Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1971, 4de jaargang, nr. 2

Oud Bellem 6

Na de overgave van de stad Gent en de wapenstilstand die erop volgde, in maart 1678, verbleef de Franse koning Lodewijk XIV verschillende dagen met zijn hoofdkwartier te Bellem. Hij hield zich daar op tot de 21 mei en vertrok toen, over de Vaart, langs de Schelde naar Wetteren, waar hij eveneens gedurende enkele dagen zijn kamp vestigde (Chronijcke van Vlaanderen, door N.D. en F.R., deel III, blz. 779).  Het was een zeer rampzalige tijd voor Vlaanderen.  Kort daarna stelde het Verdrag van Nijmegen voorlopig een einde aan de oorlog, doch andermaal verloren wij schone en belangrijke gebiedsdelen.

De roofzuchtige koning echter, nog altijd niet tevreden met hetgeen hem tengevolge van dit schandelijk verdrag afgestaan was, viel spoedig opnieuw ons land binnen, tegen alle overeenkomsten in en met nog grotere verwoedheid dan tevoren.  Bellem had in 1683 opnieuw de Fransen op zijn grondgebied, «als echte plicht- en eervergetenen» zeggen De Potter en Broeckaert.

Hoevewoning, Eksterstraat 133, Bellem
40. Hoevewoning van 1780-90 te Bellem, Eksterstraat 122.  Vooral het dubbele deurportiek is merkwaardig.  De achterdeur bezit een eigenaardig systeem van
sluiting, helemaal in hout.
(Foto R. Tondat)

«Hoe lang zij er ditmaal hunne tenten hielden opgeslagen, staat niet nauwkeurig bij de geschiedschrijvers aangeduid; althans kan hun eerste verblijf in het dorp niet van langen duur geweest zijn, dewijl de prins van Vaudemont (van de geallieerden), die omtrent dit tijdstip met vierduizend Hollandsche ruiters in de nabijheid, te Beernem en Oedelem kwam legeren, op zekeren dag der maand November (1683) naar Bellem wederkeerde, wanneer reeds de Franschen naar hunne winterkwartieren waren teruggezonden» (Bellem, blz. 16).

Doch op 27 november 1683 stonden de Franse troepen opnieuw dreigend opgesteld langs de Brugse Vaart.  Andermaal eisten zij brandschatting vanwege het oude contributieland, noordelijk van het kanaal, gebied dat reeds zo erg verarmd en uitgeplunderd was.  De dorpen talmden, omdat zij bijna niets bezaten en vooral omdat de Oudburg te Gent streng verboden had nog langer brandschatting aan de vijand te betalen.  Ook waande men zich door de geallieerde troepen en de opgeëiste weerbare mannen van de burgerwacht voldoende beveiligd...

Op 23 december 1683 echter steken de Fransen onder leiding van maarschalk d'Humières, over een zelfgemaakte brug te Bellem, het kanaal over en vallen als razenden het contributieland binnen.  De ganse streek gaat in de vlammen op en in het zuiden van het Meetjesland begint de verschrikkelijkste plundertocht van de geschiedenis.

Arbeiderswoning te Bellem, Stekkebeek 26
41. Kleine arbeiderswoning te Bellem, Stekkebeek 26.  Op de zijgevel rechts is er
een grote nis met een Kruislievenheer.
(Foto R. Tondat)

De «Chronijke van Vlaenderen» geeft ook voor de streek van Bellem talrijke bijzonderheden, in verband met al deze Franse veroveringsoorlogen van de 17e eeuw:
«... En op den 1. Maerte 1659 ontrent den 9. uren 's avonds zijn 4000.  Fransche met twee Veldt-stucken gekomen over de Gendsche Vaert langs de Gevaertsbrugge (omdat de forten V8n Aalter en Bellem te goed bemand en bewaakt waren !), plunderende en brandende alles wat sy vonden tot Knersselaere (waar gans het dorp in de vlammen opging), Beernhem (waar zij op de Plaats méér dan 30 huizen afstookten), Oedelem, Maldegem, en de aldaer omliggende plaetsen, keerende met grooten buyt van waer sy uytgekomen waeren, en vangende op den weg verscheyde Landtslieden; de welcke met groot geldt hun slaecking moesten afkoopen.  Dit voorbeeldt wierdt dapper nae gevolgt van de Spagniaerden (onze helpers en vrienden !), de welcke op d'aenkomst der Fransche hun wagtplaetsen verlieten (o.a. op Ter Goten, Spildoorn, Beernem-Bloemendale...) en al vlugtende alles roofden, maer met dit onderscheydt, dat dese hunne eygene vrienden en onderdaenen mishandelden, terwijl de Fransche hunne vyanden krankteden...» (Deel III, blz. 712).

