Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1984, 17de jaargang, nr. 2

Heemkundige wandeling door Adegem heen (8)

HET CENTRUM VAN ADEGEM

Een eigenaardigheid van Adegem is dat het - tot voor honderd jaar - geen eigenlijk centrum bezat.  De huidige Dorpsstraat werd pas de vorige eeuw volgebouwd met huizen.  Daarvóór moet het een eerder verlaten straat geleken hebben, enkel de aanwezigheid van de kerk wees de toevallige voorbijganger op het feit dat hij zich in het centrum van een gemeente bevond.

Waar de inwoners van verschillende andere parochies uit het Meetjesland zich in de loop van verscheidene eeuwen rond de kerktoren nestelden, was dit voor Adegem niet het geval.  Op de kaart van Pourbus zien we slechts enkele verspreide boerderijtjes rond de kerk getekend staan.  Zelfs de pastorie bevond zich een heel eind van het centrum !  Als de inwoners niet in het centrum huisden, waar woonden ze dan wel ? zal de lezer zich terecht afvragen !

Een onderzoek van oude landboeken en bestaand kaartenmateriaal leert ons dat de bevolking zich eeuwenlang concentreerde in enkele belangrijke wijken en gehuchten.  Adegem is een gemeente die zich van noord naar zuid uitstrekt, ongeveer 8 km lang.  Langs deze lengte-as heen ontwikkelden zich enkele van de nu nog bestaande wijken: Hoeke, Kruisken, Kleemputte, Appelboom, Vierweegse, Murkel, Kruipuit (Veldekensdamme).  We zouden van verspreide bewoning kunnen spreken maar dan geconcentreerd in verschillende wijken.  Het is slechts toevallig en heel uitzonderlijk dat een woning helemaal alleen staat.

Een andere eigenaardigheid van de gemeente Adegem is het feit dat de kerk zo ver in het noorden werd opgetrokken en niet bv. in de meer centraal gelegen wijk Appelboom.  Dit is echter meer een schijnprobleem, vooral als we weten dat de gronden ten zuiden van de Onderdijkstraat pas massaal in de 12de-13de eeuw in cultuur werden gebracht.  Als we daar rekening mee houden lijkt het Adegemse dorp reeds wat meer centraal te komen liggen.  De inplanting van de kerk vormt dan weer een ander probleem en nog moeilijker is het te peilen naar het ontstaan van het dorp !  Waarom de Frank Addo zich precies hier kwam vestigen zal wel voor altijd in de duistere nevelen der tijden gehuld blijven.  Het dorpscentrum ligt op geen strategische plaats en behalve een kleine beek is er geen waterloop in de omtrek.  Zou de aanwezigheid van de aloude antwerpschen heerwegh misschien een reden kunnen zijn (en terzelfdertijd een verklaring) voor de noordelijke ligging van het centrum ?

In de bronnen duikt de naam Adegem voor het eerst op in 840 onder de vorm Addingahem.  Vanaf dit ogenblik treft men de naam veelvuldig aan in talloze documenten onder de meest verschillende vormen: adenghem (1274), adenge (1285), Adengheem (1326), adegheem (1329), audenghem (1330), ayghem (1537), hayeghem (1544), hayghem (1557) enz.  Wijzen we erop dat pas omstreeks het midden van de 16de eeuw de geschreven vorm de dialectische uitspraak benadert.

De inga-namen behoren tot het taalgoed van de Franken.  Deze namen komen veelvuldig voor in noordwestelijk Vlaanderen, ook in het Meetjesland treffen we er veel aan: Maldegem, Zomergem, Lovendegem, Evergem enz.  Deze toponiemen zijn zeer oud: ze wijzen namelijk op een inbezitname van voorradige gronden door familiegroepen; in ons geval was dat de Frank Addo met zijn familie.  Er bestaat dus weinig twijfel over dat Adegem is ontstaan uit een nederzetting van franci homines of vrije lieden die tot één en dezelfde groep behoorden.

