Koninklijke Katholieke Harmonie Amicitia
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1983, 16de jaargang, nr. 3

KONINKLIJKE KATHOLIEKE HARMONIE
AMICITIA

1881 - 1981
EEN KRONIEK VAN 100 JAAR VRIENDSCHAP
 

II.  DE TWEEDE GENERATIE (1929-1970) ROND MAURICE GOETHALS
1.  Tot de tweede Wereldoorlog (1929-1940)

AFLOSSING VAN DE WACHT

Op het Ceciliabanket van maandag 25 november nam Philibert Van Hoorebeke afscheid als voorzitter, samen met zijn twee ondervoorzitters Ghislain Van De Maele en Pius Ryffranck en hij aanvaardde het erevoorzitterschap.  Philibert Van Hoorebeke gaf gedurende meer dan 30 jaar, waarvan 20 jaar als voorzitter, zijn beste krachten aan de harmonie.  Hij leidde haar als een alleenheerser, en leerde de muzikanten reizen (was zelf een groot reiziger).  Pius Ryffranck schreef in zijn Gazette van Eeklo: "hij was een aangename, gedienstige man, die nooit groote bergen heeft verzet, doch die zich immer lieftallig en liefdadig toonde voor iedereen" (56).  In naam van het aftredend bestuur stelde Pius Ryffranck Maurice Goethals als voorzitter voor, bijgestaan door ondervoorzitters Armand Goethals (ook penningmeester), Edgard Van Zandycke en verslaggever Hubert De Baets.  Het bestuur was vroeger reeds aangevuld met Urbaan Van De Woestyne, Prosper Van Ghyseghem en Paul Bastien, die nu sekretaris werd.  Voorzitter Maurice Goethals was "the right man on the right place", reeds als secretaris was hij de ware ziel van Amicitia, een volksvriend en democraat vergeleken met zijn voorgangers.  Met hem trad een nieuwe vlaamsvoelende (en -sprekende) generatie aan, die op die manier ook veel dichter bij de spelende leden stond.

In december 1929 werd het bestuur aangevuld met twee spelende leden Aimé Goemé en August Lacayse (door verkiezing), en met drie niet-muzikanten Paul Goethals, Maurice Baele en Richard De Nijs.

In 1930 moest de harmonie twee stichters naar hun laatste rustplaats begeleiden: Jules De Keyser, oud-bestuurslid en Ghislain Van De Maele, oud-secretaris.
Op zondag 20 juli 1930 nam de harmonie weer deel aan het Provinciaal Tornooi, waaraan ook St.-Cecilia en Vereenigde Vrienden deelnam.

Philibert Van Hoorebeke Philibert Van Hoorebeke was de laatste telg uit een bekend Eekloos geslacht van geneverstokers en stelde heel zijn leven ten dienste van de katholieke zaak. Het begon met de Katholieke Schoolpenning in 1879 en eindigde met het voorzitterschap van de Kerkraad tot zijn overlijden in 1931.  Ondertussen was hij 19 jaar voorzitter van Amicitia.

Bij de proclamatie ontstond er heel wat herrie toen bleek dat de jury (J. Tinel, P. Gilson en Strauwen) Amicitia in eerste afdeling klasseerde en St.-Cecilia in tweede hield.  Men sprak van bedrog, omkoperij en van klacht neerleggen.  Daardoor was de verstandhouding die tussen beide harmonieorkesten bestond verbroken, ze scholden mekaar de huid vol - "... en stop nu maar een beetje uwe misplaatste pretentie onder uwe hooge hoeden of in uw broekzakken,.." (57) - de liberale harmonie weigerde nog te spelen waar de katholieke harmonie ook aanwezig was.  De muzikanten lieten het echter niet aan hun hart komen en vierden hun promotie met een muzikale wandeling en souper op 26 juli.
Buiten de gebruikelijke concerten, aubades, serenades, processies en optochten speelde Amicitia een concert ter gelegenheid van 100 jaar Belgische Onafhankelijkheid, organiseerde een Venetiaans Gondelfeest op het speelplein van het St.-Vincentiuscollege en trok met F.C. Eeklo, kampioen in tweede provinciale, naar het stadhuis.
Het Ceciliaconcert van 23 november kende enorme bijval; vroeger was de kleine zaal van de Katholieke Kring te groot, nu was de nieuwe zaal te klein.

