Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1976, 9de jaargang, nr. 1

UIT DE PIONIERSTIJD VAN F.C.A.
(VOETBALCLUB ASSENEDE)

HET ONTSTAAN.

Onder de stimulerende invloed van de toenmalige regionale en nationale sportverbonden, zoals het D.S.V. (Diocesaan Sportverbond), later omgedoopt tot K.V.S. (Katholiek Vlaams Sportverbond), de V.V.B. (Vlaamse Voetbalbond) en de N.B.V.B. (Nationale Belgische Voetbalbond), doch vooral dank zij het sportief enthousiasme van de studerende en afgestudeerde jongeren, kende de voetbalsport tijdens de twintiger jaren een echte doorbraak in het Meetjesland (1).

De Eeklonaren gaven als baanbrekers in 1920 het voorbeeld met de stichting van hun «Ledeganckzonen»; de clubnaam werd echter reeds een jaar nadien gewijzigd in «F.C. Eeklo».  In 1928 kwam «Excelsior Balgerhoeke» tot stand.  Het jongere broertje, «S.V. Boelare» werd pas in 1963 geboren...

In 1923 kwam «F.C. Evergem-Centrum» uit de bus, terwijl vermoedelijk hetzelfde jaar te Kaprijke «F.C. Groeninge» ontstond.  (Kanunnik Loontjens, de enige overlevende der vier broers-medestichters van de club, twijfelt tussen 1923 en 1924)...

Waarschoot zag in die jaren zijn «Harop» ontstaan.  De naam van de club veranderde later strijdlustig in «Zwarte Leeuwen», om nadien het huidige «F.A.C. Waarschoot» (Voetbal- en Athletiekclub Waarschoot) te worden.  Bassevelde kende zijn «Klauwaarts», Zelzate zijn «Blue Boys» en zijn «De Jeugd»...

En zo zou men de reeks kunnen voortzetten...

Foto van de leden
EEN HERINNERING UIT HET
EERSTE SPORTSEIZOEN (1929-1930)

Foto, behorend tot het K.F.C.A.-archief, gemaakt op het eerste voetbalplein aan de statie (de aanwezigheid van Hector Verweire staat hier borg voor !).  De kale takken die men in de diepte achter de spelers ziet zijn die van de tronken of struiken langs een der wallen welke de weide omringden.

Hier volgen de namen van de bekenden, die van de spelers zijn in hoofdletters.  Alle voorbehoud echter voor wat hun juiste schrijfwijze betreft !

Knielend (of zittend), van links naar rechts:

Urbain Loontjens (Kaprijke), Maurice NEYT, Georges CORSTENS, Napoleon BRUGGEMAN, Roger VAN DEN BERGHE, Robert VERGEYLE.

Staande, van links naar rechts:

de eerste vijf: onbekend of onherkenbaar;
Fernand Gilson (grijze hoed), René Dhaeninck (donkere hoed), Philemon VERBEKE, Achiel Van Poucke (zwarte bolhoed), Achiel PAUWELS, Hector Verweire, Edmond VAN HOOREBEKE, onbekende (met pet), Florimond VAN DE ROSTIJNE, Alberic CALFSVEL, Gustaaf Van Houcke, Robert VAN DEN BERGHE, Louis ........? (liniesman), onherkenbare (in de diepte).
 

— — —

F.C.A., Voetbalclub Assenede, zag het licht in de loop van 1929.

Vijf en twintig jaar later, ter gelegenheid van het zilveren jubileum, schreef de Heer R. Van den Berghe, een van de medestichters, in de herdenkingsbrochure die toen uitgegeven werd, dienaangaande, onder de titel «Een greep uit de eerste bestaansjaren...», o.m. hetgeen volgt:

«Op de drempel van het 25e bestaansjaar, jubileumjaar van F.C.A., gaan in stil overpeinzen onze gedachten terug naar deze betekenisvolle 22 september 1929, stichtingsdag van onze geliefde voetbalclub.