«Den 8. Meye 1668 sag men den Franschen Marschalk (Crecqui) met 12. à 13.000. mannen nederslagen op de Gendtsche Vaert tot Bellem, en naer dat hij aldaer een brugghe had gemaeckt (de volgende dag), brogt hy g'heel het Landt onder swaere brandtschatting, van de welcke het Brugsche Vry sig bevryde by middel van uytkoop voor 155.000. guldens» (ibid., blz. 743).

42. Oude nis met Kruislievenheer,
te Bellem, Stekkebeek 26.
Vermoedelijk een «ex voto» voor
een genezing, of een ongelukskruis...
Oude nis met Kruislievenheer
(Foto R. Tondat)

«Inderdaad op woensdag 9 mei 1668 waren de Franse troepen onder maarschalk Crecqui nabij Bellem de vaart overgestoken.  Zij sloegen er een brug en stroomden het Oud-Contributieland binnen.  Reeds op 11 mei 1668 getuigden de pastoor van Zomergem en de baljuw van Lovendegem, dat er te Bellem «geen stroot meer en is rechte staende»... (A. De Vos: Franse Invallen in Zuid-Meetjesland 1648-1713, Appeltjes IX, 1958, blz. 141).

In 1673 versterkte Graaf de Monterey alle Vlaamse steden tegen de Fransen; hij liet weerom de forten bemannen en alle bruggen - ook die van Bellem - afbreken: «het gerucht van de komste der Fransche met brieven bevestigt wordende... dede hy af breken alle de bruggen van de Vaerden van Gendt op Brugghe, alsook van Nieuwpoort en van Oostende...» (Chronyke van Vlaenderen, Deel III, blz. 754).

Ook het vervoer met de bargie was niet meer veilig.  Reeds in 1668 hadden de soldaten tot tweemaal toe te Bellem het schip overvallen en alle passagiers beroofd.  Een nieuwe aanranding, nu vanwege de troepen van maarschalk d'Humières, greep te Bellem plaats op 16 februari 1674, waarbij een grote hoeveelheid geld en juwelen werd buitgemaakt.  Dit alles droeg ertoe bij om het reizen met de bargie, doorheen deze streek, tenslotte onmogelijk te maken:
«1674. — Het loopen der partyen door g'heel ons Vlaenderlandt soo van de Fransche als van d'Hollanders groeyde dagelijkx, en niet alleen wierden alle de Landtwegen, maer ook de Vaerden op Oostende, Nieuwpoort en Gendt even onveylig.  De leden van Vlaenderen hadden dickwijls in handeling geweest om met de Fransche een verdrag ofte uytkoop te maeken voor de dagelijksche Bargie van Brugghe op Gendt, alsook voor die van Oostende, om by een jaerighe Pastport menschen en goederen te bevryden.  Maer de somme daertoe van de Fransche ghevraegt was soo groot, dat de Provincie ghenoodtsaekt was yder mensch met sijn byhebbende goedt voor Paspoort te laeten besorgt wesen.  En schoon soo dat men goede Paspoort hadde, nog was den roofsugt der Fransche soo groot, dat sy hun eygen verkogt vrygeleydt niet en verkenden, vangende op den 16. Februarii alle de menschen die sy op de Bargie van Brugghe op Gendt (te Bellem) vonden, tot 16. à 17. in ghetal, plunderende alle goederen en Vrouwlieden, en als Krijgsgevangene nemende de Manspersoonen, onder dekmantel van wederhael, ofte reprisallie, seggende het selve gebeurt te zijn door d'Hollanders, die de Stadt Thielt hadden geplundert in hunnen doorganck.  Soo dat de Leden van onse Provincie ghenoodsaekt waeren hunne Bargien (te Brugge) stil te houden, tot groot verlies van den Koopman...» (Chronyke van Vlaenderen, Deel III, blz. 757).