VIJFTIG JAAR AMICITIA

Het werd erevoorzitter Philibert Van Hoorebeke niet meer gegeven het 50-jarig bestaan de harmonie mee te vieren.  Hij werd begraven op 24 februari 1931 en de verwachte nalatenschap kwam er niet.

Van zaterdag 13 tot maandag 15 juni gingen 78 Amicitianen op reis naar Luxemburg, tot Verviers met de trein en verder met de bus.  Edgard Van Zandycke had gezorgd voor een puike organisatie.

Zondag 28 juni was de dag van de grote viering.  Om 9.30 uur trok men naar de kerk met voorop het blazoen van 1881, de vlag van de schoolpenning en de toenmalige vlag van 1906.  Na de mis, waar tijdens de Gregoriusbond de driestemmige mis van Perosi zong, volgde een rondgang in de stad en het maken van een groepsfoto (waarover we niet beschikken).  Om 11.30 uur speelde Amicitia een concert op de stadskiosk:  1. Matervu (Strauwen)  2. Cortège Fleuri (Strauwen)  3. Derde Fantasia (P.  Benoit)  4. Pasquinade (A.  De Boeek)  5.  Mars.  Om 13 uur begon een banket met aan de eretafel de nog levende stichters Aloïs Van Zandycke, Pius Ryffranck, Serafien Bekaert, August Verstraete, Octaaf Lehoucq, Prosper Lippens en Charles Gallet.  Het woord werd gevoerd door burgemeester Pussemier, die erevoorzitter gekozen werd, door Remy van Brabandt, Pius Ryffranck die een historisch overzicht van de harmonie gaf, voorzitter Maurice Goethals, provincieraadslid Van Steenberge, Aloïs Van Zandycke namens de oude garde en dirigent Jules Verhasselt die dankte namens de muzikanten.  Om 17 uur gaf de Waarschootse harmonie De Christene Werklieden die reeds 's morgens een muzikale wandeling door de stad gemaakt had, een concert op de stadskiosk.  Nadien werd verder gefeest tot 's avonds laat en velen eindigden bij Stantjen Meersschaut waar ze vergast werden op genever en droge worst.

In het kermisprogramma had het bestuur een concert in de hovingen van wijlen Ph. Van Hoorebeke laten opnemen, maar door de bezwaren van de familie Lesseliers-Tytgadt (erfgenamen van wijlen de erevoorzitter) moest het concert afgelast worden.  De erfgenamen vreesden dat er schade zou aan toegebracht worden en weigerden toestemming.  Enkele jaren later zou het prachtige park, het aloude Schuttershof verkaveld worden en liet het stadsbestuur een unieke kans liggen om in het hartje van Eeklo een stadspark te openen.  Voor Amicitia kwam hiermee een einde aan de meer dan 40-jarige traditie.

Viering van het 50-jarig bestaan op 28 juni 1931 op de bovenzaal.  Achteraan de eretafel met bestuur, nog levende stichters en voormannen van de Katholieke Partij.

In het vooruitzicht van het Provinciaal Tornooi hield dirigent Jules Verhasselt tweemaal per week, meestal per pupiter repetitie.  Op zondag 20 september speelde Amicitia in de Katholieke Werkmanskring Cortège Fleuri (J.E. Strauwen) en de Derde Fantasia (P. Benoit).  In afwachting van de uitslag bood burgemeester Pussemier op maandag 28 september de muzikanten een souper aan om zijn erevoorzitterschap te vieren.  Hoewel Amicitia zich had voorgesteld in eerste afdeling, klasseerde de jury (P. Gilson, Candael, Preckher, Averberghe en J. Tinel) haar in uitmuntendheid, toen de hoogste afdeling.  De deelname aan muziektornooien had de harmonie ontegensprekelijk op een hoog peil gebracht.  Op het Ceciliabanket werd hulde gebracht aan Jules Verhasselt, 32 jaar dirigent die weer eens bewezen had de muzikale leiding van de harmonie aan te kunnen.

