Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1979, 12de jaargang, nr. 1

OUD SLEIDINGE (4)

Nu is de kerk, ten koste van grote offers, hersteld, versierd en van de nodige ornamenten en uitrusting voorzien, alles volgens de voorschriften.  Ook de sacristie is goed voorzien, maar een beetje klein; het kerkhof is omsloten.  De pastorale registers zijn zorgvuldig bijgehouden, maar voor de doden werd het uur van overlijden niet genoteerd tot hiertoe.

Er is een waardig tabernakel met daarin verschillende schone gewijde vaten en twee zilveren kelken.  De zitsels zijn zeer slecht, maar de biechtstoel is voldoende volgens de decreten.  Er is ook een waardige doopvont, in een afgesloten doopkapel.  Het dak van de kerk behoeft echter nog wel enige herstelling.

De pastorie is ruim, doch de afstand tussen deze woning en de kerk is veel te klein.  Er werd een ander huis gebouwd voor de kapelaan, gedeeltelijk op grond van de kerk en gedeeltelijk op grond van de armendis.  Die kapelaan leidt een eerbaar leven, maar voelt zich weinig geneigd om catechismus of lering te geven.

De inhuldiging van burgemeester Maurice Ghysbrechts in 1921.
Een praalwagen vóór de herberg "In Prins Albert" van Maurice Segers in de Weststraat.
Prentkaart uit de verzameling van A. Ryserhove, Knesselare.

Er zijn te Sleidinge op dit ogenblik ongeveer 1130 communicanten, maar verschillende meerderjarige jonge mensen voldoen hier niet aan hun paasplicht; ook Livina Quaquebeke, een allerslechtste en schaamteloze vrouw, Judocus van Vooren, de vroeger reeds vermelde Catharina Goethals, een hardnekkige wederdoopster (hoewel haar afstammelingen gevormd zijn en te biechten komen !), Joannes Lippens, Joannes de Baetz, een vagebond, Joannes Meersman, die op schandaleuse wijze gesproken heeft over de biecht, zelfs in het bijzijn van de pastoor uit Waarschoot, en Joannes Martins, een ongodsdienstig man, die in zijn huis een echtbreekster onderhoudt, namelijk zijn dochter, bijzit van een gewezen soldaat van de Oudburg te Gent, genaamd Martinus Notscaele - komen alle niet ter kerk.

De schoolmeester onderwijst goed, maar is een erge dronkaard.  De schepenen zetten zich weinig in om de eredienst te bevorderen en om de godsdienstige feestdagen te doen vieren, vooral in de wijk Daasdonk geheten.  Er zijn hier namelijk nog verschillende heerlijkheden, behalve deze van de bisschop (Sint-Baafs), waaronder één in het bezit van de proost van Sint-Veerle te Gent.  Er is een proces hangend tussen Sleidinge-Keure en Sleidinge-Sint Baafs in de Grote Raad te Mechelen, over de verdeling van de lasten, waaromtrent grote onenigheid ontstaan was onder de bewoners van deze twee rechtsgebieden.  (Dit geding zal pas eindigen op 23 december 1656, met het afsluiten van een conventie, waarbij de gemeenschappelijke lasten voor de kasselrij van de Oudburg verdeeld worden, op basis van 11/20 voor Sint-Baafs en 9/20 voor Sleidinge-Keure).

De pastoor is volgzaam, vroom, heeft een goede naam en vervult zijn functie uitstekend.  Er bestaat een nauwkeurig boek over de toestand van de parochianen ("Status animarum"), maar er is geen financiële afrekening.  Daardoor blijft de belangrijke som van 105 ponden groot nog steeds in de handen van de ontvanger, zonder de minste intrest op te brengen (Itinerarium Visitationum Antonii Triest, Episc. Gandav., fol. 151 recto; RAG, Fonds Bisdom, nr B 136).

Op 4 mei 1647 vindt de bisschop het kerkhof goed afgesloten en de kerk in behoorlijke staat, maar hij moet andermaal aandringen op een herstel van het dak.  De gewijde vaten zijn zeer waardig en goed bewaard.  De parochiale registers blijken gans conform met de decreten.  Pastoor en onderpastoor zijn goede en voorbeeldige mannen, hoewel de kapelaan niet gemakkelijk te bewegen is om te preken.  Er zijn hier 1426 communicanten, plus minus, doch onder hen nog talrijke ketters-annabaptisten.

De Waterkuurinrichting voor Heren te Sleidinge in 1908
De Waterkuurinrichting voor Heren te Sleidinge in 1908.
Prentkaart uit de verzameling van A. Ryserhove, Knesselare.

Laurentius Scauwvliege, zoon van Livinus en Lieven de Rutere zijn totaal pervers, niettegenstaande de baljuw zegt dat zij dit jaar hun paasplicht voldeden.  Anna Goethals, Georgius Ghevaert en Livina Quaquebeke, vrouw van Antonius Versuyt zijn ook verdacht en toen de pastoor die vrouw wou terechtwijzen, werd hij door Antonius Versuyt uitgescholden en bedreigd met slagen.  De pastoor kon Versuyt niet laten straffen, omdat er geen getuigen waren van dit voorval.  Men zegt dat Joannes Lippens een echte goddeloze is, hoewel hij zijn Pasen hield, evenals nog verschillende anderen, zoals Joannes Baets, Judocus van Vooren, Georgius Paridaen, Georgius de Smit, ongelovige, Laurentius de Ruytere of de Rootere, zoon van Judocus, die het laatste jaar zijn paasplicht niet volbracht en absoluut verdacht is van ketterij of totale ongodsdienstigheid.  Uit gedane navraag blijkt dat bovengenoemde Judocus van Vooren, een beruchte dronkaard, sedert verscheidene jaren zijn Pasen niet hield, evenals Paulus van Vooren.

