Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1978, 11ste jaargang, nr. 1

OP VERKENNING DOOR KAPRIJKE

Kaprijke, een der oudste dorpen van het Meetjesland, heeft tot nog toe bij de streekhistorici, weinig belangstelling genoten.

Het Heemkundig Genootschap van het Meetjesland wil hieraan verhelpen door op zondag 20 augustus a.s. op speurtocht te gaan door deze gemeente, die nog steeds op haar historicus wacht.

Naar zijn naam bekeken, betekent Kaprijke uit het Gallo-Romeins «Capriacum», goed van Caprius.

Hoewel de oudste vermelding slechts dateert van 1233 (Caperic) toch houden wij het nog steeds bij de hypothese van een Gallo-Romeinse stichting.

Het is thans een algemeen erkend historisch feit dat de Romeinen in het kustland een reeks verdedigingswerken bouwden o.a. te Broekburg (Bourbourg), Oudenburg, Oostburg, Aardenburg. Dit zijn allen plaatsen, die net buiten de alluviale zeevlakte lagen.


Gemeentehuis, kerk, en oorlogsherinnering te Kaprijke in 1923.

Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove, Knesselare.

Ook Kaprijke is tenslotte de laatste nederzetting vóór de zeescheldepolders.  Nog in 1510 wanneer men de ligging van de Cockuutpolder te Watervliet wil omschrijven, gebruikt men de volgende sprekende tekst: «al zoo men rijt van Caeprijcke naer der zee».  Maar er is meer: net als in de oude Romeinse stedelijke vestingen is er te Kaprijke een oorspronkelijk groot vierkant marktplein, waarrond de latere nederzetting ontstaan is.  Het is zondermeer duidelijk dat de ganse 19e eeuwse huizenblok gevormd door de Jongensschool en de grote bocht van de Rijksweg Gent-Watervliet hierbij moeten weggedacht worden.

504
De kerk van Kaprijke, met geklasseerde achthoekige toren en kerkhof, omstreeks 1920.

Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove, Knesselare.

Nog tot op het einde van de 18e eeuw worden de vier hoekpunten van «het Veld» of «de plaetse» van Kaprijke gevormd door de weg, die van Lembeke kwam aan het Scheepken, door de Zuidstraat, door de Voorstraat met Molenstraat en door de Vrouwstraat.

Het is dus logisch dat het Kaprijks Vaardeke, een aftakking van de Burggravenstroom of Oostwatergang, die Eeklo met Kluizen verbond, en die bedoeld was om de economische achteruitgang van Kaprijke enigszins op te vangen, eindigde op de zuidzijde van het dorp. In 1713 wordt het aldus beschreven: «op het water van tcaprijcx vaerdeken teynden op de suytsijde van het velt ofte dorp van caprijke ».

Zo was bv. de Paardenmarkt, net zoals de Varkensmarkt slechts een gedeelte van het hele marktplein.  Dit troffen we ook aan te Eeklo waar er bv. naast de Varkensmarkt, sprake is van een Beestenmarkt, een Korenmarkt, een Zuivelmarkt en zelfs een Widauwmarkt (wissen manden en dgl.).  Dit Veld of Plein te Kaprijke, was trouwens zoals overal elders, eigenlijk een kerkplein.  Vandaar hier ook de menigvuldige betwistingen tussen het burgerlijk en kerkelijk gezag, die slechts in 1841 op een overeenkomst uitliepen, waarbij het Veld tot volle eigendom van de gemeente verklaard werd, mits vergoeding aan de kerk van een bedrag van 6838,50 Fr.

Panorama van het Plein te Kaprijke in 1902
Panorama van het Plein te Kaprijke.  Foto genomen van uit de kerktoren, in 1902

Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove, Knesselare.

Het uitzicht van het Plein werd in zijn huidige vorm definitief bepaald door het aanleggen van de rijksweg Gent-Watervliet, die dwarsdoor het Veld werd gepland.  Het eigenlijke Plein verkleinde hierdoor aanzienlijk: er kwam nu ruimte vrij voor het bouwen van een gemeenteschool en huizen complexen vervat tussen Paardenmarkt en het behouden deel v.an het Plein.

Het oorspronkelijk veld (1430: velde), bijna een streng vierkant, had een oppervlakte van 13 gemeten, nagenoeg 6 ha.

Wat eveneens wijst op de hoge ouderdom van de plaats zijn de oorspronkelijke straatbenamingen, genaamd naar de windstreken, die vanuit dit vierkant plein vertrekken: de Zuidstraat (1403 : an de zuutstrate), in 1430 beschreven als de straat «die van den velde te aelschoot waert loopt».

Door ons medelid, Luk Stockman, werd reeds geschreven over het ontstaan en de begrenzing van het grafelijk bos Aalschoot.  Een belangrijk gedeelte hiervan omsloot het gebied van Kaprijke, allicht met uitzondering van de reeds bestaande maar toen beslist vervallen Romeinse woonkern.

