Een merkwaardige Heer van Kaprijke
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1984, 17de jaargang, nr. 3

EEN MERKWAARDIGE «HEER VAN KAPRIJKE»

Zoals reeds bekend uit het werk van DE POTTER en BROECKAERT (1) kende Kaprijke tijdens de periode van het Ancien Régime twee perioden waarin het als "heerlijkheid" in handen was van één of meerdere voorname geslachten.  Waar de eerste fase (2) nog veel vraagtekens stelt i.v.m. de juist begin- en einddatum en men — voorlopig althans — helemaal nog niet zeker is, welke precies de verschillende personen waren die deze titel mochten dragen, staan heel wat meer gegevens ter beschikking voor de tweede fase die aanvangt met het jaar 1626 (3).  Vanaf dat jaar werd Kaprijke opnieuw als heerlijkheid verpand en het zou zo blijven tot op het ogenblik dat het Franse bewind aan de instellingen en geplogenheden van het Ancien Régime voor goed een einde stelde.

In de loop van die tweede periode die dus bijna twee eeuwen besloeg, kwamen achtereenvolgens de families De Clercq, Caloen, de Seclyn en de Schietere de scepter zwaaien over Kaprijke: meestal gebeurde dit eerder onopvallend; uitzonderlijk echter verwekte dit heel wat beroering.  Een memorabel figuur was voorzeker François Joseph de Schietere, "heer der stede ende vrijhede van Caprycke, Lophem etc.".


Hoevewoning van de heerlijkheid Heine.
 

Geboren te Gent op 5 augustus 1683, ontving hij het doopsel in de kerk van Sint-Martinus op 8 augustus; peter hierbij was François de Seclyn, heer van Kaprijke.  In 1711 werd François Joseph benoemd tot burgemeester van het Brugse Vrije; in deze hoedanigheid werd hij trouwens in 1717 afgevaardigd naar Gent ter gelegenheid van de inauguratie van keizer Karel VI als graaf van Vlaanderen.  Op 12 april 1713 huwde hij te Kruishoutem met Marie-Françoise-Florence de Roisin; uit dit huwelijk sproot slechts een dochter: Marie-Louise-Ernestine die op 9 augustus 1714 het doopsel ontving te Brugge en korte tijd daarna overleed.

Zoals hierboven reeds werd vermeld, was François Joseph de Schietere verwant met de familie de Seclyn.  Dit verklaart dat met het overlijden van Joe Adriana Theresia de Seclyn, vrouwe van Kaprijke en laatste lijnrechte afstammelinge van de familie de Seclyn, François Joseph feodaal erfgenaam werd van de heerlijkheid Kaprijke (4).

Op 2 november 1744 vernemen de burgemeester en de schepenen van Kaprijke dat François Joseph de Schietere "sijnen intré als heere deser stede op den 4en deser loopende maendt" wil doen en daarom
  "...  van ons was versouckende dat wij daeghs te vooren souden ghesonden hebben twee coppelen peirden binnen de stede van brugghe in de herberghe het paradijs alsmede dat beijde gulden van dese stede sauden gecommen in rang omme den voorn. heere in te haelen; in diervoughen hebben Bre ende Schepenen gheresolveert omme te voldoen aen desselfs versoeck te senden twee coppelen peirden die daertoe sullen vertrecken den 3en deser midtsg. hebben doen daghvaerden de twee respective gulden ende omme den voorn. Edelen heere het respect ende eere te bewijsen tgone hem in dierghelyck gheval competeert, hebben gheresolveert te stellen een vierstaeck voor het stadthuys deser stede midtsg. gheordonneert te doen opcommen hondert ghewapende mannen met fusiecquen omme volghens order van het voorn. collegie te schieten ende hem te presenteren daer het sal gheordonneert worden waertoe ghecoght sal worden 50 pont buspoeder twelck hun naer proportie sal door den collegie uytghedeelt sijn ende omdat niemant vande voorn. ghewapende mannen en saude in faute blijven van te compareren op den 4en deser ten een uren naer middagh ten stadthuyse deser stede soo wordt tot laste van de non comparanten naerdies ten collegie sal ghebleken sijn dat sij daer toe behoorelijck gedaghvaert sullen wesen, ghedecerneert eene boete van te weten ten laste van elcken corporael tot 0-3-4 ponden gr. ende van de supposten tot 1-0-0 lb. par. waervan sullen ghemaeckt worden vier differente compagnien waervan onder elcke compagnie sal wesen eenen capiteyn met twee corporaels onder welcken de suppoosten sullen ghehauden wesen te resivenderen ende hun orders sullen observeren inghevolghe sij die vanden collegie sullen ontfanghen hebben, sijnde wijders bij den collegie gheresolveert den voorn. Edelen heere bij hun te peirde te gaen ontfanghen ende feliciteren ende den stadthuyse deser stede te illumineren" (5).

