Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1971, 4de jaargang, nr. 4

HET VERHAAL
VAN MIJN OUDERLIJK HUIS

Voor Vader en Moeder.

Op 1 mei 1971 vierden mijn ouders hun gouden bruiloft.

Traditiegetrouw kregen ze enkele dagen vooraf het bezoek van pastoor-deken Van Overbeke, die kort daarop in het parochieblad op een gemoedelijke en rake wijze de jubilarissen en hun omgeving typeerde.

Uit dit verslag lichten wij het volgende:
«Jules De Vogelaere en Nathalie De Coninck zijn gehuwd te Maldegem op 4 mei 1921 en wonen daar Veldstraat, 39, op een stemmig hoveken: het is begrensd door een antieke beukenhaag, meer dan honderdjarig: niemand heeft ze weten planten.
Nathalie is daar geboren...»

Die antieke beukenhaag, meer dan honderd jaar oud, die niemand heeft weten planten, intrigeerde mij en ik ging op zoek in oude familiepapieren.  Zo ontdekte ik de geschiedenis van die oude haag en meteen de geschiedenis van mijn geboortehuis...

Zo zag het huis er uit, vóór de verbouwing in 1948.
Het middendeel was het oudste (± 1840).
In de gevel van het linkerbijgebouw droeg een gevelsteen het jaartal 1870.
In 1934 verving het rechterbijgebouw de grotere, grotendeels in hout opgetrokken schuur.
Bij de laatste verbouwing werd alleen het middendeel vernieuwd.
Foto G. De Vogelaere

De oudste akte, die betrekking heeft op dit huis, is gedateerd op 18 maart 1837. Angelina Van Kerschaver, weduwe van Engelbertus Van Landeghem, «partaculiere, woonende te Maldegem, geeft in erf- of cijnspacht aan Augustinus De Paepe, werkman te Maldegem, voor den tijd van negenennegentig naereenvolgende jaren, aenvang nemende met primo mey achttien honderd zevenendertig, een perceel land groot negenentwintig aren vijftig centiaren, gelegen binnen de gemeente van Maldegem, west van de kerk, wijk Bogaerde, alwaer men het noemt den Eikveldvijver... »

Het toponiem Eikveldvijver(1), was mij tot voor de lezing van deze akte totaal onbekend.  Mijn moeder sprak wel dikwijls over «de vijver» en bedoelde daarmee de landerijen gelegen ten noorden van ons huis, tussen de spoorweg en de Veldstraat.  In die akkers, zich uitstrekkende tussen twee hogere zandruggen, is echter van een vijver of wal niets te bespeuren.  Toen ik de eerste keer de kaart van de Ferraris (1777) te zien kreeg, trof ik op bedoelde plaats, midden een uitgestrekt heideveld, wčl een grote vijver aan.  In de loop der jaren is die echter helemaal verland en herschapen in vruchtbare velden, zodat er nu niets meer van te bespeuren valt.

Lezen we die akte verder.

Onder de «lasten, voorwaarden en bespreken» vinden we het volgende:

«Dat de erfpachtnemer gehouden is het voorschreven land te bebouwen met een woonhuys in steen en verdere gerieflijkheden, welke gebouwen benevens de fruytboomen en levende haegen (Daar duikt de antieke beukenhaag voor het eerst op !) met het eyndigen van dit erfpachtregt door de erfpachtgeefster zullen vermogen aenveerd te worden...»

Misschien interesseert het de lezer wel hoeveel de pachtsom bedroeg ?

«Voor de jaerlijksche pachtsom van negentien francs veertien centimen, te betalen in handen en ter woonst van de erfpachtgeverigge, in gankbare zilvere of goude geldspeciën...»

We vermoeden dat onze erfpachtgeverigge onaangename herinneringen heeft aan de assignaten uit de Franse tijd, want de akte vervolgt:

«... en geensints in eenige assignatien, papiere munt of andere verbeeldende geldspeciën, niettegenstaande alle wetten of decreten hier aen contrarie uyt te geven, op peene van nietigheyd der betaling.»

Vermelden we nog dat op de situatieschets bij voornoemde akte alle afmetingen aangegeven zijn in «oude Brugsche maet.»

Uit een notariële akte, opgesteld in 1846 door Pieter Jacobus Wallijn, (P.L Wallijn was burgemeester te Maldegem van oktober 1830 tot januari 1831; hij was aldus de eerste burgemeester te Maldegem onder het Belgisch bestuur) blijkt dat Augustinus De Paepe niet zo dikwijls de jaarlijkse pachtsom heeft kunnen betalen, want hij is reeds vroeg overleden en zijn weduwe hertrouwde met Karel Poppe.  Deze laatsten, gevestigd te Oedelem op de wijk Zeldonk, verkopen het opgerichte woonhuis,... «toebehoorende den helft aen de verkooperige Marieanne Mouton en de wederhelft aen d'erfgenamen van haren eersten man Augustinus De Paepe, welke hetzelve gdeurende huwelijk van uit den grond hebben nieuwe gebouwdt... » aan Franciscus Maere, werkman, wonende te Maldegem.

