Openluchtkruisen
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1985, 18de jaargang, nr. 4

OPENLUCHTKRUISEN IN EN OM
HET MEETJESLAND

Verscheidene geschiedschrijvers beweren - zonder bronnen op te geven - dat reeds keizer Constantijn de Grote een voorschrift over het oprichten van openluchtkruisen zou hebben uitgevaardigd.  Z.E.H. Ad. Welters spreekt van een voorschrift, waarin de keizer zou bevolen hebben, kruisen bij de ingang van steden en dorpen te plaatsen (Ad. Welters, Het Limburgsch veldkruis, Publications.... dans le Limbourg, deel 65, blz. 253).

Het kruis te Zomergem, Hoetsel
Fig. 1. Het kruis te Zomergem, Hoetsel. Foto Romano Tondat

Sozimus (± 450), een advocaat uit Constantinopel, haalt in zijn "Kerkgeschiedenis" een paar verordeningen van keizer Constantijn aan, die zeker de verering van het kruis hebben bevorderd (C. Kirsch S.J., Enchiridion fontium historiae ecclesiasticae antiquae, Freiburg i/Br., 1941, blz. 516-518, nr. 920).

Het oudste geschreven document, dat aan Pater Florentius Nackaerts bekend is, is de zevende Kanon van het Concilie, dat in 744 te Soissons werd gehouden.  Een zekere Adelbertus had in zijn bisdom verschillende kruisen laten oprichten.  Het Concilie beval, dat al die kruisen in het vuur moesten geworpen worden: Similiter constituimus ut illas cruciculas quas Adelbertus per parochiam plantaverat, omnes igne consumantur (Hefele Ch. - Leclercq H., Histoires des Conciles, Parijs, 1910, deel 3, blz. 858. - P. Florentius Nackaerts, Passionist: Bijdrage tot de geschiedenis van de Openluchtkruisen, in "Ons Heem", jaargang XVI, nr. 3, Louwmaand 1962, blz. 85-87).  Dit bevel lijkt bevreemdend.  Mogelijk ging het oprichten gepaard met heidense gebruiken, want juist in de vorige kanon wordt er gezegd, dat de bisschop er zorg moet voor dragen, dat het volk zich niet aan heidense praktijken overgeeft.

Het Veldkruis te Ursel
Fig. 2. Het Veldkruis te Ursel Foto Romano Tondat

Volgens sommige schrijvers zou paus Leo III (795-816) in de Libri Carolini de wens hebben geuit, dat op de kruispunten, waar men gewoonlijk elkaar ontmoet, kruisen zouden worden opgericht (Ad. Welters, op. cit., blz. 284-293).  Eugen Mogk heeft in zijn bijdragen over de oorsprong van zoenkruisen de ongegrondheid ervan voldoende bewezen (Eug. Mogk, Der Ursprung der mittelalterlichen Sühnekreuze, in Berichte über die Verhandlungen der Sächsischen Akademie der Wissenschaften zu Leipzig, Philologisch-historische Klasse, deel 81, 1929, afl. 1, blz. 1-28).  Arntz en Kreuzberg beweren dat paus Leo III dat voorschrift in 779 zou hebben uitgevaardigd.  Maar het is bewezen dat Leo toen nog geen paus was.  Zijn naam komt nergens voor in de Libri Carolini.  Dit kon ook niet.  Karel Hefele heeft in zijn Conciliengeschichte aangetoond, dat de Libri Carolini pas in 790 zijn vervaardigd (Hefele K., op. cit., deel 3, blz. 1065-1067).  Er komt zelfs geen aanduiding over het oprichten van veldkruisen in dat boek voor.  Nergens is er ook sprake van in de brieven vam die paus (Mogk E., op. cit., blz. 17).

Het kruis van de Vijfringen te Aalter.
Fig. 3. Het kruis van de Vijfringen te Aalter. Foto Romano Tondat

In de Corrector van Burchard van Worms (± 1025) komt er een zin voor, die zeker waarde heeft voor de geschiedenis van de openluchtkruisen: "... comportasti in aggerem lapides ac capitis ligaturas ad cruces, quae in bivis ponuntur" (Mogk E., op. cit., blz. 18-21).  Uit deze tekst blijkt duidelijk, dat het in West-Duitsland reeds rond het jaar 1000 de gewoonte was, aan de kruiswegen een kruis op te richten.  Het binden van linten en strikken aan kruisen was een veelvuldig voorkomend gebruik, dat in vroegere heidense gewoonten wortelde.  Enkele kerkelijke Concilies zijn er tegen ingegaan, maar hebben dat gebruik nooit helemaal kunnen uitroeien.  Op sommige plaatsen bestaat het in België nog, zoals te Walcourt (P. Florentius Nackaerts, "Ons Heem", 1962, blz. 85).

Kanon 29 en 30 van het Concilie, te Clermont gehouden in 1095, wijzen zeker ook op het bestaan van kruisen langs de wegen.  In kanon 29 wordt er gezegd, dat de kruisen, die langs de wegen opgericht zijn, asielrecht hebben zoals de kerken.  Kanon 30 beveelt, dat alwie bij een openluchtkruis is gevlucht, aan het gerecht moet worden overgeleverd, maar dan onder voorwaarde, dat hij zijn leven en zijn leden zal behouden (Ibid., blz. 85. - Hefele K., op. cit., deel 5, blz. 403).

Omgeving van het kruis van de Vijfringen te Aalter
De omgeving van het kruis van de Vijfringen (Aalter). Foto Romano Tondat

In 1496 werd te Westminster, in Engeland, een verordening uitgevaardigd, waarin er gezegd wordt dat men langs de wegen kruisen zou oprichten, zodat de voorbijgangers die zouden kunnen groeten en O.L. Heer zouden danken voor Zijn kruisdood: "For this reason ben crosses by ye waye, that whan tolke passynge see the Crosse, they sholte thynke on Hym that deyed on the crosse, and worshyp Hym above all thynge" (Ad. Welters, op. cit., blz. 253).

In onze streken zou het eerste geschreven document uit de VIIIste eeuw dateren.  Fr. Bourgeois maakt gewag van een diploma uit de VIIIste eeuw, waarin er melding wordt gemaakt van een twist over de grenzen van de abdij te Stavelot.  Het kruis van Timon bij Baillamont in de provincie Namen zou als scheidingsteken hebben gediend (Fr. Bourgeois, Nos chapelles et nos croix rurales, La Revue Générale, 1937, blz. 412-423. - P. Florentius Nackaerts, "Ons Heem", 1962, blz. 85-86).

