Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1974, 7de jaargang, nr. 1

Eeklo in beeld en schrift (6)

In de loop van de jaren werden de straten van het centrum, vooral in de omgeving van de Markt, zeer dicht bebouwd.  Later ontstond er ook een intensieve bewoning rondom het Station en na de Tweede Wereldoorlog breidde Eeklo zich aanzienlijk uit over nieuwe woonkernen.

Het schepenhuis, op de Markt, wordt al vermeld in de 14de eeuw.  De bebouwde kom van Eeklo bestond toen ongeveer uit de huidige Stationsstraat, Kerkstraat, Teirlinckstraat, Markt, Boelare, Koning Albertstraat en Molenstraat.  Het schepenhuis stond echter iets meer westwaarts dan nu, zodat de toegangsweg tot de oude kerk smaller was.

«Op de Markt bestond het «Rotjen» (= het rijtje) nog niet.  De kerk stond met het rechterzijkoor rechtop de Lijnendraaiersstraat.  De pastorie was gebouwd in de Kerkstraat, tegen de kerk, met een rechtstreekse ingang in de kerk.  Ze stond ongeveer waar nu de noorderlijke sacristie is.  De hof van de pastorie strekte zich westwaarts uit, langs de noordzijde van de kerk.  De kerk was slechts gedeeltelijk geplaveid met grafzerken.  Stoelen waren er niet, tenzij voor de vooraanstaanden.  Het volk knielde neer op de grafzerken of op de grond.  Op de toren was een soort wachtkamertje ingericht voor de nachtwakers, die toezicht moesten houden op ongure elementen die 's nachts door de straten liepen, maar die vooral onmiddellijk alarm moesten slaan als ze ergens brand bemerkten.  Aldus (lezen we in) de stadsrekeningen van 1423: «Item betaelt aen Pieter Moortamer van dat hy wrocht twee daghe up den toore an de camere daer de vierwachters in slapen».  Rondom het kerkplein was rond 1300 een stenen muurtje gebouwd «ut per hoc sacri loci a profano distinctio aliqua haberetur» (om daardoor de gewijde grond enigszins te onderscheiden van de ongewijde)»  (Geschied. v. Eeklo, naar Aug. Van Acker, bewerkt door Dr. L. Lampaert, 1967, 24-25).

In 1564 heeft men de Markt vergroot, met toestemming van de bisschop van Brugge, wat weerom bewijst dat het plein van kerkelijke en parochiale oorsprong was.  Daardoor werd het kerkhof wat verkleind en kon men huizen bouwen ten westen van het schepenhuis en op de noordkant van Markt en Kerkplein.  Op de westzijde van het stadhuis stond een huisje, dat door het stadsbestuur werd aangekocht en verpacht.

87. Een beeld van de Markt te Eeklo kort na de eerste wereldoorlog.
   Prentkaart uit de verzameling van André Verbeke, Gent         (afstempeling 3/9/1919)

Tijdens de zomer van 1650 stond men voor het herstel van het stadhuis, gedurende de troebelen van de Spaanse tijd grotendeels geruïneerd.  De gescheurde buitenmuren werden «afgebroken, herbouwd en het afgebrande dak werd hersteld.  De 23 oktober 1650 waren de eerste werken voltrokken en werd de «mei» gestoken op het vernieuwde stadhuis.  De «meiboom» was gekroond met 18 vergulde eikels.  De 27 april 1651 werd de «mei» gestoken op het vernieuwde torentje.  Al die werken waren uitgevoerd vóór de bevaarmaking van het Leiken.  Dat betekent dat alle bouwmaterialen hier met wagens waren aangevoerd.  Eenmaal dat de waterwegen bevaarbaar waren, konden de bouwmaterialen voor de andere herbouwingswerken per schip worden aangevoerd...» (ibid., 112).

In 1654 was het stadhuis volledig herbouwd en het zou bijna geen wijzigingen meer ondergaan tot 1818.  Het «Journal van Jacques Van Damme» geeft ons een schets van dat gebouw, zoals het voorkwam in de tijd van de Franse overheersing.  Die schets staat overgetekend in de «Geschiedenis van Eeklo, naar Aug. Van Acker», 1967, blz. 195.

