Een pastoor uit het Meetjesland
Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1986, 19de jaargang, nr. 3

EEN PASTOOR UIT HET MEETJESLAND

Sies Sonneville

6. DE ZORG OM DE KINDEREN.

Een ontroerend verhaaltje werd me nog verteld door Roger Saelaert: "Toen mijn zuster nog klein was," zei hij, "werd ze zeer ernstig ziek, zodanig dat voor haar leven werd gevreesd.  Weelde was er niet, bij ons thuis; dat is wel het minste dat ervan kan gezegd worden.  Mijn vader stond alleen in voor de inkomsten, die een kroost­rijk gezin in het leven moesten houden.  Wat méér is, hij dronk graag een pint !  Een onder­pastoor was al eens eerder daarvoor tussen gekomen met verwijten en beschul­digingen.  Vader Jef had hem prompt de deur gewezen, maar de pastoor was zijn vriend.  Sies kwam bijna dagelijks mijn zus bezoeken en bracht meestal een versna­pering mee.  Als de koorts enigszins begon te wijken, zodat de belangstelling terugkeerde, bracht hij een grote doos mee, waaruit een mooie pop te voorschijn kwam.  Poppen, van dit soort dan nog wel, waren toen alleen maar in het bezit van rijke­luis­kinderen.  Het meisje was zo ontzet­tend gelukkig, dat het alle huis­genoten aangreep.  Pastoor Sormeville had het geheim om, zonder groot­doenerij, het gepaste gebaar te stellen, en iemand, midden in de miserie, een zonne­straal te brengen.  Om die eerste pop van mijn zus, op dàt ogenblik en op die manier gegeven, zijn mijn ouders hem steeds erken­telijk gebleven, en wij ook, tot nu toe..."

Zijn bijna automatische zorg om kleinen en onge­luk­kigen bezorgde hem wel eens een grappige terugslag, vooral dan als die zorg gekombi­neerd werd met één van zijn mindere deugden.  Het lot bracht hem op een gegeven ogenblik samen met Petrus De Kreyger, handelaar in kippen, konijnen e.d. en opkoper van konijne­vellen, een man die van 's morgens tot 's avonds onderweg was, een glimmende dikkerd, naar het beeld van Winston Churchill, een personage dat hij trouwens uitbeeldde op de wagen van de "Big Three" in de V-stoet van 1945.


Pastoor Sonneville en zijn leerlingen van de Franse les.
 

Tussen beide mannen "klikte" het als vanzelf­sprekend, wegens de verschil­lende parallelle hoeda­nigheden in hun toch grote verschei­denheid.  Aangezien elk van hun ontmoetingen een feest was, gingen ze dat telkens vieren in een herberg, zo ook nu !  Het liep wel een beetje uit, méér dan aanvan­kelijk voorzien, doch het onderhoud was zo gezellig en de jenever smaakte zo goed.  Ongemerkt was het donker geworden, temeer daar de tongen een beetje dubbel in een "botersaus" sloegen.  Nog ééntje tot afscheid..., maar ook dat was het laatste niet.  Om acht uur luidde het toen slapenstijd op de kerktoren, en de wind voerde de klanken mee over de polder.  Het was het uur, waarop de meeste mensen zich ter ruste begaven, om 's anderendaags weer fris aan het zware boerewerk te beginnen.  Onze babbelaars besloten dan toch maar op te stappen.  Vooraleer echter definitief naar huis te gaan, zouden ze eerst Hypoliet Steyaert, op het Mollekot, een goede avond wensen.  Dat was de waard van een cafeetje, dat door vele jagers gewaar­deerd werd.

O jee, de fietsen bleken onwillige ezels geworden....  Of was het evenwichts­gevoel ietwat gefrus­treerd ?  Dan maar lopen !  Arm aan arm, voor de steun, en de tweewielers aan de buiten­zijde, sloegen ze de richting in naar Poliets wenkende herberg.  Het was een heel eindje nog langs de dijken en het weer was niet bijster goed, op het randje van de storm zelfs, en dat betekent iets in de polder.  Straatver­lichting op de buiten­wijken was een over­bodige luxe destijds, en het wegdek was soms verhard met kiezel van het grofste soort, soms met "kinder­koppen", die nu eens putten, dan weer eens hoge uitsteeksels vormden.  Thans zouden we voor zo'n tocht feeste­lijk bedanken, toen was het dagelijkse kost, en keuvelend stapten ze onvermoei­baar verder: de pastoor en de koopman !  Opeens hield Sies stil:
— Luister ne kier Peet, 't is precies geschriem !
't Kwam uit de polder, zwak en akelig.
— Dat is een kind da schriemt, menier de paster ?
— Joa 't Peet, joa 't, en doar moe me noartoe !


De wagen van de "Big Three" in de V-stoet van 1945. Links achter de Konferentietafel Peet De Kreyger in de rol van Churchill.  De voerman is Jef Saelaert, vader van Irène.
 

