Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1983, 16de jaargang, nr. 1

Heemkundige wandeling door Adegem (5)

VAN BALGERHOEKE NAAR MALDEGEM

DE BREDE WEG

Bij onze vijfde uitstap (1) door Adegem kunnen we Balgerhoeke nog niet verlaten.  We vertrekken opnieuw bij de brug om dit keer de belangrijke heerwegh van Balgherhoucke brugghe naer Maldeghem te volgen.  Die heerweg werd in Adegem vanouds de Brede weg genoemd:
1339 den breden weghe
1465 anden breeden wech
1660 metten noorthende op de breewech
1912 de Breeweg (2)

Vandaag de dag noemt men deze oude weg terecht de Oude Staatsbaan, omdat de Prins Boudewijnlaan de "nieuwe staatsbaan" (= rijksweg) werd.
De Brede weg had zijn naam niet gestolen: op sommige plaatsen moet hij meer dan 25 meter breed zijn geweest.  Dit was echter geen zeldzaamheid tijdens het Oud Regime.  Langs sommige van die wegen vindt men lange stroken land of bos die op de oorspronkelijke weg gewonnen zijn.  Ook in Adegem treft men zulke stroken grond aan; op sommige werd zelfs een huisje gebouwd dat dan op cijnsgrond stond.

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
KAART I (a + b): WEG MALDEGEM-EEKLO

In 1780 tekende Landmeter Vermeersch deze kaart: hij berekende de kortste weg tussen Maldegem en Eeklo.  Die bleek, over Balgerhoeke te lopen en niet over Raverschoot.  Het is dan ook deze weg die gekasseid werd. 
Foto ARA

Het scheelde niet veel of deze belangrijke verbindingsweg tussen Maldegem en Eeklo liep niet over Balgerhoeke, maar wel over Raverschoot, de oude Antwerpse heerweg volgend.  Omstreeks 1780 kreeg landmeter Vermeersch (3) de opdracht van den heer Le Baron Triest, Burghemr van het hooft colegie s' lands vanden vrijen uijt crachte van eene speciale commissie bij hem vercregen door den heer Raet ende advocaet fiscael van synen Majesteyts Raede in vlaenderen om te meten en te carteren de actuele ghelegentheyd vande twee principaele weghen leedende van het Dorp van Maldeghem naer Eecloo te weten langs Balgerhoucke en raverschoot ende van Eecloo tot de jurisdictie vanden audenburgschen van Gendt.  Vermeersch kreeg deze opdracht ten eynde van te leggen een Calsyde ten besten en ten voordeligster van het gemeene publick.

Onze landmeter toog aan het werk en kwam na veel meten en tekenen tot volgende bevindingen:
1.  de distance ofte lengde vande Calsyde ten Dorpe van maldeghem tot den paelsteen staende tusschen Adeghem en tselve Maldeghem beloopt tot
De plaats waar deze paalsteen stond werd de Hoge Brugstok genoemd.  Dit toponiem komt reeds voor in 1465.  Een brugstok was een smal bruggetje voor voetgangers dat over een gracht lag.  Deze bruggetjes bestonden meestal uit dikke planken.  In ons geval lag de Hoge Brugstok over de Begijnewatergang (4).

505 roeden.
2.  vanden paelsteen tot het Dorp van Adegem is lanck
De weg liep niet tot in het eigenlijke dorp van Adegem; hij kwam tot aan het kruispunt van den kercke pat met de Brede weg.  Het kerkpad werd tot voor enkele jaren Statiestraat genoemd en is nu omgedoopt in Canadezenlaan.  Het was een oude verbinding van tussen Adegem-Dorp en Celie.
201 roeden.
3.  van het Dorp van Adeghem tot den paelsteen over Balgerhoucke staende tusschen de jurisdictie van Eecloo ende het Ambacht van Maldeghem is lanck 509 roeden.
4. Item van den paelsteen te balgherhoucke langs de zuydstraete tot de Calsyde van Eecloo is lanck  De Zuidstraat (ook wel Weststraat genoemd) was de weg van Balgerhoeke naar het centrum van Eeklo. 1056 roeden.

