Eeklo in beeld en schrift (8)
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1974, 7de jaargang, nr. 3

Eeklo in beeld en schrift (8)

Op verzoek van het stadsbestuur en op algemene aanvraag van de bevolking openden de Paters Recolletten in 1748 een «college ofte Latynsche schole».  Na een plechtige H. Geestmis in de Paterskerk van O. L. Vr.-ten-Doorn de 10 juni 1748, begonnen vijf studenten hun taak.  «Aanvankelijk werden de lessen gegeven in het huis van de stadsgriffier Hercke op de noord-oosthoek van het Patersstraatje en kort nadien in het klooster zelf.  De eerste «meesters» waren de paters Emmanuel De Pape en Stephanus Goossens.  Het jaar nadien werd het college gebouwd op cijnsgrond van schepen Jan Nijs. De eerste gebouwen bestaan nog en vormen het complex langs de noordzijde van de internenspeelplaats. Op de voorgevel prijkte het opschrift S.P.Q.E. MDCCXLIX (Senatus POPULUSque Ecloniensis 1749)» (L. Lampaert).  Zo ontstond de Latijnse school, voorloper van het bisschop­pelijk Sint-Vincentiuscollege.

Op 5 februari 1797 werden de Paters Minderbroeders Recolletten door de Fransen uit hun klooster en in augustus ook uit hun college verdreven.  De communauteit bestond op dat ogenblik uit 22 klooster­lingen.  Men bracht toen het beeldje van O. L. Vr.-ten-Doorn over naar het huis van mejuffers Weyn, in de Boelare, waar het zou blijven tot 1823.

Kan. Triest kocht later het vervallen Patersklooster en wou aldaar in 1832, toen de cholera in Vlaanderen woedde, een ziekenhuis oprichten.  Hij zond twee van zijn Zusters van Liefde daartoe naar Eeklo.

124. De Kerkstraat in 1905.

Reproductie Heemschut.

«Beide zusters vonden het voormalig patersklooster in de erbarmelijkste toestand.  De kerk diende tot schuur en werkhuis en de andere vleugels van het klooster waren volgepropt met hooi en stro.  De kelders stonden onder water, gewelven waren ingevallen, de daken lekten, in de ramen, zaten geen vensters meer...  In 1834 begon men het oud gebouw te herstellen.  In datzelfde jaar werd de kerk herwijd door Z.E.H. Triest en 's avonds celebreerde de bisschop van Gent, Mgr Van de Velde, een plechtig lof.  Zuster Mauritia werd benoemd tot eerste overste van het nieuw klooster; het is onder haar bestuur dat het gebouwencomplex een zeer grote uitbreiding kreeg...»  (Geschied. v. Eeklo, blz. 249).

In 1823 — toen de Zusters van Liefde nog niet te Eeklo waren en ter gelegenheid van het overbrengen van het beeldje van O.L.Vr.-ten-Doorn uit het huis Weyn naar het Patersklooster — verscheen te Eeklo, bij A.B. van Han en Zoon, een merkwaardig schriftje, zonder opgave van de auteur.  Het vermeldt op het titelblad als jaarspreuk : «trIoMf !...  zIet Waere goDVrUCht praeLen In eeCLoo» (= 1823).

Dit schriftje bevat het :
«KORT VERHAEL van het MIRAKULEUS BEELD
van O. L. VROUWE TEN DOORN binnen de stad Eecloo.

Het heeft en gelieft nog ten alle tyden, en op zekere plaetsen, aen de oneyndelyke bermhertigheyd Gods te vergrooten en te vermeerderen den lof, de eere, den dienst en de weerdigheyd van Zyne alderheyligste Moeder Maria.  Daerom op zekere tyden en plaetsen toond God, in sommige.  Steden of Dorpen, bezondere weldaeden aen zyne Geloovige, tot het vergrooten en vermeerderen van den dienst van zyne alderzuyverste Moeder Maria.

