Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1985, 18de jaargang, nr. 1

Heemkundige wandeling door Adegem heen (10).

HET CENTRUM VAN ADEGEM (3)

Onze twee vorige bijdragen handelden uitsluitend over het centrum van Adegem.  We kunnen dit dorpscentrum maar moeilijk verlaten want er valt nog zoveel interessants te vertellen dat er nog wel enkele bijdragen meer zouden kunnen gewijd worden aan die wel zeer oude dorpskern.  Deze keer houden we het echter bij de 19de eeuw en beperken we ons hoofdzakelijk tot kaartmateriaal dat we her en der in verschillende archiefdepots aantroffen.

HET DORP OMSTREEKS 1830 (kaart 1).

Onze eerste kaart toont ons het centrum zoals dat eruit zag omstreeks 1830.  Het plan werd samengesteld aan de hand van de gemeentelijke wegenatlas.  We zien dat de bewoning in belangrijke mate is toegenomen.  In de loop van de 19de eeuw evolueerde Adegem naar een typisch 'straatdorp' zoals er wel meer bestaan in Vlaanderen.  De Dorpsstraat raakte stilaan volgebouwd.

Het centrum van Adegem rond 1830-1840
Het centrum van Adegem omstreeks 1830-1840.  In de volgende jaren zal de bevolking in het centrum blijven toenemen.  De straat van de kerk naar de Hoeke raakte dan ook stilaan volgebouwd.

Op onze kaart zien we dat de oude kerk nog niet is afgebroken, dat zou pas een tiental jaren later gebeuren.  Chemin 21 wordt (of werd) in Adegem gemeenzaam het Moordenaersstraetje genoemd.  Het weggetje van den calsyde weg tot het Dorp van Adeghem nevens het huis van de weduwe Potvliege was nauwelijks 112 m. lang en 6 ellen en 6 palms breed.  Of er vroeger in dit straatje iemand vermoord werd hebben we nog niet kunnen vinden.  Chemin 13 is de huidige Kerkstraat, in die jaren Dorpstraetje genoemd.  Sentier 55 is een kerkwegel die Adegem met Maldegem verbond.  Tot in de 19de eeuw trokken de Adegemnaars langs deze Hogen Padt naar Maldegem.  Sentier 53 is de nu zeer fraai opgeknapte Schoolstraat.  In 1830 sprak men over de Dorpwegel.  Pas tijdens de schoolstrijd werden er drie klaslokalen gebouwd en van toen af sprak men over de Schoolstraat.  Tenslotte is er nog de Dorpsstraat zelf.  Vanaf de Kerkstraat tot aan de Hoeke heeft ze een lengte van 565 m; op haar breedst was ze 18 ellen 7 palms breed, op haar smalst mat ze 7 ellen en eenen palm.

Wat de toenmalige bewoners betreft stellen we vast dat de meeste notabelen er hun woning hadden.  Op de oostkant van het dorp en ten noorden van de kerk woonden o.a. stoker Potvliege, meester Jacobus Stoens en herbergier-winkelier Francies Bonamie.  Onmiddellijk ten zuiden van de kerk stond een brouwerij, eigendom van heelmeester Cesarius Van de Velde die wel meer eigendommen aan deze kant van het dorp bezat, o.a. onmiddellijk over de beek.  Eventjes voorbij de brouwerij woonde klompenmaker Joannes De Prest met zijn gezin.  Later werd hier het gemeentehuis opgetrokken.  Een huis verder woonde Pieter De Weert en over de beek huisde platensnijder Bernard Van Cleemputte, barbier Jan Martens, touwslager Schyvinck, karrenmaker Stock en stond de herberg van bakker Leo Standaert.

Links van het dorp woonden o.a. bakker Bernard D'Havé, timmerman Petrus De Lobel, gemeentesecretaris Joannes De Weert - vlak voor Het Damberd - en er juist voorbij stond de woning van koster Den Dauw.  Timmerman en later verkoper van bouwmaterialen Joannes De Smidt woonde op de hoek van de Schoolstraat.  Over de beek, die het dorp van Adegem als het ware in twee gelijke delen verdeelt, woonde een winkelierster (Nathalie Van Quicklberghe), een timmerman (Philippus De Smidt), een hoefsmid (Ferdinand Van Brabant), een kleermaker (Joannes Geernaert) en verscheidene landbouwers.

Veel van deze dorpenaars vinden we terug in de gemeenteraad, de kerkraad, het armbestuur en bij de leiding van de burgerwacht.

INGRIJPENDE VERANDERINGEN.

