Een uithangberd (2)
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1979, 12de jaargang, nr. 1

"Nicodemus Debbaut woont hier
Hij verkoopt er wijn en bier... "

ROND EEN UITHANGBERD (2)

Doch weer dreigde het oorlogsgeweld en kwamen de mobilisaties van '38 en '39, de Duitse inval (10 mei '40), de achttien­daagse veldtocht en de bezetting over het land...

Fons werd in '39 gemobiliseerd.  Grootvader Lowie kwam tijdelijk terug naar de Kommer om zijn kleindochter op de boerderij bij te staan.  Na de kapitulatie van het Belgisch leger kwam Rachels man veilig naar huis.  Hij was er met enkele weken krijgsgevangenschap in België van afgekomen.

De bezetting was de tijd van de rantsoenering, de ravitailleringszegels en bevoorradingsbons, het "fluitjesbier", de V.F.-sigaretten, de "papieren" sigaren, de Landbouwkorporatie met de verplichte levering voor de boeren, de zwarte markt en de controleurs...  Allemaal van die onaangename herinneringen uit die zware jaren, waarover we later wel eens wat meer vertellen.

Het leven had veel van zijn charme verloren, doch men bleef de herbergen bezoeken, al was het maar om de miserie van elke dag wat te kunnen vergeten, de laatste berichten te bespreken die door de "Engelse post" uitgezonden waren, of om zich 's winters te warmen....  Er was geen gevaar dat men, als gevolg van het bierdrinken, met een zware kop huiswaarts zou keren, daarvoor was dat oorlogsbrouwsel te slap, 't deed alleen maar de nieren en de blaas goed werken.  Wel bestond er mogelijkheid om zich een stuk in de kraag te drinken aan de oorlogs-sterke-drank, die in 't zwart gestookt en verhandeld werd en door de cafébazen en hun verbruikers tegen oorlogsprijzen diende betaald.

Om de mensen van de Kommer ter wille te zijn (er was geen enkele winkel op die wijk !) en ook om een oorlogsfrankske bij te verdienen vroeg Rachel een vergunning aan om een kruidenierswinkel te openen.  Dit werd haar toegestaan.  De winkel werd ingericht in de middenplaats van het huis en er werd een buitendeur gestoken in de gevel naar de Comerscaatsweg.  De zaak bloeide van af de eerste dag.  De verdiensten waren navenant, maar de zegels en de bestelbons brachten veel kopbreking mee.

Ook de boerderij draaide goed.  Zoals op elk landbouwbedrijf bleef er, na de leveringen aan de Korporatie, nog altijd iets over dat een extra-cent opbracht.  En als een van de zeugen geviggend had zetten de boeren hun bril niet op om de biggetjes te tellen (en aan te geven bij de Korporatie), in 't algemeen ontsnapten er een paar van die beestjes aan hun aandacht; die werden dan in de duik opgekweekt, geslacht en opgegeten of verkocht...  Want het was nodig voor de boer dat er onofficieel iets kon verdiend worden: veel onmisbare zaken moesten "in 't zwart" bijgekocht worden: meststof, kleren, kolen en noem maar op, daarenboven diende voor vele dingen die "op de bon" te krijgen waren, heel wat "zwart opleggeld" betaald.

Dan kwam de bevrijding, die voor de Kommer zonder veel onheil verliep.  Het "affaire van Gütt" (3) trok een ferme streep door de rekening van iedereen die wat geld bezat, ook door die van Fans en Rachel.  Ze verloren echter de moed niet.  Langzamerhand verminderden de beperkingen inzake bevoorrading, doch het duurde toch nog enkele jaren eer de rantsoenering en haar zegels volledig tot het verleden behoorden.

In 1951 overleed Lowie Loen.  Bij het regelen van de erfenis werd het café verkocht en moesten Rachel en Fons, met spijt in het hart, verhuizen.  Door hun noeste arbeid hadden ze sinds de bevrijding een goede spaarcent verdiend en ze kochten in de Goochelaar, niet ver van de Kommer een schoon, oud boerderijtje met een half gemet grond bij.  Samen met het pachtland vormde dat een behoorlijk bedrijf.

Daar hebben ze geboerd tot bij het overlijden van Fons.  Rachel woont nu alleen in het schilderachtig "doeningske", met dat sierlijk smeedijzeren hek aan de ingang...

De nieuwe eigenaars, Jules Overmeire (St.-Laureins, 1904) en zijn vrouw Anna Baute (St.-Laureins, 1908) hadden geen herbergiersbloed in hun aderen.  Ze stelden zich tevreden met het verder uitbaten van de kruidenierswinkel.  Evenals hun voorgangers mochten ze zich verheugen over een meer dan bevredigende klandizie vanwege de mensen van de Kommer.

Doch voor 't eerst, sinds circa een eeuw, werd er geen café gehouden in het huis nummer 29 van de Comerscaatsweg.  De naam van de herberg werd overschilderd.

Dat duurde slechts tot in 1964 !  Want in '62 werd de woning opnieuw verkocht, en wel aan Kamiel Meloen.

Kamiel, een kalm, rustig man, kwam uit Bassevelde, waar hij in 1920 geboren werd.  Hij was toen sinds 17 jaar getrouwd met een meisje uit Sente, Madeleine Engels, de dochter van Fons Engels uit de Poortwachter.