Te Sleidinge woont ook nog een andere Anna Goethals, die reeds twee kinderen gebaard heeft, verwekt door Georgius de Ghevaert, haar bloedverwant in de derde graad en van wie men zegt dat zij ermee zou gehuwd zijn, zonder kerkelijke dispensatie.  Christophorus Hendrix heeft eveneens zijn bloedverwante in de derde graad, Catharina vande Voorde, van een kind bevrucht.  Deze mensen zijn arme lieden en de pastoor belooft te zorgen voor een mogelijke dispensatie, om de kwestie te regelen.

Livinus Sleenhove leeft te Sleidinge in concubinaat.  Judocus de Wilde, ofschoon gestraft door het geestelijk hof, houdt niet op aan duivelbezwering te doen in diverse plaatsen; de pastoor belooft nadere inlichtingen daaromtrent in te winnen.  Het vieren van de feestdagen wordt hier nog altijd veronachtzaamd, bij gebrek aan toezicht en correctie vanwege de schepenen van Sint-Baafs.  De baljuw van Sleidinge-Keure beloofde wel extra daarop te letten, maar hij is een brouwer, die sterke dranken verkoopt aan al wie er hem om vraagt...

De Waterkuurinrichting voor Heren te Sleidinge in 1901
De Waterkuurinrichting voor Heren te Sleidinge in 1901.
Prentkaart uit de verzameling van A. Ryserhove, Knesselare.

In de winter en bij regenweer is de toestand van de wegen slecht, zodat het erg moeilijk wordt naar de kerk te komen, waarin velen dan een excuus vinden om weg te blijven.

De pyxis van het Allerheiligste Sakrament is niet voorzien van het voorgeschreven corporale.  Het huis van de pastoor en de onderpastoor zijn in goede staat en voor het overige is er niets dan lof.

Het geschil met het kapittel van Sint-Veerle te Gent hangt nog altijd ongedecideerd, tot groot ongemak van de kerk.  De pastoor heeft naar zijn zeggen 33 pond groot aan de kerkfabriek voorgeschoten.  De rekeningen zijn overeenkomstig de decreten.  De armentafel heeft een boni van 62 pond groot; er wordt veel uitgegeven, maar er komt ook veel binnen (ibid., fol. 171 recto en verso).

Het volgend jaar, op 12 juli 1648, keert de bisschop reeds terug.  De rekeningen worden juist bevonden, met een batig slot voor de armen dis van 99-17-11 pond groot (jaar 1646) en 24-7-7 pond groot voor de kerkfabriek.  Er zijn nu te Sleidinge ongeveer 1470 communicanten.  Daaronder heeft men nog altijd meerdere ketters-annabaptisten, waarvan de pastoor beweert dat zij zeer moeilijk te bekeren zijn, omdat zij hem weigeren te aanhoren en hem ook de toegang tot hun huis ontzeggen.  Natuurlijk zijn dat vooral Livina Quaquebeke, vrouw Antonius Verzuyt, Joannes Lippens, zoon van Joannes, die leeft als een heiden, Paulus van Vooren, Georgius Paridaen, Laurentius Scauwvlieghe, Livinus de Ruytere, Livinus Versteuwen, een verschrikkelijk mens die in concubinaat leeft met Elisabeth Franc, Judocus de Wilde, die nog altijd de roep heeft van een zogenaamde exorcist en Joannes Isenbrant, die de naam heeft in overspel te leven met zijn hospita.  Daarover ondervraagd, ontkent hij en belooft haar huis te verlaten en zich naar Waarschoot te begeven, waar hij het beroep van greffier uitoefent; maar spottend heeft hij beweerd dat men ginder te Waarschoot vrij kan leven zoals men wil en dat zelfs de allerslechtsten aldaar met rust gelaten worden.

Het Kneipgesticht voor Dames te Sleidinge in 1924
De Waterkuurinrichting of Kneipgesticht voor Dames te Sleidinge (nu "Mater Dei"), in 1924.
Prentkaart uit de verzameling van A. Ryserhove, Knesselare.

De koster die hier zijn dienst verrichtte en optrad als ontvanger van de goederen van de kerk en de armendis, moest ontslagen worden omdat hij zozeer verarmd was en niemand wil hem opvolgen.  Er is een staat opgemaakt van de geschillen en processen tussen de gezegde heren van Sint-Baafs en van Sleidinge-Keure.  De inwoners hebben beloofd hun kerk te herstellen.  Alle toezicht ontbreekt hier op de levenswandel en de conversatie van de schepenen, door de nalatigheid van de baljuw en de officieren of veldwachters.

De schoolmeester Martinus Nootschale heeft een manslag begaan en is gevlucht, maar hij pretendeert terug te keren naar Sleidinge.  De pastoor heeft een goede faam, evenals zijn onderpastoor, die nu ook begint te prediken en lering te geven.  De registers zijn goed en juist bijgehouden.  De pastorie en het huis van de onderpastoor zijn in behoorlijke staat.  Het decreet van de koning wordt niet opgevolgd.

Er wordt de inwoners aanbevolen dat zij alle annabaptisten en ketters van nabij zouden volgen en bewaken, zodat die zich persoonlijk onvrij voelen, opdat de nog overblijvende eindelijk de parochie zouden verlaten (ibid., fol. 190 verso).

(Wordt voortgezet)
Alf. RYSERHOVE.

Separator

Oud Sleidinge 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018