Deze reden beweegd ons meer als andere te gelooven, dat den goeden God, welke zyne weldaeden geeft aen wie hy wilt, en als het hem gelieft, deze onze Stad Eecloo heeft willen begunstigen met eene bezondere weldaed, te weten met het Beeld van zyne alderheyligste Moeder Maria.

125. Boerderij, afdeling voor oude mannen, en neerhof van het Gesticht H. Vincentius a Paulo, vóór 1914.
Prentkaart uit de verzameling van André Verbeke, Gent.

Dit Beeld, volgens de oude beschryving, is in deze Stad gevonden door het volgende geval :
«Dat het Klooster, genaemd onze Lieve Vrouwe ten Doorn, binnen de Stede, Keure en Vryhede van Eecloo, zynen oorsprong heeft gehad door het Mirakel aldaer geschied ontrent eenen Haegdoorn, als zynde eerst gehoort geweest, door eenige godvrugtige Weduwen, eenen Hemelschen Lofzang; en daer over onderzoek gedaen zynde, is gevonden in den voornoemden Doorn een Beeld van de heylige Moeder Gods Maria, tot wiens eere den gemelden Lofzang gezongen wierd.  Welk Beeld dikwils met alle eere en godvrutigheyd gedraegen is geweest door de Geestelykheyd in de Kerke der voornoemde Stede van Eecloo; maer altyd te vergeefsch, mits het zelve Beeld altyd door de handen der Engelen op zyne eerste plaets gesteld bevonden is (A. Sanderus : Flandria Illustrata, tome II, 1641-1644).

«Daerom hebben de Heeren van het Magistraet, godvrugtig beweegd, doen opmaeken een oud vervallen Kapelleken, genaemt Engeldaele, staende by den voornoemden Haegdoorn, by de Hofstede, groot 4 Gem. 40 R., noord aen de Zuydmoer-straete.

126. Kapel en inkom van het Instituut O.L.Vrouw-ten-Doorn,
Zuidmoerstraat 127, bij het begin van de 20ste eeuw,
vóór de verbouwing.
Prentkaart uit de verzameling van André Verbeke, Gent.

«Eenigen tyd daer naer, te weten in het jaer 1449, kwamen voor het voornoemde Magistraet Religieuzen en devote Vrouwen, die professie gedaen hadden van den derden Regel van den H. Franciscus, oodmoedelyk bidden, om haerlieder woonste te mogen hebben, en aenveerd te worden binnen de voornoemde Stede, om haerlieder bedingen en devotien aldaer te mogen doen (1).  Ten welken eynde de voornoemde Heeren van het Magistraet, genegen wezen de, en om de groote bedingen aen hun lieden gedaen by geheel de wereld, hebben haerlieden gegeven de voorzeyde devote plaetse, met eenen Bilk Land daer aen gelegen, en daer op gestigt eene Kapelle, genaemd Onze Lieve Vrouwe ten Doorn; ook daer naer doen koopen het Huys en de Hofstede hier vooren gezegd, en groot 4 Gem. 40 R., gelegen aen den voornoemden Bilk, en daer op doen bouwen eene Woonste voor de voorzeyde Religieuzen, de welke aldaer zyn komen woonen in den jaere 1456.  En bezonderlyk is het voornoemde Klooster begiftigd geweest door de Familie Van den Landolen» (2).

127. Instituut O.L.Vrouw-ten-Doorn.  Blik op de normaalschool en de watertoren,
gebouwd in 1902 en nu gesloopt.
Prentkaart uit de verzameling van André Verbeke, Gent. (afstempeling 2/5/1910).

Deze Religieuzen zyn tot Eecloo in hun Klooster gebleven tot in den jaere 1578 (3), alswanneer zy door de rampen des oorlogs (eerst) nae de Stad Brugge gevlugt zyn, mede nemende het voornoemde Beeld van de heylige Moeder Gods Maria (4).

