Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1983, 16de jaargang, nr. 3

KUIEREN IN WATERVLIET

Het klooster in de woestijn

Aan de brug over het Leopoldskanaal, ter hoogte van de stenen Schuur, ziet men in de hele omtrek geen lapje grond van een hand groot, dat aan de dorheid van een woestijn herinnert.  En toch...

We vertrekken in noordelijke richting, naar het Muizenhol toe.  Toen we de St. Christoffelpolder dwarsten, gingen we reeds een eind weegs langs die dijk.  De Lauwerijnenpolder rechts, drooggelegd in 1503 door de stichter van Watervliet, behoort gedeeltelijk tot de oude heerlijkheid en gedeeltelijk tot Boechoute.  Voorbij de eerste boerderij aan de rechterzijde, slaan we ook het straatje rechts in.  Enkele jaren geleden heette het nog de "Groenstraat".  Bij het herdopen van de straten in de fusiegemeente St.-Laureins, verloor het zijn naam, en ik geloof dat het nog geen andere kreeg.  Het ligt te wachten op hen die het opnieuw boven de vont zullen houden, en we hopen dat ze goed geïnspireerd zullen zijn.  Het is zelfs een gemakkelijke opdracht om hier een verantwoorde historische naam te vinden, want in dit hoekje van Watervliet was de geschiedenis betrekkelijk mild met haar giften, zij het dan dat nog zoveel aan onze kennis ontbreekt.


Grafsteen voor restauratie.

Als de aarde niet achter de groeiende oogst is weggestopt, bemerkt men honderden zeeschelpjes.  Ze liggen daar sinds eeuwen, en om de twee jaar worden ze bovengeploegd.  Het volgende seizoen beleven ze dan weer ondergronds.  Ze zijn het steeds weerkerend bewijs van rampspoedige gebeurtenissen en toestanden uit het verleden, waarvan een ongekende geschiedschrijver een natijds verslag maakte: "In dit iaer op S Lysbetten nacht, soo ghinck Watervliet onder met zesthien andere prochien ende oock het Clooster van de Willemynen dat de gravenede Margriete, te Watervliet ghesticht hadde".

En een even ongekende dichter jammert:
  " 't Landt te Biervliet ende XVII Dorpen/Ô wach !"
" Ende die Piete liepen in nae Sinte Martensdach"

Precies dat Willemijnen- of Wilhelmietenklooster stond hier, waar we ons nu bevinden.  De meeste hoofdgebouwen moeten opgetrokken zijn, zo'n vijftigtal meter ten zuiden van het straatje dat we volgen, en ongeveer evenveel ten westen van de grensscheiding met Boechoute.  In 1964 legde Romano Tondat van Eeklo, hier enkele grondvesten bloot van de kloosterkerk, en haalde een enig mooie grafsteen boven van plus minus een ton.  Deze had in het koor van de kerk het graf gesierd van een weldoenster, Margaretha Stommelinx, overleden in 1351.  De steen is nu in de omgang van de Watervlietse kerk ingemetseld ter bewaring.  De kerk van het klooster was toegewijd aan Onze-Lieve-vrouw-ter-Wastine, en nu beginnen we stilaan de titel van deze wandeling te ontcijferen.


De vernieuwde "wegh der Nieuwe Virscare".

Ingevolge een oorkonde uit 1249 werd door de gravin van Vlaanderen, Margaretha van Constantinopel, het Wilhelmietenklooster gesticht op deze plaats.  Het was het tweede van deze monnikenheremijten in de Nederlanden, en men noemde het "De Wilhelmynen ter Wastinen", naar het landschap waar het ingeplant werd.  De paters en broeders zochten een kluizenaarsleven, en daarvoor was het, in den beginne althans, een ideale plaats.  Als het woord "woestijn" het beeld van oneindige Sahariaanse zandmassa's in een moordende hitte oproept, zijn we hier natuurlijk aan het verkeerde adres.  Men kent steenwoestijnen en zandwoestijnen.  Doch de woestijnen van Vlaanderen waren destijds onherbergzame streken waar men niets anders vond dan schorren en moerassen.  Armtierig moet het leven hier in elk geval geweest zijn in die wastine, vandaar de naam van Sint-Jan-in-de-armoede, of "in d'erremoe", of "in-Eremo" !

