Sprokkels over het Grafelijk Hondenhuis te Eeklo
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1974, 7de jaargang, nr. 1

Sprokkels over
het Grafelijk Hondenhuis te Eeklo

In onze bijdrage over de «Grafelijke hondenmerktekens in het Meetjesland» haalden we reeds aan dat de streek rond Eeklo een graag gebruikt jachtgebied was voor onze graven.

Op het einde van de 15e eeuw (1470) werden de hondekoten voor de grafelijke jachthonden in de huidige Collegestraat opgericht.  Vandaar de naam «Hondenkotstraetje». (1)

Die hondekoten stonden op de hoek van de College- en Vlamingstraat; waar nu dancing «Cambridge» gevestigd is.

Helaas gebeurde het dat gedurende de oorlogsjaren de jachtpartijen niet doorgingen waardoor de hondekoten verwaarloosd werden.  Het wild werd te talrijk en veroorzaakte grote schade aan de gewassen.  Was het voor de wet toegelaten in de bossen te jagen op rovers, van het wild moest men afblijven, dit voorrecht was enkel voor de adel.

Niettegenstaande dit verbod drong burgemeester Dierkens regelmatig de bossen binnen om wilde dieren uit te roeien.

Na hem werd er niets meer ondernomen om het wild uit te roeien.

De wolven en wilde zwijnen schrikten de landbouwers af, Eeklo-binnen werd bewoond maar Eeklo-buiten bleef woest liggen.

In 1506 werd samen met de omliggende dorpen een soort verbond gesloten «ome tsamen metter weth van dese stede te sluten anghaende der groote menichte van de wilden beesten danof sy sceer ghequelt synde».

Wanneer in het begin van de 16e eeuw hertogin Margareta van Oostenrijk naar Eeklo kwam, trachtte de wet van Eeklo de gunst te winnen van de opperjagers van Vlaanderen.  Op welke wijze baljuw Daniël De Baets het voor elkaar bracht is ons niet bekend, maar spoedig werd het «hondenhuus» dat sedert enige jaren niet meer onderhouden was, hersteld en van jachthonden voorzien, tevens werden er op verzoek van de opperjager in de moer (het Leen) wegen, bruggen en doorgangen gemaakt «ome denselven moer te beter te moghen passeren ende de wilde beesten jaeghen ende vanghen».

Reeds het jaar daaropvolgend begon de opperjager een reeks klopjachten waarbij de wilde dieren uitgeroeid werden.

leder jaar op Sint-Hubertusdag, kwam de opperjager van Vlaanderen of zijn plaatsvervanger jacht maken op evers en wolven, waarna ze onthaald werden op een maaltijd met de wet.

In 1518, tien jaar na de eerste klopjacht, werd het grafelijk hondenhuis volledig herbouwd en uitgebreid.

De kosten daarvan, zijnde 220 pond, werden gedragen door Eeklo en Kaprijke voor respektievelijk 3/5 en 2/5.

De opperjager gaf in ruil, de toelating aan Eeklo, Lembeke en Kaprijke om jonge wolven en evers te vangen.  Per gevangen stuk loofde de wet van Eeklo een premie uit van 24 schellingen.

Het aantal dieren moet dan reeds merkelijk verminderd zijn, want deze premie werd slechts sporadisch uitbetaald.

Wanneer in 1532 Maria van Hongarije Eeklo bezocht op een doortocht naar Brugge, was ze vergezeld van al de opperjagers van Vlaanderen.  Tot haar gevolg behoorde ook Antone de Croy, opperjager van onze streek.  Daar Maria een hartstochtelijke liefhebster was van jagen op groot wild zou er hier een jachtpartij ingericht worden.

Al de opperjagers namen eraan deel en de jacht hield pas op toen «het groote verken by der coninghinne ghejaegt ende ghevanghen was».  Nadien werd er een banket gehouden op het stadhuis. Maria moet werkelijk van deze dag genoten hebben, want nooit ging zij nog naar Brugge zonder in onze stad even halt te houden.

Het onderhoud van deze hondekoten was financieel een zware last.  Baljuw Jan Hauweel, die hogerhands veel invloed had, kon in 1545 de afschaffing van het onderhoud op stadskosten bekomen.

Na de godsdiensttroebelen (begin 17e eeuw) huisde hier weer veel wild.  In 1615 werd door de opperjager een klopjacht gehouden waarbij veel wolven werden geschoten.  Hierin zag de opperjager terug een kans, om de hondekoten te laten heropbouwen.  Onze wet wist echter welke zware onderhoudskosten daarmee gepaard gingen en kon verkrijgen dat dit verzoek niet werd ingewilligd.

In 1786 werden de grafelijke hondekoten door Arnold Van Acker omgevormd tot een herberg.  De meest voor de hand liggende naamgeving werd dan ook toegepast en de herberg «het hondekot» werd tevens het vertrekpunt van de eerste regelmatige diligentiedienst naar Brugge en Gent.

Tot op heden wordt de Collegestraat in de volksmond nog steeds het «hondekotstraatjen» genoemd.

E. DE SMET.

__________________________

(1) int hondecotstraetkin, A° 1517.  A. De Vos - Eeklo van Natuurlandschap tot stratennet. — Appeltjes nr, 22-1971.
an thondecotstraetkin, A° 1556. Ibidem. Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  06-07-2019