In de verkoopakte wordt het goed als volgt beschreven:
«Een woonhuis, verderen bouwen levende hagen (Daar hebben we ze weer !) staende binnen de gemeente van Maldegem, wijk Bogaerde op de gebergten van den Eikveldvijver (In ons vlakke Meetjesland wordt een lichte verhevenheid algauw gepromoveerd tot «een berg.»   Op de stafkaart loopt op bedoelde plaats de hoogtelijn van 14 meter !), op zeven en dertig aren vijf en veertig centiaren pachtland, behoorende aen Constant Haelewyck te Maldegem... »  (Dit is bijna acht are meer dan in de akte van 1837.  Dit valt misschien te verklaren door het feit dat het pachtland noordoost paalde aan de «verpachterigge», Angelina Van Kerschaver, en deze of haar erfgenamen konden dus gemakkelijk meer land in pacht geven.)

Deze koop werd gesloten «... voor eene som van vier honderd vijf en dertig francs zes en dertig centimen, waerop door den kooper aen de verkoopers den helft of twee honderd zeventien francs acht en zestig centimen, ten passeren dezer in klinkende geldspecien is betaeld, waerover deze is dienende voor volle en eindelijke kwittantie zonder ooit andere te moeten voorbrengen; de overige twee honderd zeventien francs acht en zestig centimen is den kooper gehouden aen de verkoopers te voldoen vóór den eersten july achttien honderd zeven en veertig zonder intrest.»  Zowel de verkoopster, Marianne Mouton, als de koper, Franciscus Maere, hebben verklaard niet te kunnen schrijven «nochte naemteekenen.»  Als getuigen fungeerden Pieter Francies Van Verdegem, koopman, en Jan Van Overberge, wever, beide wonend te Maldegem.

Het zal nu nog duren tot 1889 alvorens we weer iets vinden betreffende ons woonhuis op «de gebergten van de Eikveldvijver.»

In dit jaar wordt het door Francies Maere, koopman, en zijn vrouw Barbara Theresia Vermeersch, huishoudster, geruild voor «... een woonhuis met schuurken, stallingen, bakoven en verdere gerieven, boomen en hagen staande ter gemeente Adeghem, in de Onderdijkstraat, op twee en zeventig aren tachtig centiaren grond, toebehoort hebbende aan de weduwe Bernard Standaert, rentenierster te Adeghem, ten dorpe, thans eigendom van de verschijners echtgenooten Maere, kadastraal bekend sectie G nummers 12313 en 12413, aan welke grond nog recht van cijns was tot eersten october achttien honderd acht en negentig, mits honderd franks 's jaars, boven de lasten.»

Het huis zelf behoorde toe aan Charles De Coninck die het in 1878 op een openbare veiling gekocht had.  Het werd «... gewardeerd de som van een duizend franken.»

De nieuwe eigenaar van het huis op de gebergten van de Eikveldvijver, Charles De Coninck, mijn grootvader langs moeders zijde, werd geboren te Maldegem op 2 mei 1845.  Hij was op 27 augustus 1878 gehuwd met Barbara Theresia Maere, geboren te Maldegem op 2 juli 1846, dochter van Francies Maere en van Barbara Theresia Vermeersch.

In het jaar van de ruiling (1889) waren er uit dit huwelijk reeds vijf kinderen geboren, slechts één was in leven gebleven, namelijk Kamiel, geboren op 9 decembar 1884.

In 1890 werd nog een zoontje geboren; het stierf reeds hetzelfde jaar.  Het jaar daarop werd op 28 juni een dochter geboren: Nathalie Marie.  Later zal deze mijn moeder worden.

In 1895 kocht mijn grootvader de cijnsgrond waarop het huis gebouwd was.  Die grond was toen eigendom van Bernard Van Caeseele en zijn vrouw, Sabina Savat, landbouwers, wonende te Ghent, Minnesota, Verenigde Staten van Amerika.

De eigenaars hadden volmacht verleend aan Auguste Dumon, notarisklerk te Maldegem, om de verkoop te sluiten.

De koopsom bedroeg 600 frank.

In de verkoopakte is er geen sprake meer van de Eikveldvijver.

De grond wordt als volgt omschreven: «Een perceel zaailand bestaan met gebouwen, eigendom van d'echtgenooten koopers, groot veertig aren tachtig centiaren (alweer drie are, groter), gelegen te Maldeghem, wijk Remparten...»

Het toponiem Remparten is ongetwijfeld afgeleid van het Frans «rempart.»  Volgens de «Nouveau Littré» ontstond dit woord in Frankrijk in de 14e eeuw.  Het wordt vooral in het meervoud gebruikt (les remparts) en betekent o.a. wal, versterking, schans...  In de Veldstraat treffen we een natuurlijke schans aan: een lange, smalle, hoge zandrug; een berm met steile wanden, ongeveer een meter hoger dan het omliggende land.

In mijn kindertijd werd het woord Remparten meer gebruikt dan de officiële naam Veldstraat.  Nu is deze wijknaam, waar veel varianten voor bestonden, zoals Rampaarden, Rempaarten,... aan het uitsterven.