Madeleine voelde de roeping van cafébazin in zich opborrelen.  En Kamiel, die plafonneerder van stiel is, doch van alles verstand heeft, moderniseerde zelf het huis.  Gedurende anderhalf jaar heeft hij hieraan gewerkt, bijgestaan door zijn zoons.  Er werden nieuwe brede ramen en een nieuwe deur gestoken; de binnenmuur tussen de eerste en tweede kamer werd uitgesmeten om er een ruime, komfortabele gelagzaal van te maken; het plafond werd verhoogd en gans de buitenkant proper bezet en netjes in 't wit geschilderd.  Ook binnenshuis werd er duchtig met de verfborstels en het behangselpapier gewerkt.  Er kwamen moderne cafémeubels, een eerste klas-biljart en een splinternieuwe schenkbank.  Het café werd geopend met een kaarting en een speciale tombola, waar men in de Kommer nog lang over nagepraat heeft.

Weer had de oude herberg een nieuwe naam gekregen.  Op het glas van het vensterraam in de zij gevel stond geschilderd:

" ELK WEERT ZICH "

terwijl men op de waaier van de ingangsdeur kon lezen:

"bij Kamiel Loen - Engels"

En ze hebben zich daar geweerd op de hoek van 't Dijkske...  Kamiel verdiende (en verdient) een schone daghuur als plafonneerder; thuis kon hij bovendien niet stilzitten, er was altijd iets te doen, en de kiekens en varkens brachten ook hun werk mee !  De kinderen (ze hadden er vijf, drie jongens en twee meisjes) groeiden flink op en wilden goed mee.

Madeleine, bijgestaan door de dochters, was aktief in de herberg, want dat was hààr domein.  Ze wist hoe ze met de cafébezoekers moest omgaan.  De mensen kwamen graag in "Elk weert zich".  't Jong mansvolk vooral had nog al dikwijls dorst.  Doch Madeleine heeft nooit de mannen, jonge zowel als oudere, van de straat geroepen en haar instelling binnengelokt, zoals het hier en daar soms wel eens gebeurt.  Daar is ze fier op en dat vertelt ze met nadruk.

't Was er een plezante maar deftige instelling, met een joviale bazin die goed haar woord kon doen en zelfs in de drukste en rumoerigste omstandigheden geen last had, om haar gezag als herbergierster te handhaven....  Kamiel had ze hiervoor niet nodig !

Ze had een zwaar huishouden.  Bovendien heeft ze daarbij nog jaren lang met voorbeeldige toewijding haar zieke moeder opgepast.  Hoewel Madeleine steeds opgeruimd en optimist bleef, werd het haar uiteindelijk toch te lastig en heeft ze met spijt haar café in het begin van 1974 opgegeven.  Hetzelfde jaar, in oktober, stierf haar moeder.

Sindsdien zijn de twee dochters en de jongste zoon getrouwd.  De twee oudsten, Wilfried (31 jaar) en Omer (29) zijn nog thuis bij hun ouders.  Omer is een man die zich aan alles interesseert.  Hij is een zeer sportieve kerel die met hart en ziel verschillende sporttakken beoefent.  Tijdens de zomer van '77 is hij, per fiets en alleen, op bedevaart getrokken naar Frans-Lourdes.  Die reis duurde zeven dagen en verliep vlot.  De terugkeer geschiedde per auto.  Dat was een prestatie waarvoor men zijn petje mag afnemen...  De gazetten hebben daarover geschreven.

Als Kamiel en zijn vrouw terugblikken op het verleden, dan mogen zij zich met reden tevreden en gelukkig voelen over hetgeen ze in hun leven bereikt hebben.  Doch Madeleine denkt nog dikwijls met grote weemoed terug aan haar café, haar gelagzaal en haar klanten, en ze maakt zich een beetje zorgen over Wilfried en Omer, die maar met geen vrouw voor de dag willen komen...

Op de vraag of er ooit nog eens een uithangberd of een geschilderde cafénaam komt, aan of op de gevel van het huis nr 29 van de Comerscaatsweg, antwoordt Kamiel Loen zeer kategoriek dat het niet meer het geval zal zijn...

† M. VERBEKE.

__________________________

(3) Tijdens de oorlog '40-'45 werd er in bezet België veel te veel geld in omloop gebracht.  Als illustratie: vóór 10 mei 1940 waren er voor ± 33 miljard bankbiljetten in circulatie, bij de bevrijding (zomer - herfst '44) was dit cijfer gestegen tot ± 100 miljard.  Om deze toestand weer gezond te maken en de inflatie te bestrijden deed de Belgische regering, die tijdens de bezetting naar Londen uitgeweken was, onmiddellijk na de bevrijding al de bankbrieven van 100 fr. en meer inleveren.  Iedere Belg kreeg hoogstens 3.000 fr. terug in nieuwe biljetten die te Londen gedrukt waren.  De rest van het afgegeven geld werd geblokkeerd (60% ervan onder vorm van staatsobligaties "Muntsaneringslening", die 3% intrest opbrachten) en werd geleidelijk-aan, over een periode van 20 jaar, vrijgegeven.  Gelijkaardige schikkingen werden getroffen met betrekking op het geld dat zich op de spaarboekjes en op de lopende bankrekeningen bevond.  Deze onpopulaire maatregelen redden de Belgische na-oorlogse frank, doch hadden als gevolg dat het geblokkeerd geld gedurende een zeker aantal jaren aan zijn normale handelsfunktie onttrokken werd (men kon er slechts zijn belastingen mee betalen).  Het geheel van deze saneringsverrichtingen werd door de mensen het "affaire van Gütt" genoemd, omdat Mr. Camille Gütt Minister van Financiën was in de Londense regering. Terug naar de tekst

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  24-07-2019