In het verslag van de magistraatsvergadering van 6 november 1744 vernemen wij dan in detail hoe deze intrede precies verlopen was: in overeenstemming met wat hun gevraagd was, zonden de burgemeester en schepenen
  "... twee coppelen peirden te weten degone van Andries vander Waerhede, pachter van het fonchier der stede van Caprijcke ende de twee peirden van Cornelis Judocus vanden Berghe tavernier in de Croone (5a) gheaccompagneert met Hr. ende Mre Carolus de Bouck deservitor dewelcke den selven Edelen heere hebben ghebracht met zijn voiture tot Maldeghem ende aldaer ghearretteert, alwaer is ghecommen Jan Francois de Mey missagier bij ordre van den collegie van Caprycke ende den selven Edelen heere uuyt hunnen naem ghecomplimenteert ende eensweeghs ghevraeght wat ure sijn Edelheyt soude ghearriveert hebben tot Caprycke die daerop heeft gheantwoort te doen sijn compliment aen de wethouders ende dat hij aldaer soude ghearriveert hebben tusschen het ghescheet van Caprycke ende eecloo ontrent den vijf uren s' naermiddaghs, inghevolghe van welcken order hebben balliu ende schout ende Schepenen van Caprycke te peirde ende Bre midtsge met hemlieden greffier der heerlijchede van Heyne te voet, het gulde van den H. Martelaer Sebastiaen ende de confrerie van den Soeten Naem Jesu beneffens vier capiteynen acht corporaels ende 120 supposten met fusiecquen ende vier trommels hun ghetransporteert tot jeghens d'uytterste paele vande stede van Caprycke commende jegens Eecloo ende den meer gheseyden heer aldaer ghefeliciteert met recommandatie van dat denselven edelen heer saude ghelieven vooren te staen de preminentien ende het welvaeren derselver stede, twelck den voorseyden heer oock heeft belooft te doen voor soo veel aen hem dependeert, soo hebben balliu schaut Bre ende Sch. van Caprycke met die van heyne midtsg. het gulde ende de confrerie met de capiteynen, corporaels ende supposten alsmede de vaarder insetenen van hetselve Caprycke den voorn. edelen heere elck naer rang geconduiseert tot aen het kerkchecken der gemelde stede alwaer heeft gestaen hr. ende mre Carolus Suppre pastor der stede van Capryck in sijn priesterlijck ghewaet, pieter bernard bocxtael coster ende francois van coppeghestelle kerckballiu ende vandaer ghegaen tot aen den trap ofte inganck der kercke deser stede, alwaer den meergemelden heer pastor heeft ghegheven het ghewijt waeter aen den voors. edelen heer ende aen Jor Carolus albertus de Schietere sijnen mher raedt der stadt brugghe ende sone van Jor philippe Carolus de Schietere heere van Malstappel schaut der stede van brugghe, welcken voorn. heer Carolus Albertus de Schieter den gemelden edelen heer van Capryck accompagneerde tot aen den hooghen autaer inde banck ofte sitsel vanden heere deser stede inde selve kercke ende wiert alsdan ghesonghen den te deum ende naer dien gedaen het Lof met het uytstellen van het alderheylighste onder het lossen van alle de musqueterie ende ander gheschut, naer het eyndighen van het selve Lof wiert den voorn. edelen heer door de gheseyde bailliu, schaut, Bre ende Sch. van Caprycke degone der heerlijchede van heyne gheleydt op den stadhuyse deser stede, alwaer hij andermael heeft ontfanghen de complimenten ende tusschen het drincken van een goet glas wijn diversshe mael gheloft alle de musqueterie, ende was oock voor tselve stadthuys ghestelt eenen vierstaeck ende gheillumineert onder welcke vreughde teeckenen hebben deselve respective wetten den voorn. edelen heer gheconduiseert tot op het casteel van Caprycke onder het andermael losbranden vande musqueterie die hun des anderendaeghs met dheeren pastor ende deservitor op den selven stadthuyse treffelijck ter maeltijdt heeft onthaelt ende des avonts hunne vrauwen.  Eyndelinghe heeft den meergemelden heer op den 6en dito doen celebreren den lyckdienst over de ziele van wylent d'overledene vrauwe van Caprycke ende ter maeltijdt onthaelt dheeren pastors ende de voors. respective wetten met beyde de confrerien ende d'ander ghemeentenaeren deser stede" (6).

