Reglement der Katholieke Harmoniemaatschappij Amicitia
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1982, 15de jaargang, nr. 4

Stad Eecloo

Reglement
der
Katholieke Harmoniemaatschappij
Amicitia

Gesticht als Fanfaren in 1881 & heringericht tot Harmonie in 1897

TITEL I
INRICHTING

Art. 1. — Een katholiek muziekgenootschap is binnen Eecloo heringericht onder den naam van Harmoniemaatschappij "AMICITIA".  Zijn zetel is de Katholieke Kring.

TITEL II
BESTUUR

Art. 2. — Het Bestuur bestaat uit: M.B. Sandyck verleener der instrumenten, als bestendige Eerevoorzitter; zes lede, afgevaardigd door het Bestuur van den Katholieken Kring, drie leden gekozen door de spelende leden, en de Bestuurder.  Het mandaat der zes leden, door den Katholieken Kring afgevaardigd, wordt alle drie jaar door dezen vernieuwd; de drie leden door de werkende leden aangesteld, worden alle drie jaar door hen herkozen.
Het bestuur wordt den eersten zaterdag der maand December vernieuwd: het vernieuwde Bestuur treedt der eerstvolgenden Januari in dienst.

ART. 3 — Het Bestuur kiest in zijn midden:
  eenen voorzitter
eenen ondervoorzitter
eenen penningmeester
eenen secretaris

Het kan ook een eerevoorzitter benoemen.
De voorzitter is het hoofd der maatschappij en vertegenwoordigt haar in alle gelegenheden.
Hij is gelast met de uitvoering van het reglement en beslist zelf alle gevallen, welke door 't reglement niet zijn voorzien: maar zijne beslissingen kunnen alleen blijven kracht hebben,

— 2 —

dat is deel maken van 't Reglement, na goedkeuring door het Bestuur.
In geval gelijke stemmen is de stem des voorzitters beslissend.

ART. 4. — Het bestuur alleen doet uitspraak over het aanvaarden of weigeren der eereleden; voor wat de werkende leden betreft, zie art. 9.

ART. 5. — Het bestuur heeft het recht een lid buiten de maatschappij te sluiten, als het aan de bestuurleden stellig en duidelijk is gebleken dat dit lid hinderlijk is voor de maatschappij, hetzij door zijn persoonlijk gedrag, of om welkdanige andere reden.  Het zal echter zijn besluit binnen de veertien dagen door de meerderheid der werkende leden doen bekrachtigen.  In geval van geene meerderheid, beslist het bestuur in laatsten rang alleen.

ART. 6. — Het bestuur benoemt den bestuurder, den onderbestuurder, de repetiteurs, bezorgers en andere bedienden der maatschappij; het bezit volle macht over dezelve.  Het stelt insgelijks hunne jaarwedden vast.

ART. 7. — De bestuurders alleen hebben het toezicht over het muziek en het uitgeven of verwisselen van instrumenten.  Speeltuigen en andere muzikale benoodigheden worden in gemeen overleg aangekocht door voorzitter en bestuurder.

TITEL III
LEDEN

ART. 8. — De maatschappij bestaat uit bescherm- eere- en werkende leden.
De bescherm- en eereleden, waartoe ook vrouwen kunnen aanvaard worden, betalen eene jaarlijksche retributie van: A) de bijzonder beschermleden 25 fr.  Of meer; B) de beschermleden van 12 fr.; C) de eereleden van 6 fr.  Het maatschappelijke jaar begint met 1n November.  De retributie wordt per jaar ingezameld.  Die binst het jaar eerelid wordt betaalt alleen de te verschijnen maanden.  De eereleden hebben toegang to alle concerten of feesten voor hen door Amicitia uitgeschreven.  Zij hebben ook 't recht den zaterdag bij de repetitie aanwezig te zijn.

ART. 9. — De werkende leden beslissen bij meerderheid van stemmen, gezamenlijk met het bestuur en bestuurders, over alles wat hun buiten de stad aanbelangt, over het bijwonen van festivals, geven van feesten, serenade, aanvaarden van nieuwe leden, doen van plezieruitstapkens, enz.