In totaal was de weg al over Balgerhoeke 2301 roeden lang.  Nu begon de landmeter de weg al over Raverschoot te meten:
1.  Voorts den wegh van 't Dorp van Maldeghem leedende naer raverschoot Brugge is lanck tusschen den paelsteen tusschen Eecloo en Adeghem tot 1639 roeden.
2.  Item vanden paelsteen voornoemt tot de calsyde van Eecloo is lanck 684 roeden.

Deze tweede mogelijkheid was in totaal 2323 roeden lang, slechts 12 roeden langer dus dan over Balgerhoeke.  Dit was echter voldoende om de heren van het hooft colegie te doen besluiten de weg al over Balgerhoeke te laten calsyden.

KRUISPUNT HEERWEG MET MOERWEGE-HILLESTRAAT
Zo kwam men vroeger vanuit Balgerhoeke in Adegem.  Links zien we het huisje dat Ivo Notteboom liet bouwen en daarnaast staat de herberg van August Notteboom.  De Moerwege loopt vlak naast de herberg.  Rechts zien we, op de hoek met de Hillestraat, de gebouwen van de brouwerij Dumoulin.  Vanuit Balgerhoeke komt een biggenkoopman aangereden.  De hobbelige kasseien dateren uit 1782.
Verz. Walter Notteboom

Het kasseien van de weg gebeurde in 1782 en dit verliep niet zonder slag of stoot !  Die weg was eigenlijk niets meer dan een slijkstraat in de winter en een stofferige zandstraat in de zomer.  Bij hevige regenval was het bepaald niet aanlokkelijk om een trip van Maldegem naar Eeklo te ondernemen.  De koets of dilligence kon wel eens blijven steken in de modder.  Toen Keizer Jozef II hier dan ook op 15 juni 1781 passeerde verwondert het hem ten zeerste dat er tussen Brugge en Eeklo nog geen steenweg lag !  Deze keizerlijke uitstap was er waarschijnlijk niet vreemd aan dat de heren van het Brugse Vrije reeds een jaar later besloten deze weg in orde te brengen.  Het voorbereidend werk gebeurde in Maldegem reeds een jaar daarvoor !  Immers op 3 juli 1781 verschenen de sieurs Ghemert Pots ende Bernaert de Rycke (5) als notabele van Adeghem voor het Collegie van Schepenen van den Ambachte van Maldeghem om de heren schepenen te adviseren omtrent den voortganck van den calsydewegh van maldeghem lancxt adeghem alsoo naer eecloo...

Iedereen zou denken dat beide Adegemse heren volmondig akkoord zouden gaan met de uit te voeren werken.  Niets was minder waar !  Ze gaven het volgend advies: die aen ons (= de schepenen) van antwoorde hebben gegheven dat de prochie van adeghem daer uyt geen voordeel en can hebben mits sij hebben de boven ende nederlieve om alles naer brugghe en naer ghent te vertransporteren ende vervolghens dat sij segghen niet te connen instrueren om den voortganck van denselfden calsydewech te versoucken...

Daar stonden de heren Schepenen !  Beide Adegemnaren waren niet alleen met hun beslissing: ook de Maldegemse notabelen gaven aan de Schepenen een negatief advies.  Zoals het wel meer voorkomt werden de raadgevingen van de plaatselijke mensen naar de prullemand verwezen: de werken namen op 4 november 1782 een aanvang bij de brug van Balgerhoeke.  De eerste dag werden er 25 mensen aan het werk gezet en vanaf de 8ste november voorwaerts viftich mannen.  Een lijst met de namen van de pioniers die aan de weg dienden te helpen verscheen in de drie parochies van het Ambacht.  Op elke parochie diende de officier de arbeiders te vermaenen om aan het werk te gaan.  In Adegem was die officier Jacobus Teirlynck.  Het was voorwaar geen dankbaar karwei om tegen de mensen te gaan zeggen dat ze op die en die dag aan een weg moesten gaan werken waarvan ze notabene het nut niet inzagen dat hij gekasseid werd.  Daarbij kwam dan ook nog dat heel wat boeren met paard en kar opgeëist werden om de kasseistenen te vervoeren.  Op elke wagen dienden minstens 125 straatstenen vervoerd te worden en er diende vier keer per dag te worden gereden.  Voor al dit werk ontvingen de mensen slechts een kleine vergoeding.  De werken vorderden tamelijk vlug, want in 1784 was alles voltooid.  Het geheel werd bekostigd door het Brugse Vrije.

