rust.  En zie maar, altijd beven de blaadjes van de boom, ze beven uit eerbiedige schrik voor het geheim dat ze onder hun wortels verbergen.

De oudste inwoners van Oostmoer vertellen dat de graaf onder de Bevende Hazelaar het slachtoffer is geweest van een grove vergissing.  Als op het einde van de achttiende eeuw de Oostenrijkers uit ons land werden verdreven, werden ze ook achterna gezeten door bewoners uit onze streken.  Boeren met rieken en stokken gewapend dreven hun bezetters uit.  Op de wijk Oostmoer vierde men de bevrijding met bier en gezang.  Tegen de avond keerden de achtervolgers zegevierend huiswaarts.  Door de zegeroes waren de gemoederen verhit.  Onder de terugkerenden bevonden zich edelen en krijgslieden te paard.  Door taal en kledij kwam een van hen de Oostmoernaren zeer verdacht voor.  Moest er nu nog een Oostenrijker onder hun handen vallen... !  «Een vijand !» werd er geroepen.  En zonder dat iemand het kon zeggen hoe het was gebeurd werd de vreemde krijger van zijn paard geslagen.  Lijkbleek lag hij daar in 't zand.  Maar zo ernstig hadden de Oostmoernaren het toch niet gemeend.  Was het wel een Oostenrijker ?  Niemand kende hem.  De mensen dropen af.  Ze grendelden deuren en blinden dicht.  Als een tijd nadien de vader van de neergeslagen ruiter kwam navraag doen: «Hebt ge mijn zoon niet gezien ?» haalden de bewoners de schouders op; ze hadden niemand gezien of gehoord.

Als 't donker was werd een lijk naar de bossen gedragen.  Op het einde van 't Meistraatje hebben ze het begraven in een diepe kuil.  In de versomgewoelde aarde hebben ze een boom geplant, om de sporen uit te wissen.  Graaf van Kleef heeft nooit zijn zoon teruggevonden.  Daarom beven nog altijd de blaadjes van de boom.

Een boomkenner vertelde ons: «De Hazelaar is een linde, een trillende met lange steelblaadjes, die bij het minste windje bewegen»...

L. Vereecke.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018