Over vroegere Rederijkerskamers en Toneelbonden te Waarschoot
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1986, 19de jaargang, nr. 2

OVER VROEGERE REDERIJKERSKAMERS
EN TONEELBONDEN TE WAARSCHOOT

In hun "Geschiedenis der gemeente Waerschoot" uitgegeven in 1866, schrijven Frans De Potter en Jan Broeckaert het volgende in verband met een rederijkerskamer: "Er bestond te Waarschoot in de vorige eeuw een rederijkerskamers, onder de titel van Rede-Rijm-Konstminnend Ieverige Jongheyd, die hare oefeningen hield in eene herberg op de dorpsplaats.  Den 25 en 29 mei en den 2, 8, 16, 22 en 30 juni 1777 vertoonde dit gezelschap het treurspel "Christus' dierbaer bloet" gegeven door Baudewijn, Koning van Jerusalem, aen Theodoricus van Elsatien, met "vertoogen, slaegen en balletten", waarna iedermaal een kluchtspel.  De 26 mei van hetzelfde jaer voerde het ten toneele "Oostenrijk triumpheerende over den Sultan's kloeke legermagt", alsmede "d'Overwinning der stad Breda; bemagtigt door de glorieuse wapenen van Leopoldus".  Beide deze toneelstukken speelende van godsdienstigen aard, gelijk de meeste Vlaamsche dorpsrederijkers van dien tijd, zien wij het genootschap den 18 september 1796 een treurspel opvoeren, dat de tegenkanting der geestelijkheid had verwekt.  Die vertooning had plaats ten hoeve van Adriaan Goddyn, dicht bij de kapel aan de Eikelkens; bij toeval geraakte dien dag, onder de opvoering, het toneel in brand, en dit veroorzaakte een verlies van 100 pond wisselgeld.  Deze rederijkerskring ging ten jare 1817 uiteen".

"In 1848 kwam een ander genootschap van dien aard tot stand, met kenzin "voor kunst en moedertael".  Het ontwikkelde den leeslust onder de dorpsjeugd en de beoefening der moedertaal".

Zelfs Désiré De Craene maakte in zijn "Waarschoot sedert 1830", uitgegeven in 1893, enkel uitgebreid gewag van de aktiviteiten der in 1867 gestichte zangmaatschappij, 'Tijd en Vlijt"... waarvan hijzelf sekretaris was.

Toch bleken er inmiddels méér aktiviteiten te hebben plaats gehad.  Zo informeerden op 31 oktober 1821 met eerbied een achttal "oodmoedige en onderdanige dienaeren en insetenen dezer gemeynte Waerschoot, dat sy van intentie waren ten huyse van sieur Joseph Vanden Abeele, herberghier in het huys van commune van alhier, te vertoonen de volgende toneelstukken:
1.  "De dood van de Koninginne Maria Stuart", treurspel in vijf bedrijven;
2.  "het bleyspel geïntituleert 's Weirelds bedrog";
3.  "Cabonus en Pecavia", bley-eyndend treurspel in vier bedrijven;
4.  "het bleyspel geïntituleert "Han Boer met syne eyeren";
5.  "het bley-eyndend treurspel van "Lederick De Buck", le forestier van Vlaenderen";
6.  "de comedie van den slotmaeker";
7.  "De tragedie van Lodewyck VI, Koning van Vrankryck".

En aangezien "er in de gezeyde stukken niet en was 't gone tegenstrijdig was aan de goede zeden ofte 't gone de goede order en publique ruste zoude kunnen hinderen" werd door het gemeentebestuur een verzoek gericht aan de gouverneur "de nodige autorisatie te willen verleenen aen de gemelde stukken door de KONSTMINNENDE JEUGD van dees gemeynte op hun schauburg te mogen vertoogen, onder het opsigt der politie".  Op 20 november 1821 liet de Koninklijke Commissaris weten, dat toestemming mocht gegeven worden "à la Société de Rhétorique".

Minder gunstig was het voor Charles Vander Heyden, "herberghier in het soogenaemde barrièrehuys, op de groote baene leydende van dit gemeynte naer de stad Eecloo (Dam)", die op 26 januari 1822, nochtans met nederige eerbied, vertoonde voornemens te zijn met "eenige tot de dicht- en letterkunst genegene ieveraeren eenige toneelspeelen, op een door hem 't synen hove op te rechten schouwburg, uyt te voeren".  Ondanks het feit dat de verzoeker verklaarde alles te zullen aanwenden "om eene algemeene rust en ware regeltucht te sullen onderhouden", was het schepenkollege een andere mening toegedaan.  Inderdaad, overwegende dat soortgelijke vertoningen "in eene plaetse, verre afgeleghen van het dorp en gehugten niet anders en kan veroorsaeken als oneenigheden en twist en dat het onvermijdelijk saude zijn, dat de jongelieden van Eecloo ende van Waerschoot, aldaer verzaemeld, sauden overgaen selfs tot vegten, waeruyt de schrikkingste gevolgen sauden kunnen spruyten", werd op 6 februari 1822 geresolveerd het verzoek van de vertoonder niet toe te staan.