De Franken kwamen zich omstreeks het midden van de 5de eeuw in onze streken vestigen.  Ze volgden daarbij hun eigen nationale gewoonten: iedere vrije man kreeg van de vorst een lap grond (mansus) die hij met behulp van zijn huisgenoten en andere leden van de groep begon te ontginnen en bewerken om de woning (villa) heen lag het bouwland omgeven door de nog maagdelijke meersen die ervan afhingen.  Het woonhuis, schuren, stallingen en andere gebouwen waren meestal omgeven door een houten palissade of door een omwalling.  In heel wat dorpskernen vindt men nog sporen terug van dit oorspronkelijke complex.  Echter (tot nu toe) niet in Adegem of zou het Schildeken de oorspronkelijke dorpsdries zijn geweest waarrond de dorpskern zich zou ontwikkelen ?  Deze veronderstelling zou dan een verklaring kunnen zijn voor het feit dat noch de kerk noch de pastorie zich in het midden van het dorp bevinden.  Het was namelijk zo dat er meestal geen plaats meer was om de kerk precies in het centrum van het dorp op te trekken om de eenvoudige reden dat alle gronden reeds lang voordien door de eerste bewoners in gebruik waren genomen.  Niemand was blijkbaar haastig om een in cultuur gebracht stuk grond af te staan om er een kerk op te bouwen !  Wat de zaak van de Adegemse dorpskern nog moeilijker maakt is het ontbreken van een oude hoeve in het centrum.  Alle oude historische hoeven van de gemeente liggen ver van de dorpskern verwijderd.  Waar de oorspronkelijke villa van Addo dus eens gestaan heeft en waar zich dus de kern van Adegem bevond is naar alle waarschijnlijkheid wel nooit meer te achterhalen.

Het lijkt er op dat alsof het centrum van Adegem eeuwenlang werd gemeden, niet alleen door zijn eigen inwoners, maar ook door reizigers en andere toevallige passanten die van Maldegem naar Eeklo trokken.  Het dorp werd niet doorsneden door een belangrijke weg, Adegem lag dus werkelijk buiten de wereld !

Na deze korte uitwijding over het aloude Adegem smeren we het bezoek aan het oudste "centrum" van het Meetjesland gemakshalve uit over een tweetal wandelingen niet alleen om verwarring te vermijden, maar ook om de verstrekte informatie te verduidelijken.  Op deze eerste (imaginaire) wandeling door tijd en ruimte proberen we de toestand van het dorp weer te geven zoals die eruit zag in 1642 en in 1770.

Adegem omstreeks 1642
Kaart I: Adegem omstreeks 1642.  (de nummers verwijzen naar de tekst)

BEWONING IN HET CENTRUM VAN ADEGEM ROND 1642
Driehonderd jaar geleden was het met de bewoning van het Adegemse dorpscentrum nog maar povertjes gesteld, zoals moge blijken uit bijgaand kaartje dat we opstelden aan de hand van gegevens uit het landboek van 1642.

1. Op de hoek van de Kerkstraat en de straete die leyt van het dorp naer den houcke lag een enorme partij land die toebehoorde aan de weduwe van Jacques Ochier.  Het was een hofstede ende landt gheleghen in eenen block noort ende west de straeten.  De oppervlakte van deze partij bedroeg 4 gemeten 44 roeden.  In 1686 werd deze partij verminderd met 71 roeden in proffijte van den ambachte daermede de straete is vermeerdert…  Ook in die jaren bestond onteigenen dus reeds !


Waar eens land lag van herbergier Van Hecke en later van brouwer Potvliege, verrijst nu het statige Adegemse "Witte Huis, eigendom van Adriaan Van Landschoot.

2. We moeten een heel eind verder wandelen vooraleer we een tweede hofstede tegenkomen.  Sypehoen Crul zijn stuck landt ende hofstede binnen grachten was t' saemen groot volle lant 413 roeden.  In 1754 werd deze hofstede bewoond door onderpastoor Boudewijn Syboons, die hier onderpastoor was van 1748 tot 1759.  Hij werd pastoor van Klemskerke waar hij in 1779 overleed.

3. De derde en laatste woning die we aan deze kant van de Dorpsstraat tegenkomen was die waar Pieter Dhaenens woonde: een hofstede ende landt suyt den hoecke, west de straete gaende vanden hoeck naer de kercke groot 662 roeden.

4. Een heel eind in de straete ten hille komen we aan de hofstede ende landt van Arent Poppe, groot 363 roeden.

5. Pieter Verhaeghe tenslotte woonde op een laatste hofstede die een oppervlakte van 600 roeden besloeg.

Aan de huidige Dorpsstraat stonden er aan de rechterkant dus maar drie woningen, en in de Hillestraat woonden slechts twee huisgezinnen.

Links van de straat was het al niet veel beter !

