Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1982, 15de jaargang, nr. 1

Heemkundige wandeling door Adegem (2)

VAN STEENTJES OVER DE BOTERHOEK
NAAR BALGERHOEKE

1. GRENZEN

Voor onze tweede tocht doorheen Adegem blijven we nog even verwijlen in het noordelijk gebied van deze gemeente: we bezoeken het deel van Adegem dat over de Lieve lag en zich uitstrekte tot aan de Boterhoek waar de drie parochies, Sint-Laureins, Eeklo en Adegem samen kwamen.

Zoals we vorige keer schreven liep de grens tussen Adegem en Sint-Laureins in een rechte lijn vanaf Celie tot een honderd meter onder de Boterhoek.  Op de hierbij afgedrukte kaart kan men het verloop van die grens zeer duidelijk volgen.  Men ziet dat men bij de afbakening van beide parochies geen rekening heeft gehouden met eventueel bestaande natuurlijke grenzen (wegen, sloten, beken enz.).  Zelfs de aanleg van de Lieve wijzigde niets aan het grondgebied van beide parochies.

Kaart landboek Adegem - 11de begin
Kaart landboek Adegem - 11de begin.

Deze kaart uit de 17de eeuw toont ons het besproken gebied.  Onderaan zien we de "Ghentsche Lieve" met "wylent Leeskens Rabot", rechtover het "Leeskens straetken".  Links begint de scheiding tussen Adegem en Sint-Laureins aan "Jan Poppens leen".  De "Poelvoet straete" komt uit op de "Moerstraete" waar op het einde de herberg "het Swaentje ofte den Boterhouck" staat.  Rechts loopt het "gescheet jeghens de prochie Eecloo".

De scheiding "tusschen het gescheet jeghens Sint Laureyns" liep tussen het "alignement vanden houck van Jan Poppens leen ende eenen staack geslaghen in het midden van wijlent eenen waterput" (1760).

Die verdwenen waterput bevond zich achter de hoeve waar in die tijd Pieter Willems woonde.  Landmeter Lammeire, opsteller van het landboek, vroeg raad aan een zekere Jan De Clercq die zich nog zeer goed kon herinneren waar die waterput gelegen had: "... Jan de Clercq als beleeder is aenghewezen als zijnde van zijne perfecte kenisse welckers alignementvolghens den teneur van den landbouck is ghevolght tot het gescheet jeghens eecloo".

Om latere moeilijkheden te ontwijken werd er op de bewuste plaats een houten staak in de grond geslagen.

kapelletje op de grens van Adegem en Eeklo
Dit kapelletje op de rechtse kant van de weg staat op de grens van Adegem en Eeklo.  Waarom en door wie het werd opgericht konden we niet achterhalen.  Het reeds meer dan 100 jaar oude kapelletje dient dringend gerestaureerd te worden.
Een tip voor Heemschut ?
Foto Johan Van Laere.

PLAN FIGURATIF VAN DEN PUBLIQUEN

weg leydende van het dorp der Prochie van St. Laureyns naer het gehuchte genaemt Balgerhoucke ingevolghe 't welck de directeurs van de vier geunieerde waeteringhen in St. Laureins aen zyne Majesteyt den Keyser en Koning hebben versocht het Consent om den zelven weg te mogen calsyden ten coste van de Caselrye van den Lande vanden Vryen.

De Gendsche Lieve

Als te weten van A tot B zynde het Dorp der selve Prochie van St. Laueryns lang 167 roeden Brugsche Landmaete op de breedte van 18 voeten.

Item van C tot D lang 695 roeden op de breedte van 12 voeten.

Item van D tot E en F lang 435 roeden op de breedte van 12 voeten alsvooren.

Mitsgaeders van F tot G lang 111 roeden op gelycke breedte.

Zynde 't samen eene lengde van 1408 roeden waerop den zelven weg op het Dorp heeft de breedte van 3 ä 4 roeden ende de reste van omtrent de 2 tot 3 roeden gerekent van beyde de talus der aengelegen gragten.