Bezetting van Amicitia in 1931.

Klarinet   Bugel
  Jules Van De Velde     Albert Bastien
  Prosper Van Ghyseghem     Jozef Verschoote
  Julien Van Overberghe     Willem De Roo
  Willem Depraet      
  René Martens   Cornet (à pistons)
  Célestin Grégoire     Aloïs Verstraete
  Nestor Verstraete     Gaston Van De Woestyne
  Serafien Smitz     Antoine Kindts
  Medard De Langhe     Adolf Acke
  Karel De Roo     Prosper Voet
  Achiel Tourny      
  Karel Delcourt   Trompet
  Bertrand Van De Woestyne       Alfred Van Vooren
  Achiel Mortier      
  Marc Verstraete   Alto
  Antoon Voet     Leo Verschoote
  Gustaaf Van Hecke     Paul Bastien
        Emiel Dubois
Kleine klarinet      
  Robert De Baets   Hoorn
        Herman Van De Woestyne
Fluit     (?) Van Branteghem
  Georges Verhasselt      
      Bariton
Kleine fluit     Eugeen Fordeyn
  Armand D'Aubioul     Maurice Lehoucq
        Arsène De Leeuw
Hobo      
  André Herbé   Trombone
        Constant Meersschaut
Altsaxofoon     Urbaan Van De Woestyne
  Alfons Smitz     Theofiel Gillebeert
  Albert Hanlet     Aimé Van Parijs
  Philibert De Leeuw      
      Tuba
Tenorsaxofoon     Richard Van Hyfte
  Amand Delcourt     August Lacaeyse
  Gustaaf De Vos     Aimé Standaert
  Hector Bastien      
      Grote tromdrager
Bombardon Sib     Arthur De Leeuw
              Mib      
  Aimé Goemé   Vaandeldrager
  Leonard De Vlaeminck     Fernand Heene
  André Caryn     Honoré Staelens
        Georges Boute
Pauken      
  Urbaan Van De Woestyne   Knaap
        Henri Plasschaert
Kleine trom      
  Jules Tieberghien   Grote trom
  Honoré Heene     André Van Parijs
  Marcel Batsleer      

In 1932 groeide het aantal muzikanten tot 65, waardoor vooral de klarinetten versterkt werden.

Op maandag 29 augustus werd het vernieuwde en vergrote stadhuis ingewijd en speelde Amicitia een concert in de hovingen van Georges Baudts in de Stationsstraat.  De opbrengst daarvan en van andere prestaties ging in een speciale reiskas die samen met de spaarkas de reizen moest betalen.  1932 was een politiek bedrijvig jaar waarin drie verkiezingen plaatsgrepen, die telkens eindigden met een overwinning (in Eeklo, elders of voor een Amicitiakandidaat) voor de Katholieke Partij.

In januari 1933 droeg Amicitia een van de laatst overblijvende stichters van de harmonie, August Verstraete, ten grave.

In juni trok een gezelschap van 78 (ere) leden voor drie dagen door de Ardennen: Waulsort, Clervaux en Remouchamps.  Op die reizen mocht vrouwlief wel mee want weinigen zouden toestemming gekregen hebben om drie dagen alleen op zwier te gaan, trouwens met de vrouwen erbij zou er wel meer orde zijn oordeelde het bestuur.

Dirigent Jules Verhasselt die ook al een dagje ouder werd klaagde over de onbekwaamheid van vele jonge, maar ook oudere muzikanten; er was geen orde en tucht tijdens de repetities (van 20.30 tot 22.30 uur) en de toestand verslechtte nog.  In de zomer van 1933 dirigeerde hij zijn laatste concert waarvan hier programma:  1. Intrede der Matadors (Lureman)  2. Fakkeldans 2 (Meyerbeer)  3. Ballet van Sylvia (Delibes)  4. Rendez-Vous (Aletter)  5. Ballet van twee duiven (Popy)  6. Gidsenmars (Bender).

