Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1971, 4de jaargang, nr. 3

De Polders rond Bentille

In haar studie over de historische geografie van Westelijk Zeeuws Vlaanderen heeft Dr. Gottschalk reeds uitvoerig het ontstaan van de polders rond Bentille besproken.  In deze bijdrage brengen we dan ook slechts enkele aanvullende gegevens bijeen betreffende de oppervlakte van die polders en een meer preciese datering van hun ontstaan.

In het gebied rond Bentille lagen talrijke gronden die een jaarlijkse cijns moesten opbrengen voor de brieven van Assenede.  In de rekeningen van die brieven tekent de grafelijke ontvanger nauwkeurig alle inkomsten van de cijnsen op.  Ze lichten ons ook zeer goed in over de overstromingen die dit gebied geteisterd hebben, omdat elk verlies aan cijns door inundaties in de rekening werd vermeld.

In zijn rekening 1381-1382 noteert ontvanger Olivier Poyte een verlies van 31 p. rente te Bassevelde en van 63 p. 8 d. voor Watervliet, Sint-Niklaas, Sint-Jan en te Smouthoek (1).  Dit verlies aan rente werd voor het eerst genoteerd voor «l'an feni à la St Jehan 79 !».  Die gronden zijn ongetwijfeld overstroomd geraakt tijdens de grote stormvloeden van 1376-1377.  In 1382 noteert hij een nieuw verlies van 15 p. rente «pour la terre noyée en la proche Saint Jehan de la Wastine, qui noya l'an 82» (2).  De parochie Sint-Jan kende dus twee overstromingsgolven : de eerste in 1376-1377 en de tweede in 1382.  In dit laatste jaar schatten we de verloren gegane grond op ten minste 300 bunder. Inderdaad, wanneer we als gemiddelde cijns 1 s. per bunder nemen, komt 20 bunder met 1 pond overeen.  Dat geeft voor 15 p. een verlies van 300 bunder.  Op dezelfde wijze vinden we voor Bassevelde 620 bunder landverlies en voor Watervliet, SintNiklaas, Sint-Jan en Smouthoek te samen 1260 bunder landverlies.  Voor de streek tussen Bassevelde en Bentille betekent dat een verlies van 2160 bunder grafelijke grond.

Het terugwinnen van de verdronken grond komt slechts moeizaam op gang tengevolge van de Gentse oorlog tegen graaf Lodewijk van Male.  Vóór 1396 treffen we slechts «le vieulx polre» die 60 gemet groot is.  De cijns werd vastgesteld op 3 d. per gemet of 9 d. per bunder.  In 1396 bedijkt men dan de Cocquytpolder, die een oppervlakte heeft van 233 g. 76 r. (3).  Tenslotte noteert men in de rekening 1401-1402 : «encore rediquié un polre emprês Benthille en la parroche de Saint Jehan de Wastines, contenans 525 mesures de terres à 3 d. par an la mesure».  In een periode van 25 jaar won men slechts 173 bunder terug van het overstroomde gebied.  Door de Sint-Elisabethvloed van 1404 veroverde de zee echter opnieuw die drie polders, zodat alles te herbeginnen was.

Zes jaar na die nieuwe ramp bedijkt men opnieuw de Cocquytpolder, waarvan de oppervlakte nagenoeg gelijk was gebleven: 238 g.  De «vieulx polre» die in 1412 opnieuw bedijkt wordt, is veel groter dan vroeger, want de oppervlakte bedraagt nu 103 1/2 g.  Twee jaar later wordt een andere polder «nommé le polre St Jehan gisant emprês Bentille» op de zee heroverd, die 488 1/2 g. groot was.  In 1415 bedijkt men tenslotte de Hellepolder, die een oppervlakte van 107 g. 100 r. had (4).  Op vijf jaar tijd won men dus meer dan 312 bunder poldergrond op de zee terug.

In 1416 komt de Sint-Janspolder aan de beurt met een oppervlakte van 472 g. 194 r. In de rekening tekent de ontvanger daarbij aan, dat in die polder de kerk van Sint-Jan had gestaan (5).  Volgens het kaartje van de Zuudzeepolders, gepubliceerd door Dr. Gottschalk, dateert de bedijking van de Sint-Janspolder slechts van 1422 (6).

In 1422 wordt «le polre St Pierre gisant à Benthille devers l'orient du polre de St Jehan ou l'esglise est dedens» bedijkt (7).  De oppervlakte van die polder, later Oostpolder genaamd, bedroeg 456 g. 70 r.  De Gentse St-Pietersabdij was betrokken bij die bedijking, zodat dit wellicht de verklaring is voor de naam «le polre St Pierre», die aanvankelijk aan de Oostpolder werd gegeven (8).

Na de inpoldering van de Oostpolder treedt er een adempauze in het bedijkingswerk op.  Slechts 42 jaar later wordt de Sint-Mariapolder, die 339 g. groot is, droog gelegd (9).

Als we de balans opmaken van de rond Bentille teruggewonnen grond stellen we vast dat 735 bunder werd bedijkt zodat er nog 825 bunder van de 1560 (1260 + 300) bunder verloren gegane grond moest droog gelegd worden.  Het cijfer van 825 bunder is natuurlijk maar een benadering, want de oorspronkelijke cijns kon variëren van 6 d. tot 2 s. per bunder.

Over de andere polders die aansluiten bij de St-Mariapolder, Oostpolder en Sint-Janspolder vinden we geen gegevens in de rekeningen van de brieven van Assenede, omdat daar geen gronden lagen die cijns verschuldigd waren aan die brieven.  Evenmin vernemen we iets over de 310 bunder land die op het grondgebied van Bassevelde lagen; alhoewel die gronden wél cijns verschuldigd waren aan de brieven van Assenede...

Luk STOCKMAN.

__________________________

(1) Algemeen Rijksarchief Brussel. Rekenkamer nr. 7834, Rek. 1381-1382, 10 12 vo. Terug naar de tekst
(2) ARA, RK nr 7834, rek. 1389-1390 fo 2 vo. Terug naar de tekst
(3) ARA, RK nr 7834, rek. 1397-1398, fo 2 vo. Terug naar de tekst
(4) ARA, RK nr. 7834, rek. 1316-1317, fo 3 vo. Terug naar de tekst
(5) ARA, RK nr. 7835, rek. 1421-1422 fo, 3 ro : «Item d'un autre polre nommé le polre Saint Jehan ou l'ésglise est dedens rediquié en l'an 1416». Terug naar de tekst
(6) M.K.E. GOTTSCHALK, Historische geografie van Westelijk Zeeuws Vlaanderen, Deel II, kaartje op blz. 195. Terug naar de tekst
(7) ARA, RK nr. 7835, rek. 1423-1424, fo 3 vo. Terug naar de tekst
(8) M.K.E. GOTTSCHALK, a. w., blz. 28. Terug naar de tekst
(9) ARA, RK nr. 7838, rek. 1469-1470, fo 3 ro. Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!
MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018