Tot zover verliep alles naar wens; Kaprijke had zijn nieuwe heer luisterrijk ingehaald.  Tromgeroffel en musketschoten, vreugdevuren en een feestelijke maaltijd hadden gezorgd voor een ideale stemming.  Een veilige toekomst leek verzekerd, want de heer had immers verklaard dat hij "de preminentien ende het welvaeren der selver stede... saude vooren staen".
Inderdaad !  Niet alleen de voorrechten van zijn heerlijkheid Kaprijke, maar ook zijn eigen rechten en aanzien zouden met hand en tand worden verdedigd.  En de inwoners van Kaprijke moesten niet lang wachten om te weten wie zij hadden ingehuldigd.  Zoals uit de hierboven geciteerde bron kan worden afgeleid, moest op 6 november een lijkdienst gecelebreerd worden voor de zielerust van Adriana Theresia de Seclyn.  Op de maaltijd die na de lijkdienst werd aangeboden, waren niet alleen de pastoors en de magistraatsleden van Kaprijke en Heine, de beide gilden en vooraanstaande gemeentenaren, doch tevens de pater gardiaan van het klooster van de franciscanen te Eeklo uitgenodigd (7).

Ingangskapel hoevewoning.
 

Tijdens de maaltijd was ondermeer de versiering van de raadszaal van het stadhuis ter sprake gekomen.  Naar aanleiding daarvan vroeg de heer aan pater gardiaan of het geen goed idee ware, daar een schilderij te laten ophangen "representerende het Leste Oordeel".  Daar pater gardiaan waarschijnlijk geen al te hoge dunk had van het intellectuele peil van de toenmalige magistraatsleden, antwoordde hij dan ook zonder omwegen "dat men inde selve collegie camer soude stellen eenighe uylscoppen".  Blijkbaar viel dit antwoord niet in goede aarde, want de heer van Kaprijke replikeerde hierop "dat hij die selve conde hanghen in sijnen rifter ende dat hij hier niet en moeste commen om ons te affronteren".
Het bleef echter niet alleen bij woorden.  Zoals de oudere inwoners van het huidige Kaprijke zich nog goed kunnen herinneren, werden de paters franciscanen in het verleden steeds ingeschakeld bij het biechthoren op grote kerkelijke feestdagen.  Ook toen reeds was dit een loffelijke gewoonte en uiteraard werden zij voor hun bewezen diensten ook vergoed.  Dit laatste was de gevoelige plek waar de heer van Kaprijke zou tonen, dat men hem niet op de tenen moest trappen.  Hij gaf aan de burgemeester de opdracht "de paters recollecten te excuseren van hunnen ghewoonelycken dienst in het toecommende" en in hun plaats zouden paters capucijnen komen van Gent.  Uiteindelijk waren het geen paters uit Gent, maar wel twee paters capucijnen uit het klooster van Brugge die deze taak zouden overnemen en daartoe
  "... naer hier sauden gecommen hebben om alhier te blijven woonen afwachtende d'orders van hunnen Eerw. pater proventiael ten welcken eynde den voorschreven heere alreede hadde ghecocht op aggreatie vanden collegie het huys ende erfve daermede gaende groot ontrent de 200 roeden ghestaen ende gheleghen op de merckt ende plain deser stede competerende Jooris Kimpe tot Waterdyck voor de somme van neghen hondert guldens courant ende een pistole voor svercoopers huysvrauwe" (8).

