Oud Maldegem (4)
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1986, 19de jaargang, nr. 2

OUD MALDEGEM (4)

Pieter van Maldegem, volle neef van Filips I, werd ook in diezelfde veldslag gevangen genomen en naar Frankrijk gestuurd (J. Gaillard: Bruges et le Franc, III), maar hij bekwam de vrijheid door tussenkomst van de vrouw van Montmorency en trok later met de graaf van Montfort ten strijde tegen de secte van de Albigenzen.

Er berust in het archief van de kerk van Sint-Donaas te Brugge een charter van Filips I, gedagtekend van juli 1207, waarin hij voor een tijdvak van zeven jaren - ten voordele van de abdij van Vicogne - de helft van de tiende van een leengoed, dat hij in Zuienkerke bezat, in pand geeft.  Hij hield dit leengoed van de graaf van Vlaanderen.

Wij kennen nog een ander charter van hem, uit het jaar 1208, waarin de namen van Gerard van Maldegem en diens huisvrouw Machteld voorkomen:

"Boduinus de Praet, Philippus, castellanus de Maldeghem... Noverint... quod Gerardus de Maldeghem et Machtildis uxor sua de medietate decime... ecclesie Harlebeccensi... pignori obligaverint.  Ita quod predictam ecclesiam a servitio feodi et ab omni exactione liberam dimittimus quamdiu eam tenuerit... anno 1208" (Archief van de kerk van Harelbeke).

De Schouwburgplaats te Maldegem
De Schouwburgplaats te Maldegem.
 

Eerst in 1220 wordt de naam van Filips I opnieuw in de charters aangetroffen.  De hieronder staande akte, gedagtekend op 3 januari 1221 (nieuwe stijl), in verband met de rechten van Filips I in zijn heerlijkheid van Maldegem, is getrokken uit de uitmuntende Histoire de la Flandre, van Warnkoenig en Gheldolf, IVe deel, blz. 224:

"Ego Johannes dominus Nigellae castellanus Brugensis notum facio omnibus quod tale fuit dictum excellentissimae dominae meae, Johannae Flandriae et Hanoniae Comitissae super misia di qua Philippus escouteta de Maldenghem super primam compromisit anno domini MCCXX, mense Januario dominica post Circoncisionem apud Curtracum, quod Johanna praedicta dixit in dicto suo quod in scabinis de Mandenghem ponendis vel removendis dictus Philippus nihil habebat, nec in aliqua justicia hominis destruendi nec in alinqua justitia quae fiat per ignem, nec in tallia hominum de Mandenghem aliquid habet.  Immo dicto domina mea potest illam facere super hospites suos ad suam voluntatem et alte et basse super quemcunque voluerit, dixit etiam quod super omnibus querelis supradictis dictus Philippus se intromittere non habebat, dictus etiam Philippus creantavit quod nunquam de cetero contra hoc dictum iret.  Item dedit plegios Philippum de Wastina, Johannem de Maghelines, Walterum de Werin, Gerardum de Olsena, hii quatuor per abandonium omnium rerum suarum plegiaverunt, quod Philippus de Mandenghem hoc dictum teneret nec unquam de cetero contra iret.  Et ego qui interfui misiae huic faciendae et dicto redibendo et qui haec omnia vidi et audivi, ad petitionem dominae mea comitissae in hujus rei testimonium ei dedi praesens scriptum sigilli mei munimine roboratum" (Uit het keizerlijk archief te Wenen, medegedeeld door de archivaris Chmel).

Filips I van Maldegem wordt vermeld in mei 1207 (Brugge, Seminarie, cartul. St-Donaas, fol. 61).  Hij overleed vóór 24 mei 1225 (idem, fol. 68 verso), vermoedelijk op 28 december 1224 (Maldegem la Loyale, blz. 235).  Hij staat aangegeven als kastelein (Brugge, Bisdom, St-Donaas, oorkonde ad datum juli 1207) en schout van Maldegem (Gheldolf, IV, p. 224-225, nr. II, 3 januari 1221, nieuwe stijl); als "nobilis" in juli 1207 (Brugge, Seminarie, cartul. St-Donaas, fol. 58); als ridder, met "dominus" voor zijn naam, in een oorkonde van juli 1238, waarvan afschrift in een oorkonde van 31 december 1238 (Brugge, Bisdom, St-Donaas. - E. Warlop: De Vlaamse adel vóór 1300, blz. 367, Il).