6. De hofstede en landt daer de priesteragie licht met 150 roen ende het heijen kerckhof en die zich uitstrekte vanaf den antwerpschen heerwegh tot aan de kerk was eigendom van een driemanschap: Adriaen Heyne, Gillis Dhaenens en Pieter De Bruyckere.

7. Vlak voorbij de kerk lag de hofstede van Lieven Dhasaert, later woonde de weduwe van Pieter Crul er.

Klooster met op de achtergrond de herberg Den Hert
Het klooster met op de achtergrond de herberg Den Hert: "In den Hert bij Himschoot, voerman".

8. Rechtover het huidige Schoolstraatje (waar oud-burgemeester Albert De Kesel woont) stond nog een hofstede: Adriaen de Maeckere was er de eigenaar van.  Het stuk land dat er achter lag was eigendom van de priesteragie van Adegem.

9. We wandelen verder tot op de Hoeke: op de hoek met de Kallestraat lag een hofstede ende landt binnen grachten aenden hoeck oost ende zuyd de straeten.  Lieven De Coorebijter, Niclaeijs Moentack en de weduwe van Pieter Crul waren er de eigenaars van.

In 1642 stonden er dus in de Dorpsstraat slechts 7 woningen en in de Hillestraat telden we er slechts een tweetal.  Voor wat de bewoning in de Kerkstraat betreft verwijzen we naar een vorige bijdrage.

HET DORP OMSTREEKS 1770.

Het kaartje dat de toestand van het centrum weergeeft zoals dat eruit zag omstreeks 1770 toont ons onmiddellijk dat het aantal woningen - vooral aan de kerk - sterk is toegenomen, maar ook dat de verdeling van de percelen er heel wat ingewikkelder op geworden is, meer eigenaars dus.

1. Zoals we reeds eerder schreven werd het Schildeken bewoond door Engel Naessens.

2. Niclaeijs Den Dauw woonde net bij het begin van de Kerkstraat - toen kerckewegh genoemd - in een klein huisje, gebouwd op 20 roeden grond.  Hij had zijn woning er bij cheijnse mogen optrekken van eigenares joffrouwe Marie de Coorebijter.

3. Hetzelfde was gebeurd met Jozef Crispijn die 30 roeden ter beschikking had gekregen van dezelfde joffrouwe om er zijn woning op te trekken.

4. Bakker Bernard Standaert (1777: Joannes De Prest) treffen we aan in de volgende woning, groot 50 roeden.

5. Rechtover de kerk hield Jacob Danckaert zijn herberg, of liever cantine open.  In feite was Danckaert wettelijk niet in orde om een herberg open te houden, hij hield zijn cantine zonder wet ofte iemant gekent te hebben.  Dat gebeurde trouwens wel meer: in 1780 probeerd Benedictus D'Havé op den dorpe van Adeghem tersluiks een drankhuis te openen: heeft opgerecht eene cantine alwaer hij genever ende annijs is vercoopende contraire aen haere majesteits placcaet.  De Schepenen van Maldegem beloofden hem te gedenken met een fikse boete zo hij niet dadelijk zijn drankhuis zou sluiten.

Adegem omstreeks 1770
Kaart II: Adegem omstreeks 1770, (de nummers verwijzen naar de tekst)

In 1790 waren de schepenen wat inschikkelijker geworden.  Koopman Pieter Braet richtte een verzoekschrift aan Jacques Pecsteen, zaakgelastigde van de Prins de Croy, heer van Maldegem, met de vraag een herberg te mogen openen op het dorp van Adegem.  Braet vond dat zijn huis mooi en ruim genoeg was om er een hostelrie en herberg van te maken.  Daarbij stonden er op het dorp slechts twee (erkende) herbergen: Sint-Hubert en Den Hert.  Pieter Braet vond dat dit veel te weinig was, vooral daar het aantal passanten sterk was toegenomen sedert de heerweg gekasseid was.  De toelating voor het openhouden van een herberg werd dan ook vlug gegeven.