Ingang van de hoevewoning, Eksterstraat 120 te Bellem
43. Ingang van de hoevewoning
Eksterstraat 120 te Bellem (einde 18e eeuw).
(Foto R. Tondat)

In 1668 bedroeg de schade door de Fransen te Bellem aangericht niet minder 2757 pond 6 schellingen; op grond van deze enorme som mag men zeggen dat deze kleine parochie toen totaal verwoest was (Rijksarchief te Gent, Oudburg, nr 238, fol. 188).  Maar ook de latere inkwartiering van troepen op grote schaal, bracht nog ontzettend veel last en ellende.

44. Hoevewoning Spildoorn 239, Bellem (Raymond De Vliegher).
Vgl. met de nrs 20 en 21. 
(Foto R. Tondat, 1970)

«Derhalven zijnder (in september 1683) twee Regimenten Hollanders te voet gekomen tot Oedelem, by Brugghe en 800. Ruyters onder het beleyd van Aguerto.  Men verdeelde dese op de Oostendsche Vaert, die sig aldaer beschansten met borstweiren en geschut; in de Vaert wierden geleydt 3. Oorlog-schepen voorsien van geschut en soldaeten, om dus de Fransche te beletten in 't Noorden te komen...  Alsdan (november 1683) sag men den Prins van Vaudemont met 4000. Hollandsch Peirdevolk legeren tot Bernhem en Oedelem ontrent twee mylen van de stadt Brugghe, en op den 16. Nov. hun plaets veranderende, quaemen sy tot S. Jooris (-ten-Distel), alhier een brugge maekende op de Leye; over welcke sy eenen inval deden en plunderden Iseghem en Rousselaere (onder Franse bezetting), wederkeerende alsdan naer Bellem met hunnen roof, die sy onbevreest hadden gaen soecken, terwijl de Fransche in hun Winter-plaetsen waeren gesonden...» (Chronyke van Vlaenderen, Deel III, blz. 798-99).

45. Hoevewoning De Smet, Leiestraat, Bellem.
(Foto R. Tondat, 1970)

Toen volgde de grote roof- en brandtocht van de Fransen, in december 1683, met Bellem als uitgangspunt (hoewel in deze plaats zelf ditmaal slechts één huis, op de noordzijde van de vaart, afçJestookt werd):
«Al-hoe-wel men nog op eenige plaetsen de Brandschatting uytkogt en betaelde, wierden evenwel daerom niet te min de beesten genomen, de huysen geplundert en afgeworpen, de boeren en boerinnen uytghestroopt tot hun naeckt lichaam en onmenschelijk mishandelt, soo dat hier door de Fransche in desen tijdt wierden ghenoemt, ten opsigt van hun vreedtheydt tegen onse arme Spaensche Vlaenderlinghen, de Christene Turcken.  Want alwaer de Turcken d'overhandt in Hongaryen hadden bekomen, en hebben soo groote verwoetheydt tegen de menschen niet bedreven, als hier de Fransche oeffenden tegen onse Landtslieden.  Men sag hun komen op den 23. december ontrent Bellem, niet als menschen, maer als briesschende Leeuwen, en Brandstigters van Vlaenderlandt.  Sy trocken over een ghemaekte brugghe over de Gendtsche Vaert, vielen in Somergem, en van daer tot onder het Zas van Gendt, alle de huysen en schueren in asschen leggende, die sy vonden.  Sy maekten hunne wederkomste over St. Laureyns, Eecloo, Maldeghem, Sisseele, Bernhem en Knesselaere, al-om het vuur worpende in alles wat verbrandelijk was, behalvens Maldeghem en Bernhem, die hun brandtogt met overgroot geld voor dese reys afkogten.  Van daer gaende naer Lovendeghem by Gendt, sag men niet, alwaer brandstoffe was, als vlamme en rook.  En naer rampsalige dreygingen, dat sy korts daer-naer stonden wederom te komen, om alle het overige door 't vuur te verslinden, keerden sy over hunne eygen brugge, die sy met hun voerden, over de gemelde Vaert, naer Haerlebeke, seggende duydelijk, dat sy niet een plaets en sullen spaeren, die binnen de 24. uren van den gestelden tijdt hun brandtschattingen niet souden komen betaelen.  Dog naer soo een alghemeyne verdrucking en verderf, waer nog geldt gehaelt om soo boose en onaerdige brandtsugt af te koopen ?... (ibidem, blz. 799).