Hoek van de Brielstraat en de Nieuwstraat
Hoek van de Brielstraat en de Nieuwstraat.
 

Filips I was gehuwd in 1207 met Maria, dochter van Willem de Oom van Henegouwen (Brugge, Bisdom, St-Donaas, oorkonde onder datum juli 1207. - Mme de Lalaing, p. 361, januari 1230), vrouwe van Spiere (O.L.V. Doornik, cart. D, fol. 131 verso en 132 recto, 1237).  Zij hadden volgende kinderen: Willem van Maldegem (Brugge, Seminarie, St-Donaas, fol. 68 verso; 24 mei 1225), Filips, Amulf, Zeger en Maria (Maldegem la Loyale, p. 236).

Als broers en zusters van Filips I staan aangegeven: Franco en Desiderius IV van Maldegem (alias Dirkin) in een oorkonde van juli 1238, waarvan afschrift in een oorkonde van 31 december 1238 (Brugge, Bisdom, St-Donaas), Beatrix en M(athilde) van Maldegem (Ibid. - Maldegem la Loyale, p. 366-367).

De moeder van Franco, broer van Filips I, wordt in het obituarium van Sint-Donaas te Brugge Elysa (11 maart) en Ziardis (10 juli) genoemd (Bulletin de la Commission Royale d'Histoire, 4de série, XVI, 1889, p. 318 en 322).

Het begin van de Noordstraat
Het begin van de Noordstraat.
 

Franco van Maldegem was eerst kanunnik van Sint-Donaas te Brugge en werd in 1232 tot de waardigheid van heer van den Proosche en erfelijk kanselier van Vlaanderen verheven (Beaucourt de Noortvelde: Beschrijving der heerlijkhede van den Proossche, blz. 250. - Sanderus: Flandria Illustrate, II, blz. 64).  Na de dood van Fernand van Portugal werd hij, met nog enige andere afgevaardigden, bij de Franse koning Lodewijk IX te Compiégne gezonden, om van deze de machtigingsbrieven tot het huwelijk van Maria, dochter en enige erfgename van de gravin van Vlaanderen, met Robert, broer van de koning, te bekomen.  Het jaar daarna, in 1236, verbond hij zich met Robrecht van Bethune en de meeste Vlaamse edelen, om het te Peronne tussen de koning van Frankrijk en de gravin Johanna gesloten verdrag te doen naleven.  In 1238 gaf hij, met toestemming van zijn neef Willem, heer van Maldegem, van Dirk, zijn broer en van zijn zusters Machteld en Beatrix, zijn vlastiende te Maldegem en Zomergem aan het hospitaal van de Bijloke te Gent.  Deze tiende hield de kerk van Harelbeke sedert het jaar 1248 en nog tot in de 16de eeuw in cijns, voor 19 Vlaamse ponden per jaar: "Franco, Brugensis prepositus et Flandrie cancellarius, omnibus presentes litteras inspecturis in Domino salutem.  Noverint universi quod dilectus nepos noster, dominus Willelmus, castellanus de Maldeghem, et dilecta soror nostra M. de Sinnebeke, gui nunc vivunt, et karissimus frater noster domunis Dirkinus de Maldeghem, ac dilecta soror domina Beatrix de Axele bone memorie, dum viverent, omnes solemmiter ad preces nostras benignum adhibuerunt assensum, ut decimas lini quas in parochiis de Maldeghem et de Somerghem jure hereditaria possedimus, dilectus in Christo abbatisse et conventui de Portu Beate Marie Gandensis in elemosinam conferremus perpetuo possidendas, medietatem ad opus conventus et aliam medietatem sustentationem hospitalis juxta idem monasterium constituti...  Et sic habito predictarum omnium heredum nostrorum assensu, tandem predictas decimas in manus venerabilis Patris Domini W., Tomacensis episcopi, solemniter contulimus, in sustentationem predictarum monialium et hospitalis prefati perpetuo convertendas.  Datum anno Domini M.CC. XXX octavo, mense Augusta" (Archief van de Bijloke in het archief van de Burgerlijke Godshuizen te Gent. - De Potter en Broeckaert, blz. 39-40).