Een jaar later (1791) diende Jan Potvliege ook een aanvraag in.  Tussen Balgerhoeke en Maldegem was het meer dan een uur gaans, nergens konden de dorstige reizigers enige behoorlijke lafenis vinden, aldus Potvliege.  Hij zou een huis optrekken op de hoek van de heerweg met de Dorpsstraat waaraan hij de naam "Het Hof van Sint Sebastiaen" zou geven.  Was Potvliege misschien lid van een bestaande schuttersgilde ?  We zijn er bijna quasi zeker van, omdat Potvliege in 1793 nog in het krijt stond bij de familie Pots omwille van het verschot van het octroij van het gilde van Adeghem.  Potvliege had 25 p. gr. courant geleend waarvoor hij een jaarlijkse rente van 1 pond diende te betalen.  Wat er ook van zij, ook Jan Potvliege kreeg toelating om zijn plannen te verwezenlijken.

6. Ondertussen zijn we aan het woonhuis van Pieter De Bruyckere gekomen.  De hofstede met het achterliggende zaailand besloeg een oppervlakte van 761 roeden.

Pieter De Bruyckere is de voorlaatste telg uit het geslacht de Bruyckere waarvan verscheidene leden ongeveer een eeuw lang het kosterschap waarnamen in Adegem.  Pieter was gehuwd met Marie Anne Van Veirdegem, het echtpaar kreeg niet minder dan 7 kinderen.  Bij zijn overlijden in 1773 werden de costerele taken verder waargenomen door zijn weduwe.  In feite zal het wel zoon Bernardus zijn geweest die het ambt uitoefende, want enkele jaren later werd hij op zijn beurt als koster aangesteld.  Bernardus De Bruyckere huwde met Joanna Coleta Pots, dochter van chirurgyn Gerardus Pots.  Bernardus overleed tamelijk jong: hij was nauwelijks 34 jaar toen hij in 1789 een weduwe met vier kinderen naliet.  Enkele jaren later ging Joanna een nieuw huwelijk met Bernardus Den Dauw, die op zijn beurt koster van Adegem werd.

Als "petite histoire" kunnen we hier nog vermelden dat chirurgijn Gerardus Pots nogal trouwlustig was: hij huwde niet minder dan drie keer: eerst met Anna Maria Coddens van wie hij twee kinderen kreeg, vervolgens met Livijne Dobbelaere die hem eveneens twee kinderen schonk en tenslotte ging hij nog een huwelijk aan met Lievijne Verstrynghe bij wie hij niet minder dan 6 kinderen verwekte.  Bij de wettelijke verkaveling van de familie Pots in 1793 diende het bezit van vader Gerardus over 10 hoofdstaken te worden verdeeld !  De prijzij van het sterfhuis gebeurde door drie geswooren prijzers: Joannes de Weirt, Cornelis Danckaert en Joannes Baptiste Coddens.  De generaele masse van het sterfhuis werd op niet minder dan 5260 pond 10 sch 3 gr 2 deniers geschat.  Een formidabel fortuin !

7. De weduwe van Francies Crispijn woonde al een heel stuk verder.  Haar hoevetje lag ten noorden van den uytwegh hier niet mede gemeten.  Die uitweg is de huidige Schoolstraat waarover we de volgende keer verder zullen uitweiden.

Adegem rond 1900
Het dorp in het begin van de 20ste eeuw.  Links bemerken we de oude school, op de achtergrond de kerkhofmuur en Den Hert alsook de gevel van het huis van meester Stoens.  Rechts zien we nog een restant van wat eens de woning van koster Den Dauw was met daarachter de vernieuwde woning van de familie Pots.  Nieuwsgierige dorpelingen - waaronder enkele leden van de familie De Laere - kijken de fotograaf nieuwsgierig aan.

8. De hofstede en zaailand vlak voorbij de weduwe Crispijn behoorde toe en werd bewoond door Joannes Van Killeghem.  Joannes Van Killeghem was een Adegemnaar die er warmpjes inzat.  Hij bezat - alleen al in Adegem - niet minder dan 40 gemet gronden en huizen.  De Van Killeghems waren een notabele en geziene familie in Adegem.  In 1683 was een meestre Joannes Van Killeghem chirurgijn of het dezelfde was die omstreeks 1750 nog praktizeerde in Adegem konden we nog niet achterhalen.

9. De weduwe van Aernout Verloock woonde op een boerderij op den houck van den houcke oost de straete die van den houcke naer de kercke leyt.

10. We slaan de Hillestraat in; de eerste boerderij die we tegenkomen is ook al eigendom van Joannes Van Killeghem.  Ze lag noord van de uitweg (= Schoolstraat) waar we het daarnet al over hadden.

Ook Gerardus Pots wordt hier als eigenaar vernoemd of gebruikte hij alleen maar de hoeve ?