De beschrijving van het zaailand gaat dan verder: «... palende zuid aan de Veldstraat, west aan d'erven van wijlen d'heer Gustave Baron Pecsteen de Vričre, noord d'heer Georges Reboulla de Veyrac-Rooman en oost met eene haag die zal gemeene blijven tusschen de koopers en de verkoopster.»  Die haag mochten we toch ook niet vergeten !

Een interessante beschrijving van woning en inboedel vinden we in een polis tegen brand uit het jaar 1911.

We lichten er het volgende uit:
«De verzekerde som wordt verdeeld als volgt:
1/ Twee duizend franken op een gebouw dienende tot woonhuis en stalling, gebouwd in steen en gedekt met pannen zonder poppen.
2/ Vijf honderd franken op een gebouw dienende tot schuur en stalling, gebouwd het grootste deel in hout en gedekt 1/2 pannen en 1/2 stroo.
3/ Dertien honderd franken op meubelen, kleederen der beide geslachten, beddegoederen, versieringen, rijwiel, aarde- en gleyswerk, kuipen, standen, vleeschvet en mondbehoeften, huis- en keukengerief in art. Een.
4/ Twee honderd franken op granen, zaden en beestenvoeder in art. Een.
5/ Vier honderd franken op verkens in art. Twee.
6/ Vijftig franken op geiten en konijnen in art. Een.
7/ Twintig franken op pluimgedierte in art. Twee.
8/ Drij honderd franken op oogstvruchten van allen aard, gedorschen of niet, hooi, aardappelen en andere veldgewassen - vlas uitgezonderd - in art. Twee.
9/ Honderd franken op een kruiwagen, aalkuip, rieks, vorken, spaden en alle verdere landwerkersgereedschappen, alsook op brandhout in bovengemelde gebouwen.
10/ Bijgevoegde premie voor de verlichting met petrool.
11/ Bijgevoegde premie voor de ontploffing des bliksems met of zonder gevolg van brand en niet door wind.
12/ Twee honderd franken op oogstvruchten van allen aard staande in twee of meer schelven op de landen door den aangever in gebruik te Maldegem, Veldstraat, meer dan tien meters van elkander, de gebouwen, den openbaren weg en van andere schelven en meer dan vijftig meters van den ijzeren weg en stoomtramlijn.  De verzekering van dit artikel wordt aangegegaan voor negen maanden van ieder jaar, te rekenen van den eersten Augustus tot eersten Mei daaropvolgende.  De schelven dragen eene plaat der maatschappij en worden met geen stoom gedorschen.

In schuur en stal mag geen open licht worden gebruikt en niet worden gerookt.»  De verzekerde som bedroeg in totaal 5070 fr. en de jaarlijkse premie 12,70 fr.

In 1912 werd vóór het woonhuis een «bakkeet» gebouwd  (Ze staat er nog).

In de brandverzekering vinden we daarover volgende beschrijving:

«... een gebouw dienende tot bakkeet met aanhechtige bakoven, gebouwd in steen en gedekt met ongepopte pannen, en met deszelfs inhoud zooals forneis, kuipen, standen, tafel, stoelen, veevoeder en verder gerief...»

Ze werd verzekerd voor 500 fr.; de jaarlijkse premie bedroeg 60 centiem.

Na de dood van haar ouders (grootvader stierf in 1913 en grootmoeder in 1916) erfde mijn moeder het «stemmig hoveken.»

Op 4 mei 1921 huwde ze met Julius Jozef De Vogelaere, geboren te Oedelem op 3 april 1891.  Ze namen hun intrek in het woonhuis op «de gebergten van de Eikveldvijver. »

Daar hebben ze een halve eeuw lang lief en leed gedeeld.  Daar werden hun drie kinderen geboren.

Daar kwam pastoor-deken Van Overbeke op bezoek om, naar aanleiding van hun gouden bruiloft, een artikeltje te schrijven over dit stemmig hoveken en die antieke beukenhaag, waarvan niemand wist hoe oud ze wel was.

Dit artikeltje werd de aanleiding van mijn opzoekingen naar de oorsprong van mijn ouderlijk huis.  Voor mij is het een boeiende speurtocht geworden.  Ook voor u, lezer ?

G. DE VOGELAERE.

__________________________

(1) Deze bijdrage was reeds geschreven toen ik in «Appeltjes van het Meetjesland» (3e jaarboek 1951) het artikel van heemkundige Daniël Verstraete herlas.  Daarin worden in ons gebied verscheidene vijvers gesitueerd.
Naast onze «Eeckveldvijver» treffen we nog aan: «de Grooten en Cleenen Valckaert vijver», «de Mutse», «de Pispotvijver». (blz. 124)
Interessant is ook de voetnota : «Die vijvers waren grote oppervlakten drassige grond, overblijfsels van vroegere moerassen.  In het midden van die lager gelegen gronden trof men in de achttiende eeuw nog tamelijk grote waterpoelen aan, die werden dan, vooral in de tweede helft van die eeuw, drooggelegd en ontgonnen.  Maar de oorspronkelijke oppervlakte van de vijvers was soms zeer groot.  Een vijver van tien hectaren was geen uitzondering.» Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018