Om het klooster te bouwen schonk de gravin vier bunders grond.  Eén bunder was gelijk aan drie gemeten, iets meer dan één hektare dus.  De gebouwen zelf, hadden één bunder oppervlakte.  De gravin was trouwens de grootste weldoenster van het klooster.  Omheiningsmuur en poort waren opgericht langs de grens met de Vier Ambachten, meer bepaald, met het Ambacht Boechoute.  Waar de grens en de straat liggen, lagen ze, op weinig na, ook in die tijd.  De straat droeg verscheidene namen, o.a.  "De Wech der Nieuwe Virscare", verwijzend naar de Nieuwe Keure, "De Dirkinswech" en de "Cleylantswech", beide naar Dirk Cleylant, een grondeigenaar uit de dertiende eeuw, die in deze hoek ook landerijen bezat.  Op bepaalde oude kaarten spreekt men eveneens van de "Spincwech" en de "Sprincwech" wat hetzelfde zou kunnen zijn, maar met een weglating of een toevoeging overgenomen.

Over die Nieuwe Keure hadden we het reeds toen we dwars door de St.-Christoffelpolder trokken en de Vrijdagsmarkt voorbij gingen.  Ze komt negen jaar na de stichting van het klooster.  Waarom ze tot stand kwam ?  Wel, in de dertiende eeuw trachtten de graven van Vlaanderen hun schatkist ietwat te stofferen door het verkopen van woeste moeren.  Gelijklopend daarmede, poogden de heren hun gebieden uit te breiden, vooral als turflagen konden ontgonnen worden.  Men had sinds enkele tijd aan die ontginning een industrieel aspekt gegeven, en de stad Gent kwam zich, qua brandstof, in onze streken bevoorraden.  In de grensstreek van Watervliet en Boechoute heeft men ongetwijfeld turf gevonden (1).  Trouwens, we zitten hier in het grootste geulengebied van Watervliet en over het ontstaan van de geulen bestaan vele theorieën, maar voor zover ze mij bekend zijn verwijzen ze alle naar de turfwinning.  Zo breidden de heren Van Praet waarschijnlijk hun rechtsgebied uit, want de heerlijkheid die ze voordien bezaten heette eveneens Watervliet.  Logisch zou zijn dat het eerste gebied deel uitmaakt van het tweede, en dat, zodoende, de naam niet veranderde.  Kerkelijk bleef er een onderscheid bestaan, inderdaad, het klooster behoorde tot het bisdom Utrecht, en de parochie ressorteerde onder het bisdom Doornik.

Hier bergt de grond nog vele historische schatten in zijn schoot, die de geïnteresseerden doen watertanden.  Anderzijds zijn de eigenaars en pachters van de betrokken landerijen niet geestdriftig voor een dergelijke aktie.  Vandaar dat gelijk welke archeologische interventie van enige omvang een initiatief van overheidswege veronderstelt, opdat zij die schade lijden door een rechtmatige en billijke vergoeding schadeloos zouden gesteld worden.

De plaats waar het klooster stond.
De plaats waar het klooster stond.

Aan de grens van Boechoute slaan we rechts af.  We gaan nu langs de plaats waar de oostelijke kloostermuur moet gestaan hebben, naar de Kerkenhofstede toe, een boerderij die toebehoort aan de kerk van Watervliet.  Ze ligt daar te dromen midden in de Lauwerijnenpolder, zij het met een verhakkeld gelaat.  Inderdaad, de oprichting van een moderne loods heeft het uitzicht geschonden.  Praktische overwegingen hebben natuurlijk ook bestaansrecht; de vraag dient nochtans gesteld te worden of esthetiek en nut niet kunnen verzoend worden.  Het behoud van het landelijk schoon is niet steeds de eerste zorg geweest van het gemeentebestuur, evenmin als van de kerkfabriek, de eigenares, die nochtans de hoogste waarden in het dorp, inzake kunst, kultuur en schoonheid onder haar beheer verzameld weet.  Iedereen, die ietwat gehecht is aan de "rijke kroon van eigen schoon", koestert de hoop, dat dergelijke verminkingen in de toekomst worden vermeden.

Links van de weg bevindt en bevond zich steeds het grondgebied van Boechoute, thans deelgemeente, vroeger Ambacht.  Het dorp nochtans dat, tot de Franse tijd, zich tot daar uitstrekte, heette Waterdijk.  De naam leeft in het geheel niet meer bij de bewoners van de streek.  Dicht bij het kanaal leunen een paar kleine moerasjes lui tegen de oever aan.  Beschaamd over hun morsig voorkomen in die rijke poldervelden, verbergen ze zich onder het riet, dat jaar in jaar uit, te lispelen staat, als komt het nooit aan het einde van zijn verhaal.  Hier was ook de Wilhelmijnegeule het breedst, en men heeft in haar bedding het Leopoldskanaal gelegd.  Zo blijft de oude taak vervuld, zij het dan dat het water in tegenovergestelde richting wordt gevoerd.

