Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1976, 9de jaargang, nr. 3

WERVELSTORM OVER HET
MEETJESLAND IN 1936

Veertig jaar geleden, op maandag 29 juni 1936, zijnde Sint-Pietersdag, om kwart vóór drie, werd een groot gedeelte van het Meetjesland getroffen door een ongehoorde cycloon, met Bellem als centrum, meer bepaald de omgeving van Bellem-brug.  De familie Van der Steene werd daar het zwaarst geteisterd, want zowel woning als stal, schuur en boom­gaard, die volledig ontworteld werd, werden vernield.  Bij landbouwer Wille waren het de stallingen en de boomgaard, bij Tanghe en Corveleyn waaiden de daken en gevels weg, evenals op Ursel-Berken.

De storm trok verder naar de Urselse bossen, waar het, volgens ooggetuigen, op een reusachtige bosbrand ging gelijken, want takken en boomtoppen dwarrelden zomaar samen met stofwolken in de lucht.

Omgewaaide en afgeknakte bomen in de Kasteeldreef te Oostwinkel
Omgewaaide en afgeknakte bomen in de Kasteeldreef te Oostwinkel.

Te Oostwinkel in de Sint-Jansstraat werden schuur, stallen van ongeveer 30 meter lang en boomgaarden van landbouwer Julien Madou totaal met de grond gelijk gemaakt, evenals de hofstede van landbouwer Van Kerckvoorde.  Bij August Swanckaert bleef de schade beperkt tot 23 uitgerukte fruitbomen.  In de Veldhoek was de schade onbeduidend, in tegenstelling tot de ravage in het dorp van Oostwinkel zelf.  Daar werden praktisch alle daken de lucht ingeslingerd; ook de graven, de grafkelders en de zware zerken op het kerkhof moesten eraan geloven.  De schalies van de kerk werden alle afgerukt, zo ook de torenhaan, die later en ver weg van de kerk werd teruggevonden, toen men in de Velde­kensstraat de oogst afmaaide.

Totaal vernielde woonwagen in de Kasteeldreef
In de Kasteeldreef stond een woonwagentje, waar een vrouw en een kindje in zaten, op het ogenblik van de storm. Het kleintje werd gekwetst in de omgegooide en totaal vernielde woonwagen. Van de nood een deugd makend, zamelde de vrouw, met het gewonde kindje op haar schoot, ter plaats giften in.

Hier volgt het getuigenis van de koster te Oostwinkel :

«'t Was op Sint-Pietersdag, tijdens de vespers.  Opeens hoorden wij een eigenaardig en doordringend gefluit en een steeds maar toenemend gekraak.  Het was zo donker dat wij niet wisten waaraan ons te houden.  Een twintigtal kinderen die in de kerk waren be­gon­nen luid te schreien en wilden naar buiten.  Gelukkig kon ik hen tegen­houden, anders zouden zij opgepikt geweest zijn als een blad papier.  Toen ik na het ergste buitenkwam, was het overal één verwoesting wat ik zag.  Gans van streek liep ik naar huis en stond er als aan de grond genageld, wanneer ik zag dat ook mijn huis was ingestort, weggevoerd als een stromijt.  Mijn vrouw had nog juist de tijd gehad om ons kleinste uit de wieg te nemen.  Enige seconden later viel het dak in, op de plaats waar ons kindje gelegen had.  Mijn drie andere kinderen hadden zich angstig rondom hun moeder geschaard en, als bij wonder, werden zij gespaard...»

Tot zo ver de koster zijn getuigenis.

Schuur en stallen van landbouwer Neyt op de wijk Veldekens
Schuur en stallen van landbouwer Neyt, op de wijk Veldekens, zijn verwoest.

Kort daarop werden bomen in het straatje achter de kerk afgerukt en kwamen terecht op het huis van Karel Swanckaert, dat vervolgens instortte.  Ook hier mag van geluk ge­spro­ken worden dat er geen slachtoffers vielen, want op het moment van de instorting waren man en vrouw en vijf kinderen in huis.  De woonwagen die in de dreef stond kantelde om en daar werd een kind licht gewond.

Alle veldvruchten op de akkers waren ook vernield, iets wat natuurlijk gemakkelijk te begrijpen is.

De ingestorte schuur van landbouwer M. Wille op 't Hoeksken, te Bellem
De ingestorte schuur van landbouwer M. Wille op 't Hoeksken, te Bellem.

De cycloon wentelde en kolkte verder naar de Veldekensstraat en binnen een streep breedte van 300 à 500 meter werd werkelijk alles verwoest, te beginnen met de westkant, waar van het huis van Karel De Pauw alle dakpannen werden afgerukt en de ganse boom­gaard vernield.

De vernielde varkensfokkerij Verstraete te Eeklo
De vernielde varkensfokkerij Verstraete te Eeklo, waarin 29 varkens de dood vonden.

Nog zwaarder werd de oostkant getroffen, waar de hoeven bewoond door Remi De Reu en Raphaël Neyt met de grond gelijk werden gemaakt, evenals de boomgaarden van Van Haele, De Reu, Neyt en De Smet, die samen 40 gemet besloegen.  Aan de overzijde van de straat werd het huis van Philemon Roegiers eveneens de prooi van het geweldig onweer; hij ook geeft zijn verhaal daarover:

"Ik was juist binnengevlucht toen een weerlicht met een geweldige knal mijn stallingen vernielde en ons woonhuis tegelijk instortte.  Mijn vrouw, mijn vier kleine kinderen en ikzelf werden blind geslagen door het vallend puin en het stof.  Wij trachtten nog de voordeur te openen, maar alles lag versperd, zodat wij weer naar de achterdeur gingen en erin gelukten deze met een kleine kier open te krijgen, genoeg om ons erdoor te wringen.  Pas buiten, werden wij tegen de grond geslagen door de woedende storm, zodat wij als levenloos tussen het puin lagen.  Wij waren onherkenbaar door het bloed en het stof".  Tot zo ver dit getuigenis.