Het kruis in de Bellemstraat te Aalter
Fig. 4.  Het kruis te Aalter, Bellemstraat. Foto Romano Tondat

Daniël Verstraete schreef een interessant artikeltje in "Ons Heem" over "Kruisen als grenspalen" (1949, nr. 4-5, blz. 100).  Al vroeg zouden bij de grensafbakening van de parochies kruisen geplaatst zijn. Op belangrijke punten tekende de bisschop een kruis in de grond of op een boom en dan werden daar later doornstruiken, stenen grenspalen of kruisen geplant.  Zo deed Walter van Marvis b.v. in 1242, toen hij het Bulskampveld afpaalde.  Hij plantte verscheidene nieuwe kruisen of richtte zich op reeds bestaande.  Zo o.a. het kruis te Oetsel (Zomergem) (fig. 1), dichtbij de plaats waar de grenzen van Bellem, Zomergem en Ursel samenkomen.

Daniël Verstraete vermeldt in zijn artikel nog verschillende andere grenskruisen te Ursel.  Bij de begrenzing van de heide rond Papinglo te Maldegem in 1240 worden twee kruisen vermeld: één aan de Splenterbeek (westergrens) en één dichtbij Ursel (richting zuidergrens).  Dit laatste kruis stond wellicht op de scheiding van de parochies Maldegem en Ursel, in de bocht van de Hulseloweg.  Papinglo strekte zich niet zó ver uit; het lag een paar honderd meter ten Noorden van dat kruis, maar toch wordt dit als grenspunt vermeld, omdat het een van de weinige kenmerkende plaatsen was in het woeste veld (Daniël Verstraete: Kruisen als Grenspalen, in "Ons Heem", 1949, nr. 4-5, blz. 100).

De H. Rochus te Aalter, Oostmolen
Fig. 5. De H. Rochus te Aalter, Oostmolen. Foto Romano Tondat

Dit was dus een eerste kruis op de noordergrens van Ursel.  Een tweede stond te Hulselo, op de plaats waar de grenzen van Ursel, Maldegem en Adegem samenkomen.  Hier is het kapittel van Harelbeke, tiendeheffer van Maldegem, dat ons de ligging ervan laat kennen en wel in de afbakening van de Murkeltiende te Adegem: "... item van die paele die staet in die Jabbeke in die Vlaminckstraete noordwaerd strekkende op die Cruce die staet bewesten Hulslo" (Ibid. - Brugge, R.A., Acquisit., nr. 3470-1345).

Het Kristuskruis te Aalter, Oostmolen
Fig. 6. Het Kristuskruis te Aalter, Oostmolen. Foto Romano Tondat

Een derde kruis langs de noordergrens van Ursel stond, waarschijnlijk, dichtbij het punt waar de grenzen van Ursel, Zomergem en Oostwinkel samenkomen.  Het is hetzelfde kapittel van Harelbeke dat ons de ligging ervan laat kennen, dit bij een scheiding van de tienden van het kapittel en die van de pastoors van Zomergem en Oostwinkel (Brugge, R.A., Acquisit., nr. 3470 - Anno 1278. - D. Verstraete, op. cit., blz 100).  Die grenzen worden aangegeven als volgt: "... videlicet a cruce de Hanevelt usque ad crucem positam super rivum de Jabbeke in Vlamincstrate".  Men vermeldt hier dus een "kruis van het Haneveld".  Waar het Haneveld juist lag, blijft een open vraag.  Het gaat hier over een plaatsnaam die in latere stukken niet meer voorkomt.  Heden ten dage staat te Ursel een kruis niet ver van de vermoedelijke ligging van het Haneveld, namelijk het "Veldkruis" (fig. 2).  Het wordt in de 16de en 17de-eeuwse stukken "Allaerts Kruis" genoemd.  De grens tussen Ursel en Oostwinkel, van die plaats af tot aan de Vlamingstraat, loopt inderdaad "linialiter", dat is rechtlijnig (Daniël Verstraete, Ons Heem, 1949, nr. 4-5, blz. 100).

Op de plaats waar de Jabbeke (de huidige Dambeek) de Vlamingstraat doorsnijdt, stond dus ook nog een kruis.  Dit is het vierde op de noordergrens van Ursel, juist op het punt waar het grondgebied van Adegem, Oostwinkel en Ursel samenkomt (Ibid.).

Het kruis op de Pluime te Sint-Joris-ten-Distel
Foto Romano Tondat
Het kruis op de Pluime te Sint-Joris-ten-Distel
Fig. 7. Het kruis op de Pluime, te Sint-Joris-ten-Distel

Dit artikel van Daniël Verstraete vormt wel een goed bewijs voor het plaatsen van menigvuldige grenskruisen in de loop van de 13de eeuw.  Zo kennen wij ook het "Patheets Kruis", bij de zuidergrens van Eeklo.

In het "Woordenboek der Toponymie" geeft Karel De Flou ook nog een interessant document nopens een memoriekruis: "In Leffinghe.,,, zudwest van Leffinghekerke, besuiden anden wech die gaed van Slipen te Leffinghe waerd,... benorden het cruse daer pieter vander scuere ghesleighen was, 1392" (Ons Heem, jaarg. III, 1947, afl. 6, blz. 169-170.  Sprokkeling 51).

In het Gentse Zoendinc Bouc, dat tegen het einde van de 14de eeuw zou geschreven zijn, wordt melding gemaakt van een gewoonte, die tot het oprichten van openluchtkruisen heeft bijgedragen.  Op de plaats, waar de tegenstrever in een gevecht of in een duel werd verslagen, liet men een zeker aantal missen lezen ofwel werd er een stenen kruis gezet (De Vuyst C., De kruisbeelden langs openbare wegen, in "De Brabantsche Folklore", jaarg. 11,1931-32, blz. 337-338).