Een warme, schone Zomer-Zondag...  Een groep jeugdige mensen, zinderend van optimisme, vergaderd aan 'n lange tafel op schragen, in de biljartzaal bij de Wwe Thienpondt.  Daar zijn aanwezig: gebroeders Van Hoorebeke, Flor Van de Rostijne, Ernest Haers, Maurice Neyt, gebroeders Van Den Berghe, Achiel Pauwels, Georges Corstens, Julien Stoop, Napoleon Bruggeman, Robert Vergeyle, Raymond Van Vooren en Fernand Gilson.

Ter gelegenheid van zwempartijtjes aan de kreek, en bij voetbalmatchen op-zijn-onder-ons gespeeld, terloops gezegd met voetbalschoenen en broeken van soms zeer verdacht allooi, zijn de voorafgaande schikkingen getroffen geweest voor deze stichtingsvergadering.

Alvast worden de grote richtlijnen vastgesteld die F.C. Assenede gedurende bijna 25 jaar van zijn bestaan volgen zal, namelijk: door voetbalsport de jeugd groeperen om aldus haar lichamelijke en geestelijke ontwikkeling te bevorderen.  Na overeenstemming te hebben bereikt betreffende het bestuur, clubkleuren, lokaal, aansluiting bij D.S.V., terrein, enz. wordt deze eerste bijeenkomst besloten.  Het is thans één uur; F.C. Assenede is geboren.  «Hip, hip, hip, hoera !»

Die woorden - een kwarteeuw later neergeschreven - zijn wel de sprekende illustratie en het beste bewijs van de laaiende en onbaatzuchtige geestdrift die de jonge mannen van toen bezielde, terwijl de oorspronkelijke namen van sommige van die jonge voetbalclubs getuigen dat de romantiek in die jaren nog niet uitgestorven was...

HET EERSTE VOETBALVELD

Het eerste voetbalveld van F.C.A. was een van de sompige weiden van een groot boerenhof, gelegen in de Kloosterstraat (thans nr. 13) Die zeer oude hofstede, waarvan de oorsprong teruggaat tot de Middeleeuwen, werd toen uitgebaat door de «nieuwe boer» (Hector Verweire).  De tegenwoordige pachters zijn de gebroeders Prosper en Victor De Smet.

— — —

1933: MET F.C.A. NAAR ANTWERPEN.

Van tijdens zijn eerste bestaansjaren onderhield F.C.A. vriendschappelijke en sportieve kontakten met F.C. Maritime BeIge, uit Antwerpen.

In 1933 trok de club (spelers en supporters) van uit Gent met de radiotrein naar Antwerpen waar een match tegen «de Maritime» gespeeld werd.  Bij deze gelegenheid werd onderhavige foto gemaakt.
Onder alle voorbehoud voor wat de juiste schrijfwijze der namen aangaat !

De namen der spelers zijn in hoofdletters.
Knielend (of zittend), van links naar rechts:
René Van Wassenhove, Raymond De Smet, Adolf Goethals, Alfred Neetesonne, Napoleon BRUGGEMAN, Achiel PAUWELS, Florimond VAN DE ROSTEYNE, Edmond DE W AELE, Amedé Vieillard, Charles PAUWELS, Jan VAN PETEGHEM, Albert GOETHALS, Richard Crucke, Edmond VAN HOOREBEKE, Raymond VAN VOOREN, met achter hem Alberic Calfsvel, Frans Braet, Leopold Thienpondt, René Lambrechts, Athur Neyt.
Staande, van links naar rechts:
Guillaume Neyt, Henriette Neyt, onbekende dame, Arthur Van de Voorde, Mme Van de Voorde, onbekend meisje (achter Raymond De Smet), Mme Schoonacker, Cyriel Schoonacker, Maurice Van De Rosteyne (met pet), onbekend jongetje, Raymond Dumez (met pet), Frans De Decker, Mme De Decker, Camiel Van Loo, Ernest Haers, Mme (Flor) Van de Rosteyne, Maurice Neyt, Louise Goethals, Arthur Lambrechts, Albertine Goethals, Camiel Van Vooren, Jan Tack, Emiel Van Hoorebeke, Oscar Van de Rosteyne, Alfred Minnebo, Camiel Versele, AIbert Rotterman, Jozef HEMBERSIN, René Temmerman, Achiel Van de Velde, Georges Michiels (in uniform), Roger Van den Berghe, Paul Minnebo.

