De kerk te Eeklo
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1978, 11ste jaargang, nr. 3

DE KERK TE EEKLO

De oude kerkelijke bouwkunst was steeds een hoogtepunt in het menselijk leven.  Als wij de nog overgebleven exemplaren bekijken staan wij in bewondering voor de kunde en de vindingrijkheid van de toenmalige ambachtslui bij het tot stand brengen van hun opdrachten.

Over de funktie van het kerkgebouw in de middeleeuwen en latere tijden zijn er nog altijd verkeerde meningen verspreid, vooral over haar ware functie, niet alleen op sociaal, maar zelfs op godsdienstig vlak.  Met onze huidige opvattingen over de kerkelijke gebeurtenissen kunnen wij onaangenaam verrast worden over de toenmalige toestanden.  De oorsprong van de kristelijke gebouwen kan en mag worden gezocht in de "basilica".  Een langwerpig gebouw waarvan de ruimte verschillende zuilengalerijen bevatte.  De handelszaken hadden er hun verloop.  Het achterste gedeelte was voorbehouden voor de rechtspraak.  Alle gerechtszittingen grepen er plaats.  Dit laatste gebeurde telkens op een verhoogd gedeelte (koor).  Toen in het begin van de 4e eeuw de kristelijke leer als staatsgodsdienst zijn ontplooiing kreeg, werden vele "basilica" door de kristenen gebruikt voor het uitoefenen van hun eredienst.  Na enkele generaties was de toeloop in de "basilica" zo groot dat het koor meestal werd afgeschermd met een stenen of ijzeren afsluiting.  Door de openingen konden de gelovigen de diensten volgen.  De preekstoel stond aan de scheiding.  In Italië vindt men daar nog vele voorbeelden van terug.  De rest van het gebouw werd druk gebruikt door de bevolking.  Die kwam er samen om allerlei zaken te bespreken en te regelen.  De mensen spraken luidop.  Zelfs gemeentelijke politieke samenkomsten hadden er plaats.  Mensen kwamen in de kerk slapen.  Men at er, sommigen woonden er.  Men bracht soms dieren mee binnen.  Vroeger stonden stoelen noch banken in de weg.  Het was meestal een vrije ruimte die voor allerlei doeleinden werd gebruikt.

De foto is een enig dokument over de oude, verdwenen kerk te Eeklo.  Men begon met de afbraak reeds in 1878, zodat we mogen vaststellen dat de foto méér dan 100 jaar oud is.  Het glazen negatief is lichtjes geschonden en werd ons terhand gesteld door de gekende familie Minne te Eeklo.

Eeklo was schatplichtig "contribuante" in de opgelegde grafelijke lasten.  Dit gebeurde langs het "Brugse Vrije" om.  Telkens het Brugse Vrije soldaten moest leveren werd Eeklo verantwoordelijk gesteld voor een aantal personen, "sergeanten".  Die manschappen beschikten over een grote tent.

Bij een vraag om soldaten, werd de tent uit de kerk gehaald en op het kerkhof gesteld om te verluchten.  Bij de terugkomst wederom verlucht en dan opnieuw in de kerk gehangen.  Eerste bestaande vermelding te Eeklo in het jaar 1410 :

«item de ghezellen die de tente neder deden en steldense op tkeercof te verluchtene ende als onse sergeanten weder quamen doe was ons tente weder ghestelt te verluchtene en was daer naer weder gheanghen in de kerke daerse plachte te anghene de ghezellen die den aerbeit deden verteerden xij &p.»