Franco van Maldegem overleed op 11 juli 1240 en had tot opvolger als heer van den Proosche de broer van de graaf van Vlaanderen, Filip van Savoye (Walters, Bijloke,  III, nrs 100-101, blz. 302-303. - Brugge, Bisdom, St-Donaas, oorkonde ad datum 1231, nieuwe stijl. - Brugge, Seminarie, cartul. St-Donaas, fol. 67, 7 september 1232. - Bulletin de la Comm. Royale d'Histoire, 4de série, XVI, 1889, p. 323).

Hoevehuis van Maldegem
Hoeve Papinglo te Maldegem. (*)
 

Desiderius IV van Maldegem (alias Dirkin) staat vermeld op 24/25 december 1220 (Mme de Lalaing, p. 360-361) en stierf vóór augustus 1238 (ibid., p. 366-367).  Desiderius IV wordt aangegeven als "nobilis" (Miraeus-Foppens, IV, p. 251-252), als ridder op 14 juni 1228 (Chartes Zonnebeke, nr. 67, p. 72).  Hij huwde met Eufemia van Hames (Maldeghem la Loyale, blz. 232 en 362, 1231), weduwe van Jacob van Bondues (O.L.V. Doornik, cartul. D, fol. 157,juni 1233).  Zijn afstammelingen zouden het geslacht van Poele (de Pola) uitgemaakt hebben, volgens Mevrouw de Lalaing (p. 232-233).

Beatrix van Maldegem was reeds overleden in augustus 1238.  Zij was gehuwd met Jan van Axel, zoon van Olivier (Maldeghem la Loyale, blz. 366-368).

Mathilde van Maldeghem was waarschijnlijk nog in leven in 1255.  Zij wordt vermeld in april 1239 (Walters, Bijloke, III, nr 101, blz. 303) en was gehuwd met Jan van Zonnebeke (Maldegem la Loyale, blz. 234 en 366-367).

Willem van Maldeghem volgde zijn vader Filips I op als kastelein, heer en schout van Maldegem.  Wij vinden hem reeds in 1226 betiteld als "castellanus".  Als eerstgeborene, volgens het feodaal stelsel, volgde hij zijn vader op in de heerlijke bezitting en was tevens heer van Leischoot, Raas, enz...  Hij trad in de echt met Margareta van de Woestine, vrouw van Schelderode, gezegd Oudenmeersch, dochter van Gerard van Schelderode en van Margareta van de Woestine.  Hij huwde een tweede maal met Agnes van Gistel, dochter van Arnold en van Agnes van Vormezele (S. Bavon, nr. 188, p. 191, februari 1234, nieuwe stijl, - Maldeghem la Loyale, p. 390-391.  Brugge, Bisdom, St-Donaas, oorkonde ad datum maart 1242, nieuwe stijl).

Uit het eerste bed waren er twee kinderen: Filips II van Maldeghem (Strubbe:
Egidius van Bredene, III B, nr 67, blz. 349) en Klara van Maldeghem (Mme de Lalaing, blz. 237).  Deze laatste werd de vrouw van Frans Belle, zoon van Salomon en van Christiana de Guisnes.

Een eind verder in de Noordstraat
Een eind verder in de Noordstraat.
 

Uit het tweede huwelijk, dat omstreeks 1241 plaats had, ontstonden Jan en Gerard van Maldeghem (Mme de Lalaing, p. 237-238).  Jan werd hoofd van de tak der kasteleins van Raas en burggraaf van Râches; hij had twee zonen: Pieter en Jan.  Op zijn grafstede te Flines las men, volgens gravin de Lalaing, het volgende opschrift: "Chy gist Jehan de Mandenghien, chevalier et chastellain de Raisse".

Gerard van Maldegem, ridder, werd baljuw van Harelbeke en Biervliet; hij wordt vermeld in 1244 en 1268.  Hij zou overleden zijn op 21 juni 1281 en werd naast zijn enige dochter Margareta, vrouw van Widebroek, in de Recollettenkerk te Brugge begraven (De Potter en Broeckaert, blz. 41. - Theo Luykx: Johanna, Bijlage LXXVIII, blz. 608. - Maldeghem la Loyale, p. 238. - E. Warlop: De Vlaamse adel vóór 1300, II, blz. 364 en 370).