(Foto uit het archief van K.F.C.A.)

Napoleon Bruggeman, reeds hoger vermeld onder de medestichters, die van meet af aan ook deel uitmaakte van het eerste elftal (hij had een geweldig shott, zowel met de linker- als met de rechtervoet !) kan hierover nog de volgende details vertellen: de huurprijs bedroeg 600 fr. per jaar, de netten voor de goals kostten eveneens 600 fr., terwijl de palen en latten ervan profijtig-weg uit een oude gaaiperse gezaagd werden...  Op de paasdagen van het eerste seizoen organiseerde F.C.A. echter met zijn beide ploegen een paastornooi, waaraan o.m. F.I.V.O. (Voetbalclub Philippine), van over de grens, deelnam.  In die tijd was de toegangsprijs voor het publiek zegge en schrijve 1 fr (één frank) de man - niet te onderschatten in 1930, toen een pakje van twaalf St Michels of Belgas slechts 90 centiem kostte ! - doch vooral de Assenedenaars haalden grif hun portemonnee naar boven, en de netto-opbrengst van het tornooi beliep welgeteld 1200 fr...  F.C.A. kon zijn financiële toekomst met een gerust hart tegemoet zien !

Voordat de weide van Hector Verweire gehuurd werd trainde men gedurende enkele weken - gratis ! - op een oefenveld langs de weg naar Callemansputte, op het einde van de Triest.  In die periode speelde de club haar eerste officiële match te Bassevelde tegen de Klauwaarts.  De score was 1-1.  Rekening houdend met het feit dat de wedstrijd plaats greep op het terrein van de tegenstander, een sterke club die reeds enkele jaren bestond, was dat een fameus succes !  Ook de sportieve vooruitzichten waren van bij de aanvang reeds beloftevol !...

— — —

Het voetbalveld, zoals gans het boerenhof trouwens, was praktisch langs alle zijden omringd door een brede wal en paalde in zijn lengterichting aan de «route» (de spoorweg Gent-Eeklo), gedeeltelijk ter hoogte van en gedeeltelijk vlak voorbij het station.

Er was natuurlijk geen sprake van de weide uitsluitend als voetbalveld te gebruiken.  Vóór elke match of oefening moesten de beesten er dan ook van afgedreven worden en bestond het ander voorbereidend werk er in met kruiwagen, schop en borstel de koeientaarten te doen verdwijnen.

De aanwezigheid van die wallen - zij waren in het voetbalseizoen meestal boordevol - had als gevolg dat er - bij thuisspel wel te verstaan - steeds enkele «scheppers», uitgerust met een schepnet, met extra lange steel, en een voldoend aantal reserveballen dienden voorzien te worden.  Het duurde immers geen vijf minuten vóór de eerste bal te water lag, en meer dan eens gebeurde het dat «scheppers» en publiek op twee, drie plaatsen terzelfdertijd enthousiast aan 't vissen waren...  Nog vóór de half-time waren al de voetballen nat en hadden ze aanzienlijk aan gewicht bijgewonnen.  De F.C.A.-mannen waren hierop getraind, de spelers van de tegenploeg vonden het echter meestal een «embetant affairen», dat hen soms geweldig benadeelde !...

Die wallen speelden ook nog andere parten !

Op de memorabele paasmaandag van 1930, toen F.C.A. tijdens dat tornooi een bekermatch speelde tegen een club uit Kluizen, kon Robert Vergeyle, de links-buiten, de bal bemachtigen en, begeleid door de geestdriftige aanmoedigingen van de supporters, sprintte hij er mee, als een pijl uit een boog, naar de zijkant van het voetbalveld.  Er zat zoveel kracht in zijn aanloop dat hij zich op de enkele meters, die de buitenlijn van de wal scheidden, niet meer kon inhouden en met een echte karpersprong in het water terecht kwam.  Bereidwillige handen hielpen de drenkeling op het droge... en Robert heeft in zijn druipnat pak nog enkele minuten verder gespeeld - en waarempel nog een goal gemaakt - maar toen werd het hem toch te frisjes, en korte tijd nadien zat hij, in droge kleren, aan de warme keukenkachel bij Mme Van den Berghe (2), met een tas hete koffie in de hand...  Hij heeft er zelfs geen verkoudheid van overgehouden !