In de loop van de 19de eeuw onderging het centrum van Adegem zulkdanige wijzigingen dat we zonder overdrijven mogen schrijven dat het dorpscentrum in de loop van enkele tientallen jaren totaal van uitzicht veranderde.  De minst in het oog springende verandering - maar daarom zeker niet de minst ingrijpende - was het 'optrekken' van bestaande woningen.  In de loop van de 19de eeuw nam de welstand bij sommigen gestadig toe, ondanks crisissen, misoogsten en algemene armoede.  De dorpelingen die het zich konden permitteren lieten dan ook niet na een stagie te laten optrekken boven hun bestaande woning.  Waren huizen met twee verdiepingen in de 18de eeuw eerder een zeldzaamheid in Adegem, in de loop van de 19de eeuw werd deze bouwtrant bijna gemeengoed.  We kunnen ons maar moeilijk inbeelden hoe grondig door dit alles het uitzicht van het dorp veranderde !

Bijna alle woningen in het centrum ondergingen aanpassings- en verbeteringswerken.  Een gelukkige uitzondering vormt het huis in het midden.  Hier woonde in vorige eeuw secretaris De Weert.
 
Een mooi voorbeeld van een woning waar een verdieping boven een bestaande laagbouw werd opgetrokken.  Dit is nog duidelijk te zien aan de zijgevels, helaas niet op deze opname zichtbaar.  Het smeedijzeren hekwerk geeft dit herenhuis een voornaam uitzicht.  Eens woonde hier de invloedrijke familie Verstrynge.

Naast deze weinig vermelde vernieuwing moeten we de nieuwbouw en/of aanpassing van vier gebouwen vermelden die tot nu toe hun stempel hebben gedrukt op het uitzicht van het dorp zoals het in het Meetjesland gekend is: de kerk, het gemeentehuis, de scholen en het rustoord.

Affiche die de aanbesteding van de afbraak van een oude kerk en het bouwen van een nieuwe kerk aankondigt.  Het aanplakbiljet wordt met zorg bewaard in het parochiearchief.

DE KERK

In 1839 nodigde pastoor Serafien Van Herreweghe architect Ludovicus Minard uit om den staet van de kerk deser gemeente van Adeghem te komen inspecteren.  Het resultaat van dit onderzoek was gewoonweg vernietigend.  Minard kwam tot de constatatie dat de oude Romaanse kerk zig geheel in slechten staet bevind door de oudheyd.  Allerlei plannen waren er het gevolg van.  In 1840 besluit de kerkfabriek de kerk te laten afbreken met uitzondering van de toren en de zijmuren.  Op 30 mei 1842 werd de laatste H. Mis in de oude kerk opgedragen.  De dag erna begon de afbraak die duurde tot 11 juli 1842.  Allerlei tegenslagen vertraagden de nieuwbouw ten zeerste.  De plaats waar het nieuwe koor werd gebouwd - helemaal aan de andere kant, de kerk werd als het ware 'gedraaid' - was zo drassig dat er diende geheid te worden.  De zijmuren bleken zo onstabiel dat men ze ook maar met de grond gelijk maakte, met uitzondering van het zuidelijk transept.  Gelukkig maar zouden we zeggen !

Van de oude Romaanse kerk resten ons alleen nog de toren en het zuidelijk transept.  Beide delen werden vakkundig gerestaureerd.  De 'waarlijk onnoemlijke' stijl waarin het fronton is uitgevoerd valt zonder meer uit de toon.  De originele muren zitten achter de bakstenen verborgen.
 

Op 1 november 1843, het feest van Allerheiligen, werd de nieuwe kerk in gebruik genomen.  Ze werd echter pas in 1849 door bisschop Delebecque geconsacreerd.

Daarmee bezat de parochie een nieuw bedehuis.  Over de stijl ervan liepen de meningen nogal uiteen !  De Potter vind dat Minard de kerk in een waarlijk onnoemlijken stijl heeft herbouwd.  Vooral de voorgevel met zijne drijkantige kap, welke den toren om zoo te zeggen geheel aan 't gezicht ontneemt, is zoo danig misvormig en buiten verhouding, dat men er reeds aan gedacht heeft dit deel van den tempel te veranderen'.  De Potter vindt het heel jammer dat dit nog niet gebeurd is temeer daar de toren die van de XIIe of XIIIe eeuw dagtekent, een merkwaardig overblijfsel van de middeleeuwsche bouwkunst is'.