Dan te noteren dat de geprojecteerde door snydinge a.a. van D tot F maar lang valt 896 roeden, vervolgens adviserende de selve doorsnydinghe soude men op de gemelde langde van 435 roeden projyteren tot 149 roeden dewelcke gereduceert van de voorschreven 1408 roeden soude maer blyven tot 1259 roeden; dog in dat geval zoude den grond tot deselve doorsnydinghe a.a. moeten gekogt worden, gelyck in de Reqweste is vertoont ende te kennen gegeven, welcken grond in pryse zoude kunnen renderen, uyterlyck dry hondert gulden par gemet.

Voorders dient te bemerken dat de doorsnydinghe b.b. oock zoude kunnen plaetsehebben welcke maer lanck valt tot aen F 260 roeden, dus zouden daer mede 26 roeden verkort worden dog in dit geval zouden de landen en gragten meer getraverseert moeten worden.

In 1642 lag die waterput er nog, want in de aanhef van het 11de begin lezen we: "dit naervolghende zijn de gronden van erfven ghelegen over de Lieve, streckende jeghens Sinte Laureyns ende Eecloo, scheedende vande noortzijde van Jan Poppens leen dweirs deur de sticken, rechte naer eenen waeterput gelegen in het land toebehoorende Jaecques Bertels schietende rechte deure tot het landt van Gillis van Leeuwen, achter zijn hofstede daer eecloo aencomt..."

Die hofstede van Gillis van Leeuwen was de oude "herberghe alias het Swaentje ofte den Boterhouck".

Vanaf de hofstede van Gillis van Leeuwen liep de scheiding tussen Adegem en "de cuere van eecloo" verder "zuydtwaert van daer en recht deur de hofstede van Christiaen van Peperseele ende Jan Sierens, soo t'wisch over de Balgherhoecstraete naer de west sterre van het black rabodt".

2. WEG BALGERHOEKE - SINT-LAUREINS

De belangrijke verbindingsweg tussen Sint-Laureins en Balgerhoeke is er pas gekomen in het jaar 1855.  Toch werden er reeds vroeger plannen gemaakt om deze verbinding te realizeren.

Op het einde van de 18e eeuw werd er (door een ons verder onbekende landmeter) een "Plan Figuratif van den Publiquen weg leydende van het Dorp der Prochie St. Laureyns naer het gehuchte genaemt Raverschoot" getekend.

De aanvraag om deze weg te mogen aanleggen gebeurde door de "directeuren van de vier geunieerde Wateringhen in St Laureyns".  Ze stelden daartoe een verzoekschrift op dat ze "aen zijne Majesteyt den Keyzer en Koning" richtten met het verzoek "het Consent om den selven weg te mogen Calsyden ten coste van de Casselrye van den Landen van den Vryen".

De nieuwe verbindingsweg zag men als volgt:
in het dorp "der selve Prochie van St Laureyns" zou de lengte 167 roeden "Brugsche Maete" bedragen, terwijl de breedte 18 voeten zou moeten bedragen.  (1 roede = 3,84 m.; 1 roede = 20 voeten).
vanaf het dorp tot aan de Boterhoek bedroeg de lengte 695 roeden; hier zou de weg slechts aangelegd worden op een breedte van 12 voeten.

Eens op de Boterhoek gekomen kon men uit verschillende mogelijkheden kiezen:
men kon de eeuwenoude weg van de Boterhoek naar Steentjes nemen, en zo vanaf Steentjes langs de Lieve tot in Balgerhoeke komen.  De lengte van dit traject bedroeg 546 roeden; de breedte bedroeg ook hier 12 voeten.
Indien men voor deze mogelijkheid opteerde bedroeg de totale lengte van de weg 1408 roeden "wanof den weg op het Dorp heeft de breedte van 3 à 4 roeden ende de reste van omtrent de 2 tot 3 roeden gerekend van beyde de talus der aengeleg en grachten".
een andere mogelijkheid bestond erin dat men de weg vanaf de Boterhoek rechtdoor zou trekken tot op de reeds bestaande voetweg even ten noorden van Balgerhoeke.  Eigenaardig is wel dat men de verbinding niet van de eerste keer doortrok naar de wijk zelf !  In elk geval, de tweede mogelijkheid maakte de weg met 149 roeden korter.  De totale lengte bedroeg nu maar 1259 roeden meer.  Maar, zo voegde de landmeter eraan toe, "in dit geval zoude den grond tot deselve doorsnijdinghe a.a. (zie kaart) moeten gekocht worden gelyck in de Requeste is vertoont ende te kennen gegeven, welcke grond in prijse soude kunnen renderen uyterlyck dry hondert guldens par gemet".
een derde variante bestond erin een andere doorsteek te maken, nl. van de Boterhoek tot punt F (zie kaart) op de Lieve.  De weg zou daardoor nog eens verkorten met 26 roeden, "dog in dat geval zouden de landen en grachten meer getraverseert moeten worden" wat de kostprijs de hoogte in zou jagen.

