De hofstede van de Abdij Zoetendale te Kaprijke
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1971, 4de jaargang, nr. 1

DE HOFSTEDE
VAN DE ABDIJ ZOETENDALE
TE KAPRIJKE

In de Zuidakker te Kaprijke staat een merkwaardige oude hoeve, nog volledig omringd door singels.  Vooral de monumentale schuur met strobe­dekking trekt de aandacht van de wandelaar en voorbijganger.  Die hofstede, met de omliggende gronden, behoorde eertijds aan het klooster van Zoetendale te Maldegem en later aan de Jezuïeten van Brugge.

De abdij van Zoetendale, een Augustijnerklooster, werd omstreeks 1215 gesticht op de wijk Zoetendale, onder Maldegem, door Lambrecht, voormalig abt van Waasten.  Deze abdij genoot de gunst van gravin Johanna van Constantinopel, die heel wat schenkingen aan de nieuwe stichting deed.  Zo schonk zij in 1234 te Kaprijke het tiende­recht op 60 bunder land in de Middel­akker aan de abt en het convent van Zoetendale.  Er is geen schen­kings­akte of aankoopsoorkonde van grond te Kaprijke bewaard gebleven, maar het klooster bezat in elk geval reeds in 1242 een «woestine» , die vlakbij het Aalstgoed in de Zuidakker te Kaprijke lag (1).  Die woestine is dan de oorsprong geworden van de hofstede van de abdij Zoetendale binnen Kaprijke.

In 1464 koopt de abdij dichtbij haar hoeve, doch aan de overzijde van de Isabelle-watergang, op Lembeke, 25 gemet land aan Arnout Witooghe (2).  In 1434 had het klooster daar ook reeds twee gemet slecht land gekocht aan Joris De Vos; dit stukje paalde met het zuideinde aan het Koestraatje (3).

Te Lembeke bezat het klooster van Zoetendale 29 1/2 gemet land en te Kaprijke 69 1/2 gemet in de Middelakker en 38 1/2 gemet in de Zuidakker; dus voor Kaprijke in totaal 1 08 gemet (4).
 

PACHTER JORIS CLAEYS

In 1568 sluit prelaat Joris Wittebroot een pachtkontrakt af met Joris Claeys (5).  In die pachtbrief vinden we allerlei bijzonderheden over de hoeve en de houtwinning.  De hofstede is 72 gemet 120 roeden groot, waarvan 38 1/2 gemet in de Zuidakker rond de hoeve, 29 1/2 gemet aan de andere kant van de water­gang op de Hoorlare-akker te Lembeke en dan nog 4 gemet in de Middel­akker.  Daarvoor betaalt de huurder 20 pond groot per jaar.  Verder pacht Joris Claeys nog een stuk land van 6 1/2 gemet, de Berken genoemd, voor 2 pond 6 schell. 8 gr. en een tweede partij land van 7 gemet 1 lijn 43 roeden in de Middel­akker, voor 5 pond 5 schell. 4 gr.  De totale bedrijfs­oppervlakte bedraagt dus bijna 86 gemet en de gehele pachtsom beloopt 27 pond 12 schell. gr.  Dit goed van Zoetendale was bijgevolg wel een voornaam en belangrijk pachthof te Kaprijke.  Het water­geschot, een belasting voor het onderhoud van de water­gangen, 2 groot per gemet bedragend, viel ook ten laste van de pachter.

De landerijen zijn omtuind met «62 troncken, onder heeken, popelieren ende wulghen».  Het hooiland moet de pachter «ten eynde van de voornoemde pacht al laeten, de een helfscheede in schooten van eenen jaere ende dander helfscheede bloot».  Het woonhuis, de stallen, de schuren en het bakhuis zijn eigendom van het klooster van Zoetendale en hebben een waarde van 40 pond 13 scheil. 8 gr. Joris Claeys is verplicht de hoeve­gebouwen te onder­houden, maar hij mag daarbij «emploheren alsulcke boomen als staende zijn up ende ant voornoemde lant, toebe­horende den voorseide clooster, tsij heeken, wulghen ende popelieren».  Wanneer de gebouwen door het werk van de pachter een meerwaarde zouden krijgen, zal hij daarvoor door de prelaat vergoed worden.

Joris Claeys blijft op de hofstede tot 1582.  Daarna is hij waarschijnlijk gevlucht voor de naderende legers van Alexander Farnese, want in 1583 en volgende jaren betaalt hij geen pacht meer.  Hij was in 1574 ontvanger van de capoen- en cijnsrechten te Kaprijke voor de abt van Zoetendale.  Die renten brachten samen ongeveer 5 pond 13 schell. 10 gr. op.  Verder inde het klooster te Kaprijke nog de opbrengst van een kleine tiende, die voor 10 schell. gr. per jaar verpacht was.

Joris Claeys was de laatste pachter van de abdij Zoetendale te Kaprijke.  Bij bulle van Gregorius XIII werden de goederen van Zoetendale geïncorporeerd in het patrimonium van de Jezuïeten te Brugge.  De laatste abt, Joris Wittebroot, met wie Joris Claeys in 1568 zijn pacht­kontrakt had afgesloten, overleed op 4 oktober 1584.

Luc STOCKMAN.

__________________________

(1) Rijksarchief Gent. Fonds Abdij Oost-Eeklo.  Oorkonde van 1242.  In dit jaar kocht de abdij van Oost-Eeklo 50 bunder woestinen «jacentia in Alscod inter morum ex una parte et wastinam abbatisse de dulci valle et Lamkini ex altera».  Op die 50 bunder richtte het klooster van Oost-Eeklo het Aalstgoed op.  Wij mogen dus de woestine van Zoetendale in de Zuidakker situeren, vermits het Aalstgoed daar vlakbij ligt. Terug naar de tekst
(2) Rijksarchief Brugge, Fonds Jezuïeten. nr 1589, fol. 13 vo. Terug naar de tekst
(3) Idem. fol. 11 vo. Terug naar de tekst
(4) Oppervlakte berekend aan de hand van het bunderboek van Lembeke (Rijksarchief Gent, Fonds Lembeke, nr 300) en van het bunderboek van Kaprijke (Rijksarchief Gent, Fonds Kaprijke, nr 33). Terug naar de tekst
(5) Rijksarchief Brugge, Fonds Jezuïeten, nr 1878.  Onder dit nummer worden al de pachtbrieven van hun hofsteden en hun gronden te Kaprijke bewaard. Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  23-06-2019