88. De oude herbergen van het «Rotjen», op de Markt, omstreeks 1925.

Reproductie Heemschut.

«Op het dak van het stadhuis stond een torentje, doch dat zat gedeeltelijk weggestoken achter het fronton van de voorgevel.  Bovenop dat fronton stond een soort vaas en in het fronton waren vier stenen met: 1) een leeuw; 2) Regnum Justitiae; 3) in Eecloo; 4) een gevleugeld hoofd. Boven de ingangsdeur stond het opschrift «Palais de Justice» en in de omlijsting van de deur stond het jaartal 1654.  Ten tijde van de Oostenrijkers werden vóór het stadhuis twee leeuwen geplaatst, doch die werden op 1 december 1792 met hamers kapot geslagen.  Op 15 april 1818 begon men met het afbreken van het fronton, zodat het torentje gans zichtbaar werd.  In 1824 werden andermaal herstellings- en veranderingswerken aangebracht en kreeg het stadhuis het uitzicht dat het ongeveer behouden heeft tot de grote restauratie in 1932» (ibid., 195-196).

Sedert de opbouw van het stadhuis in 1650-54 was er een drankgelegenheid aan verbonden, die aan een huisbewaarder verhuurd werd.  In 1834 was het stadhuis aldus verpacht aan Felicitas De Vos, weduwe van de politiecommissaris Jan-Frans Vrombaut, mits 860 fr per jaar en in 1851 aan de stadssecretaris Ferdinand De Heuvel, voor de prijs van 700 fr per jaar.

Omstreeks 1900 werd het stadhuis eindelijk «ontmanteld», toen de beide aanpalende gebouwen gesloopt werden.  Het bijgebouw rechts had dienst gedaan als gevangenis of «steen», terwijl het andere, aan de linkerzijde, bestemd was geweest voor de burgerwacht («corps de garde»).

89.  Ongewone blik op de Markt, vóór 1909.  Het standbeeld van Ledeganck staat nog op zijn oorspronkelijke plaats.  Bemerk de waterpomp, de jong aangeplante boompjes en de lantaarnpaal uiterst links.
Prentkaart uit de verzameling van Mevr. Van De Velde-Vossaert.

Reeds in 1411 is er spraak van de Markt te Eeklo, als toponiem (Rekenkamer, Alg. Rijksarch. Brussel, nr 34.360, fol. 9 verso).  Als delen van die Markt worden verder vernoemd: een Lakenmarkt (den Laken maerct, 1433), een Zuivelmarkt (de Zuvel maerct, 1451), een Schoen markt (de Scoemaerct, 1466), een Beestenmarkt (de Beestemaert, 1483), een Vismarkt, een «Widauwmarkt» en een Korenmarkt (de coorren maert, 1484).  Dit alles wijst, al vroegtijdig, op het groot belang van de Eeklose marktdagen.

In 1413 werd de Markt met zand opgevoerd «naer den waeterpasse» en reeds in 1422 bestenigde men het marktplein en verschillende straten.  Toen genoot Eeklo immers veel voorspoed en welvaart, dank aan de weverij.

Op de Markt kennen wij al vroeg de naam van verschillende huizen en herbergen: de Zwane (1417), de Anker (1451), de Galei (1451), de Drie Koningen (1488), de Schare (1489), de Ooievaar (1496).

De herberg «Inde Drie Coninghen» van 1488 stond niet op de plaats waar nu het huis «De Drie Koningen» gevestigd is, maar wel op de hoek van de Markt, waar zich thans het «Middenstandshuis» bevindt: het renteboek van de H. Geestkamer zegt inderdaad: «De dry Conynghen liggen met de zuutzyde lancx de groote straete tot Antheunis Dehuwe, an de westzyde licht de Verckensmarct» (1538).  In 1560 wordt ditzelfde huis «De Gouden Leeuw» genoemd !

90. Het verdwenen uithangbord van de oude, gekende afspanning «De Vier Emmers», uitbater J. Walry; nu Garage E. Lievens, Markt 19.
Foto Dr. E. Dhanens, Eeklo.