De zelve Religieuzen zyn te Gent gebleven (vanaf 1586) tot hunne afschaffinge, onder de Regering van Keyzer Josephus den tweeden, voorgevallen in den jaere 1784, alswanneer eenige van hun nae Eecloo weder gebragt hebben het voormelde Mirakuleus Beeld van Maria, en het zelve met triomph en eerbiedigheyd geplaetst in de Kerke van de Eerweerde Paters Recollecten, die in Eecloo gekomen waeren om den Godsdienst uyt te oeffenen in het zelve Klooster waer gemelde Religieuzen, of Nonnekens, voormaels gewoond hadden, te weten in den jaere 1648, en aldaer gebleven zyn tot hunne afschaffing, geschied op den 5 February 1797.

In dit rampzalig tydstip hebben gemelde Eerw. PP. Recollecten het zelve Beeld van de Moeder Gods Maria in bewaeringe gelaeten by de ]offrouwen Gezusters Weyn, te Eecloo in den Boelaere.

Den 18 Augustus 1823 is het voormelde Mirakuleus Beeld, in volle triomph, met eerbied gedraegen naer het voor dezen Klooster der Eerweerde PP. Recollecten, en aldaer geplaetst in eene Kapelle, ter oost-zyde van het zelve Klooster, immers in het voor dezen Sacristie van de meergemelde eerweerde PP. Recollecten.

128. Het mirakuleus beeldje van O.L.Vrouw-ten-Doorn.
Overgenomen uit «Caritas», speciaal nummer, maart-april 1948.

Het is niet mogelyk van alle de Mirakelen te beschryven, die door de bezoekinge van deze plaets, en door vuerige Gebeden tot Maria, eerende haer voormelde Beeld, in Eecloo voorgevallen zyn.

Men heeft van ouds gezongen :
Komt, bid de Moeder Gods, de Haef van 't Eeuwig Leven,
Haer Beeld, dat men hier eert, zal altyd wonder geven...
De Kreup'len krygen gang, de Blinden het gezigt,
Wie goed betrouwen heeft word van zyn smert verligt.

«Loft God en Maria» (Archief van O.L.Vr.-ten-Doorn, Eeklo).

129. Het aangekleed mirakuleus beeldje van O.L.Vrouw-ten-Doorn, 
op het zijaltaar, vóór het onyxen retabel geplaatst.
Foto A.C.L., Brussel.

In 1866, toen de Paters Minderbroeders zich opnieuw te Eeklo kwamen vestigen, verscheen andermaal een boekje over het «Mirakuleus Beeld van O.-L.-V. ten Doorn te Eecloo», bij J. en H. Vander Schelden, Onderstraat 26, te Gent.  De onbekende schrijver geeft nog verschillende aanvullingen en details.  Wanneer hij het gehad heeft over de mooie legende van de haagdoorn en over het vervallen bidplaatsje van Engelendale, gaat hij verder :
«Eenige jaren later, en wel in 1449, kwamen te Eecloo, uit het Ste Katelyne klooster van Sint Omaers vier geestelijke dochters, die den derden regel van den H. Franciscus beleefden, en de overste diende een verzoekschrift in aan burgemeester en schepenen om in de stad te mogen woonen en ongestoord haren heiligen regel volgen.  Hare komst was de burgers aangenaam (Voetnoot : Volgens een handschrift uit het klooster herkomstig, waren zij van eenige burgers genoodigd om zich te Eecloo te vestigen); derhalve stemde het gemeentebestuur geern toe aan het verzoek en gaf aan de Zusters de kapel van Maria en (in 1454) een aanpalend stuk land, waar men eene meerdere kapel bouwde, die ook den naam van O.L.V. ten Doorn bekwam, en eene geringe wooning voor de geestelijke dochters. (Het gemeentebestuur schonk toen ook enkele kerksieraden).

130. Het mirakuleus beeldje van O.L.Vrouw-ten-Doorn in processiekledij.
Er bestaat een schone verzameling kleden en mantels voor bedoeld beeldje.
Foto A.C.L., Brussel.