Onweer, storm, bliksem en hagel zijn altijd plagen voor de akkerbouw geweest.  Het is dan ook een oud bijgeloof, die plagen aan de boze geesten toe te schrijven.  Om die lastige geesten goed te stemmen, droegen de oude Germanen offers op en organiseerden zij feesten (Wagner C., Volksfromme Kreuzverehrung in Westfalen, Münster, Westfalen, 1960, blz. 15-16. - P. Florentius Nackaerts, Ons Heem, 1962, blz. 86).  Toen onze streken zich tot het christendom bekeerden, werd ook dat gebruik verchristelijkt.  Het planten van hagelkruisen in de velden vindt daarin zeker gedeeltelijk zjjn oorsprong.  Die kruisen moesten de akkers beschermen tegen "alle onweer ende ongestuymigheden des lochts".  Een oud bewijs voor het bestaan van hagelkruisen is o.a. het leenboek van de Ridderheren van Berchem, grondheren van Oostmalle.  Het boek dateert uit het jaar 1477.  Op blz. 15 vindt men de vermelding "Dat hagelcruys".  Dezelfde benaming komt voor in het boek 'Des Cloosters corenchyns anno 1537 bescreven: Jan Adrans van eenen stuck lants houdende omtrent 1 buender, geleghen by thaghelcruys..." (Cornelissen J., Hagel, hagelmissen, hageloffers en hagelkruisen, in "Isidoor-Teirlinck-album", Leuven, 1931, blz. 273-281).

Te Tielt-Buiten is in 1729 een stuk land en bos bekend onder de naam: de Hagecruijsse (Th. buyten, X, nr. 107).  Dit zal ook wel met een openluchtkruis te maken hebben.  Verder geeft de Ommeloper van Tielt-Buiten nog een "kruusbelde te lande" in 1649: "Jeghens der vier thiende tot den kruusbelde" (Oml. Thielt, fol. 2).

Het aantal plaatsnamen met "kruis" is enorm groot.  Ook de herbergnamen "In het Kruys" waren eertijds vrij talrijk.

De Flou vermeldt onder meer: Het Kruis, een stuk land te Assebroek (1908); een kruis te Esen, Velhoek (1914); een kruis en een wijk te Izegem-Buiten (1846); een kruis te Mesen (1846); een wijk te Moen (1842); een kruisbeeld te Roeselare-Buiten, Hoogledesteenweg (1903); een wijk te Westrozebeke (1846); een Cruce Acker te Zerkegem (1357), enz...

Het kruis in de Langedonkstraat te Sint-Joris-ten-Distel
Foto Romano Tondat
Het kruis in de Langedonkstraat te Sint-Joris-ten-Distel
Fig. 8. Het kruis in de Langedonkstraat te Sint-Joris-ten-Distel

Ook in Frans-Vlaanderen zijn de openluchtkruisen talrijk: het Kruys Bellaert te Petit-Synthe (1852); het Cruus bercplein te Zuydpeene
(1571); den Crucehil, een landerij te Broekburg (± 1300); De Cruce, te Wacquinghem (1305), enz...

Het kruis te Nieuwendorp, bij de inkom van Sint-Joris
Fig. 9.  Het kruis te Nieuwendorp, bij de inkom van Sint-Joris.

In Vlaanderen en Zeeland ontmoeten wij regelmatig grenskruisen: te Alveringem "Jegens den voornoemden Renijngeersdijck die vanden Steendam naer de Cruijce gaet" (1739); te Lampernisse "van oosten iegens de straete naer de Cruijce loopende" (1790); te Oostkerke (Brugge) "binder prochie van Oostkerke, west van der kerke, benoorden Damme, bi den Cruce" (1341); te Ieper "In s'ihans prochie... ende dit land licht up de dixmuud strate an de cruce... ad limites cru cis" (1435); te Houtave: "ten cruuce in houtauwe" (1496); te Cadzand "an moens poldre, gaende metter zuudsijde anden herewech te cruuse" (1487); te Nieuwpoort "van eenen arveleken weghe... begonnende bezuden der cruce vander banlieuwe yander Nieuwerpoort" (1355); te Oudekapelle "Scheedende up de zuudsyde ende oosthende jeghens der cuere van Veurnambocht daer een cruuse up staet" (1494); te Veurne-Buiten "ligghende in die prochie van S. Wouburghen bi den cruce, benoorder strate" (1332); te Ardooie "west van de plaetse alwaer het cruys van Ivo de Vos is staende" (1780); te Hooglede "Item, an de westzijde des cruus van Sinte Amants... (1356)....

Het Zeldonkkruis te Oedelem
Fig. 10.  Het Zeldonkkruis te Oedelem. Foto Romano Tondat

Bemerk dat laatstgenoemde kruisen ook wel memoriekruisen kunnen geweest zijn.

Uit deze verschillende sprokkelingen kunnen wij alvast enige besluiten trekken.  Het oprichten van openluchtkruisen is in onze streken een zeer oud gebruik.  Voortgaande op de missioneringsmethode in onze gewesten mag men gerust beweren, dat vele goede heidense gewoonten werden verchristelijkt en dat de openluchtkruisen er gedeeltelijk een blijvend bewijs van zijn.  Het zou best kunnen dat de eerste geloofspredikers in ons land op verschillende plaatsen langs de wegen kruisen hebben opgericht, soms op oude offerplaatsen om de afgodsbeelden te vervangen.  Wat Z.E. Heer H. Van de Weerd daarover schrijft in zijn studie "Uit het verleden van Hoesselt" is wellicht geen losse bevlieging: "De naam Kruis (een bepaalde wijk van Hoesselt), waar de weg van Sint-Lambertus doorloopt, doet ons onwillekeurig denken aan de kruisen, die door de eerste geloofszendelingen op menige plaats werden geplant, volgens wij in de oude geschiedbronnen lezen" (Van de Weerd H., Uit het verleden van Hoesselt, in "Limburg", jaarg. 20, 1938-39, blz. 167).

Het memoriekruis te Wingene, Beernemsestraat
Fig. 11. Het memoriekruis te Wingene, Beernemsestraat. Foto Romano Tondat

De studie van de veldkruisen is in velerlei opzicht belangrijk (zie o.a. Het kruis in de folklore, "Volkskunde", jaarg. 40, 1935-36, blz. 77).  In jaargang V (1946) van Ons Heem is men begonnen met het vermelden van een bijzondere soort van veldkruisen: opgericht voor personen op die plaats schielijk overleden, door ongeluk of doodslag.  Er werden in de loop van dit zeer vruchtbaar onderzoek memoriekruisen vermeld uit: Heist-op-den-Berg, Begijnendijk, Zutendaal, Grobbendonk, Viersel, Poederlee, Vossem, Lokeren, Bavikhove, Rumst, Leffinge, Rumbeke, Ardooie, Sinaai-Waas, Opwijk, Kortrijk, Haasdonk, Sint-Niklaas, Afsnee, Lotenhulle, Mechelen, Ruiselede, Landegem, Balegem, Haaltert, Mesen, Aarschot, Tervuren, Vlijtingen, Rillaar, enz...

