Historiek van de Stenen Molen te Ertvelde
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1982, 15de jaargang, nr. 2

HISTORIEK VAN DE STENEN MOLEN
TE  ERTVELDE

In 1798 geeft Pieter Cornelis Genbrugge, zoon van Lieven en echtgenoot van Anna Cornelia Goethals, opdracht tot het bouwen van een windmolen, rosmolen en woonhuis te Ertvelde, achter 't dorp aan de driehoek.

De vermoedelijke molenbouwer is Fredericus Pisonier van Sleidinge (initialen FP 1799 in molen), uit een bekend molenmakersgeslacht waartoe ook Augustinus, Petrus, Victor en Edmond Pisonier behoren.

Ondanks de woelige tijden gaat het molenaar Genbrugge blijkbaar "voor de wind".  De zaken gaan goed en Anna schenkt hem vijf zonen: Charles-Louis, Ferdinand, Jan-Bernard, Theodoor en Jan-Baptiste.

In 1832 echter komt hij in geldnood en ziet zich genoodzaakt een lening aan te gaan.  Er wordt een bedrag van 600 gulden geleend bij Juffrouw Livine Wille, begijntje, wonende binnen de Stad Gent in het groothof van St.-Elisabeth-ter-Engelen.

de Steenmolen rond W.O. I
Toestand rond W.O. I.

De akte wordt betekend in herberg "Den Grooten Spiegel" aan de St.-Jacobsnieuwstraat.

Genbrugge moet een jaarlijkse rente van 30 Nederlandse gulden betalen en als borg staat de molen, roskot, woonhuis, zaailand en lochting.

Op 24 mei 1842 sterft de molenarin en 10 jaar later, op 9 september 1852 de molenaar.  Enkele maanden tevoren hebben de kinderen Genbrugge een sociëteit gesticht waarbij alle roerende en onroerende goederen in de gemeenschap blijven.

De vijf broeders zetten samen het mulders- en landbouwbedrijf verder.

In maart 1853 wordt Jan-Baptiste door zijn huwelijk verplicht uit de gemeenschap te scheiden en de gemene woning te verlaten.  Daarbij wordt hem 2114 frank uitbetaald voor afstand van zijn erfdeel.

In 1862 komen er zware kosten aan de molen; o.a. moet een nieuwe as geplaatst worden.  De werken worden uitgevoerd door Charles Rombout uit Wachtebeke (initialen CR 1862 op as), een bekende telg uit het Rombout-molenmakersgeslacht.

Waarschijnlijk door de hoge kosten komt het tot een verdeling onder de vier resterende broers.

Jan-Bernard en Ferdinand blijven molenaar.  Zij krijgen woonhuis, stalling, oven, graanwindmolen met alle draaiende en lopende werken, rosmolen en alle verdere afhankelijkheden, droge en groene katelen, de grond, boomgaard, groenselhof en medegaande zaailand, samen 1 ha 91 a 80 ca.  Daarbij ook de mobilaire voorwerpen van huishouden en deze benodigd voor de molenaarsstiel.

Comparant Charles-Louis krijgt de mobilaire voorwerpen benodigd tot de landbouw (waaronder kuipen, emmers, trog, twee pikken enz.).

Comparant Theodoor kreeg tevoren reeds 2100 frank bij zijn huwelijk en krijgt nog de gerede gelden ten belope van 650 frank, daarbij ook de granen namelijk rogge, tarwe en haver in de hopers.

Bij de betekening van de akte voor notaris Vermeersch te Ertvelde verklaart Ferdinand "niet te kunnen schrijven ofte teekenen".

Jan-Bernard en Ferdinand malen lustig verder en pachten in 1863 zelfs nog een stuk land bij.  Daarbij worden wel strenge bepalingen opgelegd wat de vruchten op het land betreft: "de pachter zal zijnen akkerbouw zodanig moeten schikken dat hij het laatste van de pachttermijn niet meer dan één derde der bezaaibare grootte met boekweit zaaye en nooit geenen tweeden boekweit, even noch gediepveurde wortels, mede ook geen loof of groensels in aardappelland en boekweitstoppels.

