Een pastoor uit het Meetjesland
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1985, 18de jaargang, nr. 4

EEN PASTOOR UIT HET MEETJESLAND

Paster Sies

2. De eerste jaren te Watervliet

Het was nog volop oorlog en zijn nieuwe parochie zat wel in een bijzondere situatie.  Grenzend aan een neutraal land behoorde de gemeente tot het "Sperrgebiet".  Van Knokke tot Vliermaalroot was het grondgebied afgezet met elektrische draden onder dodende spanning, die daarbij scherp in het oog werden gehouden door Duitse grenswachters.  Aan het Leopoldskanaal werd de zone in de breedte afgesloten door Duitse schildwachten, die hun leven elk ogenblik bedreigd wisten.

Inderdaad, Belgische spionnen lukten er regelmatig in de bezetter te verschalken en door de grensversperringen binnen te dringen.  Er was dan ook geen sprake van, op enige toegeeflijkheid te rekenen.  De tram, die vroeger van Eeklo naar Waterland-Oudeman reed, maakte nu rechtsomkeer te Bentille, op een goede kilometer van Watervlietse bodem.  Als men het dorp wou verlaten moesten er gegronde redenen zijn, evenzo als men er heen wou.  Maar die redenen had de nieuwe pastoor toen hij van de tram stapte.  Hij kwam naar een eigenaardige streek, daarom was hij ook een zeer bijzonder type.  Een voorafgaandelijke verkenning had hij zeker niet kunnen doen in de gegeven omstandigheden.  Alles was spiksplinternieuw.  Wat kon hij beter doen dan zijn eerste schreden richten naar een cafeetje op de wegsplitsing naar Gent en naar Eeklo, een wijk die men "De Linde" heette.  Hij kon kiezen tussen verschillende herbergen; nochtans was er eentje bij dat van eeuwigheid was voorbestemd om hem het eerst te aanschouwen: de kroeg van Fons Sonneville.  Aangezien het ras reeds bestond in Watervliet kon hij niet beter doen dan te rade gaan bij zijn soortgenoten.  Wat meer is, het was volop winter, en dit was er een waarvan de mensen nog praten na zestig jaar.  Geen weer dus om lang te treuzelen buiten !

De pastorij ten tijde van Sies
De pastorij ten tijde van Sies.

In het dorp was men ook benieuwd.  Op zichzelf was dat nu geen uitzonderlijke gebeurtenis, alhoewel een "inhaling" toen heel wat meer betekende dan nu.  Ze brak evenwel een beetje de eentonigheid van bijna vier jaar oorlogsellende.  Veel pracht en praal zou er uiteraard niet zijn.  Iedereen vroeg zich af hoe de nieuwe herder in zijn parochie zou landen.  Hij kon toch bezwaarlijk te voet komen van Bentille, op zo'n gelegenheid !  "Waar een wil is is een weg" zei meester Stevens, en die wil is er in Watervliet altijd geweest.  Victor Inghels, alias Stance Linde, schreeuwde het uit in alle herbergen dat hij, en niemand anders, de pastoor zou afhalen met zijn ponney en zijn tonneautje (1).  Als paardekoopman had hij een paspoort om te allen tijde het dorp te verlaten.  Bij Fons op De Linde heeft hij die andere Sonneville opgemerkt en hij is er op af gegaan.  De verse pastoor aanvaardde dankbaar de uitnodiging.  Beiden dronken een stevige borrel op de nieuwe vriendschap en als prijs voor het te leveren vervoer.  Zo werd het wel wat laat... later dan verwacht.... veel te laat zelfs.  Al de schoolkinderen, die aan het gemeentehuis verzameld waren, stonden blauw van de kou, zodat burgemeester Berckmoes de stoet ontbond vóór er een pastoor in het zicht kwam.

De pastoor toont de polder aan zijn familie
Zo toonde de pastoor de polder aan zijn familie.

Uiteindelijk zijn Sies en Victor, hobbelend over de ronde koppen van de Ketterijstraat, achter hun dravend ponneytje aan, met geestigrood aangezicht en scheefgezakte hoed, de schaarse overgeblevenen langs de weg toezwaaiend, naar de paskontrole gereden op het Hoogkasteel.  Victor schreeuwde het uit langs alle kanten waar hij nog een levend wezen opmerkte: "Jonges, 't is ne goeië zille !... 't is ne goeiën huur !....  Ge keu nie geluven wa ne goeiën dat 't is !... en teuten dat hij keut !!!"