In den beginne ware beide gestichten zeer arm, het huis en de heilige bidplaats zelve met strooi gedekt.  Men bevond zich immers te midden in den opstand der Gentenaars tegen hertog Philips van Bourgondie, en de stad Eecloo wierd tweemaal door zijne fransche huurlingen geheel uitgeplunderd, ten gronde verwoest en afgebrand.  Na dit rampspoedig tijdstip verbeterde merkelijk de staat van 't nieuw gemeente, door de bijdragen der bedevaarders en nog meer door de milde giften van eenige begoede familien, zoo als die van De Munter en Van Landalen.  Men kon een pachtgoed aankoopen en een behoorlijk klooster oprechten voor de Zusters, die dagelijks talrijker wierden.  De nieuwe kapel wierd ingewijd, den 31 van oogstmaand des jaars 1479, door Aegidius Barbiers, bisschop van Sarepta in partibus en suffragaan van Doornijk.

Sedert genoot het klooster eene duurzame rust : de kapel der Moeder-Maagd wierd alle dagen meer en meer bekend om de menigvuldige mirakelen, door dezer voorspraak van God ontvangen, en de Zusters, door haar stichtend leven en door hare werkzame liefde voor de burgerij, verwierven de algemeene achting.

131. Binnenzicht van de kapel van het Instituut O.L.Vrouw-ten-Doorn in 1947.
Drukplaat van de Eerw. Paters Minderbroeders, Eeklo.

Eene eeuw lang bleef alles rustig, maar in den bloedigen oorlog, die onder koning Philips II door de nieuwe ketterijen ontbrandde, rukten de razende Kalvinisten in Eecloo, ten jare 1578, roofden al wat zij in 't klooster vonden en eindigden met de gebouwen in asschen te leggen. Moeder Joanna Dierckens, van Eecloo, had den ondergang van gansch haar huis te beweenen, doch zij troostte zich omdat het mirakuleus beeld gered was en vestigde zich met een klein getal Zusters in de stad van Brugge, terwijl het meeste deel zich in andere schuilplaatsen verborgen had.

Zoo haast Alexander van Parma (= Farnèse) 's konings gezag in Vlaanderen hersteld had, oordeelden die van Brugge dat zij ook haar gemeente moesten herstellen.  Van haar klooster te Eecloo was niet over dan enkele puinhoopen, en het verblijf van Brugge, waar Moeder Joanna in tusschentijd gestorven was, vonden zij onaangenaam.  Zij begaven zich dan naar Gent, ten getalle van elf, en onder geleide van hare nieuwe Moeder Katharina Ronsse.

Dus, ten jare 1586, in de hoofdstad van Vlaanderen vereenigd, woonden zij eerst op de Hoogstraat en later in een huis dat zij aangekocht hadden bij de Zandpoort, daar zij haren regel konden volgen en novitien aanvaarden.

Zij streefden met eene lofbare ieverzucht naar de volmaaktheid van haren staat, als zij bekend wierden met de hervorming der Penitenten van St Franciscus orde, gezegd van Limburg, omdat zij aldaar aanvang genomen had, door het toedoen bezonderlijk van den Eerw. Vader Petrus Marchant en van Zuster Joanna Nerincx, van Gent, in het klooster Joanna van Jesus genoemd.

132. Kapel van O.L.Vrouw-ten-Doon.  Het wapen van Jan Veltganck,
in het gewelf van het hoogzaal (1717).
Foto A.C.L., Brussel.