Waar eens de hofstede van Adriaen de Maeckere stond verrijst nu de ruime woning van de familie De Kesel.
Rechtover de woning van de familie De Kesel stond de "Welvaart".  Het huis, waar het Schoolstraatje - eigenlijk meer een wegel - vlak naast liep, is in de maand april van 1984 afgebroken.  Aan een eeuwenoude toestand werd een plots einde gemaakt.
 

11. Tenslotte treffen we nog drie heel kleine huisjes aan die op een stuk land waren gebouwd waar Cypriaen Crul en later zijn dochter Rosa eigenaars van waren.  Enkele jaren later was het land eigendom geworden van Jacob Danckaert terwijl de familie Crul eigenares bleef van de huisjes.
De naam Hillestraat betekent niets anders dan de straat die naar een heuvel of hoogte leidt.  Men zal zich afvragen waar die heuvel wel zou kunnen liggen, want alles in de omtrek lijkt nogal vlak.  Toch ligt er een verhoging van de bodem in de buurt en wel de zandrug waarop de Antwerpse heerweg loopt.  Wij zien dat nu niet meer omdat alles hier bijna volgebouwd is.  Voor een paar honderd jaar moet die "hoogte" echter nog tamelijk opgevallen zijn !
We begeven ons nu terug naar het Dorp om eens een kijkje te nemen hoe het met de bewoning aan de linkerkant van de Dorpsstraat gesteld was, nog steeds omstreeks de jaren 1770.

12. De herberg Den Hert waar Pieter Van Hecke woonde lag op een partij land in den houck van den antwerpschen heerwegh en de straete naer het dorp.  Den Hert was een van de weinige herbergen waarvoor een octrooi was uitgevaardigd.  Boven de ingang hing een uithangbord waarop een hert was afgebeeld, dit van allen ouden tyden.  Den Hert was door haere nwjesteyt op den 18 juny 1657 voor herberghe gheoctroyeert.

13. Het huis vlak naast de herberg was eigendom van Martinus D'Haenens.  Het was een viercant stucxken waer een logie op staet met nogh een stucxken ten zuytoosthoucke langst het kerckhof en ten oosthende het huys op staet jegens de straete.

14. Op de plaats waar de huidige pastorij staat had Maarten Vanden Driessche een huisje bij cheynse mogen optrekken van de pastoor van Adegem.  De totale oppervlakte bedroeg 150 roeden echter zonder den ooghen padt, een voetweg die naar Maldegem liep.

In het cijnscontract stond als voorwaarde dat Vanden Driessche moest toelaten dat heydenen en zelfmoordenaars op het heyden kerckhof, dat deel uitmaakte van zijn erf, begraven werden.

Het dorp in de richting van Den Hoeke
Het dorp in de richting van Den Hoeke.  Rechts het statige herenhuis van secretaris Prosper De Smet, dat gebouwd werd door "Mijnheerken van Malecote".  Het statige hoge huis links werd gebouwd voor dokter Potvliege.  Later woonde dokter Du Caju er.
 

In 1660 wordt het heidens kerkhof als volgt beschreven: item behoirdt de kercke noch toe van houden tyden een cleyn partycken lants sonder te weeten hoe groot het is, ligghende in de hofstede van Gillis Daenens by de kercke van adeghem, aende noortsyde en westhende de selve hofstede, aende suytsyde den muer van het kerckhof, commende metten oosthende upde plaetse by het kercke hecken ende is het heyden kerckhof.  Zoals we hierboven schreven hadden de kerkmeesters het heidens kerkhof vercijnsd wat niet naar de zin was van deken Kerremans.  De deken moest echter niet te veel reclameren want wij hadden hier te doen met een zeer oude toestand: reeds in 1632 werd dit stukje verpacht aan Cornelis Van Loo.  Er lag toen een stenpit in en naast het laten begraven van de heidenen moest Cornelis het stukje beplanten ende houden te groeijen ten profyte van de kercke enighe opgaende ofte fruyt draegende boomkens.


Idem als nummer 6, maar dan met ongeveer 70 jaar verschil.  Het dorp is onkennelijk geworden.  Alleen het kleine witte huisje op de achtergrond heeft de tand des tijds overleefd.  Het was de herberg "Sint Huibrecht", nu "Kunst na Arbeid".
 