«Langs de zuidkant van de Markt stonden verscheidene belangrijke huizen of hovingen.  Op de hoek van de Patersstraat (nu: Van den Hemel en Smitz) woonde Adriaan Matheus, burgemeester...  Daarnaast woonde Jacob Jacobsseune, genoemd de «bierman» (hij was bierhandelaar). Deze was burgemeester in 1544 en schepen in 1545. Daarnaast (Landuyt en Van Keirsbilck) was het «scottershof  vanden voetboghe»; het was dus het hof van de kruisbooggilde Sint-Joris.  Deze hadden een uitweg halfweg in de Patersstraat.  De huizen Walry, Gobin, Vandeputte en de ingang van de EE. Paters waren de hovingen en het woonhuis van Jacob Lippins, burgemeester...  De huizen Pauwels, Buyck en Gilson waren de gekende afspanning «De Zwaene», eigendom van Daniël Savary en de uitbater was Nicolaus Hullebusch, een gekende ketter.  De kelders van «De Zwaene» deden dienst als gevangenis en folterkamers.  De huizen «Elégance», Zelfwasserij, Gillebeert en Van Den Berghe waren de afspanning «Den Hovare» van Jan Libaert.  Dit was een van de eerste en enige stenen huizen.  In 1572 verandert de «Hovare» van eigenaar en wordt meteen de naam veranderd in «Het schild van Bourgondië».  De huidige «Gouden Leeuw» was eigendom van Christiaen Hauweel, heer van Aveschoot, Bardelaere, Warmez en Lendonck...  Daarnaast volgden «De Papegaai» van de Wwe Vincent Sanders, «De Rooze» van Meester Jan Bekaert, «De Galeye» van Vincent Sanders, die baljuw geweest is, en op de hoek van Collegestraat en Markt woonde Vincent Parisis, schepen van Eeklo 1533-37...»  (Geschied. v. Eeklo, blz. 90). 

In 1666 paalt de herberg «De Drie Koningen» met de noordzijde aan de Graanmarkt en lag bijgevolg reeds aan de zuidzijde van de Markt.  De herberg «Gouden Leeuw» lag in 1677 nog op de hoek van de Stationsstraat en de Markt (nu: «Middenstandshuis»).

«In het register van erfenissen van 1627 vinden wij «een geruïneerde hofstede, eertijds hostelrye ghenaemt De Zwaene, met den voorhoofde op de Markt», die verkocht werd aan Tobias Styn...

In 1657 — Huis en erve eertijds.  Deze lag op de Graanmarkt en liep tot in de Zuidmoerstraat.  Ze lag op de plaats van de drie huizen, ten westen van het Patersklooster.

In de kerkrekeningen van 1657 : «Den bourgondischen Schilt, voortkomende van Jan Sjonkers, oost d'herberghe De Croone». — «De Croone» lag op de hoek van de Patersstraat.

In de kerkrekening van 1679: «Gillis De Smet is eigenaar van de herberge ghenaempt «De Sterre», noort de Marct».  In 1769 vinden wij Jan Verwilst als eigenaar.  «De Sterre» stond reeds in 1621 op de westhoek van de Sterrestraat, die daaraan haar naam te danken heeft.

91. «In den Gouden Bol», nu Apotheek Gilson, Markt 33.
Foto Dr. E. Dhanens, Eeklo.

In 1645 wordt een geruïneerde hofstede, «Den Hoyvaer», verkocht aan Pieter D'Herkere den Ouden, voor 1900 gulden.

In 1658: «den Hoeyvaere by Jan Spittael» en in 1773 «Den Hoyvaere bij Philippus Bourgonjon».

In 1718: «Den Prins Cardinael» bij Wwe Joos De Rycke, en in 1777 bij Paulus De Smedt.

In 1740: herberg «Den gouden Appel» (nu: huis Minne).

In 1652 vinden wij een «Pottemarckt» op de Spriet...»  (ibid., blz. 152).