De fietsen stelden ze tegen een boom en beiden trokken ze de akker in, de richting volgend waaruit het geluid kwam.  De grove polderkluiten, doorweekt van de vele regenvlagen, verbeterden natuurlijk de situatie niet.  Anderzijds gaf het besef van de noodtoestand van een kind hun nieuwe kracht.  Tot over hun bottines zonken ze in het slijk.  Het was alsof de aarde aan hun benen trok en hun schoenen kuste, met een smakkende zoen, telkens als ze moeizaam naar boven gehaald werden voor een volgende stap.  Ze begonnen waarempel te zweten, en de spanning maakte hen nerveus.  Ze naderden het wicht, dat was duidelijk hoorbaar.  Ondertussen verwensten ze de onmensen, die zo'n klein kind bij zo'n weer in het land legden: dat was moord met voorbedachten rade !
— Hier zie, menier de paster, hier is 't.
— Goddank.
Het stemmetje dat uit de dulf kwam, was zeer zwak geworden.
— Voel ne kier hoe nat da da dutseken is, zijn luiers zijn gescheurd.
— Peet, we moeten rap noar Poliet, en doar moeten z'onmiddellijk de politie verwittigen, kom.
Peet lei de kant van het geluid tegen zijn bovenarm, als een volleerde baker.  't Ging nu iets beter dan bij het zoeken, want ze zagen de boomkruinen toch nog ietsjes afsteken tegen de donkere lucht.  Eenmaal op de weg nam de pastoor de twee fietsen en de koopman droeg de boreling verder, met een onhandige tederheid.  Bij iedere stap scheen het geschrei te verzwakken en eindelijk stokte het in een soort snik.  Peet voelde aan de borstkas: geen hartslag meer !!!  Hij voelde het hoofdje scheef vallen.
— Menier de paster 'k geluve dat 't gedoan is.
— Allez Peet jong, 't is toch nie woar zeker ?  Ewel, 'k wiste nie dat da in Woatervliet koest gebeuren.
— Dat is straf hé !
— Joa 't, oprecht !
Sies murmelde wat Latijnse woorden, waar Peet geen snars van verstond, maar hij wist wel wat het betekende.  Eerbiedig nam hij zijn pet af.

Marie en Polliet Steyaert
Marie en Polliet Steyaert.
 

Bij Poliet was alles stil en gesloten toen ze aankwamen.  't Was zeker al méér dan negen uur.  Sonneville begon aan de deur te rammelen, tot een dakvenster openschoof en een slaapmuts de holte vulde.
— Wie is da doar ?  is da nui nog een ure ?
— Ik ben 't Poliet, de paster.  Doe ne kier rap open, jong.  W'hèn hier een kind gevonden in nen dulf, en 't is woarschijnlijk duud.
— Millejerdé, millejerdé, een minuutjen, 'k komme.
Het dakvenster bijt in de pannen en ze horen wat gestommel: dat is Poliet die zijn broek aantrekt, en het voorval met onver­staan­bare woorden aan zijn vrouw vertelt.  Onmiddel­lijk méér gestommel: dat is de waardin die ook opstaat.  Lampen worden aange­stoken, de traptreden kraken gejaagd, nieuwe lampen en dan sleutel­gerammel in het slot.  Als de herberg­deur opengaat strompelen Peet en Sies de vier trapjes op, kletsnat, verhakkeld, bleek en ontdaan.  In de gelagzaal doet Peet zijn vest weg waar­mee hij de bore­ling beschermde, terwijl de monden van de druipende pastoor en van de bewoners in nacht­gewaad hoorbaar open­vallen... één ogenblikje toch maar, en dan....: drie lach­salvo's, terwijl Peet de "Godvers" en de "Millejèrs" laat rond­razen.  Zijn tedere zorgen waren heel die tijd gegaan naar een geitelam, dat door de hond van Frans Cattoir in die dulf was gedragen, terwijl hij het nog een flinke beet had gegeven op de koop toe.  Het lam was inderdaad in Peets armen gestorven.

In feite was het zoveel beter afgelopen dan verwacht, maar zó konden die twee kinder­vrienden niet naar huis.  Peet was slechts een paar honderd meter van zijn echte­lijke woonst verwijderd, doch voor hem speelde dan de solidariteit met de pastoor.  Er was nog een beetje gloei in de Leuvense kachel en die werd rap opgejaagd.  Ronkend sloeg de pot rood uit.  Terwijl Poliet wat droge kleren ter beschik­king stelde werden de soutane en het geribde koop­manspak op een stoel gehangen.  Die nieuwe gast­vrij­heid en de omge­slagen spanning zorgden voor heel wat hila­riteit, die tot in de vroege uurtjes is door­gegaan.

J. De Paepe.

Separator

Een Pastoor uit het Meetjesland 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977
1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

Welkomblz van tijdschrift "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice



Meest recente bijwerking :  04-12-2019