Voetstuk van het memoriekruis voor Emeric Vergote te Wingene
Fig. 12. Voetstuk van het memoriekruis Emeric Vergote te Wingene. Foto Romano Tondat

Vooral Z.E.P. Florentius Nackaerts heeft zich in het bijzonder met de openluchtkruisen beziggehouden.  In het tijdschrift "Het Oude Land van Loon", jaargang V, afl. 6 (nov.-dec. 1950), blz. 173-183, liet hij een overzichtelijke studie verschijnen Bijdragen tot de geschiedenis van de openluchtkruisen.  Hij verdeelt ze in verschillende reeksen of families: I. Geloofskruisen. II. Memoriekruisen (moordkruisen, ongevalskruisen, pestkruisen, enz.). III. Kerkhofkruisen. IV. Rechtskruisen en zoenkruisen. Over grenskruisen en hagelkruisen wordt er ditmaal minder gesproken.

E.H. Gabriël Celis gaf in zijn boekje "De Kapelletjes in België" ("De Vrienden der H. Maagd", Gent, 1937) wel interessante bijzonderheden over het ontstaan van boomkapelletjes, gebuurtekapelletjes, staakkapelletjes en andere, maar spreekt minder over de openluchtkruisen of veldkruisen.

In het Meetjesland blijft er nog veel te schrijven over veld- en straatkruisen.  Het terrein ligt nog bijna braak.  Nochtans bestaan er nog een menigte kruisen langs onze wegen.  Ieder kruis heeft zijn geschiedenis.  Soms is het maar een legende die ervan overblijft.  Bij opzoekingen in het archief vindt men somtijds wel een kruis vermeld, zoals b.v. "het Cruyse ofte Paele oudt ghescheet van Watervliet ende Piet", dat een afbakeningspunt was tussen twee parochies, dus klaarbljkelijk een grenskruis.  Deze vermelding dateert uit de 17de eeuw.

Het kruis aan de Zandberg te Ruiselede
Fig, 13.  Het kruis aan de Zandberg te Ruiselede. Foto Romano Tondat

Zeker is dat bij het oprichten van heel wat parochies de begrenzing met kruisen zal zijn gebeurd.  Zo ook wel voor het vastleggen van de scheiding tussen bepaalde abdijgoederen.  Maar toch menen wij dat de begrenzingen in het Meetjesland - vooral in latere tijden - afgebakend werden met paalstenen.  Vermeldingen van die paalstenen vindt men bij het archiefonderzoek menigvuldig terug.  Wat betreft Eeklo, kan men in de 15de en de 16de eeuw vele tientallen vermeldingen vinden over "paelsteenen tusschen het ghescheet van..." (Stadsarchief v. Eeklo).

Voor het Meetjesland zijn wij de mening toegedaan dat de meeste nog bestaande kruisen eenvoudig memoriekruisen of devotiekruisen zijn, met hier en daar eens een uitzondering.  Maar de oorsprong is in veel gevallen niet gemakkelijk meer te achterhalen.

Het kruis van Axpoele te Ruiselede
Fig. 14.  Het kruis van Axpoele te Ruiselede. Foto Romano Tondat

Er wordt veel gesproken over het oprichten van kruisen, kort na de intrede van het christendom in onze gewesten, waarbij dikwijls vroegere heidense afbeeldingen en emblemen werden vervangen.  Maar als wij zien hoe sterk bijbelgebonden te toenmalige kerkelijke leiders waren bij het afbeelden van de Kristusfiguren, vooral in de 11de, 12de, 13de en 14de eeuw, dan moeten wij besluiten dat indien er kruisen kwamen, dit toch zelden met de afbeelding van een Kristusfiguur zal geweest zijn.  Men maakt zelfs onderscheid in de terminologie: men spreekt over kruisen en over een kruisbeeld of kruisman, om goed te laten zien of er al dan niet een Kristus aan hangt.  Te Ursel hebben wij zo het zeer oude toponiem "de Cruysmansbilc", in het dorp bij de kerk, waar een kruis heeft gestaan met een Kristus eraan, dus een soort Kalvarieberg.

Het kruis langs de spoorweg te Landegem
Fig 15.  Het kruis langs de spoorweg te Landegem. Foto Romano Tondat

De gerechtskruisen, die waarschijnlijk tot de oudste behoren, waren meer te vinden in Italië, Frankrijk, Spanje en Portugal; wellicht kwamen er ook enkele in ons land voor, maar niet in het Meetjesland.

De herdenkingskruisen of memoriekruisen werden geplaatst waar er een moord, ongeval of zelfmoord was gebeurd.  Soms dragen zij zelfs nog de vermelding van die gebeurtenis, b.v. te Wingene.

"De Kruise" te Knesselare, vóór 1937
Fig. 16.  "De Kruise" te Knesselare, vóór 1937.

De veldkruisen te lande waren geplant om Gods bescherming af te smeken over "de vruchten der aarde" en om onheil af te weren.

Van verschillende exemplaren in en om het Meetjesland geven wij nu een afbeelding weer, met de gegevens waarover wij nu reeds beschikken.

Te Aalter staat het kruis van de Vijfringen (fig. 3).  Dit kruis gaat ongetwijfeld terug op een kruis dat de bisschop van Doornik, Walter van Marvis, hier op een boom of in de grond tekende, toen hij in 1242 de grenzen van Aalter en andere dorpen afbakende.  Het werd laatst vernieuwd in 1933.  Eigenaar is Jacques Haus.  In 1949 werd er aan de voet van dit kruis een steen geplaatst, tot aandenken aan leden van de familie Haus, tijdens de jongste oorlog tragisch omgekomen in Duitsland.  De steen is versierd met de wapenschilden, zowel van de Duitse als van de Belgische tak van het geslacht Haus.  Wij hebben hier dus te doen met een grenskruis, dat achteraf memoriekruis is geworden.