Het «Rotjen» op de Markt ontstaat in 1657; dat is hier de grootste wijziging van de 17e eeuw.  Op 31 maart 1657 geeft de bisschop van Brugge inderdaad de toelating om op die plaats een stuk grond van het kerkhof af te nemen en in cijnspacht te geven, om er te worden «gebouwt ende ghemaect suffisante huysinghe tot twee stagien hoog he ende breedt ofte diepe volghende 't voornoemde stadhuys...  Ende de voornoemde vyf huysinghen moeten wesen van eene en deselve hooghde volghende 't gonne staende op de westsyde van den voornoemden stadhuyse, mitsgaders eener somme ende gelyckende aen elckanderen, wel geproportionneerd, alle de pannen, deuren ende venstercassynen te doen maecken van ordinairen steen, mitsgaders de daken te decken met schalien, teghels ofte pannen ende ghezaemdelyck te doen maecken ende stellen een rechten muer van eenen steen dikke, negen voeten hoog boven d'aerde ende met suffisante drummers... sonder dat in denselven muer mogen gemaeckt worden eenige deuren, vensters ofte andere gaeten, opdat daer deure ane of op het voornoemde kerckhof geene vuiligheden en worden gheleyt ende dat in de voornoemde huysinghen niet en sal moghen herberghe gehouden worden, ofte aldaer bier ende wyn te tappen...»  (Stadsarch. Eeklo).

92. Het oude uithangbord «De Ooievaar», nu «Elégance», Markt 35. 
Foto Dr. E. Dhanens, Eeklo.

Van straatverlichting is er voor het eerst spraak in 1808.  Toen werden er in het centrum negen straatlantaarns geplaatst, die brandden met petroleum.  Later bracht de familie Neelemans het stadsgas in Eeklo.  Onmiddellijk schakelden vele huizen over op de gasverlichting en op 20 juli 1857 werd aan Isidoor Neelemans, broer van de burgemeester, een vergunning verstrekt om ook een gastoestel op te richten voor de openbare verlichting.  De eerste proef geschiedde op de Markt.  Van dan af vinden wij de gas- en petroleumlantaarns door elkaar gebruikt.

93. Uithangbord van schoenwinkel; huidige uitbater: Arthur Van Kerckhove, Markt 63.
Foto Dr. E. Dhanens, Eeklo.

«De lantaarns werden vast gemaakt aan de gevels der huizen op tamelijk grote hoogte (4 tot 5 m). Er waren toen nog geen voetpaden en de lantaarns volgden de grillige lijn en de insprongen van de gevels. De lantaarnopstekers gingen rond met hun lange ladders, om bij valavond de lantaarns aan te steken. Dit evenement had telkens groot bekijks, vooral bij de prille jeugd... Te middernacht gingen de lantarenmannen weerom op stap om de lichten te doven...» (Geschiedenis van Eeklo, blz. 240).

94. Dit gevelteken (windwijzer) stelt een boogschutter voor en werd geplaatst in 1830.  Het bevindt zich op het pand Albert Reychler, Markt 73.  De verkoop van tabakswaren is aldaar begonnen in 1867.
Foto Dr. E. Dhanens, Eeklo. 

Reeds in oude tijden werd de wekelijkse markt op donderdag gehouden en genoot zeer grote belangstelling, zoals het trouwens nu nog is.  De gereformeerde predikanten van de 16e eeuw predikten normaal op zondag en op donderdag, op het kerkhof, in de kerk en vooral op de Markt.

In 1414 kwam de heer van Moerkerke, bevelhebber van het leger van het Brugse Vrije, wapenschouw houden op de Markt te Eeklo, voor de mannen van Eeklo, Kaprijke en Lembeke.

In 1413 bouwde men twee openbare «steenputten» in de kom van de stad, nl. op de Markt en op de hoek van het «Stoofstraetken» (nu: Patersstraat). Dat was een belangrijk werk, want de mensen bezaten normaal geen pomp of eigen put. Later zijn uit deze «steenputten» de publieke fonteinen ontstaan.

Die «steenputten» waren diepe, open putten in de straten, «waarboven een emmer aan een katrol hing.  Die putten voorzagen gans de gebuurte van water, zowel drinkwater als water voor alle huishoudelijk gebruik.  Het spreekt vanzelf dat deze waterputten een zekere aantrekkingskracht uitoefenden op de kleine jongens die errond speelden en er soms alle soorten vuilnis in wierpen (dode katten !).  In 1821 werd de eerste monumentale arduinen pomp geplaatst op de oostzijde van de Markt.  Het bouwen was op 30 april toegewezen bij openbare aanbesteding aan J. B. Ladrière van Gent...  Op 10 december 1821 werd het plan goedgekeurd van de arduinen pomp voor de westzijde van de Markt en deze werd in 1822 gebouwd door V. Van Landschoot van Eeklo, naar het plan van de bouwkundige Roelandts»  (Gesch. v. Eeklo, blz. 196-197).