Victor De Lille gewaagt in zijn 'Vlaanderen in Beeld en Schrift' ook al van het feit dat men de voorgevel het best zou afbreken en het geheel in een betere verhouding zou brengen met de toren die als het ware verzwolgen wordt door het reusachtige kerkdak.  De Potter en De Lille baseerden hun oordeel op een verslag van de Commission Royale des Monuments waarin over de kerk het volgende te lezen staat: L'Eglise reconstruite en 1842, sur les plans de l'architecte Minard est d'un style inqualificable.  Elle a été désorientée à cette occasion.  La tour qui couronnait le transept, surmonte aujourd'hui un fronton en briques d'un si mauvais aspect qu'on songe déjà à modifier de nouveau cette partie de l'église.  Dans la reconstruction de l'Eglise il n'a pas tenu compte des proportions de l'ancienne tour qui dans son ensemble est très complète et très curieuse'.  Nog wat verder heeft men in het verslag over het affreux fronton triangulaire de la façade.

Kortom, ware het niet van het sierlijke Romaanse torentje dat gelukkig bewaard is gebleven, dan zat Adegem opgescheept met een wel heel lelijke kerk.

Over de geciteerde aanpassingswerken is er in geen enkele bron iets te vinden.  Jammer dat men de restauratie van toren en zuidelijk transept niet te baat heeft genomen om de ontegensprekelijk lelijke voorgevel af te breken: de originele muren zitten er achter verborgen !

HET GEMEENTEHUIS

Op 21 mei 1861 nam burgemeester Désiré De Weert de - zij het voorlopige - beslissing een nieuwe school met onderwijzerswoning en secretarie te bouwen.  Het was niet meer verantwoord dat de gemeentelijke diensten in een herberg waren ondergebracht: de administratie werd hoe langer hoe ingewikkelder en omslachtiger en het mocht toch niet zijn dat het archief om de haverklap diende verhuisd te worden.  De grond waarop het gemeentehuis met school diende te verrijzen werd aangekocht van de familie De Prest en van Cesarius Van de Velde.  Het waren een zeer laag huisje waar al het water samen vloeit dat op het dorp valt en alzoo bij tijden een stinkenden poel vormt, een verkenskot en een gemakhuis.  Al deze gebouwen bevonden zich aan de openbare weg en waren voorwaar geen sieraad voor het dorp.

Het vroegere Adegemse gemeentehuis
Nieuw aan het vroegere Adegemse gemeentehuis zijn: de voordeur, het bordes en het breukstenen omlijsting.  Na de kerk was het gemeentehuis het tweede gebouw dat het uitzicht van het centrum grondig wijzigde.

In 1864 werd met het bouwen gestart.  De gemeentelijke diensten beschikten slechts over drie vertrekken: het secretariaat naast de trap beneden, de raadszaal op de eerste verdieping met daarnaast nog een petieterig kamertje waar het archief kon ondergebracht worden.  De rest deed dienst als woning voor de onderwijzer.

Dit plattegrond toont ons het gelijkvloers van het gemeentehuis en de scholen.  De hangar en de vestiaire zijn verdwenen.  Tussen de klas van de jongens- en meisjesschool werd een muur opgetrokken.  De meisjesschool, keuken, wasplaats en inkom werden de raadszaal.  De speelplaats voor meisjes en de plaats voor de onderwijzer werden omgevormd tot kleine parkings.

Op bijgaand plan (plan 2) tekenden we de plattegrond van het gemeentehuis en de terzelfdertijd gebouwde jongens- en meisjesschool.  Onderwijzer en secretaris hadden elk een afzonderlijke ingang.  De huidige ingang vooraan het gebouw bestond toen niet.  Het lokaal van de meisjesschool is de huidige (vroegere) raadszaal van de gemeente Adegem.  Het grote lokaal van de jongensschool is nu in twee verdeeld: er wordt aan twee leerjaren les gegeven.  Verder zien we de aparte speelplaatsen voor jongens en meisjes, de hangar die later dienst deed als gevang, de vestiaire die een poosje de bibliotheek huisvestte maar nu is afgebroken.

Twee plannen van Adegem centrum
Beide plannen tonen ons - zij het met enige variatie - hoe architect Bureau het centrum van Adegem zag. (zie tekst).

