Iets over de kerk van Waarschoot
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1976, 9de jaargang, nr. 4

IETS OVER DE KERK VAN WAARSCHOOT

Over het bestaan van een kerk of kapel te Waarschoot vóór 1393 is er weinig bekend.

In de Kroniek van J. Vander Poorten lezen wij: "In die tyd (1200) was er alleenelyk eene capelle, staende op een nu stuk land genaempt den Capellebilk, gelegen in de Gastele, gaende uyt de plaetse na(er) de Lieve, alwaer 't voortyds het meest is bewoont geweest".

In de nabijheid daarvan is Belsebroek te situeren, een plaatsnaam die nu vergeten is.

Het Gastel was sedert 1253 een leen, door de graaf van Vlaanderen geschonken aan het geslacht "van Steenhuyse".  Het was dertig bunder groot (- 90 gemet).

Dezelfde Van der Poorten vermeldt in 1200 als priester-bedienaar van die kapel een zekere Petrus van Waerschoot.  Op dat tijdstip vroeg hij - evenals de bedienaar te Westwinkel (= Oostwinkel) - "vermeerdering van competentie, om den aengroeyenden last".  Het Kapittel van Doornik, aan wie de vraag was gericht, stond aan elk van hen 25 gulden (pond ?) "byleg" toe.

Grondplan en bouwperiodes van de kerk te Waarschoot

In 1393 wordt de bouw van de kerktoren te Waarschoot vermeld.  In 1243 werd de parochie Waarschoot door de bisschop van Doornik, Walter de Marvis, afgesplitst van de oude moederparochie Zomergem.

Er mag wellicht worden aangenomen dat omstreeks 1393, samen met de toren, ook de rest van de kerk is gebouwd; zodat de tiendeheffers - dat waren het Kapittel van Doornik en de pastoor van Zomergem - in hun zak moesten schieten om dat bouwen te bekostigen.  De parochianen zullen ook wel hun duit in 't zakje gedaan hebben.

Het hiernavolgende wil, met behulp van de Kroniek van J. Van der Poorten (onderpastoor te Waarschoot van 1791 tot 1810) en van het bouwdossier met ontwerpen en plans, in 1841 opgesteld door architekt Minard uit Gent, een voorlopige schets zijn van het bouwen van de kerk van 1393 en haar verdere bouwgeschiedenis, met de latere veranderingen eraan tot en met 1841-45.

DE KERK VAN 1393.

Die kerk was éénbeukig met toren, neerkerk (laagkerk) en koor.  Ze was in baksteen opgetrokken.

Volgens de plans Minard was de binnenmaatse lengte van de neerkerk en van het koor samen 30 m.  De neerkerk was 20 m en het koor 13 m lang (langs buiten).  Neerkerk en koor waren 7,50 m breed.  Het koor lag ongeveer 20 centimeter hoger dan de neerkerk.  Dit wordt o.a. bevestigd door art. 16 van de verbouwingsvoorwaarden van 1841:

"Art. 16. Den aannemer is ook gehouden (tot) het opnemen van de vloer op de koor, of gezeyd bovekerke.  Den grond te verlagen en den bestaenden vloer te leggen op den pas der benedenkerke".

Er lag tussen de benedenkerk en het koor een trapje, meestal genoemd "het steentjen".

Van der Poorten zegt: "... om syn hoogen ouderdom beclom hy (nl. pastoor Ignatius Vercauteren, pastoor te Waarschoot 1710-1756) niet veel den predikstoel, vermaenende syn volk met zedelessen al sittende op eenen stoel aen het steentje".

DE BUITENMUREN EN VENSTERS.

De buitenmuren stonden daar waar nu nog de vier pilaren staan, in de middenbeuk van de huidige kerk.  Die pilaren werden maar in 1786 geplaatst.

Bij Vander Poorten vinden we: "... te meer dat er selfs kleyne vensterkens in waeren, gelyk van oude tyden wel in de kerkmueren nog worden gesien".

Deze kleine venstertjes verdwenen toen de twee later gebouwde zijbeuken volledig met de benedenkerk werden verbonden:

"In 1786 werden ten koste der prochiaenen de (primitieve) mueren tusschen de beuken uytgenomen en vervangen door de nog bestaande vier pilaeren".

Over het aantal, de vorm en de afmetingen van deze kleine venstertjes is niets geweten.  Zij waren misschien wel ogivaal, zoals de twee vensters uit 1393 aan het oosteinde van het koor.  In de nog bestaande oostgevel van het O.L. Vrouwekoor uit 1642 steekt nog ongeveer de bovenhelft van een ogivaal venster.

DE TWEE GROTE PILAREN BIJ HET KOOR.

"Het is aen te merken dat binnen de kerke geen pilaren stonden, enkelyk de twee groote staende aen het steentje, gesteld door pastoor Vercauteren" (Vander Poorten).

Die pilaren waren er nodig, omdat toen de oude koormuren - enerzijds tussen het O.L.Vrouwekoor en het koor, en anderzijds de muur tussen het koor en het H. Gislenuskoor - werden weggebroken, om de kerkruimte voor de gelovigen te vergroten.  De datum van dit werk is niet vermeld, maar het zal wel gebeurd zijn wanneer die grote pilaren daar werden gesteld.  Men bekwam aldus een breedte van 21 m, de drie koren tesamen.

