Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1971, 4de jaargang, nr. 4

BUITENLANDERS
IN O.L.VR.-TEN-DOORN

Toen ik in 1905 in Eeklo aankwam, zou ik de regentaatsstudies aanvangen.  Ik onderbrak ze om zieke zusters te vervangen, doch voltooide ze in 1908.  Vanaf het schooljaar 1908-1909 werd ik Normaalschoollerares en bleef dit tot in 1960.  Intussen studeerde ik veel en was ook soms werkzaam in andere huizen of studiegroepen.  Het doctoraat in Opvoedkundige Wetenschappen behaalde ik aan de Gentse Universiteit in oktober 1932.

Vanzelfsprekend zag ik van 1905 tot 1970 veel interessante mensen de inrichting bezoeken als voordrachtgevers, inspecteurs, muziek- en toneelliefhebbers, missionarissen e.d.  Er leefde hier een talrijke bevolking.

Van de 125 zusters waren de meeste Belgen, maar er waren toch ook enkele Engelse, Duitse, Nederlandse en Franse zusters.  Ook de schoolbevolking was gemengd.  De voertaal was hoofdzakelijk Frans, wat veel buitenlandse meisjes lokte, die meestal het hele jaar hier bleven, de grote vakantie uitgezonderd.

Vóór 1914 waren de verplaatsingen naar huis vrij moeilijk, tijdrovend en duur.  Daarom trof de school voorzieningen om intra en extra muros aangename rustpozen te voorzien met culturele strekking o.a. excursies, museumbezoek en dgl.

Van waar kwam die jeugd ?...  Uit alle buurlanden, maar ook van verder en zelfs van overzee.  Op een gegeven ogenblik (circa 1910 ?) hadden we ongeveer 200 "British subjects» in huis, die erg trots waren op die naam !

In 1909 vierde men het vijfentwintigjarig bestuur van de toenmalige Overste, Moeder Chantal Buysens.

Levende beelden waren toen erg in trek...  Een daarvan verheerlijkte de Vrijheid van Onderwijs en groepeerde onder de Belgische driekleur leerlingen uit 15 verschillende landen, in huis vertegenwoordigd.  Ze traden zoveel mogelijk op in typisch eigen klederdracht, of met eigen vlag.

Onze Congregatie, nl. de Zusters van Liefde uit Gent, had in Engeland, ten tijde van de Poor Law en Workhouses, een tehuis opengesteld waar R.K. onvermogende meisjes opvoeding genoten en zo ontsnapten aan de officiële anglicaanse school.  Dat was in Tottington en het werd later uitgebreid met o.a. een Nursingschool.  De kandidaten vonden gelegenheid tot stage bij de weesjes, wat een verzorgde beroepsopleiding en zelfs een gezellig tehuis voor later was, nl. in een eigen "Cottage».

In een landelijk kasteeltje in de buurt bevond zich de Finishing School van Claremount.  Dit alles schiep contacten.

In 1893 waren, als eerste Engelse internen, vier zussen aangekomen.  Zij waren nichtjes van onze Sister Alix Robbins, van wie de schoonzuster overleden was.  (Alix behoorde tot de kloostergemeenschap van Tottington.)  Het oudste nichtje heette Maud; na korte tijd keerde ze terug naar Engeland bij haar vader.  Beatrice (Beaty), de tweede, studeerde in de Normaalschool en bleef in Eeklo als onderwijzeres; vele generaties kinderen hebben de moederlijke Miss Beaty gekend.  Zij stierf in 1962.  Florence (Flory), die in 1966 overleed, bleef werkzaam bij ons personeel.  Nancy, de jongste, is nu 80 jaar oud en vond hier haar levenslang tehuis.  Zij was muzikaal begaafd en werd een talentvolle lerares, vooral in vioolspel.  Tijdens de twee wereldoorlogen weken de zusters uit naar Tottington.  Vanzelfsprekend waren de vier zusjes niet de enige Engelse leerlingen: in 1905 telde de school er reeds een behoorlijk aantal.