Op 23 april 1822 werd door dezelfde IEVERAERS DER KONSTEN, die intussen reeds hun zeven toegestane opvoeringen achter de rug hadden, andermaal een verzoek gericht om onder de directie van Joannes De Meyer als leermeester, gedurende de daaropvolgende zomer de "Rederijckkonst" te mogen beoefenen.  De stukken die zij van "intentie waren op te voeren" waren de volgende:
1.  het toneelstuk van "Eustachus onder het bestier van Trajanus, Keyser van Roomen";
2.  het gonne van "Theodorus en Aurelia";
3.  het bleyspel van "Den vrekken boer";
4.  het gonne van "De twee gelijke bultenaers".

Het bleef evenwel bij het verzoek, want vooraleer erover te beslissen, verzocht het schepenkollege in het bezit te worden gesteld der naamlijst van de personen aan de vereniging verbonden.

Het werd meteen het voorlopig einde der toneelaktiviteiten binnen de gemeente, want op 2 oktober 1822 werd niet alleen een verzoek afgewezen, uitgaande van herbergier Pieter Verloock op het dorp, om aldaar gedurende de wintermaanden enige toneelstukken te mogen vertonen, maar eveneens het verzoek van 23 april 1822.  Er werd hier in overweging genomen dat het verder toestaan van optredens in de bijvang van het gemeentehuis de ergste gevolgen zouden kunnen hebben gezien de toestand der gebouwen en door onvoorzichtigheid of onoplettendheid brand zou kunnen veroorzaakt worden, waaronder niet alleen partikulieren te lijden zouden hebben, maar dat de er zich bevindende kostelijke archieven, aan de gemeente toebehorende, geheel zouden kunnen vernietigd worden, waarbij gans de gemeenschap belang had, met als uiteindelijk besluit: "Is geresolveerd om deze redenen, dit toneelspel te doen cesseeren en aen de verbondene minnaers bij brief danaf kennisse te geven, en ook voor het toekomende geene andere meer toe te laeten".

De Kunstkring
"DE KUNSTKRING"

Zittend van links naar rechts: Maurice Bonne (+ 9.12.75) - Arthur Geeraert (+ 1.2.43) - Firmin Bulté (+ 18.7.78) - E.H. onderpastoor Bauwens - Alfons Paelman (+ 19.9.59) - Marcel De Vriendt (+ 16.6.67) - Alfons Dhont (+ 2.4.71) - Joseph Joos (+ 9.2.64).
Middenste rij van l.n.r.: Henri Mestdagh (+30.10.54) - Alfons Bonne (+16.1.58) - Aimé De Schynckel (+ 20.1 I.70) - Albert Vande Walle (+ 2.11.80) - Palmer Patman (+ 5.1.78) - Aimé Vanden Saffele (+ 26.7.40).
Bovenste rij van l.n.r.: Achiel De Vilder (+ 11.12.36) - André Boert (+ 22.11.77) - Maurice Meire (woonachtig te Gent, Hof ter Mere 5) - André Dhoore (+ 22.6.70) - Edmond Joos (+ 17.3.71).

Op 14 februari 1850 wordt de burgemeester, tevens voorzitter van het armbestuur, in kennis gesteld van het feit dat de werkende leden der maatschappij van rhetorica, in 1848 opgericht onder kenzin "Voor kunst en moedertaal" van hun vertoning ten behoeve der armen, boven de gewone kosten "te geeven hebben eenen zak roggen brood aen de behoeftigen dezer gemeente; alzoo hebben zij aen de bakkers Constant Vanden Braembussche en de weduwe Aerens elk betaelt voor het leveren van ieder een alven zak, met verzoek de armmeesters daer order voor te geven van het brood af te doen leveren als zij het zullen noodig hebben".

Op 26 maart 1850 liet de arrondissementscommissaris aan de gemeente een vraag geworden, uitgaande van de rederijkersvereniging, waarbij om een subsidie verzocht werd voor het dekken der onkosten als gevolg van een geplande letterkundige en dramatische wedstrijd in de loop van het jaar.  Het gemeentebestuur werd derhalve verzocht inlichtingen te willen verstrekken, zowel over de vereniging zelf als over diens inkomsten.

Daaruit bleek dat deze vereniging bestond uit effektieve en ereleden, en als enig doel had "de cultiver la langue flamande et de s'exercer dans l'art littéraire et dramatique", doel waarin de vereniging tot dan zonder moeite geslaagd was.  De genootschap had geen andere inkomsten dan de maandelijkse ledenbijdragen die, met enige vrijwillige giften, wel ruim volstonden om de gewone noodwendigheden, doch niet om een wedstrijd te kunnen bekostigen.