Er werd aan Maldegem gevraagd om tussen te komen in de kosten, maar daar had men in het Ambacht geen oor voor.  Tijdens een vergadering met de notabelen en grote gelanden werd het besluit genomen niet tussenbeide te komen.  Om toch een deel van het geld terug in kas te krijgen richtte men langs de weg barrelen op: er stond een op de grens tussen Maldegem en Adegem, bij de Hoge Brugstok dus, een volgende stond bij Balgerhoeke en een derde werd opgericht op de grens tussen het Brugse Vrije en Oudburg, aan de Dam namelijk.

TUSSEN BALGERHOEKE EN DE MOERWEGE

De bewoning langs deze belangrijke verkeersader was eeuwenlang bijzonder schaars !  Tussen Balgerhoekebrug en de Moerwege stond er aan de noordkant van de weg slechts één huisje dat dan nog op cijnsgrond stond.  Het was eigendom van Jonker Van der Speeten, heer van Eeklo en eigenaar van Malecote.  Eind 18de eeuw woonde Lieven Van de Voorhoofde er.  Dit huisje stond ongeveer halfweg tussen Balgerhoeke en de Moerwege.  Wat verder, aan dezelfde kant van de straat treffen we een meulewal aan.  Deze bevond zich ongeveer ter hoogte van de Striepe, bijna rechtover het begin van de Oude Weg.  Die molenwal bewijst ons dat hier vroeger een molen moet gestaan hebben.  Hij is echter reeds sedert lang verdwenen, want zelfs in het landboek van 1642 spreekt men alleen maar over een meulewal.  Eigenaar ervan was toen Jan Verlé.  In 1727 hoorde hij toe aan sijn Excellentie den prince van Croij, heere van Maldeghem.  De oppervlakte bedroeg 70 roeden.  Die molen stond er nog wel in 1580 !  In het penningkohier dat in dat jaar opgesteld werd lezen we: philips martens en pieter dijserinck in erfve een stampmuelene ghetaxeert III p X sch gr. (6).

Dit is het beeld dat de biggenkoopman van foto 2 ziet als hij uit Balgerhoeke Adegem binnenrijdt.  Rechts de herberg van A. Notteboom waarin hij zijn 13 kinderen groot bracht.  Voorbij de herberg stond het winkeltje van Julie Van Vlaanderen.  Daarnaast zien we een schuur, eigendom van Charles Van Hove.
Links zien we het "Huis van Koophandel", verder de herberg van Gust De Clerck, die van Hippoliet De Baets en nog verder café "De Luchtreizigers".  Links werd alles afgebroken in 1937 om rijksweg 10 aan te leggen.
Verz. Walter Notteboom

De molen die hier toen nog stond was dus een stampmolen die diende om olie te malen.  In allerlei documenten vinden we trouwens telkens opnieuw terug dat de huidige Oude Weg in feite de weg was die van den oliemeulene naer den coornwindt meulene liep, ook nog de oude molenstraete genoemd.  Een stukje van die Oude Weg maakte trouwens vroeger deel uit van de Brede Weg die hier rechtgetrokken werd.  Wanneer die molen verdween konden we nog niet vinden.

Het huisje van Lieven Van De Voorhoofde bleef er eenzaam staan tot het midden van de 19de eeuw: toen stonden er reeds 4 huisjes aan de noordkant van de Oude Staatsbaan !  Het waren zeer kleine werkmanswoningen waarvan er nog enkele exemplaren bewaard zijn.

De zuidkant van de Oude Staatsbaan was er al niet beter aan toe: in 1765 stond er één huisje, ook op cijns.  Het was eigendom van de familie Willems.

We kunnen ons dat eigenlijk moeilijk voorstellen vanaf Balgerhoeke tot aan de Moerwege praktisch geen enkele woning aan te treffen.  Voor reizigers beslist geen aanlokkelijke weg !