HET HOSPICE EN MEISJESSCHOOL

De bouw van een hospice voor mannen, vrouwen en wezen en van een gemeentelijke meisjesschool verliep niet in ijltempo, Het is bekend dat burgemeester De Weert niet over ijs van één nacht ging.  Architect Bureau - dezelfde die ook al het gemeentehuis had ontworpen - ontwierp eerst een 'Project d'emplacement' (plan 3A) en vervolgens een 'Nouveau projet d'emplacement' (plan 3B).  De inplanting van de nieuw op te trekken gebouwen is duidelijk te zien.  Alhoewel niet voorzien van een datum menen we te mogen veronderstellen dat de plannen vervaardigd werden omstreeks 1863-1864.  Moeilijkheden in verband met het verwerven van nodige gronden maakten dat de aanbesteding van het rustoord pas in 1872 kon gebeuren.  De werken waren twee jaar later voltooid.

De ontworpen plannen van Bureau werden slechts gedeeltelijk uitgevoerd.  Burgemeester De Weert was er de man niet naar om zomaar het gemeentelijke geld over de balk te gooien.  Hij kon het trouwens niet, want de gemeentefinanciën stonden er allesbehalve rooskleurig voor.  Al bij al tonen de plannen aan dat het gemeentebestuur toch enige zin voor urbanisatie aan de dag legde.

De Ecole pour filles et école gardienne werd niet op de Place du Village gebouwd maar een vijftig meter verder opgetrokken.  Wel werd er later toch nog een school gebouwd bij het Dorpsplein.  Dit gebeurde tijdens de schoolstrijd.  Toen werden ook de gebouwen van een nieuwe jongensschool aan de Schoolstraat opgetrokken.  Beide scholen werden maar enkele tientallen jaren gebruikt.  In de kranten van juni-juli 1931 kon men lezen dat de Openbare Verkooping van twee schoone eigendommen, thans dienstig als schoollokalen' zou doorgaan op woensdag 8 juli 1931 in de herberg van Eduard Savat aan de statie.  De eerste eigendom bestond uit schoollokalen met andere gerieven en medegaande erve en koer gelegen ten Dorpe van Adegem'.  De tweede eigendom werd identiek omschreven; zijn ligging in de Schoolstraat maakte dat het geboden bedrag nog niet de helft bedroeg van wat voor de eigendom op het dorp werd geboden: 52.000 fr. tegen 20.000 fr.

De gebouwen - verkocht voor rekening van de Zusters die een nieuwe meisjesschool wilden bouwen - werden bij de toewijs verkocht aan koster Tuypens die voor de som van 75.300 fr. de school op het dorp zijn eigendom kon noemen.  Prosper Ginneberge kocht de scholen in de Schoolstraat.

Met o.a. de opbrengst van de verkoop van beide eigendommen werd een volledig nieuwe meisjesschool opgetrokken, een waar sieraad voor het dorp.

Over de verkoop van de scholen op het dorp blijft tot nu toe een waas van geheimzinnigheid hangen.  We hebben ons laten vertellen dat het gemeentebestuur, bij monde van burgemeester August De Kesel, maar al te graag de eigendom zou hebben aangekocht.  Het was inderdaad een unieke gelegenheid om de Adegemse dorpskom uit te breiden.  De reden waarom het gemeentebestuur uiteindelijk niet kocht zou van financiële aard zijn geweest.  O.i. was dit echter een drogreden en speelden andere factoren mee die ons tot nu toe niet helemaal duidelijk zijn.

HET INGEWIKKELDE CENTRUM...

Ht optrekken van verscheidene nieuwe gebouwen in het centrum (kerk, gemeentehuis, hospice, scholen) maakte dat er gronden gekocht, verkocht en verwisseld werden, en dit zowel door het gemeentebestuur als door de kerkfabriek, de burgerlijke godshuizen als door het armbestuur.

Op de drie volgende plannetjes van het 'hart van Adegem' (plan 4, plan 5, plan 6) wordt dat - min of meer - duidelijk geïllustreerd.

In 1872 (plan 4) wordt een deel van het kerkhof geruild tegen een klein stukje daarachter liggende grond (fig. c-e tegen fig. a-b-c-d), dit met de bedoeling een uitweg te creëren voor de te bouwen meisjesschool en hospice.

Op hetzelfde kaartje zien we bovenaan nog de 'oude' school die in 1786 tot stand kwam dank zij een gift van pastoor D'Hoedt.  De pastoor schonk in dat jaar namelijk een stuk grond (vroeger pastorijland) aan de armendis van Adegem bij forme van cens voor 60 jaer, ingegaen primo meye 1786, met de bedoeling dat er een woonhuys en voordere batimenten dienende voor de armenschoole zouden op gebouwd worden.  Pastoor Laurens De Smet schonk in 1819 de gebouwen definitief aan het armbestuur.  Zuster Rosa De Zutter, waar we het in een vorige bijdrage al eens over hadden, bekwam als directrice der armschole idemniteyt van 6 jaeren uytweg over en langst de dreve (= de Watergang) competerende aen de kerke, loopende van de Cassyde tot aen de gezeyde school.