Van al deze plannen kwam in de 18e eeuw niets terecht.  Was het bestuur van het Brugse Vrije weigerachtig om de totale kosten, die de aanleg van deze weg met zich zou meebrengen, alleen te dragen ?  De zo broodnodige verbinding kwam er dan toch, zij het in het midden van vorige eeuw, nl. in 1855 en dit onder impuls van de Sint-Laureinse burgemeester Huyghe.  De baan liep recht van de Boterhoek naar de brug van Balgerhoeke.  Op de Boterhoek liep hij achter de herberg "de Zwaan" en er werd toelating gegeven om er een bareel op te richten: elke voorbijrijdende wagen diende 50 centiem te betalen.  Dra veranderde de naam "de Zwaan" dan ook in "Barrièrehuis".

3. DE BOTERHOEK EN OMGEVING

Waar de Boterhoek voor 200 jaar volledig op Sint-Laureins lag is dat in het begin van de vorige eeuw gewijzigd.  Men nam toen de bestaande wegen als grens; alle eigendommen ten oosten en ten zuiden van de straat werden Adegems grondgebied.

Men wordt hier wel even in verwarring gebracht door de verschillende namen die men hier aan de straten gaf.  Het gedeelte van de weg vanaf Steentjes tot aan de Kockuytstraat kreeg volgende namen:
    — Steentens straetken
    — Leeskensstraat
    — Heskensstraat
    — Boterhoekstraat
Tot aan de Boterhoek vonden we volgende namen:
    — Moerstraat
    — Oude Moerstraat
    — Poelvoetstraetje
    — Kockuytstraat

Het hele gebied waarover wij het hier hebben lag in de Viermatenwatering.  Het is een van de weinige gedeelten van Adegem dat in een "watering" lag.

Door het uitturven (12de-13de eeuw) ontstonden moergronden die door de grafelijke verkopers in verschillende "maten" werden verdeeld.  Die ietwat grotere maten werden op hun beurt verder onderverdeeld in kleinere percelen.  De structuur van die maten kunnen we nog duidelijk onderscheiden in de verdeling van de percelen en in de ligging van de wegen.  Elk jaar dienden de eigenaars aan het bestuur van de watering te betalen voor het onderhoud van grachten en beken: het zogenaamde "watergeschot".

De kaarsrechte weg van de Boterhoek naar Balgerhoeke
De kaarsrechte weg van de Boterhoek naar Balgerhoeke.  In de verte de verbrandingsoven, op de voorgrond de in 1939 gebouwde schuur van de boomkwekerij Van Hulle.
Foto Johan Van Laere.

Op de zuidkant van het Poelvoetstraatje lag in de 18de eeuw een hoeve, eigendom van "joncker Coppieters tot Brugghe" die, samen met het achterliggende land, op de parochie Adegem lag.  Enkele meter achter de schuur van die hoeve liep de grens.  Die hoeve werd in 1642 bewoond door een zekere Jacques Luck.  In 1760 woonde Pieter Nevejans op die boerderij.  Hij diende "ommestellynghe" te betalen voor "verscheydene hendekens landt daerof het noordteynde licht op Sinte Laureyns".

Ten westen van deze boerderij lag heel wat land dat wordt omschreven als zijnde "leengrond".  We treffen hier eerst "Jan Poppens leen" aan, "zijnde een dryoeckigh stuck landt", groot 3 gemeten 25 roeden.  Achtereenvolgende eigenaars waren:

—  
—  
—  
—  
—  
—  

Jan Verheecke
Pieter Jacobus Moens
Aernout Verbeke
Adriaen Haegeman
Judocus Tytgadt
Jan Imschoot

1700
1747
1752
1762
1771

De grote partij land die oost van het voorgaande leen lag en aan Joos Sierens toebehoorde was eveneens leen.  De 9 gemeten 95 roeden lagen verdeeld in vijf "stringhen".