Op het heidens kerkhof woonde er zelfs eens een Adegems schoolmeester die tevens landbouwer was: Philips de Lille.  In 1691 vroeg Philips De Lille consent om zijn uitweg al over het kerkhof wat breder te mogen maken, zodanig dat hij daar langs zijn beesten naar hun stal zou kunnen drijven en om er ook al eens met een cortewaeghen te kunnen rijden.  Meester Philips overleed op 13 juni 1694.  Hij bezat tamelijk veel eigendom, dank zij zijn huwelijk met Anna Buylaere, maar ook dank zij zijn spaarzaamheid, want heel wat gronden werden tijdens het huwelijk verworven.  In de platte camere van het huys werd waarschijnlijk onderwijs verstrekt, want daar bevonden zich twee lange taeffels met twee bancken.  Op het hof liep een gewoon swijn rond en in de stal bevond zich een vet swijn.  In de koestal stonden 3 roode coebeesten met een rend en een calf.  Een paard bezat De Lille niet.  In zijn woning moet Philip ook herberg hebben gehouden, want er waren heel wat mensen die nog hun schulden dienden te vereffenen uit hoofde van thaire ten huize van de Lille.  De ene nam een ondertrouw en trouw te baat om eens een goed glaasje te drinken, anderen dronken bij een begrafenis, nog andere cliënten dronken toen ze hun saysoen maalderye kwamen betalen of hun vlaschtiende of hun belasting van thien stuyvers op elcke tonne bier enz.  Er kwamen ook rare kerels over de vloer bij De Lille !  Zo een zekere Jacob Weyns die heel wat achterstel diende te vereffenen maar mits syn sobre ghesteltheyd ende dienst militaire was er weynigh apparence van recouvre van de schulden van die soldaat ook over de talrijke thairen van cleyne importance maakte men zich weinig illusies: het was verloren geld !

Vermelden we nog dat meester De Lille ook nog ontvanger was van den autaer van onse Vrouwe.

15. Kerk en kerkhof stappen we haastig voorbij om er in een latere aflevering vast en zeker nog op terug te komen.

16. De woning van Theresia Crul - een zeer rijke dame - lag vlak naast het kerkhof, er was zelfs een uitweg van een halve roede breede langst het huys op het kerckhof.

17. De herberg met hovenierhof, ook al eigendom van Theresia Crul, werd bewoond door de weduwe Bourgonjen.  Pieter van de Velde woonde er in 1782.  Het was tevens een brouwerij.

Landelijk huisje in het dorp van Adegem
Een van de laatste landelijke huisjes die we nog in het dorp van Adegem aantreffen.  Jarenlang woonde hier de familie De Laere.
 

18. Wat verder lag de priesteragie van Adegem met een stuk land waarop een tweetal huizen waren opgetrokken bij cheynse.  Pachters waren Martinus Van den Driessche (1756), Jozef Crispijn (1773), Pieter Van Waetermeulen (1779), Pieter Braet (id.).

De aanvraag van Pieter Van Waetermeulen en Pieter Braet om een cijnscontract te mogen afsluiten met de Adegemse pastoor bleef bewaard.  Het was gericht aen sijne doorluchtigste hoogweerdigheyt Felix Guillielmus Bernaert, bisschop van Brugghe.  Beide supplianten zouden geern op het geseyde landt elck een huys bouwen mits sy van de party landt conden in cheyns crygen pieter van waetenneulen 60 roen ende pieter Braet 40 roen.  Beide heren waren bereid twee stuyvers de roede te betalen wat neerkwam op 5 pond het gemet.  Volgens de aanvragers is dat meer als tripel de weirde in vergelijking met de verpachte gronden in de onmiddellijke omgeving waarvoor maar 1 pond per gemet betaald wordt.  Op het einde van de cijns zou de pastoor de huisjes in ligghende weirde dienen te aanvaarden.

In een marginale apostille laat de bisschop weten akkoord te gaan met de vercijnzing daar alles tot meerder profijt van de pastorie geschiedt.  Stippen we hierbij nog aan dat de termijnen van de cijns nogal wat verschillen: 29 jaar, 60 jaar !

19. Rechtover de Schoolstraat bevond zich een hofstede die in twee was verdeeld: de ene helft (noord) was eigendom van Cypriaen Crul, de andere helft (zuid) van Fransies Naessens.

20. Zo zijn we aan de wagenmakerie van Dominicus Slock beland.  Die wagenmakerij was ook al opgetrokken by cheynse van Jan Verloock !