Dikwijls leek het een overdekte markt.  De gemeenschap, zowel rijk als arm, werkte aan de opbouw van de kerk.  De rijke gaf het geld, de arme zijn arbeid.  De vele ambachtslui die aan de opbouw van de kerk meehielpen, verbleven in de bouwloodsen.  Deze waren gewoonlijk gebouwd met houten materialen tegen de reeds opgaande buitenmuren van het kerkgebouw.  Men mag niet vergeten dat bijvoorbeeld aan grote kerken soms generaties lang werd gewerkt.  Meestal vergezelde het hele gezin de ambachtsman.  De oorsprong van de verschillende winkeltjes aan de zijkant van b.v. de Sint-Niklaaskerk te Gent houdt verband met de aangebouwde bouwloodsen.  Het is daarom ook spijtig dat deze verdwijnen.  Wij zullen na de restauratie (?) de kerk zien, zoals enkelen menen ze te moeten zien.  Maar terug zal een volkskundig element verdwijnen.

Huizen in baksteen waren dan een grote weelde en een grote zeldzaamheid !  Nog maar enkele generaties terug (1730) was zelfs het huis in vakwerk d.w.z. een woonst met een of twee plaatsen een weelde voor de gewone sterveling.  Deze woonde veelal in hutten.  Bedenk eens dat die mensen ook soms zware regenperiodes hebben meegemaakt.

Wie de harde en langdurige oorlogswinter 1941 heeft meegemaakt, kan mogelijk begrijpen wat dit kan betekenen.  Maar dan moet u bedenken dat wij in die barre koude in stenen huizen wonen.  U begrijpt dan toch wel dat de mensen in vroegere eeuwen gedurende de zo moeilijke en harde periodes schuil zochten in de stenen gebouwen en die waren bijna alleen de kerken.  Het kerkgebouw had een grote sociale functie waarover nog maar weinig werd geschreven en spijtig genoeg niet in de juiste verhouding.  Voor vele personen was het een thuis geworden.  Zelfs het houden van feesten in de kerk werd een gewoonte.  De schoolfeesten die alle jaren plaats hadden, verliepen voor een groot gedeelte in de kerk.  De "schoolbisschop" of ook de "ezelspaus" genoemd, gewoonlijk de eerste der schoolverlatenden, werd ruimschoots gevierd.  De overheid had hem vooraf met zijn gevolg op het gemeentehuis ontvangen, rijkelijk op enkele kannen wijn vergast.  Wij zien dat het Kaprijkse gezelschap met zijn schoolbisschop zelfs naar Eeklo kwam.  Dit gebeurde inderdaad meer en gaf dan aanleiding tot wederzijdse bezoeken, ontvangsten op het schepenhuis, uitgebreide manifestaties in de onderscheiden kerken en toneelvoorstellingen.  Men kan begrijpen dat het er soms al te bont aan toe ging met al die recepties.  Juist om reden dat er met het fatsoen wel al te licht werd omgesprongen, heeft de hogere kerkelijke overheid in het begin van de 16e eeuw daaraan een einde gesteld.  Het verkiezen en vieren van de "schoolbisschop" of "ezelspaus" gebeurde op een meer diskrete wijze en buiten de kerk.  De ezelspaus behoorde tot het verleden (1).

Van bij het ontstaan van de kerk te Eeklo heeft dit gebouw gediend als schuiloord der arme bevolking.  Dikwijls werd tegen die behoeftige personen opgetreden.  Tevergeefs !  Gedurende de wintermaanden was het biezonder druk.  De toenmalige geestelijkheid was er niet gelukkig mede.  Door haar bemiddeling greep het Eekloos stadsbestuur in.  In de stadsrekeningen te Eeklo vind ik voor het jaar 1445 aangestipt:

«item omme zekere mare (geruchten); die teclo ghinghen dat men de kercmeesters van eeclo ghebannen (verjaagd) zoude hebben omme dat zyde zittene (degene die in de kerk verbleven) uut de kerke gedaen hadden twelke zy nochthans daden (deden) by den balliu burchmeester ende scepenen zo waren ghezonden, michiel blondeel ende joris zoetaert te ghendt omme scepenen over te ghevene eenen brief ene waren uut elc eenen dach te perde ende hadden elx xvii 1/2 p sdaegs compt xxxvj pond par.»