PROSPER VAN EECHAUTE

Een paar bestuursleden begonnen te twijfelen aan Jules Verhasselts bekwaamheid de harmonie in de hand te houden en keken naar zijn vervanging uit.  In oktober werden door bemiddeling van Leo Moeremans van het Gentse conservatorium contacten gelegd met Prosper Van Eechaute, die in diezelfde maand de grote prijs van Rome voor compositie zou winnen en daarvoor gehuldigd werd.  De meeste muzikanten betreurden het heengaan van Meester Verhasselt (58).  Maar de omstandigheden waren niet gunstig om er een gelukkiger einde aan te zien.

Prosper Van Eeehaute werd in 1933 uit een klein cinemaatje gehaald waar hij cello speelde.  Men moest hem in 1937 nog overtuigen om de plaats van directeur van de muziekschool te aanvaarden. 

Prosper Van Eechaute leidde zijn eerste Amicitia-concert op zondag 19 november 1933 en vermocht "een behoorlijke homogeniteit en prachtige sonoriteit" (59) te bereiken.  Op het banket werd hij geloofd om op korte tijd "het muziek" hervormd te hebben.  De kwaliteiten van de nieuwe dirigent waren ook de leden van Wij Willen (maar wij kunnen niet) niet ontgaan, want zij besloten de verkwijnde symfonie herop te richten als symfonische afdeling (bijgenaamd La Surprise) van de harmonie met Van Eechaute als dirigent.  Hij was een geniaal maar veeleisend muzikant en dat stootte veel leden die toch maar amateurs waren tegen de borst.  Genoeg diplomaat om minder gemotiveerde muzikanten mee te trekken was hij niet, maar men schreef van hem dat hij het Eeklose volk naar schone muziek leerde luisteren.

Op donderdag 15 maart 1934 gaven de harmonie en de symfonie een gezamenlijk concert ten voordele van het St.-Vincentiusgenootschap.

Het was een drukke tijd voor onderdirigent Richard Van Hyfte, want Prosper Van Eechaute was nogal druk bezet en was vaak afwezig.  De zomerconcerten op de stadskiosk hadden wel plaats maar het stadsbestuur vond de kermisfeesten te duur en liet de organisatie over aan privé-initiatief.

Om de goede zaak te dienen was Amicitia present op de Katholiekendag te Assenede en op het gouden priesterjubileum van deken De Temmerman.

Nu de harmonie een hoog kunstpeil bereikt had was het bestuur er steeds minder op gesteld openbare concerten op de stadskiosk te geven.  Door het toenemend verkeer op de rijksweg 10 door het centrum heen werd het beluisteren en smaken van een concert steeds moeilijker.

In de tweede helft van de dertiger jaren werden die dan ook steeds meer vervangen door wandelconcerten.

Voor het "Kunstconcert" op zondag 25 november 1934 zat de zaal stampvol.  Het symfonisch orkest nam het eerste deel voor zijn rekening.  Ze speelden onder andere Bluette, een orkeststudie in mazurkavorm van onze stadsgenote Elisa Laroy, de latere mevrouw C. Carnewal, nichtje van Edmond Verstraete, leraar klarinet aan de muziekschool.  De harmonie speelde  1. De overwinnaar, een mars door Leo Moeremans aan Amicitia opgedragen als aandenken aan de overwinning van haar dirigent in de Prijs van Rome  2. De Belgische Natie (P. Benoit)  3. A la Russe (A. Prévost)  4. Hongaarse Mars (H. Berlioz) en  5.  Egmontouverture (L. Van Beethoven).  Moeremans, in de zaal aanwezig, luisterde aandachtig naar de openingsmars, verklaarde dat hij hem nog ergens gehoord had en vroeg tenslotte wie de componist was !