Gerard van Maldeghem staat aangegeven als ridder, met "dominus" vóór zijn naam in 1244, op 3/4 december (Theo Luykx, a. w., loc. cit.).  Hij wordt vermeld als baljuw van de keizer van Constantinopel te Harelbeke en te Biervliet in augustus 1268 (COO-Kortrijk, O.L.V.-hospitaal, oorkonde 68a).

De Noordstraat, omstreeks de eeuwwisseling
De Noordstraat, omstreeks de eeuwwisseling.
 

Een charter uit het jaar 1233, te Gent in het archief van het bisdom berustend, houdt in dat Willem van Maldeghem - met toestemming van zijn vrouw Margareta van de Woestine - en mits de som van honderd pond Vlaams, zijn rechten op het leen de Oudenmeersch, omtrent Houtem, aan de Sint-Baafsabdij afstaat en zich bij gelegenheid van die verkoop tegen de aanmatigingen van Godfried, heer van Onkerzele, persoonlijk borg stelt.  Bij een andere akte van dat jaar erkent hij zich, ten titel van leenhulde, jegens de abt van de Sint-Baafsabdij, tot een jaarlijkse vergelding van 10 pond Vlaamse munt verplicht.  (A. van Lokeren: Hist. de l'abbaye de St. Bavon. Chartes et Documents, blz. 21).

In 1240 rees er tussen Willem van Maldeghem en graaf Thomas van Savoye een geschil, aangaande het justitierecht in het bos van Aalschoot, onder Oosteeklo en Eeklo, een van de oudste heerlijke bezittingen van het huis van Maldegem.  De zaak werd het volgend jaar door scheidsrechters in der minne geregeld, met gemene overeenkomst van de beide partijen.  Er werd bepaald dat de heer van Maldegem in het gehele gebied van zijn heerlijkheid voortaan slechts de helft van de uitgesproken boeten en andere rechten (bestaande zegt de charter, in pandationibus, arrestationibus et bustingis) mocht innen, terwijl de andere helft aan de graaf van Vlaanderen moest worden toegekend.  De tekst van dit charter is volledig te vinden in het archief van Sint-Donaas te Brugge, in Maldeghem la Loyale blz. 389 en in De Potter en Broeckaert: Maldegem, blz. 42-43).

In een charter van hetzelfde jaar citeert men de heer van Maldegem als "miles" en "scoutheta" - schout - welke laatste benaming meermaals aan de kasteleins van Maldegem werd toegevoegd.  In 1242 ontmoeten wij Willem van Maldeghem als scheidsrechter, benevens Hugo van Gaver en anderen, in een onenigheid tussen de abdij en de schout van St.-Baafs, nopens hun wederzijdse rechten (Rijksarchief te Gent, 2de doos, nr 3, N° 119. - A. van Lokeren: Hist. de l'abbaye de St. Bavon, Chartes et Documents, blz. 27).

Margareta van Constantinopel schijnt Willem van Maldeghem een grote achting te hebben toegedragen, want in 1247 en 1248 werd hij door haar met gewichtige politieke zendingen belast.  Hij sneuvelde op het eiland Walcheren, bij Westkapelle, de 4e juli 1253 (Mme de Lalaing, p. 108).

Oude verdwenen schuur te Maldegem
Oude verdwenen schuur te Maldegem.
 

Filips van Maldeghem, broer van Willem, stierf vóór 1241.  Hij was gehuwd met Aelidis, jonkvrouw van Zaamslag, en wordt ook in 1239 vermeld (Maldegem la Loyale, blz. 368-369. - E. Warlop: De Vlaamse adel vóór 1300, II, blz. 364 en 369).

Arnulf, een andere broer van Willem, was gehuwd met Beatrix van Moorslede, dochter van Hendrik.  Hij ontving als erfdeel het domein van Waarhem te Maldegem en had drie zonen: Arnulf, Hendrik en Jan.

Arnulf, de oudste zoon, werd priester en kanunnik in O.L. Vrouw te Doornik; hij is de stichter van het hospitaal te Maldegem en overleed te Doornik de 2de februari 1276.  Zijn broer Hendrik was pastoor van St.-Baafs-Aardenburg.  Van de derde zoon Jan weten wij niets (Maldeghem la Loyale, blz. 236. - Van Lokeren, I, nr. 859, p. 375-381. - E. Warlop: De Vlaamse adel vóór 1300, II, blz. 364 en 369).

