Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1971, 4de jaargang, nr. 3

Oude gebruiken In het Meetjesland

DE DERDE MEI was vroeger een feestdag voor de boeren.  Het werkvolk op de hoeve kreeg die dag vrijaf.  Te Sint-Laureins was 't bolling aan Celiebrug, vóór de herberg «De Roos - Estaminet», te Ronsele aan «'t Veldzicht» en te Waarschoot aan «'t Rood huis».  Ze kwamen van heinde en ver een hout steken.  Koewachters, meiden en knechts veranderden dan ook van werkgever, als ze het in hun oude post beu waren.  De bazin bakte die dag pannekoeken om haar nieuw volk te verwelkomen, of «blijfkoeken» om haar getrouwen te behouden.

Van derde meidag tot halfoogst, de langste hete zomerdagen, lag het werk op de hoeve stil, van na het middagmaal tot twee uur.  Het volk mocht noenspelen: bollen, snoek schieten met de kruisboog, noendutten, kersen plukken.  In die stille stonden waakte toch altijd de boerin op het erf.  Ze werd verwittigd door de blaffende bandhond of door haar opstuivende hennen, als er een vreemde naderde.

LAG ER EEN LIJK OVER AARDE, dan waren de blinden van de boerenwoning gesloten.  Alleen het vee werd verzorgd, maar de andere werkzaamheden werden uitgesteld.  De bewoners spraken met gedempte stem. Aan het hek lag een steen op wat stro.  De voorbijgangers tikten aan hun pet en baden: «Bid voor ons».

Een kruiske wordt aan 't hof gelegd.
Twee strengskens stro, een steen daarboven.
't Is op d'eenvoudigste manier gezegd
Dat boeren, diepe nog geloven.

En kerkewaarts vertrekt de stoet.
Met zelfde span en zelfde wagen
Waarmee hij d'oogsten mennen moet,
wordt nu de boer te rust gedragen.

Hij ligt, gedorsen stro gelijk,
Ontdaan van kaf en ook van koren.
En was hij arm of was hij rijk,
Dat zal hij van ons Here horen.

Op gans de wijk werden de geburen tot de begrafenis uitgenodigd.  «'k Kom U te lijke noden van baas Braet, woensdag de rozenkrans om 7 u. en donderdag om 9 u. aan de kerke».  Daags vóór de begrafenis kwamen de geburen samen in het sterfhuis om de rozenkrans te bidden.  Er waren twee voorbidders.  Vóór ieder tientje zegden ze oude formules: «Het bezoek van Maria aan Elisabeth, Gewaardig U, 0 Maria, ook met haast naar het vagevuur te gaan, om de lijdende zielen te bezoeken. —

De geboorte van Christus te Bethlehem: Heer, wil uw engelen tot de lijdende zielen des vagevuurs zenden, opdat zij hun ook ene grote blijdschap aankondigen.  Geef dat zij haast met de herders mogen zeggen: laat ons naar het hemels Bethleëm gaan. — De droefheid van Christus in het Hofken van Oliveten.  Blus hun brand tenemaal uit, of wil dezelfde verkoelen door uw bloedig zweet en tranen, verbrček hun banden en schenk hun de vrijdom. —  De geseling van Christus.  Wees de lijdende zielen des vagevuurs genadig, maak een geestelijk bad van uw heilig bloed.  Laat die arme kreupelen naar hun vaderland terugkeren.  Laat die blinden zien wat nooit oog heeft gezien, laat die doven horen wat nooit oor heeft gehoord en laat stommen eindeloos uw lof verkondigen ... »

De dampen van een hete baksteen, met azijn begoten, verdreven de reeuwgeur van het sterfhuis.  Op het einde van de plechtigheid zegde het oudste familielid: «Mensen ge zijt allemaal bedankt».

In het Meetjesland was het de gewoonte de overleden gehuwden naar het kerkhof te brengen met een kaswagen : een wagen met kleine voorwielen en lage zijplanken, die wijder openstaan naar achter toe.  Een gebuur met een koppel paarden was de geleider.  Op twee bussels stro stond de kist. Stapvoets ging de stoet, door de familie en geburen gevolgd.  Aan ieder kruispunt werd halt gehouden en een gebed gepreveld.

De halmen buigen diepe neer,
De morgendauw die geeft hun tranen. 
«En komt gij, baas, nu nooit meer weer ?
Aan wie dan geven wij ons granen ?».

Bij het terugkeren stond de geleider, wijdbeens recht in zijn wagen.  De bussels stro, «de dutsen», werden in het water geworpen.  Veelal sloegen de paarden op hol.  «Ze hebben nog schrik», zeiden de mensen.  't Was misschien eerder door de dokkerende, lege wagen achter zich.

ALS EEN NIEUW STUK VEE of een paard op de hoeve WERD AFGELEVERD stond de boerin al gereed met gewijd water.  Eerst een kruiske: «God zegen en bewaar u», vooraleer het beest op stal werd gezet.  Het dier kreeg klaver of vers hooi voorgeworpen, terwijl het onwennig stond te loeien of te stampen.  «Kom mee om uw geld», zei de boer.  Onder het drinken van een druppel werden de kwaliteiten van de nieuweling nog eens besproken.  Met «geluk met uw geld» en «geluk met de beeste» was de koop definitief gesloten.

L. VEREECKE.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018