Op het banket deed verslaggever Hubert De Baets een beroep op de katholieke burgerij om de harmonie financieel te steunen.  Na de bestuursleden één voor één ten voeten uit geschilderd te hebben besloot hij: "In Amicitia zijn er geen postjesjagers of profijtzoekers evenmin verplichte dravers" (60).  De katholieke harmonie was geëvolueerd van een politiek propagandamiddel tot een kunstorganisme.  Na de toespraken van Prosper Van Eechaute, schepen Arthur van Zandycke en voorzitter Maurice Goethals, die vooral de verdiensten van de lesgevers Richard Van Hyfte en Julien Van Overberghe belichtte, nam Aimé De Vliegher het woord om namens de muzikanten het bestuur te bedanken.  Aimé was lid geweest van de harmonie St.-Georges, maar was door familie- en vriendschapsbanden bij Amicitia terecht gekomen.  Hij was de man van 't volk, de tolk van de spelende leden en genoeglijk spreker die zich molenwiekend door zijn omgeving, Richard Van Hyfte, Urbaan Van De Woestyne en Jules Van De Velde liet inspireren en souffleren.

In december 1934 besloot het bestuur de traditionele oudejaarsavondserenades aan deken, burgemeester en voorzitter te vervangen door serenades op hun naamfeest.  Daarmee kwam er een einde aan een meer dan vijftigjarige traditie, waarvan de draad weer opgenomen werd in 1981 met een aubade aan de voorzitter op de eerste zondag van het nieuwe jaar.

Op zondag 28 april 1935 reisde Amicitia met een speciale tram om 16.45 uur naar Aalter om op de markt een concert te spelen ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Aalterse Katholieke fanfare.

Begin augustus reden 78 Amicitianen voor twee dagen naar het Franse Sedan.  Op 15 augustus greep er een tuinfeest en concert plaats in de tuin van de Gouden Leeuw, een formule die ook na de oorlog zou toegepast worden.

Mag men de critici van die tijd geloven, dan ging de harmonie er nog van jaar tot jaar op vooruit, er werd hard gewerkt en de onderscheiden groepen instrumenten harmonieëerden beter.

Hubert De Baets beschreef het concert van 24 november als volgt:

  Meester van Eechaute komt vooruit met de tronie van een generaal...  op zijn teken staan of kruipen zijn muzikanten recht, hij draait zich naar het publiek, groet zeer vriendelijk maar een weinig ongerust...  Hij steekt de armen in de lucht en concentreert de aandacht van de muzikanten op de punt van zijn toverstokje.  Hij valt onmiddellijk met de deur in huis en doet een klankenorgie oprijzen...  "Gij daar, zegt hij, merci", omdat de trombone van haar (kruis) genezen is,.  daar stampt hij 't lood uit de voeten, de clarinetsolo moet die noot smijten, gelijk een chanteuse.  De triangelist slaat goed: het medicament heeft gewerkt.  De tymbalist heeft 67 maten te wachten.  Zal hij er op tijd zijn.  Zo niet, is 't een verloren schot.  't Valt goed uit, merci !  De clarinettisten zitten met overtuiging te bijten op de bek van hun instrument, ze weren zich om boven 't geronk van de overtuigde tuba's en bombardons uit te komen, die verkwistend hun grote voorraad adem uit hun gezonde longen in hun gedrochtelijke instrumenten pressen.  Achter de pistons en de bugels ziet ge gloeiende rode koppen zitten.  De fluit geeft een arpège met een trilde die ons aan een nachtegaal bij zomerpracht doet denken.  't Klein klarinetje is jaloers en nijdig tsjirpt het de mussen na, in de verte hoort ge de jachthoorn die triomfantelijk het naderen van de vliegende (61) hollander aankondigt.  De saxofoons, de mannen van 't oosten, de slangenbezweerders, zitten op hun struisvogelbekken te nijpen en blazen in hun lange pijpen dat ze de Oosterse zengende zon hun lichaam gevoelen verhitten.  De baritons wroeten zich overal maar tussen, hun noten liggen gevangen gelijk een hoop vinken (62) onder een dubbelslag.  De batterij dondert gelijk een Italiaans geschut en de contrabasist wrijft overtuigd op de buik van zijn gedrocht dat zijn mistevredenheid uitbromt.  Hier en daar vindt ge nog een valsaardeken, enen die ne keer een noot blaast zo flets en waterachtig als een kokosnoot, nen anderen met te veel iever die er vroeger wil zijn dan de speelmakkers, de meester zijn ogen snijden als messen, hij snijdt hun de etter onmiddellijk uit de wonden...
  Tafelrede 25-11-1935