Natuurlijk was een dergelijke regeling onderworpen aan de goedkeuring van de bisschop van Brugge en om deze reden werd een verzoekschrift tot Zijn Excellentie gericht:

  "Monseigneur,
Supplient tres humblement Le Seigneur Moderne, et les bourgmaitre et Echevins de la ville et franchise de Caprycke qu'à la Requisition de tous Leurs inhabitans, ils ont admijs par leur Resolution et celle de deputees de plus grands adheritees de reverends pere capucijns, pour ayder dans Le fonctions le cures, dans le devoir chretien, consistants dans le nombre d'Entre quatre et cincq mille ames a quelle fins ils ont procure un demeure pour Lldt reverends pere capucijns, d'autant plus que nous ne somme Eloignees q'un Lieu et demij de la jurisdiction de Leurs hautes puissantes Les Etats generaux Ennemys de notre Religion et a fin que nos dit mannans pouroit plus facilement s'Exercer dans le devoir chretien tant a matiere d'Entendre le messe et sermons et principalement pour avoir liberté de conscience en pouvans ce confesser audit reverends pere capucijns, dans l'Espoir que Votre Excellence sera servie d'avoir La charitee d'Laggreer ont l'honneur de S'addresser en toute humilité à elle, à fin de les vouloir honnorer de Sa protextion tres puissante à fin d'obtenir L'octroy indispensable et que tous ceux qu'il appartiendra de ces regler à L'advenant" (9).

Dat men bij deze gelegenheid niet terugschrok voor een leugentje om bestwil, of anders uitgedrukt, voor een lichte (?) overdrijving, moge blijken uit het feit dat Kaprijke - althans volgens dit verzoekschrift - een bevolking telde die schommelde tussen de 4000 à 5000 zielen.  In werkelijkheid waren het er nog geen 3000 !  (10).  Het argument was echter doorslaggevend, want uit het verslag in het resolutieboek van burgemeester en schepenen vernemen we dat de bisschop wordt bedankt voor de paters capucijnen die hij naar Kaprijke gezonden heeft om te helpen bij de hoogdag van Kerstmis (11).
Niet alleen de gardiaan, maar ook de burgemeester en schepenen van Kaprijke wisten weldra hoe laat het was.
Op 31 maart 1745 werd op het kasteel van Kaprijke een ordonnantie opgesteld, die als een donderslag bij heldere hemel moet weerklonken hebben.  De magistraatszittingen van zijn Kaprijkse onderdanen waren in zijn ogen wellicht een beetje té ordeloos, té weinig naar de letter van de wet en té veel naar de geest ervan.  Hij zou als een man met ervaring - hij was immers burgemeester van het Brugse Vrije geweest - aan de brave Kaprijkenaren eens voorschrijven, hoe een ambtsvergadering moest verlopen.  Zijn baljuw Joannes François de Mey kreeg dan ook de opdracht deze ordonnantie aan de burgemeester en schepenen voor te lezen, om voor eens en altijd duidelijk te maken hoe zij zich in officiële aangelegenheden moesten gedragen.