De ruimte der weggebroken muren was met een boog overspannen, waarvoor de pilaren als steunpunten dienden.  Dat is te zien op een plan Minard.

Volgens een doorsneeplan van de drie beuken waren ze gewelfd, zonder steunbogen.

DE NEERKERK OF MIDDENKERK.

Hierover vinden we bij Vander Poorten: "In de neerkerke waeren niet dan seer enge boogmueren, die beletten het sigt van den eenen gang (beuk) naer den anderen en het scheen dat het de sijmueren der eerste kerke hadden geweest, die eenigsins waeren uytgekapt om eenige gemeenschap met de sygangen (zijbeuken), die by tyde syn aengebouwt, te connen nemen.  Alhoewel dit maer geschied (is) als de vergrootinge reeds gedaen was, ten jaere 1786".

Tot 1786 waren de noorder- en zuiderbeuk met de middenbeuk slechts met elkaar verbonden door boogvormige openingen in de oude buitenmuren van de primitieve kerk.

DE NOORDERBEUK.

Vander Poorten zegt: "In 1642, wanneer de noortsyde der ganschen beuk, dan alleen comende tot aen het steentje, wierd nieuw gemaekt en te saemen den choor van O.L. Vrouw uytgeleyt...".

De beuk begon aan de toren en eindigde met het O.L. Vrouwekoor, bijna gelijk met het hoogkoor.

Deze nieuwbouw schijnt erop te wijzen dat de hernieuwde beuk reeds vóór 1642 was gebouwd.  De eerste uitbreiding van de oorspronkelijke kerk ?...

Totale lengte van beuk en koor: 31,50 m.  Lengte van het koor: 12 m.  Breedte van beuk en koor: 6,50 m.

DE ZUIDERBEUK.

Vander Poorten: "Door pastoor Ignatius Vercauteren is den 11 mey 1730 geleyd den eersten steen... tot het maeken van den nieuwen sychoor van den H. Ghislenus, denwelken wierd uytgelengd van aen het steentjen tot het eynde... en daeraen gestelt een nieuw sacristeyn".

Hierdoor werden noorder- en zuiderbeuk even lang en breed.  Een deel van deze sacristie bestaat nog.

De sacristie was binnenmuurs 4,20 m x 5,70 m.

DE TOREN.

Bij Vander Poorten lezen wij: "Ook wierd (in 1642) den toren merkelyk verbetert en de naelde wierd gebouwt door Adriaen de Visscher en men stelde op eenen sondag het cruys op den toren".

AANBOUW VAN TWEE BIJKOMENDE NIEUWE ZIJBEUKEN.

In 1786 werd aan de noorder- en zuiderbeuk (respectievelijk O.L. Vrouwebeuk en Sint Gislenusbeuk) een bijna vierkante ruimte van ieder 13,50 m x 11,00 m bijgebouwd.  De vier nog bestaande pilaren zijn geplaatst in vervanging van de vroegere muren, zoals hiervoor onder "De neerkerk of middenbeuk" is vermeld.

"Om welke vergrootinge te vercrygen groote moeylykheden met de thiendeheffers moesten ondergaen worden.  Dog eyndelinge is gedaen geworden door eenen bouwmeester van Doornijk (door het Kapittel aangesteld), in welk werk beter de spaersaemheyt der thiendeheffers als den iever tot Godts huys en glorie van syne wooninge te sien is" (Vander Poorten).

De bevolking noemt deze nieuwe beuken "de haverschuren" en Minard spreekt over "de capellen".

LAATSTE UITBREIDING: 1841-45.

Door pastoor-deken De Vos en de kerkfabriek werd in 1841 architekt Minard uit Gent gelast met het opmaken der plannen, ontwerpen en beschrijving van de uit te voeren werken, o.a. afbraak en nieuwbouw.

Eerst wilde men de oude kerk, behalve de toren, volledig afbreken en vervangen door een nieuwe in "classicistische" stijl.  Dit is niet doorgegaan.

Uiteindelijk is het gekomen tot de afbraak van het oude koor, dat werd vervangen door het veel hoger en langer koor, dat er nog staat.

De in 1786 bijgebouwde "haverschuren" werden op ongeveer hun dubbele oppervlakte gebracht, zoals ze thans nog zijn.  Zuidelijk aan het nieuwe koor kwam er een nieuwe sacristie en ten noorden een "bergplaats".  Zo is de huidige toestand nog.

In de buitenmuur van het koor steekt een steen met volgend opschrift: "Hic chorus aedificatus est sub episcopo gandavensi Ludovico Josepho Delebecque, pastore Petro de Vos, burgimagistro J.B. Wttenhove, anno 1845".

DE OUDE VONTKAPEL.

Vóór de verbouwing van 1841-45 stond er een vontkapel in de hoek, gevormd door de noordelijke muur van het O.L. Vrouwekoor en de oostelijke muur van de nieuwe zijbeuk uit 1786.  Ze was 3 m x 4 m groot en gaf uit met een deur in de nieuwe beuk.  De bouwdatum en deze van afbraak zijn niet vermeld.

BRONNEN.
De Kroniek van onderpastoor J. Vander Poorten.
Het dossier met de plans van architekt Minard.

Gent, 8 oktober 1976. Raymond DAUW.
 

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  13-07-2019