Na een rijp overleg en met goedkeuring van hare overheid, besloten onze Zusters van O.L.V. ten Doorn die hervorming aan te nemen, en konden haar opzet des te gemakkelijker verwezenlijken dat Vader Marchant, als Provinciaal van de Minderbroeders, zijn verblijf te Gent had.  Na eenigen tijd van beproeving, wierd de vraag der Zusters toegestaan, en in 't begin van 't jaar 1627 kwam van Philippeville, waar zij overste was, de voornaamde Moeder Joanna van Jesus, om alles volgens de verordeningen der reformatie te schikken.  Dit wierd op eenige dagen vereffend, en op den feestdag van O.L.V. Lichtmis, verlieten de Zusters haar huis aan de Zandpoort en begaven zich processiegewijs, met het Allerheiligste en het mirakuleus beeld, naar de kerk der PP. Reccollecten, waar eene plechtige mis gezongen wierd en de Zusters in de handen van de weleerw. Provinciaal en van Moeder Joanna van Jesus de beloften aflegden van 't Slot en van den Regel der hervorming.  Daarna ontvingen zij de zwarte wijle (voile) met eene Doorne kroon op 't hoofd en gingen wederom in processie, dragende een kruisbeeld en eene waschkeers in de handen, bezit nemen van haar nieuw huis op den Nederkauter.  Zij wierden er gekend onder den naam van Penitenten van O.L.V. ten Doorn (Voetnoot : De abt van St-Pieters, Joachim Arsenius, noemt ze in zijnen verlofbrief : Religieuses d'Eecloo, dictes de Notre-Dame d'Espines, Pénitentes de l'ordre de St-François).

133. Kapel van O.L.Vrouw-ten-Doorn in 1947. - Het hoogzaal van 1717 :
het bovendeel ervan werd in 1974 ingericht als winterkapel voor de Zusters.
Drukplaat van de Eerw. Paters Minderbroeders. Eeklo.

De kerk van het nieuw klooster (te Gent) wierd gewijd den 10 van oogstmaand 1638, door Z. Hoogw. Antonius Triest, Bisschop van Gent.

Reeds van over lang was het huis aan de Zand poort haar eigendom niet meer, maar slechts ten jare 1664 konden zij haar vervallen klooster van Eecloo verkoopen aan de PP. Recollecten, die het tot hunne wooning herstelden en de kerk bouwden die nog heden bestaat (= de kapel van het Instituut O.L.V.-ten-Doorn, Zuidmoerstraat).  Daar wierd het mirakuleus beeld in zegepraal weder gebracht, na de afschaffing der Penitenten van O.L.V. ten Doorn, door keizer Joseph II (5), en het bleef er berusten tot de verwoesting van al wat godsdienstig was door de fransche Vandalen (1797).  Maria vond eene schuilplaats bij de godvreezende gezusters Weyn in den Boelare, tot het jaar 1823, wanneer het met eerbied en vreugd geplaatst wierd in de sacristij der oude Recollecten-kerk.

134. Instituut O.L.Vrouw-ten-Doorn. Benedenpand van het
oude klooster in 1947.
Drukplaat pan de Eerw. Paters Minderbroeders, Eeklo.

Eindelijk, ten jare 1832, wierd het klooster aangekocht door den zeer Eerwaarden heer Kanonik Triest, en die Vincentius a Paulo van ons vaderland, stelde er eene gemeente van de zoo nuttige als godminnende Zusters der Liefde van Jesus en Maria, waarvan hij de stichter was.  Reeds in het volgende jaar was de kerk behoorlijk versierd en het mirakuleus beeld van O.L.V. ten Doorn hersteld op een zij-autaar, waar gelijk in voorgaande eeuwen menigvuldige geloovigen de Moeder van Jesus niet vruchteloos aanroepen...

Wanneer de Zusters van Liefde, ten jare 1832, te Eecloo haar klooster begonnen, was haar bijzonder inzicht een gasthuis te bereiden voor de zieken die zouden aangetast worden door den vreeslijken Cholera morbus, welke dan in Vlaanderen woedde, doch, wonderlijke zaak !  De besmetting spaarde Eecloo buiten alle verwachting.  Deze ongemeene uitneming werd met reden aan de bescherming van O.L.V. ten Doorn toegeschreven»  (Archief van O.L.-Vr.-ten-Doorn, Eeklo).