De tekst luidde als volgt:
    "Den onderschreven als heere der stede ende vrijhede van Caprycke ordonneert d'heer Joannes francois demey bailliu der selver, precis ten drij uren het collegie te doen sluyten ende niet te permitteren dat jemant vanden selven collegie sal vermoghen gheseten sijnde op hunne ordinaire plaetse een woort te spreken, tensy van den selven heer bailliu ghemaent synde op de boete van vijf sch. wisselgheldt voor elcken keer, ende op alle affairens te maenen tot den Lesten Schepenen, ende alsdan door den greffier de Resolutie te doen uytten, den welcken dan of precise notitie sal houden inde voornomde maenynghe ende alsoo uytten, voorts niet te permitteren dat jemant van de wethouders hem sal vervoorderen van eenighe requesten in te houden sonder dat den selven heer Bailliu sal ghemaent hebben, op de boete van 20 schell. gr., de selve boeten in te voorderen in proffyte vande gone die in het Collegie present sullen wesen ende het import vande selve boeten te doen vertairen naer het eyndighen vanden collegie, voorders niet te permitteren dat men sal admitteren inden selven collegie eenighe procureurs om te doen veranderen eenighe ghegeven appostillen ghelyck men ghedaen heeft ten sij bij onder correctie ende als wanneer jemant inden collegie comt om jets te verthoonen ofte proponeren niet een woort te spreken bij de wethouders tensij dat sij daerop ghemaent worden op ghelycke boete van vijf sch. gr. ende alsoo hun ghehoort hebbende te doen vertrecken ende in maenynghe te legghen, ende de resolutie daerop ghenomen synde te clincken, den verthoonder ofte verthoonders binnen te Laeten commen, te doen declareren de resolutie door den greffier sonder dat jemant daer in sal moghen spreken op de boete alsvooren, voorts ordonnerende dat niemant vande wethouders en sal vermoghen eenighe weesepenninghen bij hem te houden veel min te legghen de ghenamptierde penninghen ter greffie op peyne van intreste danof te betaelen aende weesen, ter contrarie alle pennynghen van weesen te doen namptieren om aen te Legghen ten proffytte van deselve ende geene pennynghen te laeten in handen van particuliere ende aen die ghelycken intrest te doen betaelen tsedert dat sy de selve onder hun ghehouden hebben ten adv. vanden pennyngh sesthiene, ende alle rekeninghen te licquideren in volle vergaederynghe vanden selven collegie, ende int toecommende geene ghevanghene te laeten uyt vanghenisse gaen sonder preallable resolutie vanden voorn. collegie, ordonnerende aenden voors. heer Bailliu dit alles poinctuelyck te doen onderhouden ende aenden greffier dese ordonnantie t' enregistreren sonder hier op te maenen, den welcken sal ghehouden syn te enregistreren ende bij hem te onderteeckenen alle de te nemen resolutien ghenoughsaem synde dat hij deselve ten boucke onderteeckent, soo oock dese ordonnantie, midts het mij alsoo belieft alles tot beter ende indispensable Regerynghe.  Actum int casteel desen 31en maerte 1745 ende was onderteeckent Fs de Schietere Lophem et de Caprycke" (12).

de oude paardemarkt
Op de oude paardemarkt, prachtig ornement met daaronder met snijwerk versierde rolluikkast.  In het geschept motief zijn 2 appels terug te vinden.
 

Indien de heer van Kaprijke dacht een makke, volgzame groep van eenvoudige landslieden voor zich te hebben die zich slaafs aan hem zouden onderwerpen, dan had hij het mis voor.  Zij gaven aan de griffier opdracht in het resolutieboek te doen opschrijven dat zij met eenparigheid van stemmen besloten hadden "hun in het alderminste niet te willen obligeren in hetgone hiervooren opghestelt maer in contrarien van dien pretenderen ende verstaen te regieren ghelyck sijlieden in goede justitie sullen vinden te behooren alles inghevolghe maght ende authoriteyt bij de Majt aen tselve toeghelaeten ende gheordonneert" (13).

Hoe de verhouding tussen de heer en zijn magistraatsleden evolueerde tijdens de volgende weken en maanden, kunnen wij alleen maar gissen.  Zeer goed zal ze voorzeker niet geweest zijn, want op 17 juni 1745 noteerde de griffier:
  "... dat... Jor Francois Joseph de Schietere heere der stede... op gisteren sijnde ordinairen wetdagh, hadde ontsleghen van den ghepresteerden eedt als Burghemeester den persoon van Pieter Dhont voor het bannen van de vierschaere ter oorsaecke hij niet en heeft willen observeren de ordonnantie bij hem ghegheven tot beter regerynghe ende manieren aen desen collegie vergadert synde in daeten 31en maerte 1745 ende selfs oorsaecke gheweest thebben dat nogh twee andere schepenen tselve oock niet en hebben willen accepteren... (14).

Was François Joseph de Schietere werkelijk een zo onhandelbaar man ?  Wij vermoeden van niet.  Wellicht was zijn onwrikbare handelswijze een gevolg van een samenloop van omstandigheden: vooreerst ging het hem financieel niet voor de wind (15), vervolgens was zijn echtgenote hem reeds ontvallen op 23 september 1739 (16) en uiteindelijk was zijn gezondheidstoestand misschien ook niet meer zo denderend (17).  In die richting wijst in elk geval het feit dat hij op 7 september 1745 afstand deed van zijn titel "heer van Kaprijke" ten voordele van zijn neef Charles Albert de Schietere die heer van Kaprijke zou blijven tot de val van het Ancien Régime (18).