Dank zij een uit India teruggekeerde missiezuster, streefde Eeklo ernaar een hoger peil te bereiken dan een gewone middelbare school.  Reeds in 1910 behaalden enkele leerlingen, waarbij een van onze jongere zusters (nu 88 jaar) de titel van LADY Literate & Arts = L.L.A. van de S. Andrews University in Edinburgh.  Die graad werd later afgeschaft, maar Eeklo bleef tot aan de tweede wereldoorlog OXFORD LOCAL CENTER, waar examens werden afgenomen in verband en in overleg met de Engelse Universiteit.

De leerlingen konden vrij jong beginnen, n.l. als PRELIMINARY; daarna kwamen Junior en Senior.  Wie daarbij Matriculation bereikte kon Oxford of Cambridge binnen.  De examens verliepen volgens strikt universitaire norm, zowel wat betreft leerstof, vragen, dag en uur als beëdigd toezicht.  De correctie geschiedde in Oxford.

Doorgaans behoorden onze leerlingen tot de gegoede burgerij: talrijke kolonialen en zeekapiteins zagen uit naar een veilig opvoedingstehuis voor hun kinderen.  Het leerlingenaantal groeide snel.  Vermelden we gerust dat de oudleerlingen door hun verder optreden de beste propagandisten waren: onder Koning George V informeerde de Koningin-Moeder bij een Nieuw-Zeelandse afgestudeerde, die op Buckingham Palace geen onbekende was, naar haar «boarding School»...  De oecumenische geest die van meet af aan Eeklo bezielde, droeg wellicht bij tot het toetreden van vreemdelingen.  Ook niet-katholieke meisjes werden aanvaard.  Zij werden vrijgesteld van godsdienstles, hoewel ze in de klas mochten blijven (mits niet te storen).  In de zondagsmis waren zij aanwezig met eigen gebed. R.K. worden werd niet toegestaan zonder toestemming van de ouders en zonder degelijke en langdurige instructie.

Onze algemene overste, Mgr. Van Rechem, hulpbisschop van Gent, stelde veel belang in onze buitenlandse leerlingen.  Hij begreep dat zij met hun eigenlandse ontwikkeling niet pasten bij jongeren, die hen in Frans taalgebruik ver overtroffen.

Daarom werd in 1910 een speciaal gebouw voor hen opgericht: het Sint Paulus Paviljoen.  Iedere leerling zou daar een afzonderlijk kamertje hebben met voldoende comfort.  Wat de tucht betreft zou men meer beroep doen op persoonlijk initiatief en verantwoordelijkheid.

Het nieuw gebouw werd vlug een internationaal centrum.  Gewoonlijk verbleven daar 80 tot 100 internen.  Ze moesten 16 jaar oud zijn en ten minste drie jaar M.O. hebben doorgemaakt.  Buiten de algemene vakken opteerden ze voor talen, handelswetenschap, muziek, allerlei kunstarbeid en huishoudelijke vorming, vooral kookkunst.  Ook sport kwam op de voorgrond met opwindende catch-momenten !

De eerste wereldoorlog was ongunstig voor de buitenlanders: met inkwartiering, bevoorrading enz. hadden we immers veel last om nog te zwijgen van beschadigingen.  Toch bleef alles in werking, zij het in vertraagd tempo.  Toen de nachtmerrie voorbij was, vulde de biekorf zich weer, ondanks nieuwe levensomstandigheden: in vele landen was deviezenuitvoer moeilijk, maar verre reizen waren beter mogelijk, zodat minder leerlingen tijdens de vakantie op school moesten blijven.

In 1935 kon het PAVILJOEN dan zijn vijfentwintigjarig bestaan vieren.  Er kwam een bonte menigte oudleerlingen, niet uit de buurlanden alleen (Nederland, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg), maar ook van daarbuiten.  Zo moesten er aan de eretafel, waar EEN gast zijn land vertegenwoordigde, 25 plaatsen zijn, n.l. voor Engeland, Schotland en Ierland; Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en Ceylon; Hong-Kong, Birma en Hindostan; Rusland en Polen; Griekenland, Servië, Oostenrijk en Zwitserland; Denemarken, Zweden en Noorwegen; Italië, Spanje en Portugal !