In het derde kwart van de 19de eeuw kwam er hier echter spoedig verandering !  Op Balgerhoeke werden enkele fabrieken opgericht die heel wat werkvolk aantrokken.  Langs de Oude Staatsbaan rezen de woningen dan ook als paddestoelen uit de grond: de "Kassei" werd een drukbevolkte wijk (7).  Dat er op deze wijk "om de drie huizen een herberg" stond zal wel lichtelijk overdreven zijn, maar toch stonden er hier heel wat.  Te beginnen vanaf Balgerhoeke stonden er, aan de linkse kant:
-   In den Groenen Boomgaard (bij Verbeke, eerste huis links voorbij de brug, nu het vierde huis).
-   Café New- York (Herberg van Vincent Ryckaert die in 1934-35 teruggekomen was uit Amerika en zijn herberg dan ook een Amerikaanse naam gaf).
-   Café Sportwereld (vroeger "In de Hertog van Brabant").  Herberg vlak vóór de spoorweg gelegen en bewoond door André Ryckaert.
-   Een herberg zonder naam waar de familie De Busschere woonde.

Rechts van de weg stonden er:
-   herberg van Marreken Hautekeete.  Deze herberg stond in de "Rote": een naam die door de mensen van de wijk aan een rij huizen werd gegeven en zelfs officiëel door de Maatschappij van de Buurtspoorwegen onder die naam als halte wordt vermeld, of hoe een toponiem kan ontstaan !
-   Café De Rolbaan (nu Sportwereld): herberg van Réné Borgonjon en Irma Dries.
-   Café Schuttershof, nu 't Blondje.
-   Tenslotte stond er nog een herberg "in de route": herberg in een der huisjes over de spoorweg.
-   Aan de Oude (oude) Staatsbaan stond de herberg waar de fameuze Bende van Adegem wel eens vergaderde.

De "Kassei" was in Adegem een eerder beruchte wijk: de aanwezigheid van de vele herbergen en het non-conformistische leven van de bewoners zorgden ervoor dat de wijk dra de "warme landen van Adegem" werd genoemd, dit naar analogie met de "warme landen van Eeklo" !  Het waren natuurlijk allemaal geen "heiligen" die langs de Kassei woonden, toch was het gemeenschapsgevoel bij de mensen hier zeer groot.  Ze hingen hier werkelijk nog aan elkaar: naar de mis ging men niet zoveel, maar als een wijkbewoner overleden was zou men een dag verlof genomen hebben om toch maar de begrafenis te kunnen bijwonen.  Een zegswijze van de mensen was: "de kerk laat ons links liggen, het dorp laat ons ook links liggen !" De pastoor van Adegem zag men inderdaad niet zo dikwijls op de Oude Staatsbaan, en de "dorpenaars" moesten van die van de Kassei niet zoveel hebben.  Zo zou het onmogelijk geweest zijn dat er een jongen of meisje van het Dorp van Adegem met iemand van de Kassei in het huwelijksbootje zou getreden zijn.  Ook omgekeerd was dat zo !

Een figuur die bijzonder populair was en heel goed het ontspanningsleven behartigde was herbergier André Ryckaert.  Hij leidde een soort feestcomité dat voor "leut en plezier" zorgde.  Een der mooiste verwezenlijkingen was de stoet die gevormd werd in 1937 ter gelegenheid van het gouden huwelijksjubileum van Pelleken van Daele.  In het Dorp keek men zich de ogen uit het hoofd, want dat had men nog niet gezien: praalwagens, verklede groepen en een massa volk !

Klik op de foto voor een grotere versie ervan.
De Breeden Weg in 1765
KAART II: DE "BREEDEN WEG" IN 1765
Zo liep de heerweg door Adegem.  Van bewoning langs deze weg is nauwelijks sprake: er vallen slechts drie kleine "huyssekins" te tellen die op "cheijns"-grond stonden.
Naar Landboek 1765

Toen diezelfde André Ryckaert ter gelegenheid van een of andere verkiezing zo omstreeks één uur naar de stembus trok, ging heel de Kassei met hem mee gaan stemmen.  Oscar Ginneberghe, ook kandidaat in die tijd, zag de stoet vol vreugde afkomen: "Als Ryckaerts' bende afkomt, zit ik erin !" mompelde hij.

Vlak na de oorlog werden er in de herberg voor groot en klein Amerikaanse films afgerold, wat met enig leedwezen door de plaatselijke geestelijkheid werd aangezien !  Ook de pret in de herbergen viel niet in goede aarde: als Richard Coene met zijn beide dochters op hun accordeon aan het spelen gingen, was het hek van de dam !  Al spelend en dansend joelde men wel eens uitdagend naar het Dorp !  De verhalen van Cyriel Buysse beleefde men ook in Adegem !