Op het Ceciliafeest sprak Maurice Goethals voor de twintigste keer, waarvan 14 keren als secretaris en reeds de zesde maal als voorzitter.  Wie voor de laatste maal het woord nam was Pius Ryffranck, de kroniekschrijver van de eerste vijftig jaren Amicitia, stichter, oud-sekretaris, oud-dirigent en erebestuurslid.  De oude man sprak gemoedelijk over de "mannen van verleden eeuw" en met een vaderlijke bezorgdheid over de katholieke partij, alsof hij de nakende nederlaag van 1936 voelde aankomen.

In 1936, februari, nam Julien Van Overberghe ontslag als bestuurslid en werd als lesgever klarinet vervangen door Edmond Verstraete, solo-klarinet bij de Harmonie St.-Georges.  Prosper Van Eechaute die leraar was aan het Gents conservatorium zorgde ervooor dat Amicitia uitgenodigd werd om op de vooravond van de nationale feestdag op de Kouter te Gent een concert te geven.

Het menu van het banket 1936 was representatief voor de dertiger jaren:

  Tomatensoep
Bouchées
Tarbot, aardappelen, gesmolten boter
Osseharst, aardappelen, groenten
Kiekens met salade
Gebak

Hubert De Baets gaf een jaarverslag, Maurice Goethals dankte de jubilarissen met 25 jaren dienst en spoorde de muzikanten aan, de Deken gaf een paar vrome wenken en Remy Van Brabandt sprak de traditionele politieke rede uit en huldigde Aloïs Van Zandycke die voor de zestigste maal Cecilia vierde !

In juni 1937 moest Amicitia haar pater familias Pius Ryffranck ten grave dragen, een man die meer dan vijftig jaar op de bres had gestaan om de katholieke gedachte te verspreiden: een ietwat conservatief, frans georiënteerd journalist, uitgever van de Gazette van Eecloo en het district, pianist, componist, gelegenheidsorganist in de dekanale kerk, schrijver, oud-gemeenteraadslid, beheerder van de Katholieke Kring, stichter van de schoolpenning en Amicitia (waarvan oud-dirigent), oprichter van de Burgersbond 1903 en van de Bond van grote gezinnen, erevoorzitter van de Vereenigde Gedecoreerden, in leven stadsontvanger en wisselagent, genoeg om tien levens te vullen.  Alleen Amicitia kon hem een oprechte en welgemeende laatste hulde brengen en speelde "Sur le tombeau de mon père".  Daags nadien werd spelend lid Karel Delcourt begraven en in augustus bestuurslid Paul Goethals, broer van de voorzitter.

De reis, wegens de benepen financiële toestand ingekrompen, ging naar de Vlaamse Ardennen, en werd besloten met een bezoek aan de brouwerij Roman te Mater.

Het concert op de Kouter te Gent kende een enorme bijval en men was unaniem: "geen enkel burgermuziek van heel Gent is in staat te geven wat Amicitia hier vanavond gegeven heeft" (63).

Kenden de openbare concerten in Eeklo steeds minder succes, de Ceciliaconcerten in de zaal kenden er steeds meer.  Op zondag 21 november 1937 luisterden meer dan 600 aanwezigen naar een drie uur durend concert van harmonie en symfonie: "een concert zonder weerga, homogeen in klank en maat ".