Toestand rond W.O. II
Toestand rond W.O. II.
Foto A.C.L. Brussel

Enkele jaren later sterft Ferdinand en Jan-Bernard verpacht de molen, samen met de helft van het woonhuis, schuur, stallingen, hof, boomgaard en moestuin, in 1871 aan Eugenius Neyt uit Assenede, voor de som van 520 frank per jaar.  De draaiende en roerende werken van de molen worden op prijzij overgelaten.

De pachter mag verbeteringen aanbrengen aan de molen, nochtans zal hij geene maalstenen mogen plaatsen of leggen zonder dat molenmaker Karel Rombout uit Wachtebeke deze goedgekeurd heeft.

Op 13 januari 1873 sterft Jan-Bernard en de comparanten Genbrugge samen met Victoria van de Rostijne (wed. Jan-Bernard) besluiten het hele bedrijf openbaar te verkopen.

Dat gebeurt op 2 april om 3 uur 's namiddags, ten herberg van Charles-Louis Genbrugge te Ertvelde achter 't dorp.

De verkoping wordt gedaan met keersbranding.  De beslissende toewijzing zal maar uitgesproken worden na het uitdoven van twee vuren zonder tussengeboden.

Er wordt bepaald dat de kopers nooit hoogstammige wilde bomen op, rond en aan hunne gekochte goederen mogen planten.  Dit om de windvang van de molen te vrijwaren.

De te verkopen goederen zijn, na verscheidene verhogen en uitbranden van twee vuren, bij samenvoeging toegewezen aan Eugeen De Rijcke, landbouwer te Assenede, mits de som van 13.360 frank.

Verval na 1970
Verval na 1970.

Deze laatste kocht het hof in naam van Eugenius Neyt, de molenaar.  De betaling moet geschieden in goede gangbare geldspeciën van ten minste vijf franken binnen de 14 dagen.

De molenaar, thans ook eigenaar bracht gedurende zijn muldersloopbaan heel wat vernieuwingen aan.  Zo worden in 1898 nieuwe kammen gestoken; in 1904 wordt een ander sterrewiel geplaatst; in 1906 een andere vang (rem).  De stenen worden meermaals opgegoten hetgeen wijst op veel maalwerk en vanaf 1914 kan ook elektrisch gewerkt worden bij windstilte.

Tot 1925 draait Eugenius volop met de molen.  Dan doet hij er afstand van aan zijn kinderen Helena, Joannes, Marie en Cyriel.

Deze werken met de molen voornamelijk onder impuls van Cyriel die tijdens W.O. I veel kennis opgedaan had in de Nederlandse Zaanstreek.

In de twintiger jaren worden ijzeren geklinknagelde roeden aangekocht in okkasie.  De binnenroe van de molen van Eksaarde en de buitenroe van deze van Assebroek.

Tevens brengt Cyriel in die jaren een wiekverbeteringssysteem aan om beter te kunnen draaien.  De molen gold in die tijd dan ook als de bestlopende van 't Meetjesland.

Herstelling in 1980
Herstelling in 1980.

In 1953 verwerft Cyriel het hele bedrijf door erfenis.

Hij maalt nog door tot 1965.  Na die tijd draait de molen nog slechts sporadisch en vervalt zienderogen.

Na de dood van Cyrielke Neyt in 1978 duurt het nog tot 1980 vooraleer de erfgenamen besluiten tot de verkoop.

Johan Van Holle uit Assenede koopt de molen, roskot, woonhuis en schuur en gaat onmiddellijk over tot een voorlopige herstelling van de erg gehavende molen.  Deze werken omvatten: herstellen van de verdwenen en verrotte dakstructuur, vervangen van het schalieberd, aanbrengen van roofing, plaatsen van vensters, aanbrengen van nieuwe windplanken aan de roeden en herstellen van het hekwerk, oplichten van de liggende as, herstellen van het kruiwerk, scherpen van de stenen en tenslotte een algemene schilderbeurt.

De wind ontnomen
De wind ontnomen.

Daardoor is de molen terug maalvaardig.

Een grondige restauratie dringt zich echter op.  De procedure daartoe wordt ingezet bij de Rijksdienst voor Monumenten- en Landschapszorg te Brussel in oktober 1980.

