Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1971, 4de jaargang, nr. 2

Nog over de naam «Meetjesland»

Uit het artikel «Notes sur l'apiculture dans le Courtraisis au XVIIIe siècle» door C. Van den Haute (1) blijkt dat de bijenteelt, beoefend in de streek gelegen langs de Leie, stroomafwaarts Kortrijk, een bloeiende tak uitmaakte van de landbouw, onder het ancien régime.  Zoals de kaas de muizen aanlokt, zo kwamen ook personen vreemd aan de streek met hun korven het gewest afschuimen.  Hiertoe vonden zij altijd wel inboorlingen van Harelbeke, Bavikhove, Hulste, Ooigem, Wielsbeke, enz., die bereid waren — tegen betaling — de vreemde korven op hun eigendom te installeren.  Van daaruit zwermden de bietjes dan gonzend over gans de streek.  In verscheidene vertogen, nl. van 1732, 1742 en 1749 en gericht aan de «edele heeren hooghpointers ende vrije schepenen der Casselrye van Cortryck», klagen de inwoners-imkers van voormeld gewest deze voor hen zeer nadelige toestand aan, met verzoek hieraan een einde te willen stellen; vooral ook omdat de vreemdelingen geen enkele belasting hoefden te betalen onder het Kortrijkse.

Ze wijzen er eveneens op dat sommige van de «vrimde biegasten» zich niet alleen vergenoegen hun bietjes uit te zenden om de nektar te puren uit de bloemen, die logischerwijze zou dienen toe te komen aan de bietjes van de supplianten, maar dat ze tevens «de corven van de bien vande inwoonders uytrooven, de bien doodende ende de seem ofte honigh medenemende».  Hierbij verwijzen ze telkenmale naar een vroeger uitgevaardigd verbod en wel dit van 26 maart 1725.  Zodat wij, bij het lezen van het vertoog van 1749, gerust kunnen zeggen dat deze onhoudbare toestand reeds minstens 25 jaar duurde.

Het is ook dit laatste vertoog dat de streek vernoemt vanwaar die «vrimde biegasten» telkens komen en dit is het «Mittiens lant» (2).  De schrijver van het artikel vermeldde daarbij in voetnoot: «Meetjesland, pays d'Alost» (3).  Vanwaar hij die laatste toeschrijving haalt, is uit zijn artikel nergens op te maken. Integendeel, wat verder in hetzelfde vertoog van 1749 wordt duidelijk in de richting van ons Meetjesland gewezen, nl. daar waar men schrijft: «Tis oock scaede voor de rechten van Hare Majesteit mits sij den honich in groote quantiteyt van hier wech voeren op de grinsen van Hollant» (4).

Nu, voor zover wij weten ligt ons Meetjesland heel wat dichter bij die «grinsen van Hollant» dan het Land van Aalst !

Ook de westvlaamse uitspraak «Mittjensland» blijkt typisch uit de spelling van bedoeld vertoogschrift.  Wij kijken intussen verlangend uit naar een andere en misschien nog oudere vermelding van de naam «Meetjesland».

ANDRE VERBEKE, Gent.

__________________________

(1) Verschenen in de «Annales de la société d'émulation pour l'étude de l'histoire et des antiquités de la Flandre», Brugge, jaarg. 1911, 3e fascicule, blz. 270-275. Terug naar de tekst
(2) «... hoe dat alle jaeren comen te setten de vrimde biehouders van mittiens lant wel ontrent de duysent biecorven op dese casselrye, gelyck sy noch eens gecomen syn van desen Jaer...» (Rijksarchief Brugge, Kasselrij Kortrijk, nr 6525). Terug naar de tekst
(3) C. Van den Haute, aangehaald artikel, blz. 275. Terug naar de tekst
(4) Ibid., blz. 275 Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018