"De Kruise" te Knesselare op zijn nieuwe standplaats, vóór 1940.
Fig. 17. "De Kruise" te Knesselare op zijn nieuwe standplaats, vóór 1940.

Een tweede kruis staat te Aalter in de Bellemstraat (fig. 4), wellicht een devotiekruis.  Elke avond wordt er nog licht bij aangestoken.

Om de merkwaardige plaats waar ze werden teruggevonden, geven wij ook nog twee beelden weer te Aalter, Oostmolen-Noord.  De twee beelden staan rechtover mekaar, de H. Rochus links en het Kristuskruis rechts.  De H. Rochus (fig. 5) werd aangeroepen tegen de pest.  Meestal wordt hij afgebeeld zoals hier: een pelgrim die naar een wonde in zijn been wijst, met naast zich een hond die een broodje in de muil houdt.  Aan de overzijde staat een Kristuskruis (fig. 6) dat reeds volop begint te verweren, maar dat een sfeervol beeld geeft.  Op het einde van die straat vindt men beide beelden, vlak tegenover elkaar, terug.

In Sint-Joris-ten-Distel staan er twee Kristuskruisen zonder tekst.  Het eerste bevindt zich op "De Pluime" bij Camiel Verdonck, in de haag bij het begin van de Langedonkstraat.  Het tweede staat bij zijn broer, Georges Verdonck, in de Langedonkstraat, op de hoek van de Blinde-Ezelstraat.

Als het hier inderdaad om grenskruisen zou gaan, dan staan zij niet meer op hun oorspronkelijke plaats: Het kruis op "De Pluime" (fig. 7) staat op de hoek van de Oedelemsesteenweg en de vroegere Hoogstraat (nu: Langedonkstraat), terwijl het grenspunt tussen Oedelem, Sint-Joris en Beernem een paar honderd meter meer noordelijk moet worden gezocht: in de as van de Zeldonkstraat.  Te Langedonk staat het kruis nu op de hoek met de Blinde-Ezelstraat (fig. 8) en hier ligt de grens circa 300 meter meer oostelijk, namelijk bij de kapel waar de Flabbaertbeek de scheiding vormt tussen Oedelem, Knesselare en Sint-Joris.  Dit tweede kruis stond ten andere vroeger een honderdtal meter terug in de Pluimestraat, bij het hof Oosterlinck.

"De Kruise" te Knesselare rond 1985
Fig. 18. "De Kruise" te Knesselare (huidige toestand).

Wellicht werden die grenskruisen toen de grenzen allang vast lagen en gerespecteerd werden, naar een beter geschikte plaats overgebracht en verloren ze aldus hun oorspronkelijke betekenis (H. Zutterman).

Een laatste kruis te Sint-Joris-ten-Distel werd opgericht tijdens de jongste jaren, toen de nieuwe weg van Knesselare naar Beernem-Station getrokken werd.  Bij de inkom van het dorp te Sint-Joris-ten-Distel, op de splitsing van de Knesselaarsesteenweg en de straat van Nieuwendorp naar de vroegere brug, heeft men goed in het zicht een devotiekruis geplaatst (fig. 9).  Het werd officieel door de pastoor ingezegend.

In Oedelem staat het Zeldonkkruis, rechts van de Knesselarestraat, bij het begin van de Zeldonkstraat.  Het is reeds vermeld op de militaire kaarten uit 1851.  Omstreeks 1960 werd het vernieuwd door wijlen Cyriel Beuselinck.  Zijn vader, Vital Beuselinck, had in 1924 de metalen afrastering geplaatst op verzoek van de inwoners van de oude wijk Zeldonk.  De Gemeenteraad van Oedelem keurde dit ontwerp goed en nam het toen op zich te zorgen voor een "opluistering van sierplanten".

Alfons Ryserhove, in zijn boek "Beernem", blz. 89, opperde het vermoeden dat de grote Kruislievenheer in Zeldonk wel eens kon herinneren aan de drie aldaar vermoorde Boerenkrijgers uit 1799.  Amand Stoop, Frans Timmermans en Jozef De Vogelaere van de geheime Brugse verzetsgroep "De Goudblomme" werden er omgebracht en hun lijken naderhand op de Markt te Maldegem tentoongesteld.  Antoon Lowyck beweerde dat er een bevestiging van dit vermoeden bestond, door het feit dat er jaren nadien op zeker moment een Mis in open lucht werd gedaan op de wijk Zeldonk voor de gesneuvelde boeren.  Vijftig jaar later werd bij de herdenking een mis koffertje gebruikt, waarvan men beweerde dat het dateerde uit de Boerenkrijg.  Het werd bewaard in de bergplaats van de kerk te Oedelem.  Een dokter uit Ruddervoorde, die er in zijn jeugd mee speelde als misdienaar te Oedelem, verzekerde E.H. Antoon Lowyck dat dit miskoffertje niet groot was (Appeltjes van het Meetjesland, nr. 4, 1952, blz. 189).

"Peetjeskruis" te Sint-Laureins, Vaakweg
Fig. 19.  "Peetjeskruis" te Sint-Laureins, Vaakweg.

Thans weten wij echter beter, dank zij de heer Henri Zutterman uit Oedelem:

"Het kruis van Zeldonk (fig. 10) heeft niets te maken met "De Boerenkrijg".  De drie Brigands zijn zelfs niet eens op Zeldonk gesneuveld.

"Bij een recente speurtocht in de registers van de burgerlijke stand, troffen we inderdaad de overlijdensakte van de drie Brigands aan.  Het blijkt duidelijk dat ze niet op Zeldonk werden neergeschoten, doch wel tegenaan de grens met Maldegem.

"Het was zelfs een te Maldegem gelegerde Compagnie Fransen, die de Brigands tijdens een nachtelijke patrouille ontdekte en neerschoot.  Het was de 5de Compagnie van het 1ste Bataljon van de 51ste Infanterie-Brigade, onder het bevel van Sergeant Etienne Coupez.

Veronica's kruis te Lotenhulle
Fig. 20. Veronica's kruis te Lotenhulle. Foto Romano Tondat

"De akte, méér een verslag eigenlijk, geeft een nauwkeurige beschrijving van hetgeen zich in de nacht van 15 op 16 september 1799 heeft voorgedaan "op den Grooten Burkel, op de gemeente Oedelem".