Zeger van Maldeghem, de vierde zoon van Filips I en van Maria van Henegouwen, huwde met Elisabeth van Izegem, dochter van Simoen en erfgename van Izegem.  Zeger kreeg twee zonen: Rogier en Filips.

Maria van Maldeghem, dochter van Filips I en van Maria van Henegouwen, trouwde met Boudewijn II van Praet en schonk hem twee dochters: Joanna en Eustasia van Praet.  Johanna van Constantionopel was doopmeter bij de geboorte van Joanna en Eustasia van St.-Pol, vrouw van Nesle, een volle nicht van Maria van Henegouwen, was doopmeter van Eustasia.  In een charter uit 1217 wordt genoemde Maria van Maldeghem door de gravin Johanna geheten: "Karissima consanguinea mea, domina Maroia, uxor dilecti et fidelis mei Balduini de Praet", - "Mijn allerliefste bloedverwante, mevrouw Maria, echtgenote van mijn beminde en getrouwe Boudewijn van Praet".  De gravin de Lalaing merkt in haar geschiedenis van de familie van Maldeghern op, dat Duchesne omtrent dit charter in dwaling verkeerd heeft: Hij had gemeend dat de naam van Maroia op die van Boudewijns eerste vrouw, Maria van Wavrin, betrekking had, terwijl men er eigenlijk Maroie van Maldeghem mee bedoelde (De Potter en Broeckaert, blz. 41).

De Noordstraat, vanaf het huis van Dokter Van Mullem
De Noordstraat, vanaf het huis van Dokter Van Mullem.
 

Filips II van Maldeghem, zoon van Willem en van Margareta van de Woestine, werd geboren in 1232 (Maldeghem la Loyale, p. 390 en 391).  Hij stierf reeds vóór 1275 (Th. Leuridan: Chat. Lille, Rijsel 1873, Pr., nr. 151, p. 262).  Hij wordt vernoemd als kastelein en heer van Maldegem (Maldeghem la Loyale, p. 391) en als ridder in oktober 1263 (idem, blz. 392).  Hij huwde met Elizabeth Belle, dochter van Salomon, poorter van Ieper, en van Christiana van Guines (Mme de Lalaing, p. 392, oktober 1263. - Idem, p. 239 en 394. - E. Warlop: De Vlaamse adel vóór 1300, II, blz. 364 en 369).

Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren: Filips III, Agnes, Katelijne en Willem van Maldeghem (Maldeghem la Loyale, p. 239).

Een hoekje van 't oud kerkhof en het Kasteeltje in de Noordstraat
Een hoekje van 't oud kerkhof en het Kasteeltje in de Noordstraat.
 

Filips II verleende op achttienjarige leeftijd - zoals hij zelf getuigt - een charter, inhoudende de bekrachtiging van de fondatie, gedaan door zijn vader in 1250, van twee kapelnijen in de kerk van Maldegem.  In dit stuk wordt hij betiteld als Castellanus et Dominus de Maldenghem:
"Philippus, Castellanus et Dominus de Maldenghem, significat W. Tornacensi episcopo, quomodo Willelmus, pater suus, miles, dominus de Maldenghem (se annum xviii agente et ut primogenito consentiente) instituit duas capellanias in ecclesia parochiali de Maldeghem in honorem Dei, genitricis Marie, SS. Amandi, Barbare et omnium sanctorum, ob remedium anime sue, et Agnetis de Gistella et Margarete de Wastina, uxorum suarum.  Et assignavit singulis capellaniis xv libras flandrenses annui redditus.  Unus dicet quotidie missam ad altare S. Barbare, cui assignantur multi parvi redditus, scilicet XV libras, et alter, etc., quotidie ad altare S. Amandi, cujus assignamentum xv librarum stat super quatuor molendinis de Maldenghem.  Redditus ibidem specificantur minutatim pro sacrista.  Item xx solidos quos redditus, etc., promittit se suppleturum de aliis suis bonis, si defectus fuerint, etc.  Datum anno MCCLV.  Hoc adjecto quod alter eorum qui fuerit requisitus tenebitur venire ad domum domini de Maldenghem apud Resinghem dominica celebraturus, quo etiam die in mensa sua et heredum suorum prandebit.  Voluit item pater suus quod collatio dictarum capellaniarum ad capellaniam Harlebecensem in perpetuum debeat permanere".  (Naar een kopie, in het register van het kapittel van Harelbeke.  Oorspronkelijk stuk in het kerkarchief te Harelbeke; kopie te Rijsel N° 1114).