135. Instituut O.L.Vrouw-ten-Doorn.  Een gang van het 
oude kloosterpand, naast de kapel.
Foto A.C.L., Brussel.

Ter gelegenheid van het groot jubileum in 1948, het 500-jarig bestaan van Ten-Doorn, schreef M. Vermussche, thans pastoor te Sint-Martens-Latem, een speciaal nummer voor het tijdschrift «Caritas» van de Zusters van Liefde, onder de titel : «Vijf eeuwen Mariadevotie te Eekloo (1448-1948)».  Zijn tekst behoort tot de beste die ooit in dit verband verschenen.  Wij zijn dan ook zo vrij verschillende uittreksels daaraan te ontlenen :
«... Het jaar 1456 heelde vele wonden.
Want op zekere dag mochten de Grauwe Zusters met gouden letters in hun «Cronicke van tcloester» neerschrijven : «Hedent werdt tEecloo tcloester Onser Vrauwen ten Doern canonyk ghefondeert».  Nog datzelfde jaar wellicht werd het plan opgevat een nieuw en ruimer klooster te bouwen en korte tijd daarna begon men reeds de uitvoering er van.

136. Mooie ingangsdeur van de kapel, van uit de kloostergang
in O.L.Vrouw-ten-Doorn.
Foto A.C.L., Brussel.

De Zusters van O.L. Vrouw ten Doorn droegen een grijze pij met zwarte kap; zij liepen blootsvoets «ende hielden de roomse getyden, ende waeren geslooten, dan sommyge die uytgingen».

Een tijdperk van groei en bloei was ingezet : het Maria-oord groeide in jaren en in aanzien bij het volk van Eeklo.  Enkele «jonkfrouwen» van vooraanstaande familien verwisselden hun rijke kledij met de ruwe boetepij.  Steeds groter werd de volkstoeloop naar het heiligdom.  Simpele «luyden» kwamen er, maar ook edellieden.  Ten jare 1457 reeds wordt het bezoek vermeld van Philips de Goede en Isabella van Portugal met hun zoon, Karel de Stoute.  Samen met hen kwam ook de Franse dauphin, die later Lodewijk XI zou worden.  En ongeveer twintig jaar nadien volgden Maximiliaan van Oostenrijk en zijn echtgenote dit voorbeeld na.  Het was toen in Vlaanderen de tijd der processien en der wagenspelen.  Ook te Eekloo werd processie gehouden, door de straten der stad en langs de veldwegen, bij de geboorte van Karel Ven, in 1521, na zijn overwinning te Pavia.  En telkens zag men in die processien de Zusters van 't klooster, rondom het kleine, zwart-houten beeldje van Maria met haar Kindeke.

Of Eekloo omstreeks het midden der zestiende eeuw het eerste eeuwfeest van zijn Maria-heiligdom gevierd heeft, wordt ons in geen boeken verteld.  Maar dit weten wij zeker : van deze plaats uit straalde tot ver in 't ronde de frisse cultus der Moedermaagd, de rijkste cultus van Vlaanderen en Brabant — en ook van Eekloo.» (M. Vermussche, blz. 8).

De zestiende eeuw zou echter een enorme beroering over de lage landen brengen.

«Vanaf de tweede helft dezer eeuw vond men ook «binnen der stede ende vrijhede van Eecloo» fanatieke aanhangers van de protestantse leer, maar alles bleef betrekkelijk kalm tot 1566.  Dat was het jaar van de beeldenstorm, die over Vlaanderen ging.  Niet onvoorbereid !  Want te Antwerpen hadden gewapende preken de spanning verhoogd en ook te Gent was de atmosfeer zwaar geladen.  Tot begin Augustus het onweer losbarstte !  Na de zuidelijke gemeenten van West-Vlaanderen was het de beurt aan Antwerpen.  Vandaar ging het terug naar Gent en naar Zeeuwsch-Vlaanderen...  Einde Augustus was de beweging stilgebloed, maar... veel was verwoest.

137. Glasramen met de afbeelding van Sint Bernardus en
Sint Vincentius a Paulo in de ingangsdeur van de kapel
(zie foto nr 136).
Foto A.C.L.. Brussel.