Een andere schilderachtige figuur was die van Taf Vereecke, alias Jan De Metsenaere.  Hij woonde in een klein onooglijk doeningske, daar waar nu café Nooit Gedacht staat.  Jan dreef handel in van alles en nog wat, maar vooral in konijnevellen en "hoenders".  Met zijn ezel reed hij Adegem rond en kocht alles op wat de mensen maar kwijt wilden.  Die konijnevellen moesten gedroogd worden en daarvoor legde Jan een speciaal vuur aan: in een hoop lemen stak hij horizontaal en vertikaal een stok en stak er toen de vlam in.  Die stokken werkten als schouwen en de hoop lemen brandde mooi op, van binnen naar buiten.  Dat het er niet bepaald heerlijk rook kan men zich wel indenken.

ADEGHEM: DE GROOTE BAAN
Opname van het kruispunt Dorp-Statiestraat met de Staatsbaan.  Rechts woning van de familie Potvliege met daar voorbij de herberg "In St.-Eligius, Estaminet".
Links staan er nog geen huizen op dit kruispunt.
Verz. Walter Notteboom

Jan was een geboren verteller die kon "liegen van 't vaderland weg".  Op de bolbaan was het een echte "marteko" die iedereen aan het lachen bracht.  Hij was door en door eerlijk maar toch moest men op zijn qui-vive zijn om niet te worden beetgenomen.  Zijn ogen begonnen te schitteren als hij daarover vertelde !

Alhoewel men het hier niet zou verwachten staat er ook aan de Kassei een mooi O.L.- Vrouwkapelletje.  Tijdens de oorlog werd er veel gebeden aan het kapelletje dat in de hof van Odiel Coopman stond.  Na de oorlog werd die traditie voortgezet bij het beeld van O.L.- Vrouw dat in een boom hing op het erf van Petrus Van de Voorde, gehuwd met Wiezeke Notteboom.  De toeloop werd zo groot dat enkele wijkbewoners zich hebben ingezet om een echte kapel te bouwen.  Iedereen gaf wat en zij die konden werkten mee !  Zo staat een der mooiste veldkapelletjes van geheel Adegem langsheen de Kassei !

Vooraleer we deze volkswijk verlaten - helaas, het is ook niet meer zoals vroeger - moeten we toch nog een woordje zeggen over de Striepe !

Dat die Striepe er gekomen is danken we eigenlijk aan Modest Van de Kerckhove.  Het is een beetje zijn levenswerk of levensbetrachting geweest.  Ik denk dat hij elke dag met fierheid "zijn" Striepe inkijkt !  Vóór de oorlog was de Striepe een klein wegeltje van nauwelijk een meter breed.  Al het land dat hier lag was eigendom van juffrouw Marina Cockhuyt.  Zij verkocht een stukje grond aan de een, een lapje aan een ander en in geen tijd stonden er enkele van de typische "De Lille"-huisjes, waarvan er langs de Kassei nog zoveel staan.  Na de oorlog werd er nog meer gebouwd tot de nood aan een behoorlijke straat zich van langsom meer liet voelen.  Mijnheer Modest ging zelfs in de gemeentepolitiek om zijn doel te bereiken.  Toen de straat dan ook voor een tiental jaar ingewijd werd, werd er weergaloos gekermist: in de gelegenheidsherberg "In het Verroeste Anker" werd menig glaasje achterover gedrukt !  Ook de pas geboren Adegemse reuzen waren toen van de partij!

Van Marina Cockhuyt moeten we nog zeggen dat het een der meest onbaatzuchtige juffrouwen van Adegem is geweest.  Niet alleen zorgde zij haar hele leven voor een gezin dat niet het hare was, ook schonk zij aan de Adegemse kerk het wel zeer mooie glasraam van de H. Adrianus.  Het siert de schenkster dat haar naam pas na haar overlijden op het glasraam mocht aangebracht worden.  Ook het beeld van O.L.- Vrouw van Banneux is een gift van haar ("niet alle mensen kunnen naar Banneux reizen, laten wij die gelegenheid geven hier te bidden!") en Nood zoekt Troost steunde zij moreel en financieel !  Een merkwaardige dame.