Het Kerkstraatje dat uitmondt in de Noordstraat (1904)
Het Kerkstraatje dat uitmondt in de Noordstraat (1904).
 

In 1257 wordt Filips II van Maldeghem in een stuk echter eenvoudig "domicellus" geheten - zoveel als schildknaap - wat ons laat vermoeden dat hij toen nog geen ridder geslagen was en de eretitel van kastelein hem nog niet toekwam, of dat het vaderlijk erfgoed hem nog niet was te beurt gevallen.  Hij nam, voor zoveel wij weten, maar weinig deel aan de staatkundige aangelegenheden, en hij leefde niet meer in 1279, zoals een charter van dat jaar te kennen geeft.  Elisabeth Belle, zijn huisvrouw, overleed de 27e maart 1274 en stichtte in het door haar moeder opgerichte hospitaal de Belle een eeuwigdurende mis tot lafenis van haar ziel, waarvoor zij een bezet van 500 pond naliet.

Behalve Filips III, die zijn vader als heer van Maldegem en Leischoot opvolgde, waren er uit het huwelijk van Filips II en Elisabeth Belle nog drie kinderen gesproten, namelijk Agnes, vermeld in juni 1275 (C. Dehaines en J. Finot: Invent. Chambre des comptes de Lille, 1899-1906, I, p. 269, B. 402); Katelijne, eveneens vernoemd in juni 1275 (ibid., loc. cit.); de plannen voor haar huwelijk met Thomas van Rijsel vielen in het water en op 12 november 1285 was zij reeds gehuwd met Jan van Schelderode, heer van Ingelmunster (O.L.V.-Doornik, cartul. D, fol. 304 verso - 305 verso. - Maldeghem la Loyale, p. 401); zij wordt vermeld als "nobilae" (O.L.V.-Doornik, cartul. D, fol. 300 recto en verso); en ten slotte Willem of Wouter, die zou gehuwd geweest zijn met Maria van Gavere (Mme de Lalaing, p. 239-240) en twee kinderen had: Filips en Elizabeth (id.).  Jan van Schelderode en Willem van Maldeghem behoorden beiden tot de dappere ridders van hun tijd, die de gevangenschap van graaf Gwijde van Dampierre in Frankrijk deelden.  (Le Glay: Hist. Comtes de Fl.).

De Marktstraat te Maldegem in 1902
De Marktstraat te Maldegem in 1902.
 

Onder al de heren van Maldegem, om hun ridderlijke gevoelens, zowel als om hun dapperheid en algemeen bekende vorstentrouw in de geschiedenis vermaard gebleven, schittert er geen enkele met zulke zuivere, ongewone glans, als Filips III, bijgenaamd de Getrouwe.  Hij is het geweest, die aan Maldegem dit nobel devies bezorgde.  Hij was, zegt een schrijver, een van de moedigste krijgslieden van zijn tijd en zijn trouwhartigheid evenaarde zijn moed.  Hij leefde in die beroerde jaren van Vlaanderens geschiedenis.

Toen Gwijde van Dampierre zich in 1292 in grote geldnood bevond, leende Filips hem 1000 pond Vlaams, waartegen de graaf hem tot aan de terugbetaling van die grote som een rente van 100 pond toewees op zijn tolrecht van Aardenburg.  Deze rente werd in 1315 door de heer van Maldegem, met toestemming van zijn oudste zoon Filips IV, op de kerk van Harelbeke overgebracht, in betaling van zekere tienden.

De Marktstraat met het oud gemeentehuis, het schepenhuis en de kerk
De Marktstraat met het oud gemeentehuis, het schepenhuis en de kerk.
 