Aernout Geeraert, Gillis van Leeuwen en Cornelis Lambrecht lagen hier eveneens met leen dat zich uitstrekte tot op het "Steenkins straetken".  Naast al deze partijen liep een "leendreve".  In totaal lag er hier 23 gemeten en 28 roeden leen (10 ha 11 a).  Waarschijnlijk maakten deze stukken deel uit van een groter leengebied, want aan de overkant van de Lieve (op Adegems grondgebied dus) wordt er ook heel wat land als "leen" vermeld.  De Lieve werd er dwars door getrokken.

Zo zijn we gekomen aan de hoek gevormd door de Steentjesstraat en de Lieve.  Er bevond zich hier een "cheins, sijnde hofstede" waar achtereenvolgens woonden:

—  
—  
—  
—  
—  
—  
—  
—  

Jan Hamelynck
Laureyn Verheecke
Christoffel De Reu
Jacobus Leuntjens
Johannes Debbaudt
Pieter De Dondere
Lieven van Damme
Pieter van Damme
1719
1734
1737
1746
1759
1762
1769
1787

Dit huis verdween bij het graven van het Schipdonkkanaal.

Aan de andere kant van de straat stond het huis waar Laurens Verheecke woonde.  Een eeuw ervoor lag er slechts land, en, een eeuw later (in 1850), woonde Petrus Claeys er.

Volgen we nu de straat in de richting van de Boterhoek.

Voor we de Cockuytstraat inslaan moeten we het nog even hebben over de partij land die zich aan de linkerkant van de straat bevindt en aan de Cockuytstraat grenst.  Dit stuk hoorde "van houden tijden" toe aan de kerk van Adegem.  De partij was "twee ghemete 192 roeden (1 ha 16 a 79 ca) lants liggende inde vier maeten wateryn int XVIIe beghin up de prochie van St Laurs. namentlick an Stenttens strate west dhoirs Gillis Van Leeuwe noortende up et koeckhuytstraete, commende metten suythende up een leen dreefken (waarover we het daarnet hadden) belast in schraven schult met IX deniers tsjaers gebruyckt ten Jaere 1660 bij Guilliaeme Bertholf".

De "schraeven schult" waarover sprake is in de tekst, betreft een blijvende jaarlijkse cijns die aan de graaf diende betaald te worden.  Jaarlijks hield de klerk van de graaf zitdagen in verschillende parochies, o.a. in Sint-Laureins.

De belanghebbenden konden dan hun "schult" betalen.  In het Adegems kerkarchief bevinden zich stukken waaruit blijkt dat de kerkmeesters wel eens vergaten te betalen.  De grafelijke klerk maant de heren aan om toch maar vlug de vereiste sommen in zijn handen te betalen, zoniet kon er een fikse boete volgen.  Achterstallige termijnen van 6 à 7 jaar blijken geen uitzondering te zijn.

De omgeving van Steentjes met in de verte de nieuwe brug
De omgeving van Steentjes met in de verte de nieuwe brug, de woning van Marcel De Saer en rechts de populierenrij langs de weg naar St.-Laureins.
Foto Johan Van Laere.

Een zekere Willem Bertholf was pachter van deze partij in 1652.  Kerkmeesters Gillis Dhaenens, Adriaen de Vyt, Pieter Wouters en Guilliaeme Bertholf (kerkmeester én pachter dus, wat wel meer voorkwam !) als ontvanger stelden op 16 juni 1651 de "pachtovereenkomst" op.  De te betalen pachtsom bedroeg 2 pond derthien schellyn ende vier grooten tsjaers den hoop".  Willem pachtte voor 6 jaar waarvan het "eerste jaer van betaelynghe zal vallen ende verschijnen te bamesse 1652".  Na het "expirreren" van deze eerste zes jaar werd de pacht voor nog eens 6 jaar verlengd.  Hoewel de pachtsom gelijk bleef werden er nu toch enkele bijkomende voorwaarden aan de pachter opgelegd: "den voornoemden pachter is verobligiert ende moet snoeyen alle de plantsoenen die op de strate staen en, daer enighe verdroocht zijn ofte sullen verdroghen binnen sijn pacht, moet hij daerinne planten ende groeyende houden paepelieren ofte olmen daer.  van doene is.  Voorts dat hij deselve plantsoenen moet omrijn met putten voor en te maecken ofte anderszins dat deselve niet beschadicht worden van waghens", "voorts moet de voornoemde pachter de gracht delven en de aerde op de straete werpen en dat alles onvermindert zijne pacht".  Deze laatste pachtbrief werd opgesteld op 2 januari 1657.