MOERWEGE - HILLESTRAAT

Over de bewoning aan de heerweg vanaf het kruispunt Moerweg-Hillestraat tot aan de Hoge Brugstok valt er, in vroegere eeuwen althans, niet zoveel te vertellen.  In 1642 stond er geen enkele woning aan de huidige Staatsbaan.  Enige woningen werden opgericht in de eerste helft van de 18de eeuw.

In 1765 stonden er nog maar 4 huizen, waarvan enkele zeer kleine die op cijnsgrond gebouwd waren.

Op de hoek van de Moerwege en de heerweg lag in de 17de eeuw een grote partij land die toebehoorde aan Adriaan Heyne.  Deze partij strekte zich uit tot aan het Tardoes en langs de weg tot aan de villa van Dr. Matthijs.  Het duurde niet lang of dit groot stuk werd verdeeld en al spoedig werd er op de hoek een woning opgetrokken.  Achtereenvolgende eigenaars waren: Pieter Van Killeghem (chirurgijn), Cornelis Matthijs, Jan Dhooge, Ryckaert, Hoste, en rond 1750, sieur Gheeraert Pots die ook al het beroep van chirurgijn uitoefende.  Gheeraart Pots woonde hier tot op het einde van de 18de eeuw.  Hij was gehuwd met Johanna Crispijn.  en had 4 kinderen: Francies, Seraphine, Karel en Leonard.  Vorige eeuw was Ferdinand Potvliege eigenaar van huis en grond.  In 1901 komt het in handen van Leonard Notteboom (8).  Leonard laat de eeuwenoude woning afbreken en bouwt er een nieuw optrekje naast.  In 1906 bouwt August Notteboom op de plaats waar het oude huis stond een nieuwe herberg.  Op de voorgevel prijkte met zware zwarte letters: "BIJ A. NOTTEBOOM KOOPMAN ESTAMINET".

ADEGEM - DE DUINEN
Enkele jaren later is de bewoning op het kruispunt reeds toegenomen.  Alles ziet er echter nog rustig en landelijk uit.
Verz. Walter Notteboom

Tijdens de bouw van de herberg deed men een eerder akelige ontdekking, althans zo lazen we het in 't Getrouwe Maldegem van 15 april 1906: "Dinsdagmorgen tijdens het graven voor 't metselwerk nevens de woning van Noteboom langsch den steenweg werd een menschengeraamte ontdekt.  Men meent dat het uit het vroegere huizeken kwam en men is van mening dat het binnen dit huizeken is weggestopt.  Het geraamte zat in een mand.  Is het een soldaat van de slag van Waterloo ?  Of betreft het een geheimstoker, vermoord in de tijd van Napoleon ?".  Tot zover 't Getrouwe.  Het raadsel werd nooit opgelost.  Wel deed het geraamte een poosje dienst als attractie voor de buren.  August Notteboom was een koopman die ook wel van een grapje hield.  Hij handelde voornamelijk in vlas en dit deed hij zo succesrijk dat de zaak reeds in 1909 uitgebreid diende te worden: het steeds maar aangroeiende gezin was er mede de oorzaak van.

Omtrent de eeuwwisseling was dit kruispunt reeds druk bewoond !  Aan dezelfde kant van de straat waar de herberg stond, maar een beetje verderop, woonde Julie van Vlaanderen die in een onooglijk winkeltje "spekken" verkocht aan de Adegemse jeugd.  Nog wat verder woonden "mijnheer en madame" Van Hove-Willems.  Beiden zaten er warmpjes in.  Alhoewel Charles Van Hove afkomstig was uit Amougies en niet al te "koed Vlams" sprak belette hem dat niet goede zaken te doen en een gezien burger te worden in Adegem.  In 1912 werd Charles lid van de kerkraad.  Hij bleef dit tot in 1920.  Tussen de leden van de kerkraad (9) uit dat jaar ontstond er enige discussie over de "grootere verdeeling der kerkgoederen" alsook over het aanstellen van een persoon die de verpachting in handen zou nemen.  Notaris Verstrynghe uit Sint-Laureins en August De Kesel, een parochiaan, waren daarvoor kandidaat.  Onze Charles Van Hove steunde August De Kesel en daardoor ontstond "eene woordenwisseling met mr. Van Hove die dan ook zijn ontslag als kerkmeester geeft".  Het jaar daarop stelde Charles zich kandidaat voor de verkiezingen en werd prompt verkozen !