Geldnood was echter de grootste bekommernis van graaf Gwijde niet.  Zijn oorlog tegen de koning van Frankrijk, in 1299, berokkende Vlaanderen allerlei onheilen en moeilijkheden.  Terwijl Brugge, Kortrijk en andere steden zich aan Filips de Schone onderwierpen en de Franse huurlingen intussen het land afliepen, de schrik en de benauwdheid onder de bevolking verspreidend, bleven Gent, Ieper en enige mindere plaatsen hun graaf getrouw en verdedigden zich tot het uiterste.  Filips III van Maldeghem, met de bewaking van Ieper gelast, onderscheidde zich door wonderen van dapperheid om de stad tegen de belegering van Karel van Valois te behoeden.  Een vermetele uitval die de heer van Maldeghem met een deel van het garnizoen waagde, was hem echter uiterst noodlottig.  De meeste van zijn soldaten werden gedood en hij zelf had veel moeite om ongehinderd terug in de stad te keren (J. van Praet: Hist. de la Flandre, I, p. 61. - Fastes militaires des Belges, II, 347-355.  Kervyn de Lettenhove: Hist. de Flandre, II, p. 424. - De Potter en Broeckaert, blz. 44-45).

Het gelukte de Fransen evenwel niet, een zo sterke plaats als Ieper te bemachtigen.  Zij beperkten zich tot het inbrandsteken van de voorsteden en trokken voort naar Brugge, waar de koning zich bevond.  En hier begint nu de moeilijke taak van de dappere kastelein.  Zijn eed getrouw, ging hij verder met alles wat hem dierbaar was, voor zijn vorst te pande te stellen.  Bijna alleen trok hij, aan het hoofd van zijn vazallen, tegen de Franse overweldiger te velde.  Vernomen hebbend, dat Karel van Valois op Aardenburg aanrukte, welke stad - in de onmiddellijke nabijheid van Maldegem - haar misnoegheid tegen de Fransen had te kennen gegeven, besloot hij zich tegen deze aanranding te gaan verzetten.  Met een duizendtal mannen trok hij daarop de vijand te gemoet.

Het nieuw gebouwde gemeentehuis vóór 1914
Het nieuw gebouwde gemeentehuis vóór 1914.
 

Zijn overdreven ijver zou hem ditmaal echter duur te staan komen.  Al zijn metgezellen sneuvelden met de wapens in de vuist en Filips zelf viel in handen van de vijanden van zijn vaderland.  Le Glay zegt ten onrechte dat hij in dat gevecht gedood werd (Hist. des Comtes de Flandre, II, p. 208).  Zoveel heldenmoed, laatste poging van een man die goed en bloed voor zijn vorst veil had, kon de naam van Filips III van Maldeghem in de geschiedenis niet onvermeld laten: de kenspreuk van Getrouwe, waarmede zijn blazoen en dat van zijn nazaten verrijkt werd, is een hulde die hij alleszins waardig was en waardoor zijn naam in de geschiedboeken van ons land zal aangetekend blijven.

De kroniek getuigt dat Karel van Valois, niet tevreden met de dapperste onder de ridders gevangen te nemen, daarbij nog zijn kasteel te Maldegem in brand stak en al zijn goederen, ten voordele van een Franse ridder - Alampso de Montigny - verbeurd verklaarde.  Hoe die later in zijn bezit terugkwamen, kunnen wij alleen maar vermoeden.  Dit gebeurde waarschijnlijk in 1305, na de vrede van Athis-sur-Orge, die tussen de koning van Frankrijk en de graaf van Vlaanderen gesloten werd.  Men kent het lot van graaf Gwijde, dat hem kort na de gebeurtenis van 17 januari 1300 te beurt viel.  De ongelukkige vorst ging zich met zijn twee oudste zonen en met vijftig voomame, hem getrouw geblevene ridders voor 's konings voeten werpen.  Hij bekocht die knieval om vredeswil met de gevangenis.  Twee leden van de familie van Maldeghem waren bij die voetval tegenwoordig en deelden dus de gevangenis met hun graaf.

Volkssoep te Maldegem in 1917
Volkssoep te Maldegem in 1917.
 

Terwijl dit edel drietal in de kerker zuchtte, pleegde een ander lid van de familie van Maldeghem verraad.  Het was Eustaas van Maldeghem, die onder de partij van de Leliaards diende en aldus schande wierp op zijn adellijk blazoen.  Later kwam hij evenwel tot inkeer en schaarde zich in de Guldensporenslag aan de zijde van de Vlamingen te Kortrijk, waardoor hij de vlek, waarmee zijn vorig gedrag zijn naam bezoedelde, opnieuw afwiste.