Een gelijkaardige belevenis overkwam hem trouwens nog een andere keer, ter gelegenheid van een training of een oefenwedstrijd, toen hij met zijn voet een bal uit het water wilde halen en het (verdord) boomke, waaraan hij steun zocht, afbrak.  Onze held ging weer "kopje-onder".

— — —

Ook de "route" en het station gaven soms aanleiding tot complicaties !  Als 's zondagsnamiddags het treintje Eeklo-Gent, van kwart na drie, de statie binnenstoomde, stonden de locomotief en de eerste reizigerswagons slechts op een dertigtal meters van het veld.  Tijdens het oponthoud van de trein profiteerden de machinist, de stoker en de "voyageurs 3e klasse" dan ook gretig van het gratis voetbalspektakel.  Hun aanmoedigingen of luidruchtige kritiek gaven soms wel eens aanleiding tot homerische bekvechterijen met spelers en publiek.

Meer dan eens gebeurde het bovendien dat de "garde" floot, om de trein te doen vertrekken, en dat het spel stil viel, met als gevolg, enerzijds kernachtig protest, geroep en gevloek van scheidsrechter, spelers en supporters, anderzijds een grinnikende machinist en stoker, joelende reizigers, en een treinwachter die medelijdend de schouders optrok...

Het kwam ook wel voor dat de arbiter floot en, terwijl het spel stil viel, de trein vertrok...  De garde kwam dan met de armen in de lucht sakkerend naar voor aan galopperen om het konvooi opnieuw te doen stoppen, de verbouwereerd kijkende machinist en dito stoker werden na enkele ogenblikken woedend en woest... dit alles onder het geestdriftig gejuich van de reizigers, die intensief van deze bijkomende voorstelling genoten, en het applaus en uitbundig gelach over gans het voetbalveld...

— — —

Het toenmalig F.C.A.-veld was echter geen unicum in zijn soort.  In de jonge jaren van "Evergem-Center" — zo vertelt notaris D'Havé uit Kaprijke (een geboren Evergemnaar) die toen, samen met zijn broers, in die club duchtig op het leer trapte - speelde men er op een weide waar in het midden een gaaiperse stond.  Over de taktische en andere problemen die ontstonden bij het dribbelen rond die "stake", en over deze, met betrekking op de teruggekaatste ballen, hoeft wel geen nadere uitleg verstrekt !

— — —

F.C.A. speelde slechts één jaar op de weide achter het station.  Het voetbalspel had van die nevenverschijnselen die het sportleven te ingewikkeld maakten !

In 1930 kreeg de club de beschikking over een weide die achter de brouwerij Van Hoorebeke lag.  Doch hier had men evenmin geluk: het terrein was nog lager gelegen !  Heldhaftige pogingen werden ondernomen, door spelers en sympathisanten, om aan de netelige toestand te verhelpen.  Men verbeterde de afwatering, vele karren grond werden van kilometers ver aangevoerd...  't Was echter tevergeefs !  En in hetzelfde jaar verhuisde men opnieuw, ditmaal naar een terrein dat gelegen was achter de huizen van de Kapellekensdijk (tegenwoordig de Prins Boudewijnlaan) dat men bereikte langs het "Dreefke" (thans de Sportstraat).  Het betrof hier een aantal "lochtingen'" die vroeger met hagen omzoomd waren en waarvan het gebruik bereidwillig door de familie Van Hoorebeke afgestaan werd.

Weer werden de handen uit de mouwen gestoken en werd er hard en lang gewerkt.  Het plein kwam tegen het volgend seizoen in orde...  Voetbalclub Assenede kon voor 1930-31 definitief en volwaardig starten !

HET CLUBLIED.

F.C.A. liep goed van stapel en boekte reeds tijdens de eerste maanden van zijn bestaan enkele flinke overwinningen die de geestdrift van de spelers, het bestuur en de supporters, kortom van gans Assenede, vurig deden oplaaien.