"De drie Brigands werden ontdekt in een partij boekweit.  Ze waren gewapend met twee geweren, twee pistolen en twee sabels, doch dit heeft men slechts naderhand kunnen vaststellen.  Het was immers nacht.

"Het verslag vermeldt dan: "aanstonds werd het vuur geopend op hen, waarna ze zijn blijven liggen op het veld..."

"Gezien er nergens sprake is van enig verweer - iets dat anders zeker vermeld zou zijn geweest - mag worden aangenomen dat de Fransen geen enkel risico hebben genomen; en er zonder enige verwittiging op los geschoten hebben van zodra ze de drie "individuen" hadden opgemerkt.  Deze kregen niet eens de gelegenheid zich eventueel over te geven.

De Kruislievenheer aan de kerk van Oedelem
Fig. 21.  De Kruislievenheer aan de buitengevel van de kerk te Oedelem.

"Het feit dat twee van de drie onherkennelijk verminkt waren, laat toe voor zekerheid aan te nemen dat de Fransen hebben geschoten tot ze geen enkel teken van leven meer zagen.  De orders waren trouwens zó dat alle Brigands moesten uitgeroeid worden, als afschrikking voor eventuele andere dienstweigeraars.

"De lijken werden overgebracht naar Maldegem en nog dezelfde dag begraven.  Ze werden geïdentificeerd als Joseph De Vogelaere uit Maldegem, Amand Stoop uit St.-Michiels-Brugge en Frans Timmerman uit Moerkerke, alle drie met een ouderdom van naar schatting "20 à 25 jaar." Er werd geen enkele moeite gedaan om nadere inlichtingen te krijgen, noch om de familie te verwittigen..." (H. Zutterman, in "Vrij Maldegem, nr. van 13 okt. 1985).

Het mooie kruis te Zomergem-Durmen
Fig. 22. Het mooie kruis te Zomergem-Durmen. Foto Romano Tondat

Daarmee is de legende van het Boerenkrijgkruis te Zeldonk uit de wereld geholpen.  En daarmee wint de theorie van een oud grenskruis opnieuw veld.  Het Zeldonkkruis staat niet zo ver van het punt, waar Walter van Marvis in 1242 zijn rondreis begon (Wulfsberge) en waar de grenzen van Knesselare, Oedelem en Sint-Joris-ten-Distel samenkomen.  Het zou dus ook kunnen teruggaan op een vroeger, ietwat verplaatst grenskruis...

Te Wingene, bij de inkom van het dorp als men van Beernem komt, staat er rechts van de weg bij de beek een zeer mooi memoriekruis (fig. 11). Dit kruis werd opgericht door de familie van Emeric Vergote, die hier in de nacht van 1 op 2 juni 1898 het leven liet.  De jongeman viel slapend van zijn wagen en werd door zijn eigen gespan overreden.  Het opschrift op de arduinen voetsteen luidt:

"Ter zaliger gedachtenisse van
Emeric Vergote, zoon van Karel en Rosalie
Demaeght, geboren te Wijnghene den 24 Mei 1871
hier verongelukt in den nacht van
den lsten tot 2den Juni 1898.
Gij die hier voorbij komt, ik smeek u
uit christelijke liefde, stort een gebed voor
Emeric opdat zijne ziele in vrede ruste.
Mijn Jesus bermhertigheid
100 dag. afl.        
Akten van Geloof, Hoop en Liefde.
7 jar. en 7 quadr.
R. I. P." (fig. 12).
Het kruis te Zomergem, Nekkestraat
Fig. 23.  Het kruis te Zomergem, Nekkestraat. Foto Romano Tondat

Te Ruiselede vinden wij twee kruisen: het eerste aan de Zandberg (fig 13).  Het tweede is het bekendste uit onze streek, namelijk het kruis van Axpoele.  Het werd op 25 mei 1912 ingehuldigd en daarbij waren drieduizend mensen aanwezig.

Op onze vraag om inlichtingen kregen wij op 4 november 1985 een vriendelijke en uitgebreide brief van de eigenaar, de heer G. de Formanoir de la Cazerie.  Betreffend de bekende slag van Axpoele verwees hij ons naar de "Cronyclce van den lande ende Graefscepe van Vlaenderen", gemaakt door Nicolaas Despars in 1562 en heruitgegeven door J. De Jonghe in 1837, blz. 315-316.  En ook naar de Franstalige tekst in Kervyn de Lettenhove "Histoire de Flandre", 1874, blz. 142-143.  Hij bezorgde ons van beide uittreksels de nodige fotokopijen.

Het Vrekkemkruis te Ursel (oude toestand)
Fig. 24.  Het Vrekkemkruis te Ursel (oude toestand). Foto Romano Tondat

Tevens was hij zo goed enkele gegevens te verschaffen over de heerlijkheid "Axpoele".  Deze was in het bezit van een thans uitgestorven familie "van Axpoele" (Gilbert in de 13de eeuw) en later van de familie de Vicq.  In 1755 werd zij aangekocht door Charles Florent de Preudhomme d'Hailly, burggraaf van Nieuwpoort, baron van Poeke, die de heerlijke rechten bezat tot aan de inval van de Fransen.  De heerlijkheid ging over naar de familie de Formanoir de la Cazerie door het huwelijk in 1839 van Robertine-Valérie de Preudhomme d'Hailly de Nieuport met Victor-Ghislain de Formanoir de la Cazerie en is thans eigendom van de heer Georges de Formanoir de la Cazerie, achterkleinzoon van Robertine-Valérie de Preudhomme d'Hailly de Nieuport.  Deze heer is ook eigenaar van het kruis van Axpoele (fig. 14).

Te noteren valt dat de gemeente Ruiselede voor haar wapenschild de wapens heeft overgenomen van de Heerlijkheid Axpoele en dit sedert 1847.

Het opschrift op het kruis van Axpoele luidt:

"Ter gedachtenis van de weledele heer
Hubert de Formanoir de la Cazerie,
Grondeigenaar van Axpoele,
alwaar in 1128 een vermaarde
veldslag plaats had."
 

Te Landegem staat er een kruis langs de spoorlijn Gent-Brugge (fig. 15), op grond van de pachter Firmin Standaert, Grote Heirenthoek 30, te Landegem.  Op onze telefonische vraag aan eerw.  Heer Pastoor Karel Vanderhaeghen, oud-leraar aan het St.- Vincentiuscollege te Eeklo, kregen wij de volgende mondelinge mededelingen en ook een brief uit Brussel.