In elk geval blijkt in de Middeleeuwen, de Zuidstraat nog georiënteerd op Aalschoot.  In feite loopt de Zuidstraat ook westwaarts, zodat zij haar naam enkel kan te danken hebben aan haar ligging ten opzichte van de oude bestaande woonkern Kaprijke.


De westzijde van de Paardenmarkt, eigenlijk 'n deel van 't oorspronkelijke 'Veld'

Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove, Knesselare.
 

Vanuit het Plein vertrok eveneens de Weststraat (1395: van der west straten), reeds in 1430 omschreven als «der groter straten die van der kerken west waert loopt» en in de 16e eeuw Grote Voorstraat genoemd wordt om tenslotte vanaf 1572 vermeld te worden als Voorstraat.  Toch worden in de loop van de 16e eeuw nog al deze benamingen door mekaar gebruikt.  Haar verlengstuk het Eindeken, heette trouwens nog tot in de 19e eeuw het Westeindeken. 1563 : In tWesthende).

Dan was er eveneens de Ooststraat (1550: an de oostraete), huidige Vrouwstraat, gewoonlijk omschreven als de «straete van caprycke naer bas se velde ».

Ook de gehuchtnaam «het Fortje» is een jongere benaming en heette vroeger de Oosthoek (1557: in den hoosthouek).

Het ontbreken van een Noordstraat schept helemaal geen probleem.

Zij is wel aanwezig maar kreeg reeds zeer vroeg de benaming Molenstraat. (1441 : an de molenstrate), wegens de aanwezigheid van een centrale, grafelijke molen.

Het Molenstraatje nabij de grens met Eeklo ontleende zijn naam aan de Westmolen (1583 : bij de Westmuelene te Capricke noort de Waystrate), zelfs in 1497 reeds: de westmuelenstrate.

Hiermee is het primair wegennet grotendeels geschetst.

Wat in de structuur van het oude Kaprijke eveneens opvalt is de aanwezigheid van grote akker-complexen en de relatieve afwezigheid van kleine perceelsnamen en natuurnamen.

Zuidzijde van de Paardenmarkt, rond de eeuwwisseling
Zuidzijde van dezelfde Paardenmarkt, rond de eeuwwisseling.

Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove, Knesselare.
 

Vervat tussen de Voorstraat en de Zuidstraat lag het oude gehucht Berken (1403: in de berkine), vandaar Berkenakker (1568: berekenen hacker).  Ten zuiden daarvan ligt de Zuidakker (1557: zuutacker).

De Noordakker (1418 : den noortacker) lag ten westen van de Molenstraat en ten noorden van de Voorstraat.

Dan was er nog de Middelakker, vervat tussen de oostzijde van het Plein en de Vrouwstraat (1552: In den middel hackere).  De Heinakker (1552 : In den heynackere) lag binnen de heerlijkheid Heine en de Heinestraat komt reeds voor in 1415.

Noordkant van het Plein te Kaprijke, bij het begin van de 20ste Eeuw
Noordkant van het Plein te Kaprijke, bij het begin van deze eeuw.

Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove, Knesselare.
 

De Riebek, in de richting Wulfhoek (1432: Wulfhoeke) is wellicht het oudst geattesteerde toponiem van Kaprijke (1240 : in Ribecka) en gaf het ontstaan aan de Riebekakker (1568: in den Rybec hackere).

Oostkant van het Plein te Kaprijke in 1927
Oostkant van het Plein te Kaprijke in 1927.

Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove, Knesselare.
 

Tussen de Heinestraat en de Ooststraat (Vrouwstraat) lag de Rubensakker (1552: In den Ruebins hackere).

In hetzelfde gewest, maar dichter bij de grens met Bassevelde lag de Sauwijnsakker (1483: in adriaen sauwins ackere).

In de nabijheid van de Woutersstraat, ten noorden van de Beekstraat (1497: bekestrate) lag de Woutersakker (1572: wouters ackere).

Ten westen van Wulfhoek tenslotte lag de Eendenpoel met de Eendenpoelakker (1572: Inden haenden poel ackere).

Blijft dan nog het gehucht Bentille (1365 : te benthille), grensgehucht met St-Jan-in-Eremo met de Drinkerakker (1484: In den drincker ackere)

Vermelden wij nog dit.  De heer van Kaprijke was eigenaar van de heerlijkheid of rechtsgebied.  Deze heer kon ofwel de graaf zelf zijn, ofwel een particuliere heer ofwel een geestelijke heer (abt of bisschop).  Hij liet zich op zijn heerlijkheid vertegenwoordigen door zijn baljuw.  Te Kaprijke had men volgende heren.

Aanvankelijk :
1626 :
1640 :
1644 :
1746 :
 
  de graaf van Vlaanderen
Valentijn Leclercq, schepen van Brugge
Frans Calcoen
het geslacht Seclijn
familie de Schietere
tot op het einde van het Ancien Regime

Wordt voortgezet.

Separator

Op verkenning door Kaprijke 1 - 2 - 3

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018