— 3 —

A) De concerten en serenaden binnen de stad schrijft het bestuur uit eigene macht voor.
B) De sorties binnen de stad worden, in gemeen overleg, bij meerderheid van stemmen uitgeschreven door bestuur en werkende leden.  De uitgang is verplichtend mits acht dagen op voorhand kenbaar gemaakt te zijn geweest.
De werkende leden zijn verdeeld in twee klassen: A) Werkende leden; B) Leerlingen.  De leerlingen worden aanvaard door de bestuurders.  Zij worden werkend lid, 't is te zeggen stemrechtig, na een jaar proeftijd, op voorstel der bestuurders en mits goedkeuring van de meerderheid der werkende leden en van het bestuur.
Nieuwe leden, die bekwaam zijn om dadelijk effektief lid te worden, of uitgesloten leden, die terug in de maatschappij willen komen, moeten eerst door 't bestuur en dan door de meerderheid der muzikanten worden aanvaard.
Om als leerling te kunnen aanvaard worden met men bewijzen dat men twee jaar, met vrucht, de lessen der stedelijke Muziekschool, of van een ander muziekgesticht, heeft bijgewoond.
ART. 10. — Voor alle wijzigingen aan het reglement moeten de volgende voorwaarden in acht genomen worden:
1. De wijziging wordt vastgesteld door het bestuur.
2. De wijziging moet worden goedgekeurd door de twee derden der stemrechthebbende leden, volgens de schikkingen van art. 9; doch de twee derden dier leden moeten aanwezig zijn.  Bij gebreke van die laatste voorwaarde wordt er op de volgende vergadering beslist, wat ook 't getal zij der aanwezige leden.

ART. 11. — Hebben kracht van reglement: 1. al de beslissingen genomen door den voorzitter, in gevallen niet door het reglement voorzien; doch enkel tot nadere bevestiging door het bestuur in reglementaire voorwaarden genomen.  2. Al de beslissingen van het bestuur genomen in uitvoering van het reglement.  3. Al de verordeningen van het bestuur betreffende 't gedrag der spelende leden buiten of binnen de repetitiezaal, zooals het verbod aan de werkende leden van te spelen in herbergen of op dansfeesten, van hun instrument in de zaal of het lokaalhuis achter te laten, van lid te zijn van een ander harmonie- of fanfaregezelschap, enz.
 

REGLEMENT VAN INWENDIGE ORDE

Voor de spelende leden

Ie HOOFDSTUK
Repetitiën en Lessen

ART. 1. — De repetitiën worden geleid en bestuurd door de bestuurders.  In geval van afwezigheid of beletsel duidt de voorzitter, met toestemming der spelende bestuursleden, een spelend lid aan om in hunne plaats te besturen.
Art. 2. — A) De repetitiën beginnen van October to April ten 8 ½ u. 's avonds en van April tot October ten 8 ¾ u.  Wie te dikwijls achtereen aan de repetitiën ontbreekt, kan door den bestuurder, die er voorkennis van gaf aan het bestuur, uit de maatschappij gesloten worden.  Ziekte of afwezigheid uit de stad tellen als verschooningsredenen, als de bestuurders bij tijds verwittigd zijn, gelden ook nog onvoorziene oorzaken die naderhand voldoende kunnen worden aangebracht.
B) Deze die zonder oorlof of voldoende redenen, waarover 't bestuur uitspraak doet, herhaaldelijk afwezig zijn het concerteren of uitgangen zullen uit de sociëteit worden gezet.
C) De bepalingen van par. I art. twee zijn toepasselijk op de leerlingen, die buiten de wekelijksche repetitiën, de wekelijksche les moeten bijwonen.
Art. 3. — Het is aan de spelende leden op pene van te kunnen door den bestuurder ontslagen te worden, verboden:
Tijden de Repetitie:
1. Hun speeltuigen te blazen voor de bestuurder op zijne plaats komt om de repetitie te beginnen.
2. De plaats te verlaten hem door den bestuurder voor de repetitie aangeduid.
3. Andere partijen te blazen dan deze die hem zijn voorgeschreven.
4. Zich te onthouden van een of meer stukken zonder oorlof van den bestuurder mede te spelen.
5. Eens anders instrument te bespelen.
Buiten de repetitiën:
Het instrument der maatschappij, zonder oorlof, anders dan voor den dienst der maatschappij te gebruiken, dus in andere maatschappijen mede te blazen, bals op te luisteren, enz.