Het kruis werd geplaatst na de Eerste Wereldoorlog, ten gevolge van enkele ongevallen die aldaar waren gebeurd, o.a. een zelfmoord.  Het kruis is eigendom van de heer Paul de Kemmeter, Kortrijksesteenweg 1007 te Gent.  In 1984 stond het kruis er een beetje vervallen bij en daarover kreeg de pastoor van Landegem de volgende merkwaardige brief:

  Brussel, 5-9-1984.

Eerwaarde,

Hierbij vraag ik graag om uw aandacht voor wat volgt:
Langsheen de spoorlijn richting Brussel-Oostende bevindt zich op het grondgebied van Landegem, enkele honderden meter voorbij de brug over de vaart, een groot houten kruisbeeld.  Het is mooi geschilderd en goed onderhouden, maar sinds mei l.l. is de zinken bedekking van de linkerzijkap gedeeltelijk verdwenen.  Welnu, op die plaats rijden dagelijks duizenden reizigers voorbij, hetzij naar of van hun werk, hetzij voor zaken (aangename of niet), hetzij voor wat ontspanning aan de kust.  Velen van hen hebben het misschien lastig.  Moeilijkheden met hun gezondheid, vruchteloos zoeken naar werk, relatieproblemen thuis en/of elders, eenzaamheid en noem maar op.
Ik ben ervan overtuigd dat voor een groot gedeelte van hen, al ware het maar gedurende ogenblikken, het bewuste kruisbeeld een teken is van barmhartigheid (het staat erop vermeld), van bemoediging en hoop.

Het is om die reden dat ik durf vragen dat; het nodige zou worden gedaan om aftakeling door regen en wind te vermijden.  Er zijn beslist in Landegem goede zielen te vinden die daar willen voor zorgen.

  Met hoogachting,
        N. N.
Denayerlaan 75 - 1190 Brussel.

Ondertussen heeft de pastoor het nodige gedaan en de herstelling is gebeurd.  Het stemt vreugdevol, in deze weinig christelijke tijd, dat een onbekende Brusselaar om zo goede motieven aandringt op het degelijk onderhouden van één onzer openluchtkruisen.

Het Vrekkemkruis te Ursel (rond 1985)
Fig. 25.  Het Vrekkemkruis te Ursel (huidige toestand). Foto Romano Tondat

Te Knesselare stond er tot in 1937 een memoriekruis in de Hoekestraat, tweehonderd meter bezuiden molen De Somer (fig. 16).  Volgens het getuigenis van verschillende oude inboorlingen herinnerde het aan een landbouwer die aldaar door soldaten werd neergestoken (Franse tijd ?).  In 1937 werd het kruis verplaatst, bij het rechttrekken van de Kerkstraat, naar het kruispunt van de Hoekestraat met de Kerkstraat (fig. 17).  Het werd toen ook door Z.E.H. Pastoor Van Durme plechtig heringewijd.  De omgeving van het kruisbeeld wordt door de bevolking nog altijd "De Kruise" genoemd (fig. 18).

Op de hoek van Vaakweg en Roodwegelken te Sint-Laureins staat een ander stenen kruis in het water van de beek, het "Verheckekruis" of "Peetjeskruis" (fig. 19).  In de steen werd gebeiteld: "Hier is verdroncken Jan Verhecke, D'Haude, den 3 November 1743, oudt 76 jaeren.  Die dit sal lesen, wilt de ziele gedachtich wesen".  Hier zou "Peetje Jan", na een vergadering van het Kerk- of Armbestuur bijgewoond te hebben, door de duisternis misleid, in deze sloot verdronken zijn.  Hij was familie van Kanunnik Andries (R. Bernaert: Uit de kronieken van Sint-Laureins vóór 1900, blz. 228-229).

De grafstele voor Bert Leysen, door Dr. Jozef Weyns
Fig.26. De grafstele voor Bert Leysen, door Dr. Jozef Weyns.

Een kruis zonder Kristusfiguur staat opgesteld te Lotenhulle, bij de grens met Aalter, mooi omringd door een aantal bomen.  Het is het welbekende Veronica-kruis (fig. 20).

In 1931 verscheen er een klein boekje, getiteld "Veronica's Kruis.  Een ware geschiedenis" door Leonard Bocquaert, bij de Boekdrukkerij A. Van Lantschoot en Zonen te Bellem.  Daarin wordt verhaald hoe een jong meisje - een zekere Veronica - in 1793 door Franse soldaten zou zijn verkracht, beroofd en vermoord, in het bijzijn van haar verloofde Eduard.  Bij testament van de pastoor van Bellem zou later het bedoelde kruis op die plaats zijn opgericht...

Tot daar de vrome legende.  In 1793 is er echter geen enkele Veronica te Lotenhulle of te Bellem overleden.  Geen spoor ook van 's pastoors testament...  Heeft men de zaak verward met een vroegere lustmoord aldaar gepleegd ?  Wij weten het niet.  Maar de dorpelingen spreken nog altijd even hardnekkig over het "Veronica's Kruis".

Te Oedelem, tegen de westelijke buitenmuur van de kerk, hangt er nog steeds een grote houten Kruislievenheer, zoals men er vaak vindt op of nabij de kerkhoven.  Wij kennen de snijder niet van het fraaie beeld (fig. 21).

Zomergem spant echter de kroon voor wat de openluchtkruisen betreft.  Talrijke goed onderhouden kruisen bevinden zich op de verschillende wijken: Durmen (fig. 22), Daalmen, Beke, Hoetsel, Nekke (fig. 23), Motje...  Waarschijnlijk zijn het devotiekruisen die vroeger door een pastoor of weldoener werden opgericht en die na de vervolgingsjaren van de Franse revolutie opnieuw werden hersteld.  Sommige zijn pas 19de-eeuws.