Wegens de geruchten die in omloop waren over het verjagen van de Eeklose kerkmeesters in verband met het verdrijven van personen die in de kerk verbleven, heerste een bepaalde onrust in de stad.  De uitdrijving van de lieden die in de kerk verbleven (er woonden), stuitte op veel tegenstand, niettegenstaande de uitdrijving was uitgevoerd met de hulp van de burgemeester en schepenen der stad.

Het stadsbestuur stuurde twee personen naar Gent, twee schepenen met name Joris Zoetaert en Michiel Blondeel.  Hun opdracht bestond erin om raad te vragen aan het Gentse schepenkollege.  Bestond hun bedoeling erin aan die uitgevoerde akties een wettelijk karakter te geven?

Dat de kerkruimte vóór het koor werd gebruikt om feest te vieren vindt men ook elders terug.

Het belangrijk werk De Lamentatie van Zeghere van Male - Brugge na de opstand tegen Spanje (2) verstrekt onder andere een overzicht van gildefeesten.  De auteur beschrijft er bedevaarttriomfen, zo te Ruiselede, waar de tafels in de kerk gedekt stonden en de gildebroeders goede sier maakten.

«Maer mijn Heeren Meesters Cuijpers, van huerlieder hoeijken van xiiu (3), die reeden te peerde ende te waghene te Ruijsselede, omme aldaer eene messe te doen doene.  De tafelen waeren ghedeckt inde kercken, ende aldaer goeden ciere maeckende, wederomme commende naer de Stadt...»

Geldt hetzelfde gebruik, en daarnaast slapen, te Rozebeke bij Roeselare (waar de kerk als verblijfplaats niet is opgegeven) zoals de context het laat veronderstellen ?

«Item de ghilde vanden roosebeeckers, diemen hielt totten Onse Vrauwe broeders; dat waeren vande principaelste poorters ende notabelste mannen van de Stede.  Met grooter triomphe ghinghen sij, meest al te peerde, ende te waeghene; alle ghecleedt met eenen colluere, int sijde, fluweel ende laeckene, naer huerlieder belieften; met eenen schoonen hoet vanden selven colluere.  Ende vertrocken alsoo tot de Prochie van Roosebeke, bij Rousselaere; ende droughen Onse Vrauwe aldaer eenen mantel ende twee torsen, ter dienst der misse hoorende; draeghende ter eeren van Onser Vrauwe die torsen ende mantele.  Ende tsavonds aldaer blijvende eten ende slaepene, ende alsoo aldaer incommende, ende te vooren in 't gaen maeckende aldaer goeden ciere.»

Dat de kerken in tijden van nood, opstand en oorlog, een toevlucht vormden voor de bewoners van de omgeving, is algemeen bekend.  Burgers "vluchtten" er in de ware zin van het woord met have en goed, dit beduidt vaak met een "koffer".  Het spreekt vanzelf, dat in de periode na de opstand en oorlog sommige lieden een tijdlang in de ruimte van hun heiligdom gevestigd bleven.

Dat gildebroeders in de kerk eten en gebeurlijk blijven slapen, ligt enigszins voor de hand, bij de bedenking dat de kerk op menige plaats de enige zaal was.

Romano TONDAT.

__________________________

(1) Zie Ons Meetjesland, Driemaandelijks heemkundig tijdschrift, jaargang 5, (1972), nr. 1. Terug naar de tekst

(2) Naar het handschrift van het Brugse Stadsarchief uitgegeven door A. DEWITTE en A. VIAENE.  Uitg. Gidsenbond Brugge & West-Vlaanderen, 1977, 73-74. Terug naar de tekst

(3) Hoeijken : bestuursgroep van een gilde, ook rederijkersgilde; het oude hoeijken (ook hoedeken) telde dertien leden. O.C. 177. Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  18-07-2019