  Klokkenspel van Luigini is een gebed vol innigheid en zachtheid, gezongen door de violen en gerytmeerd door de stem der klokken, op meesterlijke wijze weergegeven door Aimé De Vliegher...  Een plotselinge sonnerie brengt ons over naar Firenza.  En de zang der trompetten, op prachtige wijze gespeeld door G. Van De Woestyne en Ant. Kindts wordt in echo opgevangen door de bassen.
  De Eecl. 80 (1937),48 (28 nov.).  G.A.

Begin 1938 namen vernieuwingswerken aan de rijksweg 10 door Eeklo een einde en werd ook de stadskiosk, die sedert 1905 de markt sierde afgebroken en doorverkocht aan Waasmunster.  Van dan af zijn de concerten op de Markt eerder zeldzaam en worden vervangen door muzikale wandelingen.

NIEUWE DIAPASON

In april nam Prosper Van Eechaute, directeur benoemd in het Kortrijks Conservatorium, ontslag als dirigent van Amicitia en als directeur van de Stedelijke Muziekschool.  Na een overgangsperiode waarin J.E.  Strauwen, Piet Nutten en Richard Van Hyfte dirigeerden (64), werd E.  Brants als dirigent aangeworven.  Brants was luitenant-kapelmeester van het muziekkorps van het 4de linieregiment te Brugge en adviseerde het bestuur; aangezien nieuwe instrumenten moesten gekocht worden, te veranderen naar de nieuwe diapason (65).  Er werd een grootse tombola op touw gezet en mede door een milde gift van Remy Van Brabandt, kon men het jaar daarop nieuwe instrumenten kopen en in de nieuwe diapason spelen.

Op 7 mei werd erevoorzitter, burgemeester Lionel Pussemier ten grave gedragen.  Gedurende de zomer werden er wel een paar concerten in hovingen gegeven, maar het werd hoe langer hoe duidelijker dat het Ceciliaconcert het belangrijkste was.  Brants dirigeerde het kalm en vastberaden, maar niet vrij van fouten.  In zijn toespraak op het Ceciliafeest looft voorzitter Maurice Goethals de inspanningen van de onderdirigent en lesgevers Richard Van Hyfte en Adolf Acke, die een beperkte "jazzformatie" leidde om het feest op te luisteren.

Emiel Brants
 

Op 23 februari 1939 begeleidde Amicitia medestichter Octaaf Lehoucq naar zijn laatste rustplaats.  In zijn tijd (voor de 1ste wereldoorlog) was hij de spil waar heel de harmonie rond draaide, een kluchtspeler en zanger van formaat.

De trekking van de tombola om de verandering naar de nieuwe diapason te bekostigen ging gepaard met een concert op donderdag 23 maart:  1. Eendracht maakt macht (H. De Bozi)  2. Egmontouverture (L.  van Beethoven)  3. Czardas (Michiels)  4. Romance zonder woorden (Tsjaikowski)  5. Hottmanns vertellingen (Offenbach)  6. Souvenirs van Avion (E.  Brants).

Op 29 april 1939 greep de eerste repetitie met instrumenten in de nieuwe diapason plaats.  Richard van Hyfte werd belast met het verkopen van 12 oude klarinetten en 3 saxofoons.  Het eerste openbaar optreden in de nieuwe diapason was de begrafenis van de jonge Antoon Voet op 12 juli; daarna volgden wandelconcerten, een concert in de hovingen van de Katholieke Werkmanskring op een Vlaamse kermis.  Het laatste vooroorlogse concert had plaats op zondag 3 september 1939 om 11 uur op de Markt en de laatste processie op 15 augustus.

OORLOGSDREIGING

In september werden 14 van de 52 spelende leden onder de wapens geroepen en het bestuur liet hen paketten opsturen.  In de gezamenlijke stoet naar de begraafplaats op 1 november stapte de harmonie niet mee omdat er tijdens het officiële gedeelte geen priester het gebed mocht zeggen.  Eeklo werd toen bestuurd door een liberaal-socialistische meerderheid.