Het duurde dan ook niet lang of er ontstond een strijdlied, waarvan het refrein als volgt luidde:
"Vivan onze voetbalclub, voetbalclub, voetbalclub,
Avee F.C.A....
Vivan onze voetbalclub, voetbalclub, voetbalclub,
Avee Maria !..."
 
Er was maar één stroofke, van twee lijnen:
"En onze voetbalclub die mag er wezen,
Overal die wordt hij reeds geprezen !..."

Aan wie F.C.A. dit sportief-cultureel gewrocht te danken had is niet te achterhalen.

Het tekort aan tekst werd op meer dan bevredigende wijze gecompenseerd door de ijver, de volharding en de kloeke stembanden van de zangers.  Bij verplaatsingsspel zongen de spelers zich in goede "forme" door tien, twintigmaal na mekaar stroofke en refrein om ter hardst uit te brullen.  Tijdens de terugreis, als de match gewonnen was (bij verloren of gelijk spel werd er niet gezongen !...) gaven ze op dezelfde wijze uiting aan hun overwinningsroes, tot ze er hees van werden.

Tijdens de wedstrijden moedigden de Asseneedse supporters hun spelers op dezelfde manier aan.  Als de match op een vreemde gemeente plaats greep werd die manier van doen echter niet steeds naar haar juiste waarde geschat... en kwamen soms andere argumenten aan bod, gelukkig niet te dikwijls !

En meer dan eens gebeurde het, na een F.C.A.-victorie, dat in de kleine uurtjes, van uit de Fonteine, de Triest of een andere verwijderde buitenwijk, de nachtwind flarden van "Vivan onze voetbalclub..." tot in de dorpskom overbracht: een of ander Assenedenaar die de overwinning van de club met (te) ettelijke pinten bier van een der plaatselijke brouwerijen (bij voorkeur die van de familie Van Hoorebeke, want dat waren weldoeners van F.C.A.) gevierd had en die op min of meer muzikale wijze luidruchtig uiting gaf aan zijn voldoening...

Dat lijfstuk van de club kende echter slechts een kortstondig bestaan...

Op zekere zondag besteeg Deken Supré - een zwaarlijvig man, enigzins hardhorig, met een grote purperblauwe wrat op zijn rechter wang - tijdens de drie missen met kordate stap de kansel om van leer te trekken tegen dat "goddeloos" lied waarin de naam van de Moeder Gods op heiligschennende wijze misbruikt werd.  De ketterse voetbalspelers, met hun aanhang, die dit lied zongen werden met hel en banbliksem bedreigd, en, met hangwangen die bibberden van heilige verontwaardiging, bezwoer Mijnheer de Deken iedereen afstand te doen van dat verderfelijk lied, van die blasphemie...  Zijn predicatie had voor 100% succes want van af die zondag hoorde men het "Avee F.C.A., Avee Maria" niet meer.

— — —

Te Kaprijke hadden de mannen van Groeninge in die tijd eveneens een strijdlied, waarmede ze de tegenstrever trachtten te overdonderen en hun eigen spelers moed in pompten.

De tekst werd aangepast aan de gemeente van de tegenpartij en klonk, voor Assenede bvb., als volgt:

" Assenee doet op(p)en,
Kaprijke is hier,
Om hulder te kloppen
Mee een goal of vier..."
     bis.

Vóór de match zongen de spelers en supporters dat samen, met vuur en zelfzekerheid, onder het spottend oog en de schampere opmerkingen van de tegenpartij.  Na de match — als ze gewonnen hadden — klonk hun lied zegevierend een aanzienlijk aantal decibels hoger.  Doch als dat gebeurde ter gelegenheid van een buitenmatch dan wachtten ze hiermee wijselijk tot ze buiten het bereik waren van de teleurgestelde en doorgaans verontwaardigde thuisspelers en hun volgelingen.  Veiligheidshalve was dit de beste politiek in dergelijke omstandigheden !

Het bleef echter niet bij dat eerste F.C.A.-lied, dat zo spoedig uit de circulatie verdween.