Over die wagenmakerij nog het volgende !  Op 23 mei 1696 overleed er Joos de Love, gehuwd met Lievijne vander Stichel.  Joos had in 1693 een hofstedeken, schuere en bijhorend zaailand alles gelegen ten houcke, gekocht van Cyprianus Crul d'oude.  Naast dit hofstedeke en wagenmakerij bezat Joos ook nog een huis in de Noordstraat te Maldegem, 7 lijnen zaailand in de Pottemeers en nog wat eigendom in de Noordakker en in de Meulenbilken.


Het eeuwenoude huis op Den Hoeke, reeds ettelijke keren verbouwd heeft nog niet (te) veel van zijn charme verloren.  Hier was het dat Pieter Verhaeghe in 1770 woonde.  Nu wonen er nog enkele leden van de bekende Adegemse familie D'Havé.
 

Op het erf liepen 2 coeyen, 4 hoenders en 11 cleene kieckens.  Wat ons echter meer interesseert is hetgeen er zich in de wagenmakerij zelf bevond !  Gelukkig is de prysye van het halme van de waeghemackere bewaard gebleven.  We pikten er het volgende uit:
tien bertels en ander rommelyn van maeten en doorslaeghen
twee bylen, 4 iseren corten met keur werck en ander rommelyn tot passen om wielen te maecken
4 saeghen, een cerf saeghe, schorpsaghe, houtsaghen, schaven, twee craen isers ofte saghen met de treckhaecken
hamers, destels, iseren wegghen
twaalf haulgiers - twee houpels
trectanghen, spyckelboort, naghelbancken, twee saeghstoelen, een draijbanck - voorwerc met de patroons

De voorraad hout was ook niet mis:
4 noordersche deylen, 66 voet bert, deyltpersen, cafhout, plaeten, balcken, baillien, 48 velch plancken
een keersselaereken, wat spyllen van boomen, 21 stryckelijn van boomen, 3 hollem boomen met hoollem spyllen, 4 wulghen, 3 hesschen, eecken spyllen

Nog werd er heel wat afgewerkt of half-afgewerkt materiaal geprijsd:
12 ploughsteerten, een suelle, onder houten en upper houten, een leere, back braecke, 2 waeghe wiellen, drye blocken met eene passe, twee arwielen, een ploughbalcke met een voorblock

Zicht op den Hoeke
Vanuit de Kallestraat een zicht op Den Hoeke: de "hoek" die de straten hier maakten is verdwenen.  Waar eens de karren dokkerden, razen nu de rusteloze auto's.
 

21. De smisse van Bernard Maenhout lag even voorbij de wagenmakerij.  Het is een der oudst bekende smidsen van het Meetjesland waarover we het later nog eens uitgebreid zullen hebben.  Pieter Maenhout was hier smid in 1738.

22. Het huis op de hoek van de Kallestraat en de Dorpsstraat tenslotte was eigendom van Jan van de Velde en werd bewoond door Pieter Verhaeghe.  De oppervlakte ervan bedroeg 50 roeden.

(vervolgt)
Hugo Notteboom

Bronnen:

RAG, Adegem, 3, Landboek 1642, 6de en 13de begin
RAG, Adegem, 5-6, Hoofdinghe van elckx gebruyck..., 1766-1767 RAG, Ambacht Maldegem, 84, Staten van Goed
RAG, Ambacht Maldegem, 566, Wettelijke passeringen, 1793
RAG, Ambacht Maldegem, 673, Staat van Goed van Rosa Crul, 1793 RAG, Ambacht Maldegem, 603, Resolutieboek 1779-1794
RAB, Omlopers Mestdagh, 778-787, Landboek Adegem (vroeger: Aanwinsten 6388), 1766, 6de en 13de begin
GAM, Archief Adegem, Landboek 1766, 6de en 13de begin
PAA, 19-44, Kerkrekeningen, 1633-1790
PAA, 95-112, Capellerekeningen, 1698-1'187
PAA, 131, Register van alle landen en Renten toebehoorende de kercke van Adeghem, 1660
PAA, 133, Pachtboek, 1651-1790
PAA, 134, Pachtbrieven, l8de eeuw
PAA, 135, Cijnspachten, 18de eeuw
PAA, 136, Uittreksels uit Ommelopers

Separator

Heemkundige wandeling door Adegem 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018