Wegens de oorlogsomstandigheden was er geen Ceciliaconcert, maar op zaterdag 18 november vierde men toch Cecilia door een bezoek aan de leden-herbergiers en om 19.30 uur voor bestuur en 51 spelende leden een avondmaal, dat gezien de omstandigheden best meeviel:
  Soep
Voorgerecht
Kieken met aardappelen en saus
Taartje

Een feestadres werd door alle aanwezigen ondertekend en opgestuurd naar de opgeroepenen.

Op de laatste bestuursvergadering van 1939 werd er een weddenschap aangegaan om een maaltijd voor heel de harmonie tussen de partij der optimisten (Maurice Goethals en Maurice Baele) die dachten dat de oorlog gedaan zou zijn op 31 december en de partij der pessimisten (Urbaan Van De Woestyne, Richard van Hyfte, Richard De Nys, Prosper Van Ghyseghem, Edgard Van Zandycke en Hubert De Baets) die dachten dat de oorlog langer zou duren.

De verliezende partij der optimisten liet er geen gras over groeien en bood op maandag 29 januari 1940 aan 45 man een maal aan.  Het was een gezellig feest met toespraken van Maurice Goethals, Hubert De Baets en Aimé De Vliegher.  Urbaan Van De Woestyne en Richard van Hyfte wisten door hun mimespel en hun fratsen de gezelligheid op te voeren zo dat het laat werd.

  Als wij een beetje geladen raakten, begon men te zingen van "Er zitten vliegen in de lucht, vliegen in de lucht", dit was het lied van Urbaan Van De Woestyne.  Dan stond hij recht en vertelde van de heidense koning Clovis die zich met 500 van zijn volgelingen liet dopen; het duurde redelijk lang eer dat de erfzonde hem ontviel.  Daarna stonden zij recht: Richard Van Hyfte, de gouden man voor de harmonie, Urbaan, geboren dramaturg en de heldhaftige Aimé De Vliegher, die altijd voor hij naar de repetitie kwam eerst de kruisweg deed.  Zij zongen van het sijsje, ze bezongen de hemelse vreugde waarmee het vrije sijsje de schepper bedeelde.  Het werd gevangen en Urbaan met de tranen in de ogen, met een stil, droevig gelaat en met medelijdende overtuiging die op zijn gezicht getekend was bezong de bittere smart van het opgesloten vogeltje....  tot het deurtje werd opengezet en het beestje de vrijheid terugkreeg.  Dan bulderde de hele harmonie de ode aan de vrijheid: "0, wat was de vogel blij !"
  Hubert De Baets, tafelrede 17-11-1973

De harmonie ging haar gang zo goed als 't kon tot de Duitse inval België voor de tweede maal in minder dan 25 jaar in doffe ellende stortte.

__________________________

(56) GvE 65 (1931), 3082 (22 februari).  Terug naar de tekst
(57)  De Eecl. 82, (1930), 30 (27 juli).  Terug naar de tekst
(58)  Een dirigent werd aangesproken met "meester" of "chef".  Hij werd toen ook soms bestuurder of directeur genoemd.  Terug naar de tekst
(59)  De Eecl. 85 (1933), 48 (26 nov.).  Terug naar de tekst
(60)  H. DE BAETS, Tafelrede 26 november 1934.  Terug naar de tekst
(61)  Aimé De Vliegher speelde hoorn.  Terug naar de tekst
(62)  Eugène Fordeyn, baritonspeler, zong op feesten altijd "De Vink".  Terug naar de tekst
(63)  De Eecl. 89 (1937), 24 (13 juni).  Terug naar de tekst
(64)  Ook Hubert De Baets was wel eens gelegenheidsdirigent.  Terug naar de tekst
(65)  Vastgestelde waarde van toonhoogte.  De nieuwe diapason ligt 1/2 toon lager dan de oude.  Terug naar de tekst

Separator

Koninklijke Katholieke Harmonie Amicitia 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  23-08-2019