Latere jaren huurde het Adegemse gemeentebestuur de school van het armbestuur en zei tenslotte de huur op op 1 mei 1869.  In de raadsvergadering van 16 maart 1870 werd beslist dat de oude school per 1 mei zou worden afgebroken.

—  —  —

Het volgende plannetje (plan 5), getekend in 1880 maakt ons duidelijk dat de school en het hospice ondertussen verwezenlijkt zijn.  Ook de uitweg langs het kerkhof is tot stand gekomen.

De oude gebouwen op de zuidkant van het kerkhof en tegen de uitweg gelegen zijn afgebroken.  Opnieuw wordt er grond geruild: het stukje grond achter de kerk tegen een kleine partij land tussen de tuin van de onderwijzer en de meisjesschool.  De bedoeling van deze ruil was opnieuw een uitweg te maken die alleen door de gasten en personeel van het rusthuis zou mogen gebruikt worden.  Zo bestonden er drie uitwegen naar het dorp: die van de meisjesschool naast het kerkhof, die naar het hospice ten noorden en onmiddellijk naast het gemeentehuis en die naar de jongensspeelplaats ten zuiden van het gemeentehuis, tussen het gemeentehuis en de woning van klompenmaker De Prest.  Alle drie deze uitwegen bestaan nog steeds.

—  —  —

Het laatste plannetje (plan 6) tenslotte - getekend in 1883 - werd speciaal gemaakt om alle betrokkenen duidelijk te maken welke grond van wie was: drie instanties verdeelden hier de koek: gemeentebestuur, godshuis en armbestuur.  Duidelijk te zien is het stuk particuliere grond waarvan een deel uiteindelijk toch nog in handen kwam van het gemeentebestuur en dat opnieuw verkocht werd in 1931.  Op het plannetje is goed te zien hoe ingewikkeld er de eigendommen in elkaar lagen verstrengeld, zodat het meer dan nodig was dat er een duidelijk plan werd van gemaakt !

De drie plannetjes tonen ons de evolutie van het centrum over een periode van ongeveer 10 jaar.  Het was de tijd van grote openbare werken (zie tekst).

Met deze laatste beschouwingen en wetenswaardigheden sluiten we onze bijdragen over het centrum van Adegem dan ook definitief af !  Dit betekent niet dat nu alles gezegd is over het centrum van het dorp buiten de wereld !  Dat was trouwens ook onze bedoeling niet.  We poogden enkel de lezer een idee te geven van de ontwikkeling van een plattelandscentrum aan de hand van kaarten, wetenswaardigheden en feiten.  In een volgende bijdrage hopen we het eerste begin van het landboek te kunnen behandelen: Kallestraat, Verbranden Bos, Kruisken, Spanjaardshoek en Hoeke.

Hugo Notteboom

BRONNEN.

PAA. 49, Kerkrekening 1821
PAA, 223, Bouw nieuwe kerk (bundel)
PAA, 236, Affiches
RAG, Adegem, 21/10, Briefwisseling 10 september 1867-6 juni 1877
RAG, Adegem, 22B, Briefwisseling
RAG, Adegem, 216, Staat van wegen
RAG, Adegem, 224, Bouw van gemeentehuis en school (1863)
RAG, Adegem, 226, Bouw scholen: plannen, aanbesteding enz. (1862-1874)
RAG, Adegem, 227, Meisjesschool, buitengewone werken (1880-1883)
RUG, Handschrift 3879
GAM, Archief Adegem, Atlas der Buurtwegen
GAM, Archief Adegem, Akten van eigendom
De Lille Victor, Vlaanderen in Beeld en Schrift ('t Getrouwe Maldeghem 1893-1894)
F. De Potter en J. Broeckaert, Geschiedenis van de gemeenten der Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Eekloo, Adegem, p. 20
't Getrouwe Maldeghem, nrs. van juni-juli 1931
Plan Popp


Ons Meetjesland

Wij breiden steeds verder uit,
jaargang 18 zal U tenminste 256 blz. bieden.

Wij moeten nog verder groeien.

Meer abonnees geven ons meer mogelijkheden door ruimere financiële armslag; zij vergroten de oplage van ons tijdschrift
dus ook de lezerskring en onze werkkracht.

Separator

Heemkundige wandeling door Adegem 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice


Meest recente bijwerking: 27 March 2018