Op de daaropvolgende vraag vanwege de overheid, of de gemeente bereid was voor een deel tussen te komen in de gevraagde toelage, werd prompt geantwoord dat de gemeente zich dit op geen enkele manier kon veroorloven.  Waarop besloten werd dat de vraag, uitgaande van de rederijkerskamer en geadresseerd aan de Koning, niet kon ingewilligd worden.

Zo te zien was de medewerking van overheidswege alles behalve, met het gevolg dat gedurende een daaropvolgende periode van ruim vijftig jaren er geen aktiviteiten meer te noteren vielen.  Op vraag van de arrondissementscommissaris van 28 februari 1859 een lijst over te maken behelzende de bestaande rederijkersgenootschappen, kon het gemeentebestuur enkel laten waten dat er geen dergelijke verenigingen meer bestonden.  Die toestand bleef ongewijzigd tot na de eerste wereldoorlog.

Op 10 oktober 1929 informeerde het provinciaal bestuur terug naar de toneelliefhebberskringen, teneinde hen in de gelegenheid te stellen van de aanmoedigingen der provincie te genieten, door deel te nemen aan het provinciaal tornooi.  Toen bestonden reeds zes verenigingen, met name:

—  "DE IJZERGALM", in de schoot der Oud-strijdersbond, met als voorzitter Maurice De Wilde en schrijver Firmin Bulté;
de zelfstandige "KATHOLIEKE KUNSTKRING" onder voorzitterschap van Alfred Bemard en met als sekretaris Marcel De Vriendt;
"DE TONEELKRING" in de schoot der Eucharistische Kruistocht, onder de leiding van Alma De Craene (voorzitster) en Marie Madeleine Bernard (sekretaresse);
"DE VLAAMSCHE LENTEWEELDE" in de schoot der Studiekring van de Middenstandsmeisjes, met als voorzitster Alma De Craene en als schrijfster Martha Willems;
"DOOR HET VOLK, VOOR HET VOLK", waarvan Emiel Heyde voorzitter was en Helena Laureyns sekretaresse.

Vlaamsche Lenteweelde
"VLAAMSCHE LENTEWEELDE"

Zittend, van links naar rechts: Martha Willems - Alma De Craene - E.H. onderpastoor De Wolf - Marie-Madeleine Bernard - Bertha De Reu - Anna De Backer.
Middenste rij v.l.n.r.: Alice Gernaey - Leona De Bleecker - Marie Minne - Madeleine Bonne - Marie Willems - Margriet Vande Walle - Malvina Verleye - Maria De Bruyne - Germaine Hallaert - Orpha Ros - Martha Bernard.
Bovenste rij v.l.n.r.: Suzanna Van Leeuwen - Maria Gernaey -Irène Dhoore - Hélène Van Hecke - Leona Dhoore - Marie-Joseph Matthys - Clarisse Bulté - Bertha Verleye en Bertha De Baets.

Van al deze kringen hadden de opvoeringen plaats in de inmiddels opgerichte zaal der Congregatie der HH. Engelen, later uitgebreid tot de huidige parochiale feestzaal.

Tot slot was er nog de socialistische toneelbond "EENDRACHT-TOEKOMST", met zetel in het volkshuis, Stationsstraat, onder voorzitterschap van Maurice Buysse, en Charles Goethals als schrijver.

Slechts twee ervan, nl. "DE KUNSTKRING", opgericht in maart 1918, aangesloten bij A.K.V.T. en met als lokaal de St. Ghislenuskring, alsmede "DE IJZERGALM" gesticht in 1920 en gehuisvest bij Gustaaf De Vilder, Leest, konden wel de periode tussen de beide wereldoorlogen overbruggen, doch overleefden de tweede wereldbrand niet.

"DE VLAAMSCHE LENTEWEELDE"

E.H. De Wolf, onderpastoor te Waarschoot van 1 juni 1921 tot 28 mei 1929, was een zeer intelligent priester en een groot Vlaming.  Hij richtte in de schoot der vrouwelijke middenstandsjeugd een studiekring op, met de bedoeling de leden te ontwikkelen in de Vlaamse taal.  Bij middel van opdrachten moesten niet alleen verhandelingen gemaakt worden over gestelde onderwerpen, maar deze werden daarenboven gezamenlijk besproken gedurende maandelijkse bijeenkomsten, zijnde studiekringen.  Tevens werden de leden vervolmaakt in de voordrachtkunst, met het logisch gevolg een eigen toneelgezelschap.

Na het vertrek van de geestelijke leider raakte de studiekring "Vlaamsche Lenteweelde" stilaan in verval.

"DE KUNSTKRING"

Op de foto, gemaakt ter gelegenheid van het afscheid van de proost op 31 december 1934:

Hubert Reyniers.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  04-12-2019