R. Buyck

__________________________
(1)    (1) DE POTTER F. en BROECKAERT J., Geschiedenis van de Gemeenten van Provincie Oost-Vlaanderen. Arr. Eekloo, 2de deel, 1870-1872, passim.  Terug naar de tekst
(2 ID., pag. 48 e.v.  Terug naar de tekst
(3 In dat jaar werd Kaprijke als heerlijkheid verpand aan een poorter van Brugge, Valentijn de Clercq, voor de som van 10.500 gulden.  Terug naar de tekst
(4 DE HERCKENRODE, Nobiliaire des Pays-Bas et du Comté de Bourgogne.  Dl II, pag. 17G9-1771.  Volgens dit werk zou Adriana Theresia de Seclyn overleden zijn op 19-07-1734.  Dit is onmogelijk !  Vooreerst werd in haar staat van goed (R.A.G. Familiefonds n" 279) een testament geïnserreedd dat door haar werd ondertekend op 5-11-1734; vervolgens liet zij zich op de auditie van de armenrekening, gepresenteerd op 22-09-1744 vertegenwoordigen door pastoor Carolus Suppré (Gemeentearchief Kaprijke, armenrekening over de jaren 1741-1742).  Terug naar de tekst
(5 R.G. Fonds Kaprijke nr. 649 f° 224  Terug naar de tekst
(6 R.G. Fonds Kaprijke nr. 649 f° 224 v°  Terug naar de tekst
(7 R.G. Fonds Kaprijke nr. 649 f° 225 v°  Terug naar de tekst
(8 R.G. Fonds Kaprijke nr. 649 f° 226 v°  Terug naar de tekst
(9 R.G. Fonds Kaprijke nr. 649 f° 228 v°  Terug naar de tekst
(10 Wij beschikken i.v.m. de demografische situatie van Kaprijke over 2 tellingen die in de loop van de 18de eeuw werden uitgevoerd.  Vooreerst is er de telling van 23 maart 1748 die een totale bevolking van 2277 inwoners vermeldde (R.G. Fonds Kaprijke nr. 42); vervolgens is er de telling van het jaar 1782 waarbij een totale bevolking van 2753 inwoners werd genoteerd (R.G. Fonds Kaprijke nr. G50, wetsvergadering van 8-6-1782).  Terug naar de tekst
(11 R.G. Fonds Kaprijke nr. 649 f° 229 v°  Terug naar de tekst
(12 R.G. Fonds Kaprijke nr. 649 f° 233  Terug naar de tekst
(13 Ibidem.  Terug naar de tekst
(14 R.G. Fonds Kaprijke nr. 649 f° 236 v°  Terug naar de tekst
(15 DE SCHIETERE DE LOPHEM, Alb., Histoire de la famille de Schietere.  Tablettes des Flandres, recueil 9, Bruges 1968, pp. 357-358.  Terug naar de tekst
(16 IDEM, a.w., pag. 355 vermeldt als sterfjaar 1729 en 1739; op het grafmonument (pag. 356) staat 1739, zodat het eerstgenoemde jaar een drukfout moet zijn.  Terug naar de tekst
(17 Hij overleed te Loppem op 23 april 1748 (cf. grafmonument, voetnoot 16).  Terug naar de tekst
(18 R.G. Fonds Kaprijke nr. 649 f° 272  Terug naar de tekst
(5a De herberg "De Croone" bevond zich op de hoek van de Molenstraat, op de plaats waar zich nu de Kredietbank bevindt.  Terug naar de tekst
 

Enkele verduidelijkingen van oude termen of afkortingen.

gulden - de Sint-Sebastiaens gilder der boogschutters.
resolveren - beslissen.
competeren - toebehoren.
noncomparanten - niet verschijnen.
ghederneert - boete oplegd.
suppost - een ondergeschikte van de magistraat, dus hier een inwoner van Kaprijke.
fonchier - het grondbezit, de hofstede van de heer.
deservitor - onderpastoor.
Bre - burgemeester.
preminentien - de rechten.
ghemaent - op een plechtige wijze vragen.
admiteren - toelaten.
appostille - randbemerking.
genamptierde penninghen - het geld dat aan de weeskinderen toekwam, moest aan de grifficr of aan de ontvanger ter bewaring worden gegeven.
adv. - in verhouding tot.
preallable resolutie - voorafgaand besluit.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  05-09-2019