Rechtover de herberg van de Nottebooms stond "Het Huis van Koophandel" en op de andere hoek stond de brouwerij van de familie Dumoulin.  In de richting van Adegem stond dan nog de herberg "De Luchtreizigers" van Bernardus Bonne.  Vooraan was dit huis herberg, achteraan was het winkel.  Bernardus Bonne was een specialist in het herstellen en vervaardigen van houten pompen die men nu nergens meer ziet maar vroeger algemeen verspreid waren.

Al deze huizen werden met de aanleg van de Prins Boudewijnlaan in 1937-1938 met de grond gelijk gemaakt.  Daardoor veranderde het uitzicht van dit kruispunt totaal.  Nu is het een der gevaarlijkste punten tussen Maldegem en Eeklo.

De volgende oude woning was een huysseken op cheynse dat Jacobus Vernaeyt hier, medio 1700, had mogen optrekken van de familie De Bruyckere die hier met veel eigendom in de buurt lag.

Zo zijn we ter hoogte gekomen van het kruispunt met de Canadezenlaan, vroeger Statiestraat en daarvoor een smalle "kercken weghel" die Adegem-Dorp met Celie verbond.  Die wegel liep door een stuk land dat in 1641 eigendom was van de priesteragie.  Gillis Dhanens (1723), Jan De Meyer (1724), Heer ende Meester Jacques Blomme, pastor (1748), Cornelis Borgonjon (1765), weerom den Heer pastor van Adeghem (1774) en Engelbertus Naessens (1776) waren er de achtereenvolgende gebruikers van.  Het kruispunt won langzamerhand aan belangstelling en werd stilaan volgebouwd.  De geneverstokerij van Potvliege en de herberg "St.-Eligius" waren lang de twee enige gebouwen.

"Distillateur Potvliege Jean" werd de eerste burgemeester (10) van Adegem.  Hij bleef dit tot in 1808.  Charles Domers volgde hem op, maar onze Jean Potvliege bleef toch nog altijd adjoint au maire de la commune, tot 1815.

In 1791 reeds had Jean Potvliege een aanvraag ingediend om een herberg te mogen oprichten op een stuk land dat vanaf de heerweg tot aan de kerk reikte.  Jean Potvliege wilde op de hoek van dat stuk een mooi huis laten bouwen dat ook dienst zou doen als herberg.  Dit grote huis zien we nog staan op oude postkaarten.  Volgens Potvliege was het van Balgerhoeke naar Maldegem meer dan een uur ver en er stond geen enkele herberg langs de weg waar reizigers hun dorst konden lessen.  Sedert de weg gekasseid was, bleef het getal reizigers steeds maar stijgen.  In de herberg zouden ze ook kunnen overnachten en er hun paarden laten verzorgen en eventueel hun wagens laten herstellen.  De herberg kreeg de naam "Het hof van Sint-Sebastiaan".  Het is niet onmogelijk dat de herberg het lokaal van de schuttersgilde was.  Jacques Pecsteen, handelend in naam van de hertog van Croy, gaf zijn toestemming, waarna ook het schepencollege van het ambacht toelating gaf.

ADEGEM - GROTE STEENWEG
Kort na de tweede wereldoorlog zag het kruispunt er zo uit.  Van druk verkeer was er nog geen sprake.  Langs de Staatsbaan nam de bewoning enorm toe. 
Verz. Walter Notteboom

Burgemeester Potvliege, gehuwd met Catharina Glorieux, werd een zeer welstellend man op Adegem.  Hij en zijn nakomelingen behoorden gedurende de hele 19de eeuw tot de bovenlaag van de gemeente.  Ferdinand Potvliege werd gemeenteraadslid in 1819 en op 13 mei 1823 wordt hij burgemeester.  Hij blijft dit tot in 1830.  Op 27 oktober van dat jaar kwamen 67 Adegemse notabelen samen om een nieuwe gemeenteraad te verkiezen.  Burgemeester werd Johannes De Weert en er werd geen Potvliege verkozen.  Bij de gemeenteraadsverkiezingen wordt opnieuw een telg van de familie verkozen: Filippus Potvliege.  In 1879 is het de beurt aan Charles-Louis Potvliege.  Die wordt schepen in 1896 en blijft in de gemeenteraad tot in 1921.