Sinds lang bestond in Londen een Eeklo-club, die nu nog (1970) voor Britse meisjes een aantrekkelijk trefpunt blijft.  Daar S.Paulus ook enkele Belgische leerlingen opnam, was het gebouw beslist te klein geworden en werd besloten er een tweede bij te zetten.  Dit kwam tot stand in 1937 en het werd door Mgr. Van Rechem in 1938 (het jaar van zijn zilveren bisschopsjubileum) plechtig ingewijd.  Ook het erbij betrokken werkvolk vierde duchtig mee.

Op het gelijkvloers vond men de ruime klaslokalen en boven drie verdiepingen, met telkens 20 leuke kamertjes.  Alhoewel er niet meer zoveel vraag was uit de vreemde (hier was Frans niet meer de enige voertaal), was dit tweede gebouw toch al bezet, toen in 1939 de koningskinderen in de stad kwamen om de schoolkinderen vlaggen uit te reiken.  In de namiddag kwamen Josephine-Charlotte en de negenjarige Boudewijn in onze inrichting een sober vieruurtje gebruiken.  In gezelschap van Mgr. Colle, de Hofaalmoezenier, Graaf Du Parc en Commandant Van den Heuvel (die hier twee eigen zusters in het klooster had), genoten ze die rustpoos in het nieuw S. Pieterspaviljoen.  Daarna bezochten ze, onder toejuiching van de honderden leerlingen, de tuin, waar ze vogels hielpen ringen.  Het was een mooie dag onder een schitterende julizon.  Voor de kleine Prins Albert kregen ze speelgoed mee.

Helaas, enkele weken later kwam de mobilisatie wegens het dreigend oorlogsgevaar en werd onze inrichting grotendeels voor militaire doeleinden in beslag genomen.  Eerst kregen we Belgen, maar in mei 1940 waren het Duitsers en dit vier jaar lang !  In september begon de bevrijding.  Die bracht ons eerst Engelssprekende Canadezen, gezellige mensen, en dan Franstaligen uit Québec.  Eind december werd ons huis letterlijk met Engelsen gevuld: «General British Hospital: 1200 beds... 400 men Staf !»  Dat zou duren tot half mei 1945.

Voor het schooljaar '39-40 hadden we om zo te zeggen geen buitenlandse leerlingen.  De militaire bezetting bracht veel moeilijkheden mee.  Reeds in 1916, onder de eerste oorlog, steeg de inkwartiering tot 1600 manschappen, hoewel de school in al haar geledingen werkte.  Natuurlijk werd ook veel beschadigd, vooral onder de tweede oorlog met zijn bombardementen.

Bij het begin van de oorlog had men de «Finishing School» overgebracht naar een min of meer vrijgekomen vleugel van de kostschool.  In 1941 echter besloot het centraal bestuur, wegens plaatsgebrek, tot verplaatsing van de Finishing School: kort vóór de oorlog waren te Loverval bij Charleroi een kasteel en een park van de prinselijke familie de Ligne door onze congregatie overgenomen.  De nog overgebleven groep leerlingen zou samen met het personeel daarheen verhuizen.  Dat gebeurde in april.  Wel was er een tijdje aanpassing vereist, doch in oorlogstijd maakt zoiets deel uit van het levensprogramma en allen zetten dapper door.  Daarenboven kon het franstalig regentaat, dat in Eeklo opgeheven was, zonder bezwaar in Henegouwen wortel schieten.  Stilaan kwam men ook daar tot verdere uitbreiding, zodat Humaniora en Hogere lichamelijke opvoeding huisvesting vonden.

In 1966 kon met geestdrift het 25-jarig nieuw bestaan te Loverval worden gevierd.  Van de 9 leerkrachten die het werk in Eeklo begonnen hadden, waren er 7 overleden, maar jongere elementen versterkten de staf !

† Zr. Gerarda Beun.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!
MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018