In het vooruitzicht van het tienjarig bestaan van Voetbalclub Assenede kwam, in 1938, een echt clublied tot stand.  De muziek werd gecomponeerd door André Van Vooren, een geboren en getogen Assenedenaar, muziekmeester bij de harmonie "Werkersvreugd", die ook als toondichter steeds zijn man heeft gestaan.  Hij is thans B.S.P.-schepen van zijn gemeente.  Ernest Haers (Nest den Drukker) — een poëtische ziel in een breugeliaans doch sportief lichaam — dichtte de tekst, twee strofen van acht kloeke regels elk, en het volgend refrein:

" Rood en wit zijn onze kleuren.
Wat ook mag gebeuren,
daarom gaan we nog niet treuren,
Hoera voor F.C.A.
Met moed de match gestreden,
De bal gaat altijd snel.
Wie is er niet tevreden
Met zulk een heerlijk spel?
Rood en wit zijn onze kleuren.
Wat ook mag gebeuren,
Daarom gaan we nog niet treuren,
Hoera voor F.C.A. !"

Hetzelfde jaar won F.C.A. het D.V.S.-kampioenschap en zijn clublied kende op korte tijd te Assenede meer succes dan de toenmalig zo populaire schlagers «Daar bij die Molen» en «Twee ogen zo blauw»... (3).

Aan de tegenwoordige generatie voetballiefhebbers zegt dit vóóroorlogs clublied maar weinig, de meesten kennen het zelfs niet...  Het leven is zoveel veranderd vergeleken bij vroeger !

Maar als de oude garde bijeenkomt en een boom opzet over haar sportieve en andere exploten uit de pioniersjaren van F.C.A., wel, dan komen de tongen los — ook in het hedendaags Assenede versmaadt men nog altijd het gerstennat niet, al wordt het niet meer plaatselijk gebrouwen — en dan gebeurt het nog wel eens dat het refrein van Nest gezongen wordt, met of zonder strofen, doch met dezelfde overtuiging en een even vaste stem als vroeger... en stellig ook met een brokje heimwee in het hart !

M.V.

__________________________

(1) Volledigheidshalve dient vermeld dat het Meetjesland reeds vóór 1914-1918 enkele voetbalclubs gekend heeft.  Zo had men te Eeklo «SFV Eecloo» (Socialistische Footballclub Vooruitzicht Eecloo) en «Eeclo FSC» (?) die gesticht werd in het seizoen 1910-1911.  Misschien waren er ook in sommige andere belangrijke gemeenten voetbal- of sportclubs... wie weet ?
De oorlog, de crisisjaren en mogelijks nog andere omstandigheden waren de oorzaak dat ze van het toneel verdwenen... Terug naar de tekst

(2) De familie Van den Berghe woonde in een huis van de spoorwegen achteraan het Statieplein, naast de fameuze weide van Hector Verweire.  Mijnheer Van den Berghe was in dienst bij de N.M.B.S als "piqueur ", een leidende functie in verband met het nazicht en het onderhoud van de spoorlijnen.  Hij was een van de meest getrouwe supporters van F.C.A. (zijn drie zonen, Albert, Robert en Roger waren medestichters van F.C.A. en speelden mee in het elftal) en zou dan ook geen enkele match gemist hebben.

Mevrouw Van den Berghe had, naast een gouden hart, een grote, goed onderhouden groenten- en bloementuin, waarop ze, met reden, fier was.  In haar hof stonden talrijke wilde perzikbomen en als die vruchen rijp waren onthaalde ze gulhartig de jeugd uit de Statie- en Kasteelstraat op haar smakelijke en sappige « kaperkels» Terug naar de tekst

(3) Zeven jaar geleden greep Ernest terug naar zijn dichterspen en maakte een bijkomende stroof:
« Na veertig lange jaren
zijn wij nog steeds aktief,
Wie kan dat evenaren?
De voetbal blijft ons lief !
Nu met vereende krachten
Steeds verder met ons mee
Zo zullen wij betrachten
De gouden jubilee !»

Over de blijvende jeugd van F.C.A. en zijn pioniers gesproken !... Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018