Aangezien de dokumenten in orde bevonden werden mocht de herder bij zijn schapen blijven in Watervliet.  Of er nog welkomwoorden uitgesproken zijn herinnert men zich niet meer.... waarschijnlijk niet.  Men kan zich inbeelden dat de notabelen niet bijster enthousiast waren, en de winterkou deed er zeker geen deugd aan.  Maar Sies zal gelachen hebben en gezegd: "Dag burgemiester, 'k ben blije da'k a zie in da'k er gekomen ben.  Gienen tralala jong, 't is te kaaid en nie nudig uuk nie.  Loat er ons ienen gaan pakken, tuupe mee Victor, want zonder hem zoe'k er nie gekommen zijn...  Moar mee hem ging het uuk nie rap".

Toen op 24 december 1978 Peetje Potters gevierd werd als honderdjarige, trok een stoet door de straten, die de voornaamste gebeurtenissen uit dit leven van een volle eeuw evokeerde.  De inrichters waren het niet vergeten hoor !  Hoe zou het anders kunnen ?  Daar reden waarempel Sies en Sance Linde in een hondekar voorbij, wuivend naar de mensen als toen ze naar de paskontrole trokken, vóór de brigadekommandant, Dockx, de zwervende zagenzetter Adriaan en al de andere sterren van de Watervlietse folklore hemel.  Niemand moest om uitleg vragen, iedereen herkende ze..., iedereen herkende hem..., na zoveel jaren weer eens in de straat !  Akkoord dat het maar een evokatie was, doch in het hart van de mensen werd de herinnering springlevend, een herinnering die in het geheel niet dood was, die het ook nooit zal zijn, zolang iemand leeft die hem heeft ontmoet, een herinnering die een beetje sluimerde onder de dagelijkse zorgen voor het bestaan, maar die bij elke gelegenheid de kop weer opsteekt, en de mensen gelukkig maakt met haar wederopstanding.

Goede ouwe Sies van Watervliet !

Van zijn Watervliets tijdperk zijn vele verhaaltjes bekend.  Of ze allemaal waar zijn en gebeurd zoals ze verteld worden, kan men soms wel eens betwijfelen.  De mensen bedoelen er nochtans niets verkeerds mee als ze de zaken een beetje scheef trekken.  Tonen dat ze het goed weten, dat ze erbij waren, omdat ze zijn vrienden waren en de historie dan ietwat aandikken, hoort bij de genegenheid waarmede ze zijn nagedachtenis koesteren.  "Koestern" zal wel het enige passende werkwoord zijn.

Hoe dikwijls heeft hij geld gevraagd voor een huwelijksmis ?  Te oordelen naar hen die de kerkelijke plechtigheid kregen als geschenk, was dit zó in bijna het merendeel van de gevallen.  Maurice Vrombaut en Aline Plasschaert trouwde hij voor een fles jenever.  Richard Van Daele en Irène Saey kregen er na de huwelijksmis van half acht nog tien frank bij "om een druppel te gaan kopen bij Henri De Milliano".

"En woar goat de reize noartoe ?" vroeg de vaderlijk geïnteresseerde pastoor aan de bruidegom.
"Noar Moerkirke, langs de voart weg" was het antwoord.
"Haha" lachte Sies, wijzend op het specifieke en ingewikkelde model van hoed, die de bruid droeg, "Ge goa last hèn van de veugels zille, want ze goan peizen da hulderen nest wegvliegt !"


De voorouderlijke hoeve anno 1985.

Vraag me niet hoe hij die kosteloze diensten regelde met zijn koster; ik weet het niet.  Hetzelfde gebeurde met begrafenissen van minderbedeelden en zelfs anderen.  Geld had trouwens geen waarde voor Sies.  Een portemonnee bezat hij niet, stukken en biljetten staken zo maar los in zijn zakken.  In de keuken van Medard Van De Poele stond Klaartje steeds te wachten.  Nee, nee, ik bedoel geen lieve juffrouw, dat was Ouwe Klare !  Als de pastoor er zijn gezelschap trakteerde, greep hij in zijn zak een handvol muntstukken, gaf ze aan Anna, de dochter des huizes, en zei:
Hoalt er uit wa da 't moe kosten, kind.
Alhoewel bedelen toendertijd bij de klerus hoorde, deed hij dat met bijzondre tegenzin.  Ook herleidde hij de omhalingen tot het strikte minimum, d.w.z. Sint-Pieterspenning en niets anders.  'k Zie hem nog binnenkomen:
Leentje, 't is were zu verre huur !
Sentepieterspennink zeker, menier de Paster ?
Joa kind, neemt da buzzeken maar mee naar achter.
Ge komt toch een dreupelken drinken menier de Paster ?
Nie kind, nie, 't is overal iets hé ! (dat werd trouwens bewezen door de vrolijke blos op zijn aangezicht).
Allez, eentjen, toe ?
Vuuruit dan maar !

Aline en Maurice Vroumbaut gehuwd voor een fles jenever
Aline en Maurice Vroumbaut gehuwd voor een fles jenever.  Goed werk voor een zacht prijsje.