Eekloo kwam er tamelijk goed af.  Op 25 Mei had op het Oostveld (toenmalige weg op Antwerpen) de eerste ketterpreek plaats.  Uit St-Laureins, Waarschoot, Adegem en Eekloo waren er samengekomen.  Er hing kruit in de lucht, maar tot baldadigheden kwam het gelukkig niet.  Drie maanden later hield een Gents Calvinist de tweede preek, ditmaal «by thaute crusse», ergens op de weg naar Gent.  Na zijn ophitsende woorden, kwam een wilde bende, ongeveer zeshonderd man, roepend en tierend naar de Zuidmoerstraat gelopen.  Het beeldje van de H. Maagd moest verbrijzeld en het klooster met de grond gelijkgemaakt. Zij hadden echter zonder de waard gerekend ! Want op de drempel van de kapel ,vonden zij het onverzettelijke driemanschap : pastoor Passiaen, baljuw De Baets en schepene Bayaert, met alle weldenkende burgers van Eekloo.  De woelwaters dropen af... maar zonnen op wraak !

138. Mooi beschilderd glasraam, de H. Laurentius voorstellend,
en in 1685 geschonken door de heer Laurentius Van Damme,
toen schepen — en later burgemeester van de stad Eeklo.
Het was een gift voor een venster van het benedenpand
van het klooster en is sedert de Frame tijd terug in het bezit
van de afstammelingen van de heer Van Damme.
Drukplaat van de Eerw. Paters Minderbroeders, Eeklo.

Onvermoeid hielden de ketters in onze streek hun preken voort.  En zij boekten succes !  Een aanzienlijk gedeelte van de bevolking, waaronder leden van het stadsbestuur, werden voor de nieuwe leer gewonnen.  Zelfs stond in de Raverschootstraat gedurende verscheidene maanden een geuzentempel, zodat oude handschriften van het Eeklo dier dagen spreken als van een «nest van ketters».

139. Mooi beschilderd glasraam, de heilige Catharina en de zalige
Joanna de Valois met het Kind Jezus voorstellend.  Het werd in 1685
geschonken door Joanna Catharina Petit, echtgenote van de heer 
Laurentius Van Damme (zie bij foto nr 138).
Beide beschilderde ramen zijn de enige uit het oude klooster
die zouden bewaard blijven.
Drukplaat van de Eerw. Paters Minderbroeders,  Eeklo.

Op 1 April van het jaar 1572 hadden de Watergeuzen Den Briel veroverd en korte tijd daarop vielen zij Vlaanderen binnen.  Met vierhonderd man kwamen zij uit Sas van Gent over Boechoute en bedreigden Eekloo.  Dat was het uur van hen die, zes jaar tevoren, hun plannen verijdeld hadden gezien.  Listig brachten zij de plunderaars de stad binnen, die zich dadelijk tot meesters er van uitriepen.  De parochiekerk werd deerlijk gehavend en pastoor en baljuw werden gevangen genomen.  Eerstgenoemde voerde men naar Vlissingen, vervolgens naar Den Briel, waar hij op 7 Juli met een haak in de mond werd opgehangen.  Intussen stopten wreedaards baljuw De Baets op de markt te Eeklo tot aan de schouders in een put; daarna kegelden zij met zware bollen naar zijn hoofd tot het van de romp gescheiden was.  Nog andere gruweldaden in deze stad hadden de Watergeuzen op hun kerfstok, toen een afdeling Spaanse karabiniers hen dwong Eekloo te verlaten.»  (M. Vermussche, blz. 9-11).

140. De prachtige kansel tegen de rechtse wand van de kapel
in het Instituut O.L. Vrouw-ten-Doorn.
Foto A.C.L., Brussel.

Op 8 november 1576 werd dan de zogenaamde «Pacificatie van Gent» gesloten, om een eind te stellen aan de godsdiensttwisten en aan de burgeroorlog die sedert 1572 woedde.  Het was echter weldra een schromelijke teleurstelling.  Ryhove en Hembyse oefenden spoedig een echte dictatuur uit, niet alleen over Gent, maar ook over andere steden en over het weerloze platteland.  De Calvinisten staken zowat overal de kop op en men signaleerde geuzepreken tot in de kleinere dorpen, vooral gedurende de jaren 1577-78. 