Als pachters van dit stuk land treffen we verder nog aan:

  — Joos van Leeuwe
— Adriaen Corthals
— Jan Verheecke
— Pieter Verheecke
— Aernout Verbeke
— Francies Crispijn
— Frans Laros
1662
1674
1697
1732
1756
1757
1766

 pachtprijs

3-8-6
2-16-8
2-16-8
2-0-0
1-1-8
2-0-0
3-4-0
       (successieven pachter loco Jan Debbaut...)
  — Judocus Tytgadt
— Judoc. Verstrynghe
— Judoc. Verstrynghe
1773
1784
1822
  3-4-0
5-8-0
35 guldens 19 cent

Deze partij vormde het 9de lot van de verkoop der kerkgoederen in vorige eeuw waarvan de opbrengst moest dienen om een nieuwe kerk te bouwen.  Er boden zich geen kopers aan, zodat het stuk eigendom bleef van de kerkfabriek van Adegem.

Tot op de dag van vandaag is dat zo gebleven.  Huidige pachter is de heer Van Rie, wonende op de Boterhoek.

Zo zijn we in de "Moerstraete", "Poelvoet straetjen" of Kockuytstraat beland.

We beperken ons tot de hoeven en bewoners die op de zuidkant van de straat liggen.

Op het eerste perceel land dat we aan onze rechterzijde zien liggen (sect A, 453 a) stond het ondertussen verdwenen boerderijtje waar rond 1750 Pieter Laros woonde.  Van de oorspronkelijke hoeve is geen spoor meer te bekennen; vorige eeuw was een zekere Kamiel Vervier eigenaar van de grond waarop het huis had gestaan.  Nu woont de heer Marcel De Saer er.

De vernieuwde boerderij van Georges Blondeel
De totaal vernieuwde boerderij van de heer Georges Blondeel.
Pieter Bogaert woonde hier in de 16e eeuw.
Foto Johan Van Laere.

Een drietal partijen verder woonde er in de 18e eeuw de "weese Verstrynghe" (sect A, 466, 465).  Enkel 4 roeden van deze hoeve lagen op Adegems grondgebied (nog niet bebouwd in de 17de eeuw.  Ook de hoeve ernaast, op de oostkant dus, stond er nog niet in de 17de eeuw (sect A, 476, 468, 469).  In 1500 was de grond eigendom van een zekere Laurentius de Moerter.  Jaques Bertels bezat hier in 1642 een "hende van een stuck landt daer den put in licht daer Sinte Laureyns en Adeghem scheet..."  Toen Pieter Willems er in het midden van de 18de eeuw woonde met "d'hofstede daerop staende ande moerstraete" werd de put als "wijlent" beschreven.

Op de volgende hoeve woonde in 1766 een zekere Jan Marsman; vóór hem:
    1642   Pieter Huyghe en Jan Bertolf
    1727   Jan Sierens en Gillis Buysse, elck d'helft
    1729   Jan Bertolf (het deel van Sierens)
    1741   Jan.Verheecke

De aloude herberg de Boterhoek, alias het Swaentje
De aloude herberg "de Boterhoek, alias het Swaentje" ligt nu aan de rechtse kant van de weg, die vroeger echter achter de herberg liep.
De voorgevel was dus de achtergevel.
Foto Johan Van Laere.

De laatste hofstede aan deze kant van de straat was de enige die er in 1642 ook stond.  Eigenaar van deze toch wel oude boerderij was een zekere Pieter Bogaert in de 16de eeuw.  De oppervlakte ervan bedroeg toen twee gemeten 150 roeden.  Jan Van Leeuwe werd de volgende bewoner, en zijn zoon Gillis huisde er in 1642.  Jooris De Rycke (1706), Pieter Verheecke (1734), Aernout Claeijs (1744), Jan Van Ooteghem (1775) en tenslotte Karel Van Ooteghem waren er de achtereenvolgende eigenaars van.  Een zekere "begijne De Busschere" bezat een deel van deze eigendom.  Nu woont Georges Blondeel er.