Na zijn invrijheidstelling ontmoeten wij Filips III, in het jaar 1307, als bestuurder van de stad Brugge, tijdens de afwezigheid van Robrecht van Bethune.  Hij deelde dit ambt met Willem van Nesle en Gillis de Clercq (J. Gaillard: Bruges et le Franc, I, p. 447. - Kervyn de Lettenhove: Histoire de Flandre, III, p. 27).

Omtrent 1313 schijnt Filips III overleden te zijn, want dat jaar komt zijn naam voor de laatste maal in de charters voor.  Hij was gehuwd met Maria van Rode, vrouw van Wondelgem en zuster van de heer van Ingelmunster.  Van hen zijn de volgende kinderen bekend: 1) Filips IV; 2) Jan, eerste prior van de Karthuizers te Brugge in 1318; 3) Willem, die het kleed van de H. Franciscus aantrok en gardiaan werd van het klooster der Recolletten te Brugge: hij overleed aldaar de 1ste mei 1313; 4) Catharina, vrouw van Wondelgem, gehuwd de eerste maal met Willem van Heule, heer van Izegem, en de tweede maal met de burggraaf van Gent, Hugo van Zottegem; 5) Maria, die de echtgenote werd van Lodewijk van Mortaigne, heer van Romerie, tweede zoon van Thomas en van Maria van Trazegnies (De Potter en Broeckaert, blz. 46-47. - Ook Maldeghem la Loyale).

Klooster der Zusters Maricolen, oorlogsmonument en de twee oude linden
Klooster der Zusters Maricolen, oorlogsmonument en de twee oude linden.
 

Filips IV van Maldeghem, ridder, heer van Maldegem, Leischoot, enz., staat in de geschiedenis bekend, om bijgedragen te hebben in de overeenkomst van 31 maart 1336 te Dendermonde.  Daar werd vrede gesloten tussen de graaf van Vlaanderen en de hertog van Brabant, omtrent het bezit van de heerlijkheid van Mechelen, in aanwezigheid van een groot aantal Vlaamse heren en Brabantse ridders.  Filips IV was een getrouw aanklever van de Fransgezinde Lodewijk van Nevers en trok met hem mee naar Frankrijk, om Philip van Valois te ondersteunen.  Hij vond er de dood, in een botsing met de Engelsen.  Zijn lijk werd naar Vlaanderen overgebracht en bijgezet in de familiegrafkelder te Maldegem.  Toen zijn vader nog leefde noemde men hem de jonge (li Juesnes), met welke bijnaam hij voorkomt in de brieven van Robrecht van Bethune, gegeven te Damme in 1307, waarbij tweeëndertig ridders van het Vrije verklaarden toe te stemmen in de vrede met de koning van Frankrijk.

Het obituarium van de kerk te Maldegem noemt hem "den grooten heere van Maldeghem", wat beter op zijn vader of op zijn zoon zou gepast hebben.  Hij trad een eerste maal in de echt met Maria van Edingen, bij wie hij twee dochters had: Maria (volgens sommigen Sophia), die de vrouw werd van Jan van Barbançon, heer van la Buissière, zoon van Jan en van Yolente van Gaver; en Elisabeth (of Maria), echtgenote van Jan van Vaernewijck, zoon van Iwein, voogd van Wichelen en Serskamp, en van Clara van Mirabelle, dochter van Simoen, heer van Perwez, en van Elizabeth van Vlaanderen, vrouw van Eeklo en Zomergem, natuurlijke dochter van Lodewijk van Nevers.  Zijn tweede vrouw was Yolente van Mortaigne, dochter van Lodewijk, heer van Romeries en van een dochter van de heer van Wanhain, waarmee hij reeds gehuwd was in 1326 (De Potter en Broeckaert, p. 47. - Ook Maldeghem la Loyale).

Alfons Ryserhove
(wordt vervolgd)

Separator

Oud Maldegem 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6

* Hier hebben we klaar en duidelijk een foutje in «Ons Meetjesland».  Dit is zeker niet de Hoeve Papinglo.  Is of was het een hoevehuis in Hageland in Aalter ? Terug naar de tekst

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  04-12-2019