141. Kapel van O.L.Vrouw-ten-Doorn.
De trap en de trapleuning van de kansel.
Foto A.C.L., Brussel.

«Hun aanhangers waren talrijker dan verwacht; dermate groeiden zij weldra aan, dat zij spoedig het stadsbewind in handen kregen en een ware vervolging tegen de katholieken organiseerden.  Op 4 Mei namen zij de stedelijke magistraat, de pastoor, de koster en een pater Augustijn gevangen en sloten hen te Gent op.  In de vroege morgen van 25 Juli stormden de Eeklose Calvinisten de parochiekerk binnen : ze mishandelden de priester, die juist het heilig Misoffer opdroeg, en wanneer al wat binnen hun bereik lag kort en klein geslagen was, trokken zij naar O. L. Vrouw ten Doorn.  Het hele klooster ging in vlammen op.  Maar niet alles was verloren, Goddank !  Van de plannen der ketters tijdig op de hoogte gebracht, waren de Zusters — er waren er toen zes en dertig — even voor de ramp kunnen vluchten.  De meesten hielden zich bij familieleden verscholen; de overste had, samen met andere Zusters, een onderkomen gevonden te Brugge.  Daar werd ook het Mariabeeldje verborgen gehouden, en het zou eeuwen duren, eer het in triomfantelijke tocht naar Eekloo zou terugkeren...

Om de Zeventien Provincien terug onder Spaans gezag te brengen werd Alexander Farnese, prins van Parma, naar deze streken gezonden.  In 1583 had hij de Calvinisten uit Eekloo verjaagd en de stad ingenomen.  Op 19 September 1584 was Spanje de opstand in Vlaanderen meester en herstelde er de katholieke godsdienst.

Zodra de rust weergekeerd was streefden de Grauwe Zusters er naar de uiteengedreven communiteit weder samen te brengen.  «Doordien zij hun in de stadt van Brugge niet wel en vonden en haerlieder clooster t'Eecloo geruineert was», dachten zij aan Gent.»  (M. Vermussche, blz. 12).

(wordt voortgezet)
ALFONS RYSERHOVE
ROMANO TONDAT

__________________________

(1) Deze Religieuzen waeren gekomen van Sint-Omer. Terug naar de tekst
(2) In eenen Act, gemaekt tusschen den Heer Pastor en de voormelde Religieuzen van Eecloo, den 10 October 1490, vind men :
«Goed en kennelick zii allen den gonnen die dese presente letteren sullen sien of hooren lesen, dat... etc.
«So is 't dat wii Brueder Christiaen, als principael Visiteur van de voorseyde Susters, ende Heer Pauwels Doornaert, Priester ende waerachtigen Pastor van Eecloo, mitsgaders ook Seger van den Hende en Daniël Masset, als Kerckmeesters van de selve Kercke, enz.» Terug naar de tekst
(3) Staet aldus in eene oude Copie.  Het is zeker dat de Beeldstormery onder de Iconoclasten, in 1556 begonst is.  (Het schrikbewind van de Gentse Calvinisten duurde echter van 1577 tot 1584 !) Terug naar de tekst
(4) Volgens de Registers en aenteekeningen van de voormelde Religieuzen, zyn de zelve van Eecloo gevlugt ten getalle van 28, en maer met 10 in Gend gekomen; de overige zyn nooyt meer te voorschyn gekomen.  (De communauteit telde in 1578 36 Zusters; zij vluchtten eerst naar Brugge en geraakten naderhand verstrooid.  Vanaf 1586 gevestigd in een huis aan de Hoogstraat te Gent, kochten zij later een woning bij de Zandpoort, alwaar zij in 1589 11 Zusters groepeerden en reeds opnieuw novicen konden aanvaarden.  Zie het handschrift van Augustinus Livinus van Hoorebeke, 1731, in het archief van de Paters Minderbroeders te Eeklo.) Terug naar de tekst
(5) Edit de Suppression des Ordres Relig. en Pays-Bas, 17 mars 1783. - Pénitentes chaussées, le 21 mai 1784. Terug naar de tekst

Separator

Eeklo in Beeld en Schrift 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  07-07-2019