Door de aanleg van de weg van Balgerhoeke naar Sint-Laureins kwam de herberg "de Zwaen" aan de overkant van de weg te liggen.  Deze herberg lag dus op de hoek van de Moerstraat en de Leemweg.  Als eigenaars vonden we: Verzuyt Jan, en later Verheecke Pieter (gehuwd met een dochter Verzuyt).  Burgemeester Huyghe van Sint-Laureins bezat de herberg in het midden van vorige eeuw.  Charles Verheecke kocht het pand van Huyghe terug.

Er heeft op de Boterhoek eeuwenlang een herberg gestaan.  Laatste herbergiers waren Aloïs Notteboom-Leonie Van Vooren.  De "Boterhoek" was een gekend café bij de "veekoopmans" uit de streek.  Bij het zakendoen werd er ook de dorst gelest !

VAN DE BOTERHOEK NAAR BALGERHOEKE

Eeuwenlang liep de grens tussen het Ambacht Maldegem en de Keure van Eeklo dwars door enkele partijen land, respectievelijk van het reeds genoemde begijntje De Busschere en Aernout Verstrynghe.  Het was niet gemakkelijk de preciese ligging van de grens te bepalen, "mits geene paelstenen en existeren".

De verbrandingsoven van Balgerhoeke
De verbrandingsoven van Balgerhoeke.
Op de plaats waar deze opname gemaakt werd komt straks de expresweg.
Foto Johan Van Laere.

Ten zuiden van het land van Verstrynghe liep een landweg, op de oostzijde van hetzelfde land ziet men op oude kaarten een "dreefken jeghens eecloo" lopen.  Dit dreefken liep naar de eigendommen van Francies Immesoete uit Eeklo.

De enige twee huisjes tussen de Boterhoek en Balgerhoeke bevonden zich langs de tragel van de Lieve.  Ze stonden op "ghentschen cheyns", en lagen naast "den leempat".

Zo zijn we dan op de wijk Balgerhoeke aangekomen, wijk die zo belangrijk is en waarover zoveel wetenswaardigheden te vertellen zijn dat we er een aparte bijdrage zullen aan wijden.

De betonconstructie van de verbrandingsoven
De gestroomlijnde betonconstructie van de verbrandingsoven zou best dienst kunnen doen als decor voor een science-fiction film.
Foto Johan Van Laere.

Tot besluit van deze tweede wandeling kunnen we stellen dat het besproken gebied in de loop der tijden heel wat veranderingen heeft ondergaan: het uitturven, de aanleg van nieuwe wegen, de aanpassing van de grens en de laatste jaren, de aanleg van de expresweg naar Antwerpen en de bouw van de verbrandingsoven, waarvan de rookpluim tot in de verre hoeken van het Meetjesland te zien is als teken van welvaart of milieuvervuiling al naar gelang men het bekijkt !

H. Notteboom

Bronnen

R.A.G., Adegem, 3, Landboek 1642.
G.A.M., Gemeente Adegem, Landboek 1765.
R.A.B., Ommelopers Mestdagh, nrs. 779-787 (vroeger aanwinsten 6388).
R.A.B., Kaarten en Plannen, nr. 54 en 649.
P.A.A., 131, Register van alle landen ende renten toebehoorende de kercke van Adeghem (1660).
P.A.A., 133, Pachtboek (l651-1790).
P.A.A., 137, Verpachting van de kerkgoederen.
P.A.A., nrs. 19-44: Kerkrekeningen.

Werken

A. Ryserhove, Oud Sint-Laureins, in: Appeltjes nr. 30.
Robert Beirnaert. De Kronieken van Sint-Laureins voor 1900.


Om de publicatie van deze artikels mogelijk te maken, waren wij genoodzaakt deze uitgave op 64 blz. te laten verschijnen.  Wij doen een inspanning, help ons ook nieuwe leden aan te werven.

Voor geïnteresseerden sturen wij een nummer ter kennismaking.

De redactie.


Separator

Heemkundige wandeling door Adegem 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018