De woning van Moederke Rogiers
Uit deze woning van «Moederke Rogiers» kwamen zes personen van onder het puin.
Alleen Moederke Rogiers zelf was lichtjes gekwetst.

Vervolgens was er de verwoesting van de bomen bij Hutsman, de schuur van De Pauw, de boomgaard van Van Haecke, de schuur en boomgaard van Van Landschoot en zo ging de storm door tot de hofstede van Van Den Bossche, waar de daken van huis en schuur werden afgerukt.  Verder waaide de schuur van Maurits Neyt om en scheurden zijn muren.

De vernielde hofstede Tanghe op de wijk Berken
De vernielde hofstede Tanghe op de wijk Berken.

Van op Adegem zette de wervelstorm zich verder in de richting van Eeklo, waar vooral de bewoners van Nieuwendorpe het erg te verduren kregen.  De hoeven van René Craene en Cyriel Joos werden weggeveegd en met de grond gelijk gemaakt.  Verder ontwortelde het tempeest alle bomen uit het omliggende.  In de Raverschootstraat, waar de volgende zondag feestelijkheden zouden plaatsvinden ter gelegenheid van de inhuldiging van de nieuwe betonbaan aldaar, werden de afsluitingen van Cyriel Kerckhove, de boltent van Prudent Hauwenhuyse, de 83 m2 grote kippenhangaar van Emiel Deliaert (met 400 à 500 kippen) en het huis van Van Hautryve volledig vernield.  In de varkenskwekerij van de heer Verstraete moesten 50 à 60 varkens afgemaakt worden.  Van de nieuwe magazijnen De Schryver waaiden de puntgevels af en vlogen de daken de lucht in.  Het onweer ver­plaatste zich toen naar de Staatsbaan, waar het huis van de heer De Raeve gedeel­telijk werd vernield.  In de dreef die naar het Sint-Jansgoed leidde, werden niet minder dan 150 bomen geveld, sommige op een hoogte van twee meter afgeknakt alsof het lucifertjes waren.  Bij landbouwer De Groote werd een 30 m lange schuur vernield en op de hofstede van Willems eveneens een echte verwoesting aangericht.  Men mag zeggen dat een strook van ongeveer 10 km lengte en 300 à 500 m breedte volledig en zwaar geteisterd werd, nagenoeg van Bellem-brug tot het Sint-Jansgoed te Eeklo.  Oostwinkel, waar het dorpscentrum binnen het rampgebied viel, was er het ergst aan toe.

De woning van Van de Steene op 't Hoeksken.
De woning van Van de Steene op 't Hoeksken.

Dit zijn dan enkel de grootste vernielingen die werden aangericht, want elk detail be­spre­ken zou hier onbegonnen werk zijn.  Toch benadrukken wij nogmaals, dat overal waar de storm langs kwam alle veldvruchten en oogsten verwoest werden.

De houtzagerij De Reu.
De houtzagerij De Reu.  De zestien meter hoge gemetselde schoorsteen werd rats omver geblazen.

De heer burgemeester Van de Velde en de eerw. Heer Pastoor te Oostwinkel sprongen onmiddellijk in de bres om hulp te bieden, daar waar de nood het hoogst was.  Zij be­dank­ten ook de heer Volksvertegenwoordiger Jozef De Lille om zijn spoedig ingrijpen in de Kamer, ten gunste van de slachtoffers.  Verder werd er bij de regering op aangedrongen de geteisterden daadwerkelijk en spoedig ter hulp te komen.  De dag na de ordemotie van kamerlid De Lille, verscheen een delegatie ter plaatse, bestaande uit de heer Arron­dis­sements­com­mis­saris De Vos en twee afgevaardigden van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Landbouw.  Zij hebben de verwoeste gebieden bezocht, ze verzekerden dat zij een breedvoerig verslag zouden opmaken en dat een schadevergoeding door het Rijk moest uitgekeerd worden.  De eerste bijeenkomst had plaats op het stadhuis te Eeklo, waar de heren burgemeesters en schepenen van de geteisterde gemeenten ontboden waren.  Deze vergadering verliep niet al te bemoedigend.  Doch bij het bezoeken van de verwoeste streek veranderde de houding van de delegatie en kwam het tot een gezonde opvatting, namelijk: dat er rechtmatige schadevergoedingen dienden uitgekeerd te worden, zowel voor de schade aan de gebouwen als voor deze aan het landbouwbedrijf en de veldgewassen.

Het centrum van Oostwinkel, voorbij de kerk
Het centrum van Oostwinkel, voorbij de kerk.
Op de voorgrond zien wij een kruidenierswagen van de Firma De Meyere, uit Maldegem.

Het "Getrouwe Maldeghem" schreef daaromtrent:

Dat men nu niet meer afkome met het oude liedje: "Er is geen geld !" - Er is geld genoeg te vinden: dat men eenvoudig die 3000 soldaten (1935) onmiddellijk naar huis sture en men heeft in enkele weken geld genoeg om alle schade behoorlijk te herstellen !...

Naar «'t Getrouwe Maldeghem»; R.T.

Separator

We hebben de Heer André Vlastuin te danken voor een foto-boekje.
We denken dat de meeste foto's daarin ook deze ramp van 1936 illustreren.

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018