Bij de vernieuwing van het stadhuis in 1932 werd ook de oude publieke fontein op de Markt door een nieuwe vervangen.

95. Verdwenen uithangbord voor een hoeden zaak, op de hoek van het Sterrestraatje, Markt 75.
Foto Dr. E. Dhanens, Eeklo.

Op 23 januari 1866 kwamen de Minderbroeders — 69 jaar na de afschaffing van hun oud klooster in de Zuidmoerstraat, door de Fransen — zich opnieuw te Eeklo vestigen, ditmaal in het huis van Karel Stroo, op de Markt.  Deze milde weldoener schonk daartoe niet alleen zijn woning en erf, maar liet ook spoedig op zijn kosten de ruime «Paterskerk» optrekken. Aannemer Désiré Heysse, uit Eeklo, vatte de werken aan in maart 1866 en op 15 maart 1868 werd de nieuwe kerk van de Minderbroeders ingezegend.  In 1895 werd het huis dat vóór de Paterskerk stond aangekocht en twee jaar later gesloopt.  Zo kwam de voorgevel van de kerk vrij en werd ook een veel betere toegang verkregen.  Tot dan toe moest men immers door een overwelfde poort om de kerk te bereiken.  Begin maart 1897 begon men met de opbouw van het nieuwe Minderbroedersklooster, dat zou ingewijd worden op 4 september 1898.

96. Prachtig ensemble van uithangbord, Jan Cornand, Kerkstraat 2.
Foto Dr. E. Dhanens, Eeklo.

Reeds in 1928 bezat Eeklo een «Cinema Ledeganck», aan de overzijde van de Markt, uitgebaat door de toen zeer bekende voetballer Maurice L'Espé (later «Ciné Luxor», pand thans bewoond door dhr. Roland Van de Putte).  In april 1929 draaide men daar twee weken lang de film «Ben Hur», die een overweldigend succes oogstte; de opbrengst bedroeg 33.000 fr, zonder de ontvangsten in het café.  Bij deze gelegenheid liet men zelfs speciale prentkaarten aanmaken, met de voorstelling van «Cinema Ledeganck» en de reclame voor «Ben Hur» !

Verlaten wij nu de Markt, om even een blik te werpen in de voornaamste straten van het centrum.  De Boelaarstraat wordt al vermeld in 1349 (Bisschoppel. Archief, Gent, Rijke Gasthuis, ongeklasseerd); het is een van de oudste straatnamen van Eeklo. Langs de oostzijde in de Boelare woonde Jan Cochuut, die schepen was in 1544; misschien werd het Cocquytstraatje later wel naar hem genoemd. In 1616 stond in de Boelaarstraat de herberg «De Halve Maene» en in 1679 vinden wij ook nog «Het Blauw Huys», dat minstens bleef bestaan tot 1730. Tussen 1820 en 1830 ontmoeten wij in de Boelaarstraat volgende herbergen: Het Hof van Wenen, De Tuinier, St Cecilia, In de stad Vlissingen, Het Wapen van Zeeland en Het Vliegende Paard (E. De Smet).

97. Het verdwenen uithangbord in de Kerkstraat. 
Foto Dr. E. Dhanens, Eeklo.

In het begin van de Boelare «was in 1830 de brouwerij gevestigd van Serafien Ryffranck-Dounckels (nu brouwerij Baele).  Daarnaast was de brouwerij van Antone Goethals-De Boes.  Daarnaast woonde E. H. Martens, een priester op rust, geboortig van Eeklo.  Daarnaast woonde Francies Misseghers, een winkelier, afkomstig van Assenede.  Daarnaast was de stokerij van Bernard Van Hoorebeke.  In het huis van Mevrouw Loontjens woonde toen Romanus Van Wassenhove, afkomstig van Kanegem en later burgemeester.  Hij was de schoonvader van advokaat Pussemier, vader van Lionel Pussemier, onze latere burgemeester, die trouwens ook dat huis bewoonde.