Over de brug bereiken we snel de Noorddijk, één van de mooiste hoekjes van Watervliet.  Hier en daar een huisje, meestal aan de zuidkant, maar dan heel dunnetjes gezaaid.  We slaan rechtsaf, richting Stenen Schuur.  Op deze plaats viel op 25 mei 1940, het eerste burgerlijke oorlogsslachtoffer in de gemeente, een vrouw van drieënvijftig jaar.

Het moeras aan het kanaal

De dijk is de scheiding tussen de Lauwerijnenpolder en de Sint-Jorispolder.  Laatstgenoemde werd in 1465 op de zee gewonnen door Jan de Baenst, die heer was van St.-Joris, vandaar de benaming.  Links van onze wandelrichting liggen een drietal grotere moerassen, die zich uitstrekken van noord naar zuid.  Zij zijn het, die men, zonder al te grote kronkelingen zou kunnen zien als het verlengde van de Puiweide, in de oude Scheldebedding.  Och nee, ik dring niet aan, je bent helemaal niet verplicht dit te geloven !  Alleen wilde ik verwijzen naar wat we in de Sint-Christoffelpolder zagen.

Op de vijf kilometer, die we achter de rug hebben wanneer we aan de brug van de Stenen Schuur weer bij ons vertrekpunt komen, gingen we slechts een tiental huizen, meestal huizetjes, voorbij, Vele oudere Watervlietenaars herinneren zich slechts vaag het uitzicht van deze verloren hoek.  Hier in deze polder komen, behalve de postbode alleen nog de geneesheer, de elektriciteitsdienst en nog een paar mensen die beroepshalve de tocht ondernemen, doch de noodzaak ervan manifesteert zich niet iedere week. 

Straks zal de rust hier vijf eeuwen duren.  Ze loste het geklots van de Zuidzeegolven af, die de Noorddijk aaiden in een rustig getijdenspel; doch die ook woest konden steigeren als het stormweer de laatste ruïnen naar beneden haalde en onder het slib verborg.  Het klooster, dat honderd vijfentwintig jaar lang een ziel gaf aan de moeren en de schorren in dit deel van Watervliet, moet gegonsd hebben van allerhande bedrijvigheden.  Hier baden, vastten, werkten en studeerden de monniken, hier liepen eens Dirk Cleylant, de grondeigenaar, Pieter Masier (de watergraaf van Assenede, die bemiddelde in het geschil tussen de Wilhelmieten en de Schepenen van de Nieuwe Keure, omtrent de eigendomsrechten op de Cleylantswech), de Heren uit het geslacht Van Praet.  Het zou niet verwonderlijk zijn als gravin Margaretha van Constantinopel en haar zoon, graaf Gewijde van Dampierre, op dezelfde plaats hebben gewandeld, aangezien ze het klooster met zoveel bunders grond en andere attenties hebben begiftigd.  Ergens in deze polder rust het gebeente van Margaretha Stommelinx, die in 1351, eind september, begraven werd in het koor van de kloosterkerk, Onze-Lieve-Vrouw-ter- Wastine.  Hier groeien gewassen boven de laatste rustplaats van prior De Bochte, overleden op 9 november 1330, en van tientallen andere monniken en weldoeners, waarvan de grond en het verleden het geheim met angstvalligheid omhullen.  Zou het niet kunnen dat Willem, "die Madoc maecte", hier de weg kwam verkennen, die hij Reynaert liet volgen, als "die fellen metten rooden baerde" op pelgrimagie toog naar Elmare ?

Moerassen in de St-Jorispolder langs de Noorddijk
De moerassen in de St-Jorispolder langs de Noorddijk.

In die vergeten hoek ligt een groot zwart gat, barstensvol onontgonnen geschiedenis, toegedekt, tussen de oude grondvesten van de ingestorte kloostermuren, met vijf eeuwen onverschilligheid van nationale, regionale en lokale besturen, evengoed als van archeologisch-wetenschappelijke kringen.  Hier wacht een niet onbelangrijk stuk van het Middeleeuwse Vlaanderen op moderne interesse, en het wacht reeds zeer... zeer lang !

J. De Paepe

__________________________

(1)  J. Decavele & R. De Herdt - "Gent op de Wateren en naar de Zee", kaart op p.44.  Terug naar de tekst
 

Separator

Kuieren in Watervliet 1 - 2 - 3 - 4

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018