Op 6 november 1981 komt reeds het Koninklijk Besluit ter goedkeuring.  Op 21 januari 1982 worden de werken aan de in 1970 geklasseerde molen aanbesteed.  De restauratie zelf zal in de loop van 1982 aanvangen.

De rosmolen (ros = paard) zal in de loop van de komende jaren eveneens hersteld worden.

Er schiet echter zeer weinig van over.  Sedert meer dan 100 jaar is alle binnenwerk verdwenen en de muren staan slecht.  Het achtkantig dak is voorlopig hersteld.

De rosmolen dateert evenals de windmolen van 1798.  Getuige daarvan is een steen in de zuidgevel met de vermelding "Pieter Cornelis Genbrugge - 1798".  Hem laten verdwijnen zou onverantwoord zijn, temeer daar hij samen met de windmolen een unicum vormt.

Het ligt in de bedoeling van de molenaar mettertijd opnieuw een leefbaar kleinschalig bedrijf uit te bouwen.

De maalstenen moeten regelmatig gescherpt worden
De maalstenen dienen regelmatig gescherpt.

Het ambachtelijk werk ligt immers de mens nauw aan het hart en staat hem als het ware op het lijf geschreven.

Zo zal de molen, eens heersend over zijn omgeving, maar nu grotendeels door onoordeelkundige bebouwing en aanplanting de wind ontnomen, toch nog iets van zijn oude glorie herwinnen.
Foto's: 1-3-4-5-6 uit de verzameling van de auteur.

  Johan Van Holle
Ertvelde januari 1982
 

Bronnen
Notariaat Rijksarchief Gent.
Archief Notaris Le Fevere de Ten Hove, Ertvelde.
Archief Notaris Verstraeten te Assenede.
Kultureel Jaarboek Oost-Vlaanderen 1900
(geschonken door Dhr. Inghelbrecht uit Blankenberge).
Studiekring "Ons Molenheem" Nieuwkerken.

TECHNISCHE KENMERKEN VOOR DE RESTAURATIE
Ronde stenen korenwindmolen op lage molenberg type grondzeiler.
Witte konische molenkuip: hoogte 12 m.; diameter aan de grond 6,10 m.; diameter aan de rolring 4,26 m.
Typische Oostvlaamse kap.
Geklinknagelde ijzeren roeden van Gebr. Verhaeghe te Ruddervoorde
binnenroe nr 976 (1912)
buitenroe nr 1080 (1926)
Vlucht: 23,40 m.
Gietijzeren askop zonder randen, walpin in rozetvorm (geen naamvermelding).
Staart, korte spruit en schoren in eik, lange spruit in ijzer.  Gietijzeren kruilier (13 kruipalen).

Vier zolders:

1. Kapzolder
— eikenhouten molenas (1862) - vangwiel 2,90 m,., 48 tanden ijzeren hoepelvang met olmen beleg, bediend met wipstok en vangketting - lantaarn met 24 staven - paternosterring met olmenhout en rollen.

2. Luizolder
— luiwerk, type sleeplui - sleeprol voor haverpletter - koppeling voor de koning.

3. Steenzolder
— spoorwiel in gietijzer, diameter 2,06 m., 102 kammen - sterrewielen, diameter 0,98 m., 51 kammen - staakijzers met houten beslag - twee koppel stenen van 1,50 m. met viertakrijnen en houten bossen - haverpletter - galg voor het optrekken van de stenen.

4. Maalzolder
— meelpijpen met grote meelbakken - pasbruggen - weegschaal tot 300 kg - elektrische bediening.

Overbrengingsverhouding:

vangwiel
————
lantaarn
 48
——
 24
    2
——
  1
   
       
totaal
  4
——
  1
————
sterrewiel
——
  51
      ——
        1
   

bij 80 einden loopt de steen dus 80 toeren

Separator

Nu is er de vzw "Stenenmolen en Rosmolen Ertvelde".  Hun webstek vindt u hier.  U kan er ook meer te weten komen over het gastverblijf op deze unique molensite.

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  14-08-2019