Het zou ons te ver voeren hier alle eigendommen van de familie op te sommen.  Deze lagen verspreid over geheel Adegem en beliepen verschillende tientallen hectaren.  Maar ook in Nederland en in naburige gemeenten lag er heel wat eigendom.

Een dochter van de burgemeester, Maria Catharine, huwde op 17 april 1813 met Felix Reychler, lid van de bekende Eeklose familie Reychler (11).  Kort na haar huwelijk werd Maria zwaar, ja zelfs ongeneeslijk ziek.  Enkele maanden later, op 20 september 1813 maakte zijn haar testament op voor notaris Bernard Vermeersch.  Zij schonk al haar goederen aan haar echtgenoot.  Op 19 april 1814, een jaar na haar huwelijk, overleed Maria kinderloos te Maldegem.  Felix Reychler werd dus de enige erfgenaam, maar daar was vader Jean Potvliege het niet mee eens !

Hij meende dat hij als seul et unique héritier comme ascendant de la défunte op grond van artikel 915 van de Code Civil recht had op één vierde van de nalatenschap van zijn dochter.  Beide heren waren wel niet zo dom om daarover te procederen en zo hun duurverdiende centen aan advocaten en rechtsgeleerden te hangen !  Neen, zij kwamen tot een minnelijke schikking pour éviter tous frais d'inventaires, compte et tous autres auxquels la surdite mortuaire pourraient donner lieu...  Felix Reychler schonk de helft van een rente van 68,02 fr. 's jaars aan zijn schoonvader.  Deze zag dan verder af van alle eisen.  Felix Reychler moet blijkbaar in de smaak gevallen zijn bij de Adegemse jongedames want hij huwde voor een tweede maal met een Adegemse: Johanna Cornelia Verstrynghe, ook al een goede partij !

De woning en de fabrieksgebouwen van de familie Potvliege werden in het begin van deze eeuw in gebruik genomen door de familie Ginneberge die ook de herberg St. Elooi uitbaatte.  Ze hielden er winkel en dreven er een kolenhandel.  Terzelfdertijd was er ook nog een bakkerij in ondergebracht.  De "taartjes van Ginnebergens" waren door heel Adegem befaamd als de beste die er te krijgen waren.  Enkele jaren geleden stortte het dak van het huis in en de volledige afbraak was er het gevolg van.  Jammer dat daarbij de winkelinrichting is verloren gegaan: ze stamde nog uit het begin van onze eeuw !  Het riante Adegemse "Witte Huis" verrees op dezelfde plaats.  De ene industrieel volgde er dus de andere op.

(vervolgt)

__________________________

(1) Voor deze vijfde heemkundige wandeling maakten we in hoofdzaak gebruik van:
RAG. Adegem, 3, Landboek 1642;
RAG. Adegem, 5-6, Hoofdinghe van elckx gebruyck... 1766-1767;
RAG. Adegem, 132, Tableau concernant... 1796;
GAM. Archief gemeente Adegem, Landboek 1765. Terug naar de tekst

(2) De Flou K.  Toponymisch Woordenboek"… Terug naar de tekst

(3) RAB. Kaarten en Plans, nr. 1. Terug naar de tekst

(4) De Bo L.L. Westvlaamsch Idioticon, p. 168. Terug naar de tekst

(5) RAG. Ambacht Maldegem, 604, Resolutieboek 1779-1794.
Zie ook: D. Verstraete.  De steenweg van Gent naar Brugge van de XVIIIe eeuw,
en: Nog over oude wegen in het Meetjesland.  Appeltjes nr. 2. Terug naar de tekst

(6) SAG. Penningcohieren. Terug naar de tekst

(7) We danken de Heer en Mevrouw Albert Van de Kerckhove-Ryckaert voor de verstrekte gegevens over de Oude Staatsbaan. Terug naar de tekst

(8) W. Notteboom.  Stamboom van de familie Notteboom. 1976. Terug naar de tekst

(9) PAA. 160, Verslagboek der zittingen van den Kerkfabriekraad van de kerk van St.Adrianus. Terug naar de tekst

(10) GAM. Archief Adegem.  Verslagboeken van de Gemeenteraad. Terug naar de tekst

(11) De Eik, jaargang 3, nr. 4, pag. 196. Terug naar de tekst

Separator

Heemkundige wandeling door Adegem 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018