Ook te Ursel waren er na de Tweede Wereldoorlog nog twee landelijke kruisen langs de weg.  Het eerste, Vrekkemkruis (fig. 24), staat op de plaats waar de Meersstraat op de Vrekkemstraat komt.  Wanneer en waarom het daar werd opgericht, is niet bekend.  Het tweede kruis staat langs de Veldstraat, nabij de grens met Oostwinkel.  Hoewel de vorm van de omlijsting naar de 18e eeuw verwijst, ontdekken we toch nergens een aanwijzing, wanneer en waarom het daar zou geplant zijn.  Het is niet onmogelijk dat het op een oud grenskruis zou teruggaan.  Maar volgens een legende zou daar in de Franse tijd iemand vermoord zijn...

Het kruis bij de grafstele van de Duitse soldaten op het kerkhof van Knesselare
Fig 27. Het grote eikehouten kruis bij de grafstele van de gesneuvelde Duitse soldaten op het kerkhof te Knesselare (1940).

Het Vrekkemkruis werd ten gevolge van wegeniswerken in de jongste jaren helemaal vernieuwd en hersteld (fig. 25).  Het kruis van de Veldstraat is op zichzelf niet veel bijzonders, maar het bevindt zich op een belangrijk knooppunt van oude wegen en het trekt onze aandacht door de serene rust die van deze omgeving uitgaat.  Hier liep de oeroude handelsweg Brugge-Gent, over de Brugstraat, Rijvers en Zomergem; dus niet die door de dorpskernen van Knesselare en Ursel.  Op deze eenzame plaats stelden de reizigers zich onder de bescherming van het kruis.  Adegem, Ursel en Oostwinkel komen een eind verder noordelijk van dit punt samen...

Er zijn nogal openluchtkruisen in het Meetjesland, b.v. te Ertvelde, te Maldegem, te Lovendegem, enz.  Wij komen daar in een volgend artikel nog wel op terug (fig. 27 en 28).

Ten slotte willen wij nog de aandacht vestigen op een vernieuwde vorm van het ongelukskruis.  Dr. Jozef Weyns ontwierp er zo een voor zijn verongelukte vriend Bert Leysen in 1959 (fig. 26).  Zelf kreeg hij naderhand een dergelijke grafstele.

Ter nagedachtenis dezer 3 Poolsche soldaten
Fig. 28. Een soldaat bidt te Aalter in het veld voor gesneuvelde Polen (1944).  Het opschrift vermeldt: "Ter nagedachtenis dezer 3 Poolsche soldaten, gevallen voor onze vrijheid".

Jozef Weyns zelf vertelt daarover in "Ons Heem", herfstmaand 1960:

"Op onze landdag 1959 in Bokrijk werd tijdens de Boerenkrijgersmis in het MEMENTO van de doden de geliefde naam genoemd van hem, aan wie ons Verbond zijn eerste aanwezigheid in de beeldradio dankt: Bert Leysen.  Dadelijk na de tragische dood dachten we aan het oude gebruik: op de ongeluksplaats een gedenkenis aanbrengen.  Mevrouw Alice Leysen-de Haes, ook zuster en broers van Bert, zijn op ons voorstel ingegaan.  Welke vorm zou het teken krijgen ?  We hadden eerst aan een smeedijzeren kruis gedacht.  In onze map met schetsen hadden we enkele ontwerpen in voorraad.  Nu bleek echter dat Bert tijdens een verlof in Beieren getroffen was geweest door de zgn. TOTENBRETTER aldaar.  Het zijn nogal brede planken, rechtop gezet bij een wegenkruispunt, kapel, brug, enz. en die een inschrift dragen dat de afgestorvene in de herinnering roept.  De inhoud en zin van zulk berd stemmen nagenoeg overeen met een grafkruis.  De TOTENBRETTER waren oorspronkelijk de planken waarop de dode opgebaard werd, nog veel vroeger was het de plank, waarop hij begraven werd.  Gelijk bij ons de strobusseltjes waarop (in de Kempen) de kist rustte als ze op de kar naar de kerk werd gereden, achteraf ook achter een kapelletje of op een wegenkruispunt achtergelaten werden, zo zijn de TOTENBRETTER in het Beierse Woud ook op zulke plaatsen terechtgekomen, doch langs ietwat langere omweg.  Welnu, omdat de betreurde vriend deze gedachtenisborden schoon heeft gevonden, is de keuze voor zijn gedenkenis op een dergelijke houten plaat gevallen.  We zochten een plaat van 7 cm dik, 50-60 cm breed en ongeveer 1,80 m. hoog.  De plaat zal ongeveer een halve meter in de grond komen te staan.  Op de kop sloegen we een kapje, tegen de regen, en omdat de vorm zulk dekstuk vraagt.  Bovenaan gaven we de plank een profiel.  De onderhelft bleef onaangeroerd.  Geschaafd behoeft zulk stuk voor de buitenlucht niet te zijn.  Als opschrift kozen we enkele woorden die, kort en kenschetsend, de dierbare figuur kentekenen: OP DE 17de VAN DE HERFSTMAAND 1959 WERD OP DEZE PLAATS HET LEVEN AFGEKNAKT VAN EEN DER SCHOONSTE EN MEEST GELIEFDE MENSEN UIT ONS VOLK: BERT LEYSEN.  1920-1959.  BID VOOR DE ZIEL.

Als lettervorm gebruikten we het hoekige model, passend bij de beitelslag in het hout.  Ze doen niet voorniet denken aan runen, want deze waren immers ook in hout geritst en dat bepaalde ook hun karakter.  De hartjes onderaan duiden de nagelaten gezinsleden aan: er zijn negen kinderen.

De eikehouten plaat werd eerst met een houtbeveiliging bestreken, nl. PENTO.  De kleur werd dan lichtbruin.  Het kapje en de letters werden in het wit gezet, het kruisje bovenaan en de hartjes van onderen in rood.  Het eindresultaat overtrof de verwachtingen.  De afgebeelde schets kan, bij gebrek aan kleur, maar een gebrekkelijke weergave zijn.  Het stuk zou o.i. ook als grafteken op een kerkhof waardig staan.

De bedoeling die voorzat was er een van heemschut: een oud gebruik in stand houden en er een vernieuwde vorm aan geven.  Ik heb er grote voldoening aan beleefd, omdat ik, door ontwerp en door het uitbeitelen, zelve de gestalte kon geven aan de gedenkplaat voor een onvervangbare vriend..."

In 1974, volgens hetzelfde ontwerp, maakte onze betreurde vriend Jozef Weyns zijn eigen grafstele.  Dat hij ruste in vrede !

Alfons Ryserhove - Romano Tondat.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  03-12-2019