98. «De Gouden Leeuw» vóór 1914. Reproductie Heemschut.

In het huis van de Wwe Meerschaut woonde Jan Baptist Neelemans-D'Havé, fabrikant, vader van o.a. Eduard Neelemans (geschiedschrijver van Eeklo en burgemeester) en van Isidoor Neelemans (gasfabrikant en eerste concessionaris van de spoorweglijn Gent-Eeklo-Brugge)...»  (Geschied. v. Eeklo, blz. 241).

Op de hoek van Boelare en Zilverstraat was in 1910 de winkel gevestigd van huisschilder Edgard De Vliegher-Steeghers; daar stond toen ook een typische gaslantaarnpaal (zie foto nr 78).

99. De kerk van de Eerw. Paters Minderbroeders Recolletten, aan de Markt.  De toren van deze kerk is nu gesloopt.
Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove (afstempeling 5/11/1906).

Het archief van het Rijke Gasthuis, Gent, vermeldt vanaf 1328 «die Grote strate» te Eeklo; daarmee wordt de oude weg bedoeld van Lembeke door Eeklo en Raverschoot naar Adegem.  Die baan droeg overigens verschillende benamingen: Antwerpse Heerweg (die op de Oostveldstraat kwam ter hoogte van De Lustige Boer), Oosteindeken (in de Stationstraat en omgeving van het huidige station), Grote Straat (nu: Stationstraat), Markt, Brugsestraat (nu: Koning Albertstraat) en Raverschootstraat.  In de 15e eeuw vinden wij volgende huis- en herbergnamen voor de «Groote Straete»: Den Arent, De Lelie, De Papegaai, De Helm, Het Gulden Hoofd, De Pelgrim, De Rooster, 't Scheminkele (= De Aap) en De Wildeman.

100.  Zicht op de Boelare en rechts het monument van Ledeganck, nog op zijn oude standplaats, in 1919.
 Reproductie Heemschut.

De «Grote Straat» was eigenlijk de as van gans de Eeklose wegenis.  Zij werd gevormd door de later genoemde Antwerpseheerweg, die liep van Brugge over de oude nederzetting Raverschoot en de Raverschootstraat naar de Spriet, over de Markt en het Oosteindeken, langs de huidige Oostveldstraat tot aan «De Lustige Boer», om daar rechts af te slaan in de richting van Lembeke.  Die Antwerpseheerweg doorsneed Eeklo bijgevolg van west naar oost.  Het eerste gedeelte van wat wij thans de Oostveldstraat noemen, is inderdaad een verlenging van de «Grote Straat», een deel Antwerpseheerweg, terwijl de eigenlijke Oostveldstraat eertijds pas begon aan de splitsing bij het Lazarijke, dus aan «De Lustige Boer».

101. De Boelare vóór 1912.
Prentkaart uit de verzameling van André Verbeke, Gent (afstempeling 1/3/1912).

De huidige Gentsesteenweg is lange tijd secundair geweest.  De oude baan op Gent liep langs de Hospitaalstraat en de Oude Gentweg naar de Dam (waar men in de 16de eeuw een nieuwe dam moest leggen, om de weg doorheen dat moerassig en drassig gebied wat begaanbaar te maken).  Om dit alles te begrijpen, moet men natuurlijk gans het huidige Station en zijn omgeving wegdenken !

102.  De Ledeganckplaats met een blik op de Molenstraat en de Brugsestraat,
vóór 1906.
Reproductie Heemschut.

De verbinding met Balgerhoeke langs de tegenwoordige Molenstraat (eertijds: Weststraat, en ook wel Zuidstraat) is eveneens secundair.  Het smalle nederzettingsgebied van Balgerhoeke was ten noorden en ten zuiden omsloten door een moerasgebied (vandaar :  Noordmoerstraat, Zuidmoerstraat).

(wordt voortgezet)
ALFONS RYSERHOVE
ROMANO TONDAT

Separator

Eeklo in Beeld en Schrift 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018