— 5 —

6. Nogmaals, zonder oorlof, dienst te doen in andere maatschappijen, als b. v. Turnclubs, Sportclubs, enz. als zij dienst aan de Maatschappij zijn verschuldigd.
Art. 4. — Zoowel werkende leden als leerling zijn verplicht de afzonderlijke lessen bij te wonen die de bestuurders voor hen uitschrijven.  Wie zich daar niet naar gedraagt kan weeral door het bestuur, op voorstel van de bestuurders, uit de maatschappij worden gezet.
Art. 5. — Elk spelend lid is verantwoordelijk voor het instrument dat hij van de maatschappij ontvangt, evenals voor het muziek dat hem wordt toevertrouwd. — Het bestuur beslist over de schade en schadeloosstelling.
Art. 6. — Wanneer de omstandigheden het eischen, kan het getal repetitiën van eene op twee of drij worden gebracht, in gemeen overleg met de spelende leden. — De buitengewone repetitiën verplichten bij uitdrukkelijke beslissing der werkende leden.

IIe HOOFDSTUK
Uitgangen

Art. 7. — De uitgangen, hetzij voor feesten of wandelingen, staan onder de leiding van den voorzitter.  In geval deze niet aanwezig kan zijn vaardigt hij een lid van 't bestuur af om hem te vervangen en geeft hem volmacht.  Hij of zijn plaatsvervanger beslist over al de omstandigheden der reis; al de leden moeten zijne beslissingen naleven.  Het staat hem zelfs vrij veranderingen te brengen aan schikkingen op voorhand genomen door bestuur of vergaderde werkende leden.
Art. 8. — Voor de feesten kan er van de leden worden geeischt dat zij tot zeker oogenblik samen blijven, zich onthouden van drank, en verder wat er noodig kan worden geoordeeld.
Art. 9. — In gevallen van dronkenschap of baldadigheden bij uitgangen, concerten of feesten, kan elk lid door den bestuurder of door den voorzitter op staanden voet voor goed weggezonden worden.
Art. 10. — Bij uitgangen, binnen of buiten de stad, is het streng verboden een instrument te bespelen zonder oorlof van de bestuurders, of, zonder zelfden oorlof, het gezelschap te verlaten, alles op pene van te kunnen worden uit de maatschappij gezet.

— 6 —

IIIe HOOFDSTUK
Bijzonder Bepalingen.

Er wordt onder de spelende leden eene bijzondere kas gesticht, waarin zullen worden gestort: 1. de "volle" premiën welke de maatschappij binnen de stad zou kunnen verdienen; 2. de serenade of andere gelden welke aan de leden binnen de stad zouden kunnen te goed komen; 3. de "halve" premie of halve serenade- of andere gelden welke de Maatschappij buiten de stad worden verdiend.
Die kas staat onder het beheer der drie bestuurleden, die de spelende leden om de drie jaar herkiezen.
Hare gelden kunnen tot niets anders worden aangewend dan om uitstapjes of gezelschapsreizen te bekostigen welke luidens de bepalingen van art. 9, paragraaf I, worden vastgesteld; zij mogen dus, in geen geval, onder de werkende leden worden verdeeld om er gelagen mede te maken of iets anders mede te doen.
De beheerders van dit Bijzonder Fonds zijn verantwoordelijk tegenover het bestuur en tegenover hunne medeleden over de gelden dier kas; zij zullen er alle jaren rekenschap van doen aan bestuur en werkende leden.

Gedaan te Eecloo den 31 October 1910.

De Eerevoorzitter,
Bernard Sandyck.
De Ondervoorzitter,
G. Van de Maele.
De Voorzitter,
Ph. Van Hoorebeke.
De Secretaris-Ontvanger,
Armand Goethals.
De Bestuurder,
Jules Verhasselt.
Bestuursleden,
Pius Ryffranck
Jean Spaey
Edgard Van Zandycke
Octaaf Lehoucq
Jules Bastien
Jules De Keyzer.

Uit het archief van Mevr. A. Engels.

Separator

Koninklijke Katholieke Harmonie Amicitia 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7

Terug naar het artikel

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  15-08-2019