En inderdaad dan bleef het meestal bij eentje, want hij wilde een komaf maken met die schooierij, maar dat betekende per dag nog steeds een respektabel aantal.  Het gebeurde dat hij, met zijn "buit" op zak, een vriend ontmoette op de terugweg.  Ze gingen binnen bij Mele Velde, een herbergierster, en daar werd het beurzeken geledigd.  Oh nee, niet dat dààr de uiteindelijke bestemming lag van de parochiale bijdragen !  Dat zou niemand geloven.  In de pastorij werd de toestand weer recht gezet: een soort intrestloze lening, gedurende een paar uurtjes slechts !  Sinte Pieter, ook een visser die wel eens dierf pensen (2) op het meer van Genezareth en dat van Gallilea, zal het zeker begrepen hebben en geglunderd: "'t Is nu een beetje anders dan in mijnen tijd !  Daarbij, 't is toch geen Judas !"

Aangezien de pastoor in februari zijn intrede deed werd hij onmiddellijk gekonfronteerd met de voorbereiding van de Plechtige Kommunie, die, toen in feite ergerlijke, zeven weken.  Vandaag de dag kan men er nog bezwaarlijk bij, wat dit voor de betrokken kinderen betekende.  Er waren missen te zes uur en te half zeven.  Daarna begon de "lering".  Om tijdig in de laatste mis te zijn moesten de jongens en meisjes, die soms vijf kilometer te voet aflegden, dikwijls op besneeuwde wegen, rond half zes van huis vertrekken.  Fietsen kwamen eerst veel later, althans in het dagelijks gebruik.  Omgezet in een praktische taal wou dit zeggen: vóór vijf uur het bed uit, en soms vroeger als de katechismus nog diende geleerd te worden.  Er was ook geen verwarming in de kerk en de kinderen droegen geen pelsen jassen.

Tijdens één van die leringen ziet de pastoor een gezicht dat hij daags te voren niet opgemerkt heeft:
Prosper, waar weunde gij ?
Op de Moffe Gent, menier de paster.

De pastoor schiet in een lach, want de kronkels van het polderdialekt zijn zo ondoorgrondelijk als de wegen van de Voorzienigheid.  Hij had wel begrepen dat het hier geen stad Gent, ergens in Duitsland gold, doch slechts later bleek dat het een wijk betrof, die de Maagd van Gent heette.
Hoe komt da, da 'k aa gisteren nie gezien hè,
'k Hoa gien kloppers (3), menier de paster.
Hè der nui ?
Joa 'k, van mijn voadre die ziek is.

Na de lering moest Prosper wachten tot de anderen weg waren.  De pastoor heeft hem dan geld gegeven om klompen te kopen, en niemand zou dat ooit geweten hebben als Prosper het zelf niet had verteld.  Er kan niet aan getwijfeld worden dat Sies, diezelfde dag nog, naar de "Moffe Gent" is gereden, om in het gezin na te gaan wat er eventueel te kort was en om voor de nodige aanvullingen te zorgen.

Een nieuwe pastoor krijgt spoedig bezoek van het soort parochianen dat katholieker is dan de paus van Rome.  Het zijn de mensen die zich geroepen voelen om van alle medeburgers een curriculum vitae te bezorgen, aangevuld met allerlei beoordelingen en de bewijzen vandien.  Zo was er eentje dat een hele inkorting van verhaal door Sies kreeg opgelegd en bij gevolg overschakelde op een andere taktiek.  Het vrouwtje bekende vlees te hebben gegeten op een vrijdag en vroeg daaromtrent Sonneville's zienswijze.
Ge moe giene schrik hèn van wa dat er in gaat, maar wel van wa dat er uit komt, zei Sies en het gesprek was afgelopen.

De kollega's uit de aangrenzende parochies waren soms uit ander hout gesneden.  Als hij er op uit trok (hij had een ponney en een Tilbury, die een stalling vonden bij Theo, de smid), gebeurde het wel dat hij de pastoor van 's Gravenjansdijk ontmoette, terwijl deze zijn zoveelste omhaling deed.
Haha, zijd were aan 't scheuen dan ? riep Sies.
Joa 'k, en als ik genoeg hèn zal 'k aa ne kier ne frank geven om aa hoar te loaten knippen ! was het antwoord.
Ju ! (en verder niets).

Dat betekende dat zijn eer bezoedeld was en dat hij zou nadenken tot hij weer eens een scherpzinnig laatste woord zou hebben...

J. De Paepe              

__________________________
(1)    tonneat = tweewielig licht en open rijtuigje met laaghangende bak, waar men langs achter instijgt.  Terug naar de tekst
(2 pensen = stropen.  Terug naar de tekst
(3 kloppers = klompen, kloefen.   Terug naar de tekst

Separator

Een Pastoor uit het Meetjesland 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  02-12-2019