Ook nog in 1696 werd Bellem veel overlast aangedaan, ditmaal door de geallieerde troepen die te Ursel gelegerd waren.  Nu was de meeste schade veroorzaakt door het afgrazen van de maaimeersen en het vernielen van de oogst te velde; zij beliep voor Bellem 2779 pond 7 schellingen 7 deniers (RAG., Oudburg, nr 2044).

46. Mooie hoevewoning te Bellem, Leiestraat 108.
(Foto R. Tondat)

Om niet àl te eentonig te worden kunnen wij hiermede deze reeks vernielende invallen en strooptochten beëindigen.  Altijd weer verbaast het ons, bij het lezen van de teksten, dat onze dorpen er toch steeds terug bovenop gekomen zijn, na zoveel afpersing, lijden en verwoesting. Dat is — ook voor Bellem — te danken geweest aan de eenvoudige, oersterke landman, de natuurmens met een onverwoestbare levenswil, die koppig herbegon, desnoods alleen, tegen alles en allen in.

Ja, het is waar:
« Men heeft den boer zijn hof verbrand,
Zijn vrouw en os vermoord;
Dan spande de boer zichzelf voor den ploeg,
Maar de boer hij ploegde voort...» (J.W.F. Werumeus Buning). 

ALFONS RYSERHOVE.
ROMANO TONDAT.

 

Wie meer historische bijzonderheden verlangt, kan raadplegen:

A. De Vos: Krijgsverrichtingen in en om Zuid-Meetjesland tijdens de laatste fase van de 80-jarige oorlog (1621-1648), in «Appeltjes van het Meetjesland», VIII, 1957, blz. 127-153.
A. De Vos: Franse invallen in Zuid-Meetjesland 1648-1713, in «Appeltjes», IX, blz. 135-150.
A. De Vos: De Strijd tegen de Vrijbuiters binnen de kasselrij van de Oudburg (1584-1609), in «Handelingen der Maatsch. voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent», Nieuwe reeks, Deel XI, 1957.
Alf. Ryserhove: Beernem. Een heemkundige studie. Beernem, 1949, 326 blz.
F. de Potter/J. Broeckaert: Geschiedenis der gemeenten van Oost-Vlaanderen.
Bellem. Arrond. Gent, deel I, reeks 1, 1864, 26 blz.
X.: Kort verhaal over den oorsprong der parochie van Bellem, der kerk van O.L.V. en van... O.L.V. van Jesukenseik, aldaar vereerd sedert 1653; 1890, 24 blz.
J. van Lantschoot : I. Vragen en wenken; II. Vazelaar; III. Kalversbilk; IV. Goedinghen; V. Donk; VI. Switten of Zwitten (betreft plaatsnamen), in «Vlaamsche Zanten», jaarg. 5, 1904, blz. 44 en 92-96.
G. van den Gheyn : Bellem, in «Oudheidk. inventaris van Oost-Vl.», Gent, 1911-1915, aflev. 1; 2 blz., met illustr.
Alfons Ryserhove: De Geuzenberoerten in de streek van Knesselare, in «Appeltjes van het Meetjesl.», III, 1951.
(H. Levecque): Bellem, in «Zondagsvriend», jaarg. 8, 1937, blz. 313, illustr.
X.: Bellem, in «Tijdschrift van de Touring Club van België», jaarg. 46, 1940, blz. 40-42, illustr.
A. Boterdaele: A vélo autour de Gand; nos étangs, in «Tijdschr. V. d. Touring Club v. België», jaarg. 4, 1898, blz. 199-200 en 214-215.
X.: Bellem en zijn Poel, in «ABC», jaarg. 2, 4 juni 1933, blz. 16-17, illustr.
E. vander Meersch: Notice sur la florule du Kraene-Poel; Gent, 1874, 18 blz., uitgave van het «Bulletin de la soc. royale de botanique de Belgique», jaarg. 13.
E. vander Meersch: Plantes de la flore beige: Lobelia dortmanna L. et Fritillaria meleagris L., in «Revue de I'horticulture beige et étrangère», deel 1, 1875, blz. 88-90 (flora van de Kranepoel).
X.: Le château de Bellem, in «La Belgique pittoresque», jaarg. 1875, nr 4, illustr. X.: Le château de Stuyvenberghe, in «La Belg. pitt.», jaarg. 1875, nr 6, ill.
X.: Bellem, in «Bulletijn van het Comiteit der Provo Oost-VI. voor Monumenten en Landschappen», Deel 3, blz. 380 en 391.
(E. Mettenanxt) : Het verdwenen kasteel van Stuyvenberg, in «De Nieuwe Gentenaar», 24 april 1947, illustr.
X.: Het kasteel van Bellem, in «Ons Land», jaarg. 31, 22 okt. 1949, blz. 5, illustr. W. Coppens: Uitstap naar den Craenenpoel, in «De Wielewaal», jaarg. 12, 1946, blz. 82-83 (vogels).
A. Petit: Hop, in «De Wielewaal», jaarg. 12, 1945, blz. 126 (idem).
B. D(e) K(eyzer): Ommereis doorheen de kerkrekeningen van Oost- en West-VI., in «Schalmei», jaarg. 4, 1949, blz. 63-64, illustr. (orgel).
B. D(e) K(eyzer) : Een merkwaardig stuk waarin landerijen iets te maken hebben met orgel; Bellem 17e eeuw, in «Schalmei», ibid., blz. 69, illustr.
X.: De bel in het wapen van Bellem, in «Het Laatste Nieuws» van 7 februari 1943. P. van Oye en F. Evens : Etude biologique des Desmidiées de I'étang du Kraenepoel, Antwerpen 1941, 129 blz., met platen en illustr., in Biologisch Jaarboek, nr 8.
P. van Oye: Recherches sur les rotateurs de la Belgique; 4. Rotateurs des étangs d'Overmeire et du Kraenepoel, in «Annalen der koninkl. maatsch. voor Dierkunde van België», jaarg. 75, 1944 (gedrukt in 1945), met tab., blz. 110-122.
A. Verhoustraete: De Krompoei te Aalter, in «Toerisme», jaarg. 23, 1944, blz. 25. Kultureel Jaarboek van Oost-Vlaanderen, Gent, deel 1961-II (molens).
A. Verhoustraete: Molens van Bellem, in «Appeltjes Meetjesl.», II, 1950, blz. 48. Over de scheepvaart in het kanaal van Gent naar Brugge en over de marktschepen in het bijzonder, in App. VII, 1955-56, blz. 225-230.
Het oostelijk deel van het Bulskampveld en de ontginning ervan, in App. X, 1959, blz. 5-64, met uitsl. kaart.
Bijdrage tot de geschiedenis van Bellem, in App. X, id., blz. 152-159.
De rondreis van Walter de Marvis, bisschop van Doornik, in 1242; in App. XII, 1961, 228-236, met uitsl. kaart.
Leenroerig overzicht van Aalter, in App. XV, 1964, blz. 169-260, met 2 uitsl. kaarten. Leenroerig overzicht van Aalter 11, in App. XVII, 1966, blz. 69-99.
Over de Heerlijkheden van Lotenhulle, in App. IX, 1958, blz. 151-158.
Dr. Michel Cloet: Het kerkelijk leven in een landelijke dekenij van Vlaanderen tijdens de 17e eeuw (dekanaat Tielt), Leuven, 1968.

Separator

Oud Bellem 1, 2, 3, 4, 5, 6

 
«De Appeltjes van het Meetjesland» van het Histo­risch Genoot­schap van het Meetjes­land heeft zijn eigen webstek.  Heel mooi en effi­ciënt !  Zij zoeken vrij­wil­ligers die hen kunnen helpen om de oude uitgaven op het inter­net te publi­ceren.  Neem contact op met hen indien u kan mee­werken aan dit heel waar­de­vol project.

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!
MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018